ECLI:NL:RBAMS:2026:2306

ECLI:NL:RBAMS:2026:2306

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer C/13/782088 / JE RK 26-60
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder is niet beschikbaar voor de minderjarige. Onvoldoende vertrouwen dat de moeder zal aansluiten bij de hulpverlening.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

zaakgegevens : C/13/782088 / JE RK 26-60

datum uitspraak: 4 februari 2026

beschikking ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,advocaat mr. S. Toughza te Amsterdam;

[de vader] hierna te noemen de vader,wonende te [woonplaats 2] ,mr. M.M.C. van Riet te Amsterdam;

Jeugdbescherming Regio Amsterdam,hierna te noemen JBRA,

gevestigd te Amsterdam.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de Raad, ingekomen op 21 januari 2026;

- de door de moeder overgelegde producties, ingekomen op 3 februari 2026.

Op 4 februari 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Verschenen en gehoord zijn:- [medewerker Raad voor de Kinderbescherming] , namens de Raad;- [medewerker jeugdbescherming] , namens JBRA;- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

2. De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] de kinderen wordt uitgeoefend door de moeder en de vader.

[minderjarige] verblijft sinds september 2025 bij de vader.

Bij beschikking van 5 november 2025 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van JBRA, met ingang van 5 november 2025 voor de duur van twee weken. Tevens is ten aanzien van [minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor verblijf bij de vader met gezag, met ingang van 5 november 2025 voor de duur van twee weken. Het overige verzochte is aangehouden.2.4. Bij beschikking van 12 november 2025 is de beslissing van 5 november 2025 gehandhaafd en is aansluitend [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van JBRA tot 5 februari 2026. Tevens is ten aanzien van [minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor verblijf bij de vader tot 5 februari 2026.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige] te verlenen voor verblijf bij de vader voor de duur van zes maanden.

4. De standpunten

De Raad voert aan, kort en zakelijk weergegeven, dat er sprake is van een ernstige bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . Er zijn zorgen over de thuissituatie van [minderjarige] bij de moeder en wat zij de afgelopen periode heeft meegemaakt. Er zijn zorgen over het alcoholgebruik van de moeder. Daarnaast is [minderjarige] getuige geweest van geweld tussen de moeder en haar ex-partner(s). De zorgen worden ook geuit door Veilig Thuis en de politie. De moeder ontkent de zorgen die worden geuit. Zij geeft aan geen alcoholprobleem te hebben en de zorgen over de ruzies met haar ex-partner(s) wordt door de moeder gebagatelliseerd. De moeder is aangemeld bij Jellinek, maar de reden waarom zij daarnaar toe gaat is niet omdat zij zelf vindt dat zij hulp kan gebruiken, maar om te bewijzen dat zij geen probleem heeft.

De vader maakt zich zorgen over het middelengebruik van de moeder. Het probleem van de moeder bestaat volgens de vader al meer dan tien jaar.

[minderjarige] heeft het fijn bij de vader. Er wordt door zowel de vader als school gezien dat [minderjarige] meer vertelt en meer open is over wat haar bezighoudt sinds zij bij de vader verblijft. Er is ook geen sprake meer van schoolverzuim. Spoedhulp heeft de situatie onderzocht en is van mening dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij op dit moment bij de vader verblijft. De positieve ontwikkeling die nu voorzichtig te zien is, sinds [minderjarige] bij de vader verblijft, moet worden voortgezet. Wel is de vader ontevreden over de samenwerking met JBRA en voelt hij zich niet serieus genomen. Daar moet aan gewerkt worden. Ook is het belangrijk dat [minderjarige] en de moeder elkaar regelmatig zien, mits de moeder niet onder invloed van alcohol is.

De moeder is op dit moment onvoldoende bereid en/of in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren, doordat zij de zorgen niet erkent en bagatelliseert. De verwachting is dat de moeder en de vader de verantwoordelijkheid voor de verzorging en

opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kunnen dragen.Een ondertoezichtstelling van [minderjarige] en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzie van [minderjarige] is noodzakelijk.

De Raad heeft ter zitting nog aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, dat de moeder liefdevol is naar [minderjarige] toe en dat zij een goede band heeft met [minderjarige] . Echter is [minderjarige] op dit moment niet veilig bij de moeder omdat er bij de moeder sprake is van middelengebruik en er zorgen zijn over huiselijk geweld, waarvan [minderjarige] getuige is geweest. Dit blijkt uit meerdere meldingen vanuit Veilig Thuis en de politie. [minderjarige] geeft ook zelf aan dat zij zorgen heeft over de moeder.Er dient hulp ingezet te worden omdat de situatie voor [minderjarige] opgelost dient te worden. De moeder erkent de problematiek niet en komt de veiligheidsafspraken niet na. De moeder is een goede moeder, maar alleen zonder het gebruik van alcohol en het binnenlaten van onveilige partners.[minderjarige] is veilig bij de vader. De termijn van zes maanden ten aanzien van de uithuisplaatsing is een haalbare termijn voor terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder als de moeder hulp zoekt.

JBRA voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat de moeder een beschikbare moeder is als zij geen alcohol gebruikt en niet met onveilige personen omgaat. De moeder heeft elke week omgang met [minderjarige] en dat gaat goed. Er dient hulpverlening voor de moeder te worden ingezet om de omgang te kunnen uitbreiden en ook is er hulpverlening voor [minderjarige] nodig. In de komende zes maanden zal het perspectief van [minderjarige] moeten worden bekeken.

De moeder voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat zij altijd aan alles heeft meegewerkt, maar JBRA heeft onvoldoende duidelijk gemaakt wat er van haar wordt verwacht. JBRA is ook nooit bij haar thuis geweest. Er is in het rapport van de Raad alleen informatie van mensen opgenomen die haar niet kennen. Het rapport is eenzijdig. Hetgeen er in het rapport wordt weergegeven over haar alcoholgebruik is onjuist. Zij heeft geen problemen met alcohol. Haar ex-partner is niet meer in beeld. Zij gaat binnenkort starten met schema therapie en zij staat op de wachtlijst bij Jellinek. Zij is eerder bij Verslavingszorg van Spoor 6 geweest en heeft zich daar opengesteld, maar Spoor 6 geeft aan geen probleem te zien dus daar kan ze geen behandeling starten. Zij wil dat [minderjarige] weer bij haar komt wonen.

De advocaat van de moeder voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat de moeder zich altijd aan de (veiligheids)afspraken heeft gehouden. Er worden in het rapport van de Raad aannames gedaan, zonder dat die worden onderbouwd. Er is geen sprake van alcoholgebruik door de moeder. Spoor 6 ziet geen probleem bij de moeder. De moeder heeft zich aangemeld voor therapie. De moeder heeft geen contact meer met haar ex-partner. Uit de omgangsverslagen blijkt dat de moeder het goed doet als moeder en dat het contact tussen [minderjarige] en de moeder goed is. Er moeten concrete stappen gezet worden. Het doel is dat [minderjarige] teruggeplaatst wordt bij de moeder, zodat het bepalen van het perspectief van [minderjarige] niet aan de orde is. Het verzoek van de Raad dient te worden afgewezen.

De vader voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat hij [minderjarige] perspectief wil bieden. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt in haar leven. Het is belangrijk dat [minderjarige] kind kan zijn. In het belang van [minderjarige] verblijft hij momenteel in de woning van zijn moeder in [plaats] . Het liefst zou hij naar zijn eigen woning in het oosten van het land teruggaan, samen met [minderjarige] . Hij hoopt dat dit binnen niet al te lange termijn tot de mogelijkheden zal behoren.

De advocaat van de vader voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat de vader de zorgen die in het rapport van de Raad worden benoemd herkend. De vader is blij dat hij [minderjarige] een plek kan bieden. De vader staat achter het verzoek van de Raad.

5. De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige] in haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. [minderjarige] is jarenlang getuige geweest van een onveilige opvoedsituatie bij de moeder. Voldoende is gesteld en gebleken dat de moeder regelmatig alcohol gebruikt. [minderjarige] is echter niet alleen blootgesteld aan het alcoholgebruik van de moeder en getuige geweest van geweld tussen haar moeder en haar ex-partner(s), maar ook aan de vele spanningen tussen de moeder en de vader. Die zorgen worden, naast Veilig Thuis en de politie, ook door [minderjarige] zelf geuit. Er is geen twijfel over het liefdevolle gedrag van de moeder naar [minderjarige] toe, maar het alcoholgebruik en het contact met haar ex-partner(s) maakt de thuissituatie onveilig. Het is schrijnend dat zowel de moeder als de vader aangeven dat [minderjarige] veel heeft meegemaakt, maar dat er tot op heden geen hulpverlening voor [minderjarige] is ingezet. [minderjarige] dient door de moeder en de vader in haar ontwikkeling te worden ondersteund en waar nodig wordt hulpverlening voor haar ingezet. [minderjarige] dient de ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden te verwerken en JBRA zal daar een passende vorm van hulpverlening voor dienen te vinden.

Op dit moment is het onvoldoende duidelijk of de hulpverlening voor de moeder gaat aansluiten bij de problematiek die door JBRA en de Raad wordt gezien, in het bijzonder of de behandeling die moeder voorstaat gericht is op de juiste hulpvragen. JBRA zal, in het kader van de ondertoezichtstelling, zicht moeten krijgen op de behandelingen die moeder aangaat en de kinderrechter verwacht ook dat er contact zal worden opgenomen met de hulpverlening om af te stemmen wat nodig is. De kinderrechter hoopt dat moeder zal gaan inzien dat hulp op het gebied van verslavingsproblematiek zeer belangrijk is. Voor zover dat op dit moment in de ogen van de moeder geen probleem is, zal dat altijd een zwakke plek blijven gezien de zorgen die rondom dit gebruik lange tijd hebben gespeeld en ook in het recente verleden nog naar voren zijn gekomen. Voor de veiligheid van [minderjarige] moet risico op misbruik van alcohol uitgesloten zijn. De moeder moet daaraan gaan werken. Een behandeling is dus prioriteit. En voor een behandeling moet er motivatie zijn, dus de moeder zal een knop op moeten gaan zetten. Indien de moeder van mening is dat haar alcoholgebruik geen probleem meer is, verwacht de kinderrechter dat zij dat aantoont en dat JBRA en de moeder overeenstemming zullen vinden over de wijze waarop de moeder dat kan aantonen.

De vader wil het beste voor [minderjarige] en zal er alles aan doen wat in het belang is van [minderjarige] , maar het ontbreekt de vader in vertrouwen in de hulpverlening omdat de vader zich jaren onvoldoende gehoord heeft gevoeld. JBRA zal dat vertrouwen dienen te herstellen. Het is belangrijk dat JBRA de regie gaat voeren zodat zij naast [minderjarige] staat en in haar belang beslissingen zal nemen als de moeder en de vader het niet met elkaar eens zijn. Er is geen vertrouwen in hulpverlening vanuit een vrijwillig kader.5.2. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.

Op dit moment zijn de bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] waaraan in ieder geval gewerkt moet worden: - [minderjarige] is geen slachtoffer/getuige van verbaal en fysiek geweld tussen moeder en haar ex-partner(s);- [minderjarige] heeft een moeder die bezig is met haar eigen proces, zonder middelengebruik en door therapie te volgen;

- [minderjarige] heeft een vaste en stabiele omgangsregeling met de moeder;

- [minderjarige] wordt gestimuleerd in haar ontwikkeling door haar opvoeders/ verzorgers en de inzet van hulpverlening;- [minderjarige] kan ingrijpende gebeurtenissen verwerken, bijvoorbeeld door middel van words&pictures;- in het belang van [minderjarige] is het belangrijk dat JBRA moeder duidelijk maakt welke hulpverlening/behandeling van haar wordt verwacht teneinde [minderjarige] weer een veilig thuis te kunnen bieden en er is afstemming hierover tussen JBRA en haar hulpverlening;- [minderjarige] heeft ouders die op een neutrale manier met elkaar kunnen communiceren en op een constructieve manier kunnen samenwerken met de hulpverlening;- [minderjarige] heeft binnen een half jaar duidelijkheid over haar toekomstperspectief;- er worden met de moeder afspraken gemaakt waar zicht op dient te komen en waar de moeder aan dient te voldoen.

De kinderrechter zal [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. Die termijn is nodig gezien de problematiek en om te werken aan de hiervoor gestelde te doelen.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat een uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, zoals vermeld in artikel 1:265b van het Burgerlijk Wetboek. Deze uithuisplaatsing moet bij vader zijn. Dat is op dit moment in het belang van [minderjarige] . Bij de vader krijgt [minderjarige] de rust, regelmaat, stabiliteit, voorspelbaarheid en veiligheid die zij nodig heeft. Vanuit de woonsituatie bij de vader kan [minderjarige] zich verder ontwikkelen. Een terugkeer naar de moeder is op dit moment niet aan de orde. De moeder erkent de zorgen niet en de moeder moet nog starten met hulpverlening. De moeder kan op dit moment niet bieden wat [minderjarige] nodig heeft. In het belang van [minderjarige] dient binnen afzienbare tijd duidelijkheid te zijn over het opgroeiperspectief van [minderjarige] , waarbij het uitganspunt is dat wordt toegewerkt naar terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder, maar dat kan alleen zonder het gebruik van alcohol en het binnenlaten van onveilige partners. De moeder zal zich dat goed dienen te realiseren; zij is aan zet om te zorgen dat [minderjarige] weer veilig bij haar kan wonen. Intussen zal JBRA ervoor zorgen dat de structurele omgang tussen de moeder en [minderjarige] gecontinueerd wordt en, indien de veiligheid van [minderjarige] kan worden gewaarborgd, ook wordt uitgebreid. Tot slot is het belangrijk dat JBRA regie voert teneinde omgang tussen [minderjarige] en haar broer [naam broer] te organiseren.

De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de duur van zes maanden.

Er zal worden beslist als na te melden.

6. De beslissing

De kinderrechter:

- stelt [minderjarige] onder toezicht van Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, met ingang van 4 februari 2026 tot 4 februari 2027;

- verleent een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige] , voor verblijf bij de vader met gezag, met ingang van 4 februari 2026 tot 4 augustus 2026;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. van Luijck, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026, in tegenwoordigheid van P.A.W. van Schaick, griffier.

Deze beschikking is schriftelijk uitgewerkt op 16 februari 2026.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof

Amsterdam.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand