ECLI:NL:RBAMS:2026:2220

ECLI:NL:RBAMS:2026:2220

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer 13-340615-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Pools executie-EAB, overlevering toestaan, artikel 12 OLW, verzamelvonnis, meerdere vonnissen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-340615-25 (EAB 1)

Datum uitspraak: 25 februari 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 17 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 26 juli 2021 door the Circuit Court in Warszawa - Praga in Warsaw, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] (Polen),

van Poolse nationaliteit,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

nu gedetineerd in [detentieadres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 februari 2026, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een verzamelvonnis van the District Court in Legionowo van 14 november 2019 met kenmerk II K 798/19.

Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 12 januari 2026 volgt dat aan dit verzamelvonnis ten grondslag liggen:

- een vonnis van the District Court in Legionowo van 10 mei 2018 met kenmerk

II K 612/17;

- een vonnis van the District Court Warsawa Praga-Poludnie van 26 juli 2016 met kenmerk III K 321/13.

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar en twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaar, zes maanden en dertien dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde verzamelvonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich ten aanzien van het verzamelvonnis van 14 november 2019 en het vonnis van 10 mei 2018 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het vonnis van 22 juli 2016 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd omdat uit onderdeel d), zoals toegestuurd bij de aanvullende informatie van 12 januari 2026, blijkt dat de door de opgeëiste persoon gemachtigde advocaat niet ter zitting is verschenen. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om nadere informatie, dan wel een verzetgarantie, op te vragen bij de Poolse autoriteiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van het verzamelvonnis van 14 november 2019 en het vonnis van 10 mei 2018 primair op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon is opgeroepen voor de zittingen. Voor wat betreft het verzamelvonnis van 14 november 2019 heeft de officier van justitie subsidiair het standpunt ingenomen dat kan worden afgezien van toepassing van de weigeringsgrond, omdat de opgeëiste persoon kennelijk afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten.

Ten aanzien van het vonnis van 22 juli 2016 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon vertegenwoordigd is door een gemachtigd advocaat. Uit onderdeel d), zoals toegestuurd bij de aanvullende informatie van 12 januari 2026, blijkt dat de advocaat slechts op de zitting van de uitspraak niet aanwezig is geweest.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het verzamelvonnis van the District Court in Legionowo van 14 november 2019 met zaaknummer II K 798/19

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verzamelvonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Onderdeel d) van het originele Poolse EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon op 4 pazdziernika (de rechtbank begrijpt: oktober) 2019 in persoon is opgeroepen en gedagvaard, waarbij hij is geïnformeerd over de datum, het tijdstip en de plaats van het proces en hij erop is gewezen dat een beslissing kan worden genomen indien hij niet verschijnt. Deze datum van de oproep is niet overgenomen in de vertaling van het EAB. De rechtbank beoordeelt dit als een vergissing van de vertaler en zal de vertaling verbeterd lezen. De situatie als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW doet zich voor, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.

Ten aanzien van het vonnis van the District Court in Legionowo van 10 mei 2018 met zaaknummer II K 612/17

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Onderdeel d) zoals toegestuurd bij aanvullende informatie van

12 januari 2026 vermeldt dat de opgeëiste persoon op 5 maart 2018 in persoon is opgeroepen en gedagvaard, waarbij hij is geïnformeerd over de datum, het tijdstip en de plaats van het proces en erop is gewezen dat een beslissing kan worden genomen indien hij niet verschijnt. De situatie als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW doet zich dus voor, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.

Ten aanzien van het vonnis van the District Court in Warszawa Praga-Południe in Warsaw van 22 juli 2016 met zaaknummer III K 321/13

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Op grond van de aanvullende informatie van 12 januari 2026 en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces, een advocaat heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren, en dat deze advocaat tijdens het proces zijn verdediging ook daadwerkelijk heeft gevoerd. Het enkele feit dat de advocaat niet aanwezig was bij de zitting waarop de uitspraak is gedaan doet daar niet aan af. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

4. Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

mishandeling;

poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden;

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45, 300 en 311 Wetboek van Strafrecht, 2 en 10 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW.

7. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Warszawa - Praga in Warsaw voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 februari 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Westerman

Griffier

  • mr. M.J. Gauneau

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand