beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/780762 – FA RK 25/9875
kenmerk: ZM/IND/188916
Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 12 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1947 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfsplaats] , [adres 2]
zorgaanbieder: GGZ inGeest, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M.F. Aarts te Amsterdam.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 22 december 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 januari 2026 in de accommodatie van GGZ inGeest, locatie [locatie] . Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat (telefonisch);
- mw. [persoon 1] , psychiater in opleiding;
- mw. [persoon 2] , eerste contactpersoon tevens vriendin.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychose.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
De psychiater in opleiding heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld niet langer achter het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging te staan. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij inziet dat ze zorg nodig heeft en is daarnaast bereid om op vrijwillige basis in de kliniek te verblijven tot zij voldoende is gestabiliseerd.
Vanwege de vrijwilligheid wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het voorliggende
verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. De rechtbank zal het verzoek om die reden afwijzen.
3. Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 12 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.B. Terwee, rechter, bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 19 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.