RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13/261763-22 (zaak A) en 16/005015-23 (zaak B) (eerder ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu uit andere hoofde gedetineerd in het [naam PI] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N.J. Ros, en van wat verdachte en de uit hoofde van artikel 509c Sv toegevoegde raadsvrouw, mr. N.W.A. Dekens, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden partijen Apollo Hotel Amsterdam, Pestana Amsterdam Riverside en Hotel Theater Figi en van hetgeen door [naam] , namens Pestana Amsterdam Riverside, naar voren is gebracht.
2. Tenlasteleggingen
Aan verdachte is – kort samengevat – tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
Zaak A
Zaak B
Oplichting van (medewerkers van) Hotel Theater Figi door hen te bewegen tot het verlenen van een dienst in de vorm van één of meerdere overnachtingen in de periode van 24 december 2022 tot en met 5 januari 2023 in Zeist.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt hier als ingevoegd.
3. Waardering van het bewijs
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de (primair) tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte zich telkens heeft voorgedaan als een bonafide hotelgast. De reserveringen zijn telkens gemaakt onder vernoeming van het bedrijf Legal Unity, terwijl dit bedrijf niet bestaat. Tot slot blijkt uit het feit dat bij meerdere hotels in een achtereenvolgende periode geen (volledige) betaling is verricht dat verdachte wist dat de creditcards die hij gebruikte niet geschikt waren voor betaling van de hotelrekeningen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken, nu niet kan worden bewezen dat er sprake is van oplichting.
Oordeel van de rechtbank
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan de rechtbank vaststellen dat verdachte in een aantal hotels heeft overnacht dan wel gebruik heeft gemaakt van maaltijden en dranken in de hotels en dat de rekening daarvoor niet is betaald. Dit enkele feit maakt nog niet dat er sprake is van oplichting. Om in dit geval te kunnen komen tot bewezenverklaring van oplichting moet de rechtbank allereerst kunnen vaststellen waardoor de hotels zijn bewogen tot het beschikbaar stellen van een kamer, met andere woorden, wat het oplichtingsmiddel is geweest. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de hotels zijn opgelicht doordat verdachte zich heeft voorgedaan als een bonafide gast, terwijl hij dat niet was.
Naar het oordeel van de rechtbank kan dat niet worden bewezen op grond van het voorliggende dossier. Uit het dossier wordt namelijk niet duidelijk hoe het reserveringsproces bij de hotels is verlopen, mede omdat slechts in twee gevallen een reserveringsmail in het dossier aanwezig is. Ook de gang van zaken rondom het inchecken blijkt niet voor alle hotels. Uit de verklaringen van de hotelmedewerkers blijkt wel dat aan verdachte een kamer beschikbaar is gesteld, maar de rechtbank kan niet in alle gevallen vaststellen, op grond waarvan de hotels daartoe zijn bewogen. Voor bewezenverklaring van oplichting is voorts vereist, dat verdachte op het moment dat hij de hotels heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van kamers, opzet had op het niet betalen van de rekeningen. Op basis van het dossier kan niet worden bewezen dat verdachte reeds bij het reserveren of inchecken opzet had op het niet betalen van de rekening. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit niet kan worden afgeleid uit het feit dat verdachte in een langere periode bij meerdere hotels niet (volledig) heeft betaald. Uit de aangifte van het Park Hotel volgt namelijk dat verdachte van 1 tot 4 juli 2022 ook in het hotel heeft verbleven en toen wel de rekening heeft betaald. Dit valt midden in de periode van de tenlastegelegde feiten.
Tot slot overweegt de rechtbank dat uit de informatie over de geestelijke gesteldheid van verdachte valt op te maken dat verdachte ervan overtuigd is dat hij een succesvol juridisch bedrijf heeft met een bovenmodaal salaris. Het optreden van verdachte op de zitting sluit aan bij het beeld dat daarover oprijst in de gedragskundige rapportages. De rechtbank acht het daarom goed mogelijk dat verdachte in de veronderstelling was dat hij de rekeningen kon betalen. Dat betekent dat weliswaar kan worden vastgesteld dat verdachte civielrechtelijk laakbaar heeft gehandeld waardoor de hotels zijn benadeeld, maar dat niet kan worden bewezen dat strafrechtelijk sprake was van oplichting. Gelet op het voorgaande zal verdachte worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.
4. De vorderingen van de benadeelde partijen
De benadeelde partijen zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partijen en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.
5. Beslag
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
Alle in beslag genomen voorwerpen behoren aan verdachte toe en dienen aan hem te worden geretourneerd, omdat verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.
6. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart de in zaak A en zaak B tenlastegelegde feiten niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Beslag
Gelast de teruggave aan [verdachte] van:
Vorderingen tot schadevergoeding
Verklaart de benadeelden partijen Apollo Hotel Amsterdam, Pestana Amsterdam Riverside en Hotel Theater Figi niet-ontvankelijk in hun vordering.
Bepaalt dat de benadeelden partijen en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.A. Spoel, voorzitter,
mrs. D. Bode en I. Timmermans, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.D. Hartman en L.J. Bekker, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2026.