ECLI:NL:RBAMS:2026:2050

ECLI:NL:RBAMS:2026:2050

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer 13-015532-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bewezenverklaring eendaadse samenloop artikel 6 WVW 1994 (feit 1 primair) en artikel 8 lid 1 WVW 1994 (feit 2) . Verdachte heeft zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaain heeft gereden. Onder invloed van alcohol, over de verkeerde rijstrook (de lijnbusbaan) en door rood. Zwaar lichamelijk letsel. TS 180 urn en OBM 2 jaren vw prft 2 jrn.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/015532-25

Datum uitspraak: 26 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2000,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

verblijvend [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.M. van der Veen, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P.B.A. Acda, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is - samengevat - tenlastegelegd dat door zijn schuld op 27 augustus 2024 te Amsterdam een verkeersongeval heeft plaatsgevonden ten gevolge waarvan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht en/of zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, door onder invloed van alcohol een bedrijfsauto te besturen en niet te stoppen voor een rood uitstralend verkeerslicht, waardoor hij op de kruising tegen die [slachtoffer] is aangereden, dan wel (subsidiair) het zich dusdanig gedragen dat daardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt.

Daarnaast is aan verdachte tenlastegelegd dat hij een bedrijfsauto heeft bestuurd onder

invloed van alcohol (405 µg/L).

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage en geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) en de onder 2 ten laste gelegde overtreding van artikel 8 WVW kunnen worden bewezen.

Ten aanzien van het primaire feit 1 stelt de officier van justitie dat verdachte de in de tenlastelegging weergegeven feitelijke gedragingen heeft begaan en dat de mate van schuld kan worden gekwalificeerd als ernstige/grove schuld. Aan [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) is hierdoor zwaar lichamelijk letsel toegebracht.

Nu verdachte bovendien onder invloed was van alcohol, kan ook het onder 2 tenlastegelegde worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde, omdat hij langzamer reed dan de toegestane maximale snelheid (50 km/u waar 70 km/u was toegestaan) en verdachte in verwarring was over de route op de navigatie en de situatie ter plaatse. Verdachte was weliswaar onder invloed van alcohol, maar het promillage was niet zodanig hoog dat hij dronken was. Onder deze omstandigheden heeft hij onvoldoende acht geslagen op het overige verkeer, dat is een inschattingsfout, maar dit is niet voldoende voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 6 WVW. Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Wat betreft feit 2 heeft de raadsman geen verweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Op 27 augustus 2024 omstreeks 21:02 uur reed verdachte in een bedrijfsauto op de [straat 1] . Hij kwam vanuit de richting van de [straat 2] ) en reed in de richting van de [straat 3] . Op de zitting heeft verdachte verklaard dat hij op de twee rijstroken voor rechtdoor reed, maar dat zijn navigatie aangaf dat hij naar rechts moest. Tussen de twee rijstroken voor rechtdoor en voor rechtsaf bevindt zich een lijnbusbaan. Hij wist niet meer waar hij moest rijden. Verdachte is in eerste instantie op de rijstrook voor rechtdoor gereden en op dat moment werd het verkeerslicht oranje. Hierna is hij toch opgeschoven, over de lijnbusbaan, naar de rijstrook om rechtsaf te slaan. Op dat moment was dat verkeerslicht nog groen. Uiteindelijk is verdachte weer opgeschoven naar de twee rijstroken voor rechtdoor en toen was het verkeerslicht rood. De bijrijder heeft ook verklaard dat zij door rood zijn gereden.

Intussen reed het latere slachtoffer, [slachtoffer] , op zijn motor op de [straat 1] in tegengestelde richting en sloeg af om de afrit van de [snelweg] op te gaan. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij linksaf wilde slaan en dat hij heeft opgetrokken toen het groen werd.

Uit de gegevens van verkeersregelinstallatie (VRI) volgt dat verdachte het kruispunt heeft genaderd met een gemiddelde indicatieve snelheid die had gelegen tussen de 50 km/u en 53 km/u, waarbij een maximumsnelheid gold van 70 km/u. Verdachte passeerde een verkeerslicht dat rood licht uitstraalde en [slachtoffer] een verkeerslicht dat groen licht uitstraalde. Hierbij reed verdachte over de lijnbusbaan voor rechtdoorgaand verkeer.

Verdachte is vervolgens op het kruisvlak van de kruising met de voorkant van zijn voertuig tegen de zijkant van de motor van [slachtoffer] aangereden.

[slachtoffer] heeft ten gevolge van het ongeval een meervoudige enkelbreuk en knieletsel opgelopen. Hiervoor is hij behandeld in het AMC. Er hebben zes tot negen fixaties van de linkerenkel plaatsgevonden. Hij wacht op een operatie en zijn revalidatie gaat nog meerdere maanden duren.

Verdachte verkeerde onder invloed van alcohol (405 µg/L).

Beoordeling van feit 1 primair (artikel 6 WVW)

Schuld in de zin van artikel 6 WVW

Bij de beoordeling van de vraag of een verdachte schuld heeft aan een ongeval in de zin van artikel 6 WVW komt het volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het gaat daarbij om aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam verkeersgedrag waardoor het ongeval en de gevolgen daarvan zijn ontstaan.

Dit brengt mee dat niet in zijn algemeenheid valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van deze bepaling. Voorts verdient het opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.

Mate van schuld

Vaststaat dat verdachte meerdere beslissingen heeft genomen waarmee hij de verkeersregels heeft overtreden. Verdachte heeft onder invloed van alcohol een bedrijfsauto bestuurd en daarnaast was hij afgeleid, omdat hij bezig was met zijn navigatie. Verdachte wist niet goed hoe hij moest rijden en welke rijstrook hij moest nemen: de twee rijstroken voor rechtdoor of de rijstrook voor rechtsaf. Tussen de twee rijstroken voor rechtdoor en de rijstrook voor rechtsaf bevond zich een lijnbusbaan. Verdachte is twee keer gewisseld van rijrichting, waarbij hij niet heeft gekeken naar het overige verkeer. Uiteindelijk is verdachte toch rechtdoor gereden, maar niet over de juiste rijstrook. Hij is over de lijnbusbaan gereden. Hierbij heeft hij niet gelet op de verkeerslichten, waardoor hij door een rood verkeerslicht is gereden. Vervolgens heeft hij zich niet voldoende vergewist of het kruispunt vrij was van enig (kruisend) verkeer en is hij tegen een motor aangereden. Gelet op het voorgaande is verdachte naar het oordeel van de rechtbank ernstig tekortgeschoten in de voorzichtigheid en oplettendheid die van hem als bestuurder van een bedrijfsauto mag worden verwacht.

Gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval - zoals hiervoor overwogen - is de rechtbank van oordeel dat het ongeval aan verdachte zijn schuld te wijten is, omdat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden.

Zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank stelt vast dat het hiervoor omschreven letsel van [slachtoffer] , dat is veroorzaakt door het ongeval, van dien aard was dat meermaals medisch ingrijpen noodzakelijk was. Uit een verklaring van [slachtoffer] van 13 december 2024 blijkt bovendien dat hij nog niet is hersteld en dat zijn herstel nog meerdere maanden gaat duren. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat dit letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard.

Beoordeling van feit 2 (artikel 8 WVW)

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op hetgeen hiervoor onder 4.3.1. is vastgesteld, ook dit feit kan worden bewezen.

5. Bewezenverklaring

Op grond van de bewijsmiddelen in rubriek 4.3.1., waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat, acht de rechtbank bewezen dat verdachte:

1. primair

op 27 augustus 2024 te Amsterdam, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende over de [straat 1] , zich zodanig, te weten zeer onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

waardoor aan een ander, genaamd [slachtoffer] , zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten een meervoudige enkelbreuk en knieletsel,

bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft gereden over de [straat 1] , komende uit de richting van Amsterdam en gaande in de richting van de [straat 3] ,

terwijl verdachte onder invloed was van alcohol, en

terwijl verdachte zich niet op de juiste rijstrook bevond, te weten op de lijnbusbaan,

verdachte is rechtdoor het kruispunt met de toe- en afrit van de [snelweg] overgereden terwijl het in zijn richting gekeerde verkeerslicht voor rechtdoor rood licht uitstraalde, en

verdachte heeft zich er niet voldoende van vergewist dat de weg voor hem vrij was van enig (kruisend) verkeer,

verdachte heeft vervolgens de vanuit tegengestelde richting komende bestuurder van een motorfiets ( [slachtoffer] ), die linksaf was geslagen om de toerit van de [snelweg] op te rijden, niet voor laten gaan en is tegen die [slachtoffer] aangereden en/of aangebotst,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;

2.

op 27 augustus 2024 te Amsterdam, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 405 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

6. De strafbaarheid van de feiten en van verdachte

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar.

7. Motivering van de straffen

Vordering van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur zes maanden zal worden opgelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren zal worden opgelegd.

Strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft bepleit geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen en te volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een geldboete. Bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf verliest verdachte zijn baan en kan hij zijn schulden niet meer afbetalen. Dit is disproportioneel. Daarbij is verdachte schuldbewust, heeft hij openheid van zaken gegeven en zijn de feiten van langer geleden. Verdachte heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk. Hij woont in [land] , maar werkt in Nederland en andere Europese landen. Om die reden heeft de raadsman tevens verzocht aan verdachte een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft op 27 augustus 2024 zeer onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam rijgedrag vertoond. Hij is niet gestopt voor een voor hem rood uitstralend verkeerslicht en is een kruising opgereden waarbij hij zich er niet voldoende van heeft vergewist dat de weg voor hem vrij was, waardoor hij op de kruising tegen de motor van het slachtoffer is aangereden. Dit terwijl hij onder invloed was van ongeveer tweemaal de toegestane hoeveelheid alcohol. Het slachtoffer heeft als gevolg van het ongeluk een meervoudige enkelbreuk, waarvoor meerdere fixaties nodig zijn geweest, en knieletsel opgelopen. Vier maanden na het ongeluk heeft het slachtoffer verklaard dat hij nog niet hersteld is en dat zijn revalidatie nog maanden gaat duren. Hiermee heeft verdachte het slachtoffer veel leed veroorzaakt. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 22 oktober 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Straffen

Bij het bepalen van de (hoogte van) de straffen neemt de rechtbank, gelet op het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt, als uitgangspunt het oriëntatiepunt dat rechtbanken hebben vastgesteld in het geval van het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van ernstige schuld, zwaar lichamelijk letsel en gebruik van alcohol (< 570 µg/L), te weten een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren. De rechtbank ziet reden om van dit oriëntatiepunt af te wijken. Zowel qua ernst van het zwaar lichamelijke letsel als de mate van onvoorzichtigheid wordt naar het oordeel van de rechtbank de ondergrens benaderd. Daarnaast dateren de feiten - waarbij sprake is van eendaadse samenloop - van ongeveer anderhalf jaar geleden en is het van groot belang dat verdachte zijn werk niet verliest (waarvoor hij een rijbewijs nodig heeft), omdat reeds sprake is van schuldenproblematiek en verdere instabiliteit op deze leefgebieden negatief zal bijdragen aan het (algemene) risico op recidive. Nu verdachte een adres heeft in [land] waar hij bereikbaar is en post kan ontvangen en hij regelmatig langere tijd in Nederland verblijft vanwege zijn werk, is het niet onmogelijk om een taakstraf uit te voeren in Nederland. Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor een duur van twee jaren passend en geboden. Verdachte is schuldbewust en realiseert zich dat hij ernstige verkeersfouten heeft begaan. De rechtbank denkt dat met een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid verdachte voldoende doordrongen zal worden van de noodzaak zich voortaan aan de verkeersregels te houden, niet te rijden met alcohol op en beter op te letten.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5. is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van:

ten aanzien van feit 1 primair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

en ten aanzien van feit 2

overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

ten aanzien van feit 1 primair en feit 2

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen.

ten aanzien van feit 1 primair

Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 2 (twee) jaren.

Beveelt dat deze bijkomende straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. I. Timmermans, voorzitter,

mrs. A.A. Spoel en D. Bode, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. van Gerven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Timmermans

Griffier

  • mr. S. van Gerven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?