beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/783640 / FA RK 26-1423
Beschikking van 23 februari 2026
betreffende de minderjarige
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2012 te [geboorteplaats] , Roemenië, hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. M.R.P. Hoppenbrouwers te Amsterdam.
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,gevestigd te [vestigingsplaats] ,hierna te noemen LdH.Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:de Raad voor de Kinderbescherming,regio Amsterdam,hierna te noemen de Raad.
1. De procedure
De kinderrechter heeft op 4 februari 2026 een beschikking gegeven (zaaknummer C/13/778527 / JE RK 25-821), waarbij [minderjarige] onder toezicht is gesteld van LdH, met ingang van 4 februari 2026 tot 4 november 2026. Tevens is ten aanzien van [minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, voor verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 4 februari 2026 tot 4 november 2026.Het meerdere verzochte is aangehouden.
2. De beoordeling
In voormelde beschikking van 4 februari 2026 is, voor zover hier van belang, vermeld:
“5.10. Voorts acht de kinderrechter het van belang dat een advocaat wordt toegewezen aan [minderjarige] om diens belangen te behartigen. Niet valt uit te sluiten dat de moeder zich gaat verzetten tegen de verleende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] en dat zij niet zal meewerken aan gezagsbeslissingen aangaande [minderjarige] .
[minderjarige] lijkt het nu geen probleem te vinden dat hij geen contact met zijn moeder heeft, maar gezien de situatie zou het ook kunnen zijn dat hij niet goed zijn stem durft te laten horen, omdat hij bang is dat hij de stabiliteit die hij nu ervaart, weer verliest. De kinderrechter gunt hem een advocaat met wie hij kan bespreken hoe hij zijn stem kan laten horen, zonder dat hij zijn eigen belangen zou schaden. De rechtbank zal de advocaat als bijzondere curator benoemen. Deze benoeming wordt opgenomen in een aparte beschikking.”Gelet op het voorgaande zal de rechtbank in deze beschikking een advocaat als bijzondere curator benoemen, zodat die de belangen van [minderjarige] kan behartigen. Deze bijzondere curator kan [minderjarige] zijn stem laten horen en kan zo nodig contact met de moeder opnemen en waar nodig eventueel bemiddelend optreden tussen [minderjarige] en de moeder.
De bijzondere curator wordt ook verzocht informatie en duidelijkheid te vergaren ten aanzien van de wensen van [minderjarige] voor wat betreft zijn verblijf in Nederland en het contact met zijn moeder, alsmede (te zijner tijd) over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige] , voor de periode van 4 november 2026 tot 4 februari 2027.
De rechtbank zal mr. V.W.J.M. Kuit, kantoorhoudende te Amsterdam, benoemen tot bijzondere curator.
Er zal worden beslist als na te melden.
3. De beslissing
De rechtbank:
- benoemt voor de duur van de thans toegewezen ondertoezichtstelling tot bijzondere curator over [minderjarige] :
mr. V.W.J.M. Kuit, advocaat,[adres]
[postcode] [plaats] ;
- verzoekt de bijzondere curator uiterlijk voorafgaand aan de (nog te plannen) zitting waarbij het meerdere verzochte omtrent de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige] wordt behandeld, dan wel zo veel eerder als de bijzondere curator daar aanleiding toe ziet, de rechtbank te informeren als hiervoor weergegeven (onder gelijktijdige verstrekking van de informatie aan de Raad, LdH en de advocaat van de moeder);
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. A. van Luijck, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026, in tegenwoordigheid van P.A.W. van Schaick als griffier.