RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
1. [gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11022870 CV EXPL 24-3371
vonnis van: 20 februari 2026
fno.: 58865
I n z a k e
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V. h.o.d.n. [handelsnaam]
gevestigd te [handelsnaam]
eiseres
gemachtigde: Jongerius Gerechtsdeurwaarders/Juristen/Incasso B.V.
t e g e n
beiden wonende te [woonplaats]
gedaagden
niet verschenen.
Bij dagvaarding van 27 maart 2024, met producties, heeft eiseres tegen gedaagden een vordering ingesteld.
Gedaagden hebben geen uitstel verzocht en evenmin geantwoord. Tegen hen is verstek verleend, waarna vonnis is bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Ambtshalve toetsing
1. Eiseres vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 3.279,57 aan hoofdsom, € 58,18 wegens wettelijke rente en € 452,96 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de rente over de hoofdsom en veroordeling van gedaagden in de proceskosten.
2. Eiseres stelt dat zij op of omstreeks 19 april 2023 in opdracht en voor rekening van gedaagden notariële werkzaamheden heeft verricht die bestonden uit het adviseren, het opmaken van een samenlevingsovereenkomst en het opmaken van een tweetal testamenten. Eiseres stelt de verrichte werkzaamheden middels factuur in rekening te hebben gebracht bij gedaagden, maar gedaagden hebben deze, ondanks sommatie, onbetaald gelaten.
3. In de dagvaarding is niets gesteld over de hoedanigheid van gedaagden, maar uit de toelichting blijkt dat de werkzaamheden voor gedaagden bestonden uit het adviseren, het opmaken van een samenlevingsovereenkomst en het opmaken van een tweetal testamenten. Daarom wordt vermoed dat gedaagden hebben gehandeld in de hoedanigheid van consumenten. De overeenkomst tussen eiseres en gedaagden wordt daarom aangemerkt als een consumentenovereenkomst, zodat ambtshalve moet worden onderzocht of eiseres heeft voldaan aan haar informatieplichten van afdeling 2b van titel 5 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en of in de overeenkomst die tussen partijen is gesloten oneerlijke bedingen zijn opgenomen in de zin van Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen). In dat kader is ook het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 januari 2023 van belang (ECLI:EU:C:2023:14).
Informatieplichten
4. Afhankelijk van de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen (mondeling of schriftelijk, binnen of buiten de verkoopruimte of op afstand (bijvoorbeeld online)) moeten (onder meer) de desbetreffende informatieplichten worden getoetst. De overeenkomst is niet in het geding gebracht en uit de dagvaarding en de overgelegde stukken blijkt ook niet hoe de overeenkomsten tot stand is gekomen. Eiseres krijgt nog de gelegenheid dit toe te lichten, waarbij zij voorts kan toelichten of, en zo ja, hoe zij heeft voldaan aan de betreffende informatieplichten.
Oneerlijke bedingen
5. Naast de toets van de informatieplichten, moet ambtshalve worden beoordeeld of de bedingen in de tussen partijen gesloten overeenkomst (waaronder eventuele algemene voorwaarden) eerlijk zijn. Eiseres heeft de tussen partijen gesloten overeenkomst noch eventuele algemene voorwaarden in het geding gebracht, zodat niet getoetst kan worden of de daarin opgenomen bedingen die betrekking (kunnen) hebben op het gevorderde, eerlijk zijn. Zo moet onder meer worden beoordeeld of het prijsbeding voldoende transparant is vermeld in de overeenkomst, omdat als dat niet het geval is, moet worden getoetst of het prijsbeding eerlijk is (artikel 4 lid 2 van de richtlijn oneerlijke bedingen). Eiseres wordt daarom verzocht de overeenkomst in het geding te brengen en toe te lichten of er algemene voorwaarden van toepassing zijn, en zo ja, de van toepassing zijnde algemene voorwaarden eveneens in het geding te brengen, onder verwijzing naar de bedingen die ten grondslag (kunnen) worden gelegd aan de vordering en zich voorts uit te laten over de eventuele oneerlijkheid daarvan en toe te lichten hoe de algemene voorwaarden destijds aan gedaagden ter hand zijn gesteld.
6. In het vervolg moet eiseres bovendien in iedere zaak waarbij de gedaagde is aan te merken als een consument, haar stellingen zoals hiervoor vermeld nader toelichten.
7. De zaak wordt naar de rol verwezen waar eiseres zich bij akte kan uitlaten zoals hiervoor is overwogen. Zij dient de gevraagde toelichting en eventuele stukken, inclusief dit vonnis, tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting aan gedaagden te sturen, met de mededeling dat en hoe zij daarop op die rolzitting kunnen reageren dan wel daarvoor uitstel kunnen vragen. Eiseres wordt in dat kader verzocht naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagden in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagden is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
BESLISSING
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 20 maart 2026 om 10.00 uur voor het nemen van akte door eiseres, waarin zij zich kan uitlaten zoals hiervoor is omschreven;
bepaalt dat eiseres de akte tenminste twee weken vóór deze rolzitting aan gedaagden moet sturen, zoals onder rov. 7 hiervoor is bepaald;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 in tegenwoordigheid van mr. H. El-Falah, griffier.