ECLI:NL:RBAMS:2026:1997

ECLI:NL:RBAMS:2026:1997

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 13/228997-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door het slachtoffer met een mes in zijn gezicht te snijden. Het beroep op noodweer slaagt. Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/228997-25

Datum uitspraak: 24 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2002,

verblijfadres: [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.H. de Krijger en van wat verdachte en zijn raadsman mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft eveneens kennisgenomen van het verzoek tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] .

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij zich op 25 augustus 2025 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag van [benadeelde partij] door hem met een mes in en/of richting het lichaam en/of in het gezicht te steken en/of te snijden. Deze feiten zijn subsidiair tenlastegelegd als zware mishandeling en meer subsidiair als poging tot zware mishandeling.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. De subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde en dat hooguit een poging tot zware mishandeling kan worden bewezenverklaard.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Tussen verdachte en een bekende van hem, [benadeelde partij] (hierna: [benadeelde partij] ), is op enig moment een conflictueuze situatie ontstaan, waarvan de exacte toedracht niet vastgesteld kan worden. Als gevolg van deze situatie heeft [benadeelde partij] zich op 25 augustus 2025 geroepen gevoeld ‘verhaal te halen’ bij verdachte in Amsterdam. Na een verbale confrontatie op de galerij voor de deur van de woning van de moeder van verdachte, heeft zich enkele tientallen minuten later een fysieke confrontatie voorgedaan in de buurt van een fietsers-/voetgangerstunnel die onder het flatgebouw door gaat. Bij deze confrontatie heeft [benadeelde partij] een snijwond in zijn gezicht opgelopen van 5 à 6 centimeter lang, lopend vanaf de bovenkant van zijn neus langs de binnenzijde van zijn linkeroog naar beneden. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij degene is die [benadeelde partij] in zijn gezicht heeft gesneden met een stanleymes.

De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is hoe dit feit moet worden gekwalificeerd.

Ten aanzien van de ten laste gelegde poging tot doodslag is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte de intentie had om [benadeelde partij] van het leven te beroven. Evenmin kan worden vastgesteld dat het handelen van verdachte levensbedreigende gevolgen had kunnen hebben voor [benadeelde partij] . Zo is het mes dat verdachte heeft gebruikt niet onderzocht, is er discussie over de lengte van het lemmet, en is niet duidelijk met welke kracht de verwonding is toegebracht. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat door het handelen van verdachte een aanmerkelijke kans op de dood van [benadeelde partij] in het leven is geroepen. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van poging tot doodslag.

De rechtbank spreekt verdachte ook vrij van de subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling. Weliswaar heeft [benadeelde partij] een flinke snijwond opgelopen, maar de rechtbank is van oordeel dat niet is vast te stellen of dit kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. De medische verklaring bevat slechts een summiere beschrijving van de snijwond en bevat bijvoorbeeld geen gegevens over de diepte van de wond, het te verwachten genezingsproces en de eventuele blijvende gevolgen. In dat kader is nog van belang dat de foto’s van het litteken in het dossier niet gedateerd zijn en op basis daarvan dus niet kan worden vastgesteld of sprake is van een blijvend ontsierend litteken. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling niet kan worden bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Ten aanzien van de meer subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling komt de rechtbank wel tot een bewezenverklaring. Door [benadeelde partij] met een mes in het gezicht te snijden heeft verdachte een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel in het leven geroepen, die verdachte, gelet op de uiterlijke verschijningsvormen, bewust heeft aanvaard.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 25 augustus 2025 te Amsterdam ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde partij] met een mes in het gezicht heeft gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit: beroep op noodweer

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. In dat licht is van belang vast te stellen wat zich precies heeft afgespeeld rondom de confrontatie waarbij [benadeelde partij] gewond is geraakt. Aangezien het dossier geen verklaringen bevat van getuigen die het incident hebben gezien en er bijvoorbeeld ook geen camerabeelden zijn waarop het incident is te zien, moet de feitelijke gang van zaken met name worden afgeleid uit de (uiteenlopende) verklaringen van [benadeelde partij] en verdachte. De verdediging meent dat daaruit volgt dat het aannemelijk is dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanval door [benadeelde partij] waartegen verdachte zich mocht verdedigen door hem eenmaal met een stanleymes in zijn gezicht te snijden.

Het standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie slaagt het verweer niet, omdat niet aan de vereisten voor een geslaagd beroep op noodweer is voldaan.

Het oordeel van de rechtbank

Uit de aangifte van [benadeelde partij] blijkt onder meer dat hij op de dag van het incident vanuit Utrecht naar Amsterdam is gekomen om verhaal te halen over roddels die verdachte over hem zou verspreiden en om geld terug te krijgen dat hij verdachte zou hebben geleend. Volgens [benadeelde partij] is er voor de woning van de moeder van verdachte een flinke verbale confrontatie geweest tussen [benadeelde partij] (die vergezeld werd door twee anderen) en verdachte (die ook met iemand anders was). [benadeelde partij] verklaart dat hij op een bepaald moment is weggelopen toen de moeder van verdachte zou hebben gezegd “laat het gewoon met rust”. [benadeelde partij] verklaart dat hij daarna een Snapchat-bericht heeft gekregen van verdachte waarin stond dat hij zijn geld moest komen halen en hij, [benadeelde partij] , naar zijn flat moest komen. Daar aangekomen hoorde hij de vrienden van verdachte zeggen: “pak hem!” en zag hij dat verdachte een mes pakte. [benadeelde partij] heeft verdachte toen uit verdediging een fles water in het gezicht gegooid. Daarna trok verdachte de hoodie van [benadeelde partij] over zijn hoofd en heeft hij hem aangevallen met een mes, als gevolg waarvan [benadeelde partij] gewond is geraakt.

De verklaringen die verdachte bij de politie, de rechter-commissaris en ter zitting heeft afgelegd geven – ondersteund door de verklaring van zijn moeder – echter een ander beeld. Volgens verdachte werd hij die dag gebeld door zijn moeder dat [benadeelde partij] met twee anderen voor de deur stond. Toen verdachte daar aankwam ontstond er een verbale confrontatie. [benadeelde partij] zei toen, volgens de verklaring van de moeder van verdachte, “Ik ben hier niet om met je te praten, maar om je van negen-hoog naar beneden te gooien”. De moeder van verdachte ging tussen verdachte en [benadeelde partij] in staan vanwege het daaropvolgende geduw en getrek. De inmiddels aangekomen oom van verdachte stuurde [benadeelde partij] en zijn vrienden vervolgens weg. Kort daarna stond verdachte samen met twee anderen buiten en kwamen [benadeelde partij] en zijn twee vrienden op hem aflopen. [benadeelde partij] heeft verdachte vervolgens een fles water in zijn gezicht gegooid en hem daarna met zijn vuist geslagen. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij in het gevecht dat daarna ontstond de vrienden van [benadeelde partij] tegen die [benadeelde partij] hoorde roepen: “pak het mes”, waarop verdachte zich bedreigd voelde en met het stanleymes dat hij in zijn zak had in het gezicht van [benadeelde partij] heeft gesneden.

De telefoon van [benadeelde partij] is onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt dat [benadeelde partij] verdachte kort na de confrontatie op de galerij chatberichten heeft gestuurd, waarin hij verdachte met agressieve en dreigende taal (onder meer: “Je gaat slapen g”) beveelt naar hem toe te komen. Op basis van deze berichten lijkt het juist [benadeelde partij] te zijn geweest die het initiatief heeft genomen voor een confrontatie en niet – zoals hij zelf in zijn aangifte verklaart – verdachte.

De gang van zaken zoals [benadeelde partij] die schetst strookt dus niet met het beschreven chatgesprek, terwijl de verklaring van verdachte over hetgeen zich heeft afgespeeld op de galerij wordt ondersteund door de verklaring van zijn moeder, en voor het overige niet wordt weersproken door de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De rechtbank gaat daarom uit van de verklaring van verdachte dat [benadeelde partij] de agressor was.

Op basis van de verklaring van verdachte en de overige bevindingen in het dossier, gaat de rechtbank ervan uit dat [benadeelde partij] vanuit Utrecht naar Amsterdam is gereisd om verdachte te confronteren en dat hij daarbij bewust een fysieke confrontatie heeft uitgelokt. [benadeelde partij] heeft verdachte vervolgens aangevallen door een fles water in zijn gezicht te gooien en hem met een vuist in het gezicht te slaan. Daarmee was naar het oordeel van de rechtbank sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, waartegen verdachte zich mocht verdedigingen. De rechtbank betrekt daarbij ook de dreigende berichten die [benadeelde partij] aan verdachte heeft gestuurd en dat verdachte heeft gehoord dat [benadeelde partij] en de twee andere personen messen bij zich hadden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich hiertegen heeft mogen verdedigen en proportioneel heeft gehandeld. Verdachte had daarbij – zoals hij heeft verklaard – naar het oordeel van de rechtbank geen reële mogelijkheid om te vluchten. Ter zitting heeft immers verklaard dat hij, als hij geprobeerd had om weg te rennen, in zijn rug zou worden aangevallen door [benadeelde partij] of één van diens vrienden. Ook kon niet van verdachte gevergd worden zich met een minder ingrijpend middel te verdedigen. Daarmee is ook voldaan aan de eisen van subsidiariteit.

Gezien het voorgaande concludeert de rechtbank dat het beroep van verdachte op noodweer slaagt en dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

6. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 1.262,74 aan vergoeding van materiële schade en € 6.000,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook heeft de benadeelde partij verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij zal in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet zal worden toegepast.

De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

7. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling

Verklaart het bewezene niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ter zake daarvan.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde partij] , niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.V.L. van Well, voorzitter,

mrs. M.C. Danel en A.S. Dogan, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. L.J.F. Ceelie en M.T. de Hertog, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 februari 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.V.L. van Well

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?