ECLI:NL:RBAMS:2026:2000

ECLI:NL:RBAMS:2026:2000

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 13/226016-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdachte heeft op klaarlichte dag een kwetsbare jonge vrouw op een gewelddadige manier verkracht en aangerand. Verdachte heeft het slachtoffer de bosjes in getrokken, bij de keel gepakt en zich aan haar vergrepen. Ondanks het verzet van het slachtoffer is verdachte doorgegaan. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/226016-25

Datum uitspraak: 26 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te onbekend op [geboortedag] 1980,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd te: [naam] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R. Willemsen, en van wat de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. G.E. Menick, naar voren heeft gebracht.

2. Tenlastelegging

Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij zich ten aanzien van [slachtoffer] op 21 augustus 2025 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan:

1. primair: (gekwalificeerde) opzetverkrachting;

subsidiair: poging tot (gekwalificeerde) opzetverkrachting;

2. ( (gekwalificeerde) opzetaanranding.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Standpunten

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde, en kwalificeert de feiten respectievelijk als gekwalificeerde opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetaanranding.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten onder 1 en 2. De hiertoe gevoerde verweren komen, voor zover van belang voor de bewijswaardering, hierna aan de orde in de overwegingen van de rechtbank.

5. Waardering van het bewijs

Feiten en omstandigheden ten aanzien van de feiten 1 en 2

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Melding verkrachting en aantreffen slachtoffer [slachtoffer]

Op 21 augustus 2025 kregen verbalisanten, werkzaam als zedenrechercheur, de opdracht om naar de Tolhuistuin in Amsterdam te gaan, vanwege een melding van een verkrachting. Verbalisanten zagen een vrouw, zij bleek te zijn genaamd [slachtoffer] . Zij zagen dat [slachtoffer] overstuur was.

Verklaring [slachtoffer]

heeft het volgende verklaard: “Ik was met de boot (de rechtbank begrijpt: de pont) gegaan, van Centraal Station naar Noord. Op de boot kwam die man en gaf mij een knuffel.

De man liep mee en pakte mij van achteren vast. Hij ging mij kussen op mijn gezicht. Ik wilde dat niet. Hij pakte mij bij mijn keel en kneep in mijn keel. Ik kon soms niet ademen hierdoor. Ik wilde schreeuwen, maar hij legde zijn hand over mijn mond. Hij wilde mij neuken. Ik heb gevochten om hem tegen te houden. Toen kwam die vrouw. Zij heeft mij echt gered. Daarna is die man weggelopen.”

Vervolgens verklaarde [slachtoffer] dat de man haar jas aan de onderzijde omhoog had gedaan, dat hij met zijn hand onder haar jurk was geweest en aan haar vagina had gezeten. Zij voelde dat hij met een vinger in haar vagina is geweest. De man was begonnen zijn broek open te maken.

Op 27 augustus 2025 hebben verbalisanten [slachtoffer] opgezocht in het Noorderpark in Amsterdam, hetgeen haar vaste hangplek is. [slachtoffer] verklaarde aanvullend op haar eerdere verklaring nog het volgende: “Hij trok me daarheen. Hij kneep in mijn keel, ik kon geen adem halen. Ik ging bijna dood. Hij kneep echt hard, dus ik kon heel moeilijk ademen. Hij heeft mij overal aangeraakt.”

Getuigenverklaring

Getuige [naam getuige] heeft verklaard dat zij naar haar werk ging in de Tolhuistuin, dat zij de Tolhuistuin in reed met haar scootmobiel en dat zij vanuit de bosjes geschreeuw hoorde van een meisje. Zij zag dat een man het meisje vasthield. Zij zag dat de man zijn armen om het meisje hield en haar tegen zich aandrukte. Het meisje probeerde zich los te rukken en zij schreeuwde: “help, help”. Het meisje zei: “verkracht, verkracht”. [naam getuige] heeft gezegd dat zij de politie ging bellen en dat de man het meisje moest loslaten. Zij zag dat de man haar stevig vasthield en dat het meisje bleef spartelen en bleef proberen om los te komen. Zij hoorde dat het meisje ‘help’ bleef roepen en dat de man haar probeerde verder de bosjes in te trekken. Zij zag dat toen zij de politie belde de man het meisje los liet en de Tolhuistuin uit liep.

De 112-melding

Uit het uitgewerkte 112-gesprek blijkt dat [naam getuige] en [slachtoffer] het volgende hebben verklaard:

[slachtoffer] : “Er was een jongen, hij wilde mij verkrachten, hij heeft mij verkracht. Het is een kale man.” [naam getuige] : “Ik heb hem even vaag gezien natuurlijk, een getinte meneer. Volgens mij was hij wat donkerharig, maar meer richting gladkalig. Heel kort. Sorry ik ben er even helemaal van slag van.”

Signalement en aanhouding verdachte

Verbalisanten hoorden van cameratoezicht dat op beelden te zien was dat het slachtoffer om 07:18 uur samen met een man van de pont af kwam. De man heeft het volgende signalement: het betreft een man, met een donker getinte huidskleur, hij droeg een blauwe jas, een zwarte rugtas en badslippers van het merk FILA. Door collega’s van CCTR (toevoeging rechtbank: Centrale Cameratoezicht Ruimte in Amsterdam) werden beelden gedeeld om uit te kijken naar deze onbekende man in blauwe kleding.

Verbalisanten zagen een donkere man lopen, die gekleed was in een blauwkleurig regenjack, hij droeg een zwarte trainingsbroek en slippers. Hij droeg een zwarte rugtas. Het signalement van de man kwam overeen met de man die stond vermeld in het eerder rondgestuurde bericht (met foto van de man). Op 21 augustus 2025 werd [verdachte] als verdachte aangehouden.

Herkenning verdachte door [slachtoffer]

Verbalisanten hebben [slachtoffer] een foto getoond van verdachte [verdachte] . Verbalisanten hoorde [slachtoffer] zeggen: “Ja, dat is hem.”

Bevindingen camerabeelden

Op camerabeelden van Tolhuistuin, vanaf 07:22 uur, is door verbalisanten onder meer het volgende waargenomen:

[slachtoffer] loopt door het park. Zij loopt vanaf de rechterzijde naar links in het beeld. Op 9 seconden achter haar loopt [verdachte] . Hij loopt in dezelfde richting als [slachtoffer] . Hij loopt een sneller tempo dan [slachtoffer] .

Op camerabeelden van Tolhuistuin, vanaf 07:23 uur, is door verbalisanten onder meer het volgende waargenomen:

Deze camera staat op straat en is gericht op de ingang van de Tolhuistuin. Door de opening heen is te zien dat iemand aan komt lopen. Deze persoon draagt een donkere broek met een witte opdruk op de rechterbovenbeen en slippers. De schaduw van een tweede persoon is vaag te zien. Beide personen verdwijnen achter een schutting. Enkele seconden later is er gegil van een vrouw te horen. Afwisselend is gegil, geschreeuw en stilte te horen. Om 07:25:48 uur is te horen dat de vrouw schreeuwt ‘get away from me’. Daarna is er weer afwisseling van gegil, geschreeuw en stilte te horen.

Op camerabeelden van Tolhuistuin, vanaf 07:28 uur, is door verbalisanten onder meer het volgende waargenomen:

Een vrouw in een scootmobiel (getuige [naam getuige] ) komt aanrijden en rijdt de Tolhuistuin binnen. Op dat moment is weer gegil van een vrouw te horen.

Op camerabeelden van Tolhuistuin, vanaf 07:30:15 uur, is door verbalisanten onder meer het volgende waargenomen:

Een vrouwenstem is te horen die aan het schreeuwen is. [verdachte] loopt door het beeld vanaf de linkerzijde naar de rechterzijde. Hij komt uit de richting waar hij eerder achter [slachtoffer] naartoe is gelopen.

Op camerabeelden van Tolhuistuin, vanaf 07:30:30 uur, is door verbalisanten onder meer het volgende waargenomen:

[slachtoffer] en [naam getuige] lopen de Tolhuistuin uit. [slachtoffer] heeft op alle eerdere beelden de rits van haar jas volledig dicht gehad. Nu is te zien dat haar rits vanaf de bovenzijde geopend is tot haar buik. [naam getuige] staat bij haar en zegt dat ze de politie gaat bellen.

Resultaten DNA-onderzoek

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft (aanvullend) DNA- en RNA-onderzoek gedaan naar de nagelbemonstering van verdachte NAAA4911NL#03 (linker ringvinger nat), met – in de eerste plaats – als doel om vast te stellen of een deel van het DNA in de bemonstering van het slachtoffer kan zijn. De resultaten van het onderzoek houden in dat het DNA afkomstig kan zijn van minimaal drie personen, waaronder van verdachte en van het slachtoffer [slachtoffer] . De bewijskracht dat het DNA afkomstig kan zijn van [slachtoffer] is ongeveer 1 miljard.

Beoordeling van de feiten

Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer]

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar en bruikbaar zijn voor het bewijs. De rechtbank toetst of de verklaringen voldoende (in hoofdlijnen) consistent, concreet en gedetailleerd zijn. Daarvoor is het volgende van belang.

Op 21 augustus 2025 heeft [slachtoffer] , tijdens de 112-melding direct na het incident, voor het eerst verklaard dat zij door een man is verkracht. Vervolgens heeft zij tegenover de ter plaatse gekomen politieagenten meer uitgebreid verklaard, zoals hiervoor weergegeven in rubriek 5.1.2. Zij verklaarde wederom te zijn verkracht. Kort gezegd heeft zij aanvullend het volgende verklaard. De man heeft haar bij de keel gepakt en haar in de keel geknepen. Zij wilde schreeuwen, maar de man legde zijn hand over haar mond. [slachtoffer] heeft gevochten om de man tegen te houden. De man had haar jas aan de onderzijde omhoog gedaan en is met zijn hand onder haar jurk geweest. De man heeft aan haar vagina gezeten. Zij voelde dat hij met een vinger in haar vagina is geweest. Op 27 augustus 2025 heeft [slachtoffer] aanvullend nog verklaard dat de man haar meetrok, haar in de keel kneep, waardoor zij geen adem kon halen en dat de man haar overal had aangeraakt.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer] hiermee consistente en gedetailleerde verklaringen afgelegd. Ze heeft verklaard over concrete en specifieke gebeurtenissen. De rechtbank vindt de verklaringen van [slachtoffer] voldoende betrouwbaar.

Dat [slachtoffer] , blijkens de camerabeelden (die ook in het dossier zijn gevoegd), voorafgaand aan het incident meermalen contact lijkt te maken met de man en bij het afstappen van de pont op hem lijkt te wachten voordat zij samen verder lopen, maakt het oordeel over de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] - over hetgeen er vervolgens tussen haar en de man is voorgevallen - niet anders. Dit waargenomen gedrag, voorafgaande aan het ten laste gelegde, zegt immers niets over de authenticiteit van haar verklaringen én – belangrijker – ook niets over de wil van [slachtoffer] tot het ondergaan van seksuele handelingen (op een later moment).

Is verdachte de dader?

De rechtbank stelt, op basis van de in rubriek 5.1 omschreven feiten en omstandigheden, vast dat verdachte de persoon is die [slachtoffer] (volgens haar verklaring) de bosjes heeft ingetrokken en die de door haar omschreven (seksuele) handelingen heeft verricht. Naar aanleiding van de verklaring van [slachtoffer] is onderzoek gedaan naar de camerabeelden. Op die beelden is waargenomen hoe [slachtoffer] en een man vanaf de pont met elkaar oplopen en uiteindelijk in de Tolhuistuin uitkomen, alwaar het incident plaatsvond. [slachtoffer] heeft bij het zien van de foto van deze man verklaard: “Ja, dat is hem”. Ook getuige [naam getuige] heeft, hoewel zij hem kort heeft gezien, direct na het incident een signalement van de dader opgegeven dat overeenkomt met het signalement van verdachte.

Dat [naam getuige] bij het zien van de foto van verdachte verklaard heeft dat dit niet de man is die zij in de bosjes met het meisje had gezien maakt niet dat de rechtbank er aan twijfelt dat verdachte de persoon is die [slachtoffer] heeft aangevallen. [naam getuige] heeft immers verklaard dat zij erg ontdaan was van wat er was gebeurd, dat zij emotioneel was en dat zij de dader maar kort heeft gezien, omdat zij zich vrijwel direct heeft bekommerd om [slachtoffer] en de politie heeft gebeld. Desondanks heeft zij kloppende uiterlijke kenmerken van verdachte weten te noemen tegenover de centralist van de 112-meldkamer. Dat zij verdachte niet heeft herkend op de haar getoonde foto en dat dit specifieke deel van haar verklaring – naar het oordeel van de rechtbank, op basis van overige bevindingen in het dossier – niet blijkt te kloppen, maakt niet dat de rechtbank twijfelt aan haar overige waarnemingen.

Steunbewijs

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de betrouwbaar bevonden verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.

5.2.3.1 Juridisch kader

Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige, ook niet indien die verklaring betrouwbaar wordt geacht. De rechter mag daarom niet tot een bewezenverklaring komen als de door een slachtoffer genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende worden ondersteund door ander bewijs.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat het zedendelict als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het genoeg is als de verklaring van een slachtoffer op onderdelen voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

5.2.3.2 Beoordeling

De verklaring van [slachtoffer] vindt, naar het oordeel van de rechtbank, steun in de overige bewijsmiddelen in het dossier.

[naam getuige] is getuige geweest van het incident en heeft waargenomen hoe verdachte [slachtoffer] vasthield in de bosjes, haar alsmaar verder de bosjes in trok, dat [slachtoffer] zich hiertegen verzette door te spartelen en door hard te schreeuwen en te gillen. [naam getuige] hoorde [slachtoffer] om hulp roepen en schreeuwen dat zij werd verkracht. Op de geluidsfragmenten bij de camerabeelden is ook duidelijk hoorbaar dat [slachtoffer] zich heeft verzet tegen de aanval van verdachte door luidkeels te schreeuwen en te gillen. Ook de waarneming van ter plaatse gekomen verbalisanten, die zagen dat [slachtoffer] overstuur was, biedt steun aan de verklaring van [slachtoffer] en de door haar beschreven gepleegde handelingen.

Conclusie en kwalificatie

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat er voldoende bewijs is dat verdachte [slachtoffer] heeft betast bij haar vagina en haar heeft gekust in haar gezicht. Ook kan worden bewezen dat verdachte met zijn vinger haar vagina is binnengedrongen, en verdachte [slachtoffer] aldus heeft verkracht. Zoals gezegd (in rubriek 5.2.3.1) is voor een bewezenverklaring niet vereist dat het zedendelict als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het genoeg is als de verklaring van een slachtoffer op onderdelen voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Daarvan is in de onderhavige zaak sprake.

Deze handelingen werden voorafgegaan door en vergezeld van dwang en geweld. Verdachte heeft [slachtoffer] immers met kracht de bosjes ingetrokken en haar bij de keel gepakt. In de huidige Wet seksuele misdrijven wordt het gebruik van dwang en geweld als strafverzwarend aangemerkt.

Ook volgt uit de bewijsmiddelen dat het voor verdachte duidelijk was dat de wil bij [slachtoffer] , tot het ondergaan van de seksuele handelingen, ontbrak. Zij heeft zich immers van meet af aan, zowel fysiek als mondeling, hevig verzet.

De rechtbank is daarom van oordeel dat dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting (feit 1) en gekwalificeerde opzetaanranding (feit 2).

6. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 5 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

ten aanzien van feit 1

op 21 augustus 2025 te Amsterdam, met een persoon, te weten [slachtoffer] , seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het steken van een vinger in de vagina van die [slachtoffer] , terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang en geweld, door die [slachtoffer] in de bosjes te trekken en die [slachtoffer] bij de keel te pakken;

ten aanzien van feit 2

op 21 augustus 2025 te Amsterdam, met een persoon, te weten [slachtoffer] , seksuele handelingen heeft verricht, te weten het aanraken van de vagina en het kussen van die [slachtoffer] in haar gezicht, terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak, welke opzetaanranding werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang en geweld, door die [slachtoffer] in de bosjes te trekken en die [slachtoffer] bij de keel te pakken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

7. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9. Motivering van de straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 primair en onder 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft op klaarlichte dag een kwetsbare jonge vrouw op een gewelddadige manier verkracht en aangerand. Het slachtoffer kende verdachte niet. Verdachte is haar gevolgd vanaf het centrum van Amsterdam en heeft op de pont contact met haar gemaakt. Kort daarna, in de Tolhuistuin niet ver van de pont, heeft hij haar uiteindelijk de bosjes in getrokken, bij de keel gepakt en zich aan haar vergrepen. Ondanks het verzet van het slachtoffer is verdachte doorgegaan. Op de geluidsfragmenten in het dossier is het gegil en geschreeuw van het slachtoffer te horen, afgewisseld met momenten van stilte. De rechtbank gaat er van uit dat dit de momenten waren waarop verdachte het slachtoffer heeft belet geluid te maken, door zijn hand op haar mond te drukken. Verdachte heeft zich niet door het verzet van het slachtoffer laten weerhouden, ook niet door de omstanders die langsliepen en het tijdstip van de dag. Er zijn aanwijzingen in het dossier dat verdachte bereid was om nóg verder te gaan, hij had zijn broek immers al opengemaakt. Dankzij het optreden van getuige [naam getuige] heeft verdachte het slachtoffer losgelaten en is hij ervandoor gegaan. Zij heeft ingegrepen door de politie te bellen en heeft zich over het slachtoffer ontfermd.

Dit zijn zeer ernstige feiten waarbij inbreuk is gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van het slachtoffer. Het is volstrekt onduidelijk gebleven hoe en waarom verdachte dit heeft gedaan. Klaarblijkelijk heeft hij in het geheel niet stilgestaan bij de gevolgen van de feiten voor het slachtoffer en alleen gedacht aan zijn eigen behoeften en verlangens. Daarnaast draagt verdachte door zijn handelen ook sterk bij aan in de samenleving heersende gevoelens van angst en onveiligheid, juist voor gewelddadige verkrachtingen. Slachtoffers van feiten als de onderhavige ondervinden daarvan vaak langdurig psychisch nadelige gevolgen.

De persoon van verdachte

Verdachte heeft geen openheid van zaken gegeven. Over de persoon van verdachte is niets bekend geworden. Verdachte heeft een valse identiteit. Hij staat geregistreerd onder de naam, zoals opgenomen in dit vonnis, maar dit betreft niet zijn echte naam. Verdachte verblijft niet rechtmatig in Nederland. Tegen hem is een terugkeerbesluit uitgevaardigd met de beslissing dat hij verplicht is terug te keren naar Marokko. De psychiater die in het kader van de voorgeleiding van onderhavig strafproces een trajectconsult met verdachte heeft gehouden – maar geen diagnose heeft gesteld - houdt er rekening mee dat verdachte een stoornis voorwendt.

Op 5 februari 2026 is verdachte, tegen zijn wil (na dit meermaals te hebben geweigerd), maar vanwege zijn verschijningsplicht in deze zaak, door tien medewerkers van de parketpolitie naar de zittingszaal getild. Verdachte heeft iedere medewerking aan het strafproces geweigerd. De rechtbank heeft verdachte voldoende kans gegeven om een verklaring af te leggen over de onderhavige beschuldigingen en over zijn persoonlijke omstandigheden. Nu niets bekend is geworden over de persoon van verdachte kan de rechtbank, bij het bepalen van de strafmaat en de duur van de op te leggen straf, hier ook geen rekening mee houden.

De straf

Er is sprake van eendaadse samenloop van de feiten 1 en 2. Bij de straftoemeting zal daarom alleen de strafbepaling worden toegepast waarop de zwaarste hoofdstraf is gesteld, te weten artikel 243 (lid 2) Sr.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde feiten maakt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zoekt aansluiting bij de LOVS-oriëntatiepunten, waarin voor een verkrachting met geweld wordt uitgegaan van 36 maanden gevangenisstraf. De rechtbank ziet in dit geval geen reden om van deze oriëntatiepunten af te wijken.

De rechtbank legt verdachte daarom een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 55, 241 en 243 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 en feit 2

eendaadse samenloop van

gekwalificeerde opzetverkrachting

en

gekwalificeerde opzetaanranding.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,

mrs. A.M. Loots en M. Smayel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.R. Baart, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.M.C. van den Berg

Griffier

  • mr. M.R. Baart

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?