ECLI:NL:RBAMS:2026:1873

ECLI:NL:RBAMS:2026:1873

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer 81.191180.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Onderzoek Kristal. Geen straf voor voorhanden hebben munitie in verband met veroordeling gelijktijdig behandelde economische zaak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 81.191180.25

Datum uitspraak: 20 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

wonende op het adres [woonadres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 12, 17 en 18 november 2025 (inhoudelijke behandeling) en 20 februari 2026 (sluiting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mrs. F. Bahadin en J.P. Hopman (hierna gezamenlijk: de officier van justitie), en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.W. Dirkzwager, naar voren hebben gebracht.

De zaak tegen verdachte is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met een andere strafzaak tegen verdachte onder parketnummer 81.211291.20.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een groot aantal patronen en twee slagpinnen.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis.

3. Waardering van het bewijs

Standpunten Openbaar Ministerie en verdediging

De officier van justitie en de verdediging vinden bewezen dat verdachte de munitie voorhanden heeft gehad. Zij vinden beiden niet bewezen dat verdachte twee slagpinnen voorhanden heeft gehad.

Oordeel van de rechtbank

Net als de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte twee slagpinnen voorhanden heeft gehad. Op basis van het dossier kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat sprake was van slagpinnen of voorwerpen die als zodanig gebruikt kunnen worden.

De rechtbank acht, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte, wel bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank baseert deze bewezenverklaring op de volgende bewijsmiddelen:

De bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting van 12 november 2025.

Een proces-verbaal van doorzoeking van 1 september 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] ( [nummer 1] , digitaal dossier p. 2907-2917).

Een proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] ( [nummer 2] , digitaal dossier p. 5028-5049).

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3.2 opgesomde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

in de periode van 4 maart 2020 tot en met 27 augustus 2020 te Almere, voorhanden heeft gehad

munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:

542 scherpe patronen (kaliber .22 LR) en

ongeveer 5 scherpe patronen (kaliber .38 SPL) en

16 scherpe patronen (kaliber 9x19mm) en

20 scherpe patronen (kaliber 9mm Bosquette) en

8 patroonhulzen en projectielen (kaliber 9mm Bosquette) en

35 scherpe (hagel)patronen (kaliber 9mm Flobert R.F.) en

14 scherpe patronen (kaliber 8x57mm).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Geen straf

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een geldboete van € 2.500,- wordt opgelegd. De verdediging heeft verzocht om een geldboete van maximaal € 1.000,- op te leggen.

De rechtbank houdt bij het bepalen van een passende straf in deze zaak in het bijzonder rekening met de omstandigheid dat de rechtbank in de andere strafzaak tegen verdachte bij vonnis van heden aan verdachte een substantiële onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt. Tegen de achtergrond van die straf en rekening houdend met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, ziet de rechtbank aanleiding om in deze zaak geen aanvullende straf aan verdachte op te leggen.

8. Beslag

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat de in beslag genomen munitie en slagpinnen aan het verkeer worden onttrokken.

De rechtbank zal bepalen dat de in beslag genomen ‘slagpinnen’ aan de beslagene geretourneerd kunnen worden. Zoals hiervoor is overwogen, kan de rechtbank niet vaststellen dat deze voorwerpen, die in de tenlastelegging worden omschreven als slagpinnen, daadwerkelijk slagpinnen zijn of als zodanig kunnen worden gebruikt. Gelet daarop bestaat er geen aanleiding om de voorwerpen aan het verkeer te onttrekken.

De rechtbank zal de munitie onttrekken aan het verkeer. Het bewezen geachte feit is met betrekking tot deze voorwerpen begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Bepaalt dat geen straf wordt opgelegd.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- goednummer PL0900-2020279063-2685181, met betrekking tot onderdeel 1 (‘scherpe patronen en onderdelen van munitie’)

Gelast de teruggave aan beslagene van:

- goednummer PL0900-2020279063-2685181, met betrekking tot onderdeel 2 (‘onderdelen vuurwapen’)

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Dekkers, voorzitter,

mrs. J.M. van Hall en M. Wiewel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2026.

Bijlage

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F. Dekkers

Griffier

  • mr. C. Wolswinkel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand