RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11973906 \ CV EXPL 25-16169
Vonnis van 12 februari 2026
in de zaak van
BRIDGEFUND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: BridgeFund,
gemachtigde: mr. H.H.M. Meijroos,
tegen
[gedaagde] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] (Spanje),
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1. De procedure
BridgeFund heeft bij dagvaarding van 18 juni 2025 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld overeenkomstig de door haar overgelegde dagvaarding.
[gedaagde] heeft geen uitstel verzocht en evenmin op de in het exploot van de dagvaarding vermelde terechtzitting van 20 november 2025 te 10:00 uur geantwoord.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Betekening
[gedaagde] woont in [woonplaats] , Spanje, zodat op de betekening van de dagvaarding het bepaalde in de Betekeningsverordening (Verordening (EU) 2020/1784)) van toepassing is.
[gedaagde] is niet verschenen. Artikel 22 van de Betekeningsverordening schrijft in dat geval voor dat de kantonrechter de beslissing dient aan te houden, totdat is gebleken dat de betekening of kennisgeving van het inleidend stuk van dit geding respectievelijk de afgifte ervan voldoende tijdig is geschied zodat de verweerder de gelegenheid heeft gehad zich te verweren en dat:
a) het stuk werd betekend of ter kennis gegeven met inachtneming van de door het recht van de aangezochte lidstaat voorgeschreven vormen voor de betekening of kennisgeving van stukken in binnenlandse rechtszaken aan zich op het grondgebied van die lidstaat bevindende personen, of
b) het stuk daadwerkelijk is afgegeven aan de verweerder in persoon of aan zijn verblijfplaats op een andere in deze verordening geregelde wijze.
BridgeFund heeft geen certificaat van betekening als bedoeld in artikel 14 van de Betekeningsverordening overgelegd, waaruit blijkt dat de dagvaarding conform artikel 22 sub a van de Betekeningsverordening werd betekend of ter kennis werd gegeven met inachtneming van de door het recht van Spanje voorgeschreven vormen voor betekening of kennisgeving. Wel heeft zij een verklaring van 8 juli 2025 van de Servicio comun de notificaciones, embargos y lanzamientos de los Juzgados de Picassent overgelegd, de ontvangende instantie in Spanje. In de verklaring staat het volgende, voor zover van belang:
“Teniendo a mi presencia a D. [gedaagde] […] le notifico citación para el día VEINTE DE NOVIEMBRE DE 2025 y entrega de documentos adjuntos, firmando su recepción.”
Uit de hiervoor genoemde verklaring blijkt dat door de Spaanse ontvangende instantie op 8 juli 2025 aan [gedaagde] is meegedeeld dat hij op 20 november 2025 moet verschijnen en dat de bijgevoegde documenten aan [gedaagde] zijn overhandigd. Gedaagde partij heeft de verklaring ondertekend. Daarmee staat voldoende vast dat het exploot van de dagvaarding [gedaagde] heeft bereikt.
BridgeFund heeft een dagvaardingstermijn van ten minste vier weken in acht genomen. Tussen het moment van betekening of kennisgeving en de datum waartegen [gedaagde] is opgeroepen is eveneens een termijn van ten minste vier weken in acht genomen, zodat [gedaagde] in overeenstemming met artikel 22 van de Betekeningsverordening daadwerkelijk gelegenheid heeft gehad om verweer te voeren. Tegen [gedaagde] wordt daarom verstek verleend.
Bevoegdheid en toepasselijk recht
Het gaat om een zaak met een internationaal aspect, nu BridgeFund in Nederland is gevestigd en [gedaagde] in Spanje woont. Eerst dient daarom te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen en, indien dat het geval is, welk recht op de zaak van toepassing is.
Deze vraag naar de bevoegdheid dient te worden beantwoord aan de hand van Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis). Artikel 25 van deze verordening regelt exclusieve bevoegdheid op grond van een tussen partijen overeengekomen forumkeuze. Voorwaarde voor gebondenheid aan deze forumkeuze is dat deze rechtsgeldig, volgens de strenge normen van artikel 25 van de verordening Brussel I-bis, tot stand is gekomen.
In de op de overeenkomst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden is opgenomen, voor zover van belang:
“12. Slotbepalingen
Op de Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
Geschillen tussen de Leningnemer en BridgeFund kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Amsterdam.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bepaald dat een in de algemene voorwaarden vastgelegd forumkeuzebeding geldig is indien in de tekst zelf van de door beide partijen ondertekende overeenkomst uitdrukkelijk wordt verwezen naar de algemene voorwaarden die dit beding bevatten. Dit geldt echter alleen bij een uitdrukkelijke verwijzing die door een partij bij betrachting van een normale zorgvuldigheid kan worden nagegaan en indien vast staat dat de algemene voorwaarden, met daarin het forumkeuzebeding, daadwerkelijk aan de andere contractspartij zijn medegedeeld.
In de door [gedaagde] getekende Overeenkomst Overbruggingsfinanciering wordt verwezen naar de Algemene voorwaarden van BridgeFund. In de overeenkomst staat namelijk:
“De overige voorwaarden bij deze lening staan in de Algemene voorwaarden. Lees deze voorwaarden goed door, zodat je weet waar je aan toe bent. Met het tekenen van deze overeenkomst verklaar je de Algemene Voorwaarden te hebben ontvangen en in te stemmen met de Algemene voorwaarden.”
Onder de hiervoor genoemde tekst heeft [gedaagde] zijn handtekening geplaatst. Daarmee staat vast dat de algemene voorwaarden daadwerkelijk aan [gedaagde] zijn medegedeeld. Partijen zijn naar het oordeel van de kantonrechter een geldige forumkeuze in de zin van artikel 25 lid 1 sub a Brussel I bis overeengekomen. Daarom is de kantonrechter op grond van het forumkeuzebeding internationaal en relatief bevoegd om van dit geschil kennis te nemen.
Toepasselijk recht
In deze zaak moet het toepasselijke recht worden vastgesteld aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I). In de algemene voorwaarden is een (onweersproken) rechtskeuze gedaan voor Nederlands recht. Daarmee is krachtens artikel 3 Rome I Nederlands recht van toepassing op dit geschil voor zover het betrekking heeft op de verbintenissen uit de overeenkomst van partijen.
De verdere beoordeling
BridgeFund heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid.
BridgeFund vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). In het onderhavige geval zijn partijen - beide partijen daarbij handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf - echter een vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. De vordering zal dan ook worden getoetst aan het rapport Voor-werk II, waarbij tot uitgangspunt wordt genomen dat de wettelijke tarieven geacht worden redelijk te zijn. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief bij een hoofdsom van € 17.511,98. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, zijnde een bedrag van € 1.149,64 (inclusief btw). De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen als gevorderd.
Het door BridgeFund gevorderde bedrag van € 11,00 voor leges handelsregister wordt afgewezen, nu een vergoeding daarvoor reeds in de proceskostenveroordeling is opgenomen.
De vordering komt de kantonrechter voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BridgeFund worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
149,71
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
(1 punt × € 543,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.288,71
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Waarmerking
BridgeFund heeft verzocht om waarmerking van het vonnis als Europese Executoriale Titel. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de EET-Verordening (EG-verordening nr. 805/2004) is deze verordening van toepassing op beslissingen inzake niet-betwiste schuldvorderingen.
Ingevolge artikel 4, aanhef en sub 2, van de EET-Verordening wordt in deze verordening onder schuldvordering verstaan een vordering tot betaling van een geldbedrag dat opeisbaar is of waardoor in de beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte de datum van opeisbaarheid is bepaald.
Naar het oordeel van de kantonrechter is aan de in de EET-Verordening (EG-verordening nr. 805/2004) genoemde vereisten voldaan, zodat het verzoek kan worden ingewilligd. De rechtbank zal daarom het in artikel 9, eerste lid, van de EET-verordening voorgeschreven formulier afgeven.
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan BridgeFund te betalen:
een bedrag van € 17.511,98, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 2% per maand met ingang van 17 april 2025, tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 2.955,67 aan vervallen overeengekomen rente van 2% per maand tot en met 16 april 2025,
veroordeelt [gedaagde] om aan BridgeFund te betalen een bedrag van € 1.149,64 aan buitengerechtelijke kosten (inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.288,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
willigt het verzoek van BridgeFund om waarmerking van dit vonnis toe in, in die zin dat het in artikel 9, eerste lid, van de EET-Verordening voorgeschreven formulier met betrekking tot de beslissingen als vermeld onder 3.1 tot en met 3.4 van het vonnis wordt afgegeven,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
64443