RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/780138 / HA ZA 25-1813
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
QRED BANK AB,
te Stockholm (Zweden),
eisende partij,
hierna te noemen: Qred Bank,
advocaat: mr. S.L. Ketting,
tegen
1. HOLIDAY SPORT B.V.
hierna te noemen: Holiday Sport,
te Lochem,2. [gedaagde 2]
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Holiday Sport c.s.,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties,
- het tegen Holiday Sport c.s. verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Rechtsmacht
Qred Bank stelt dat op grond van de forumkeuze van partijen in artikel 27 van de Algemene Voorwaarden deze rechtbank bevoegd is. Gezien deze (onweersproken) forumkeuze is op grond van artikel 25 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I bis-Vo) de rechter in deze rechtbank bevoegd tot kennisneming van dit geschil. Uit de stukken en onweersproken stellingen van Qred Bank leidt de rechtbank af dat daadwerkelijk wilsovereenstemming tussen partijen heeft bestaan op dit punt.
Toepasselijk recht
In deze zaak moet het toepasselijke recht worden vastgesteld aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I). In artikel 27 van de Algemene Voorwaarden is een (onweersproken) rechtskeuze gedaan voor Nederlands recht. Daarmee is krachtens artikel 3 Rome I Nederlands recht van toepassing op dit geschil voor zover het betrekking heeft op de verbintenissen uit de overeenkomst van partijen.
De verdere beoordeling
Qred Bank heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Een kopie van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
Qred Bank vordert Holiday Sport c.s. te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 3.930,85 voor kosten deurwaardersexploten, € 714,00 voor griffierecht en € 3.502,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 3.502,00), totaal € 8.146,85. Nu niet meer kan worden toegewezen dan gevorderd zal een bedrag van € 3.476,17 aan beslagkosten worden toegewezen.
Holiday Sport c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Qred Bank worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
6.147,00
- salaris advocaat
€
3.502,00
(1 punt × € 3.502,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
9.972,45
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
3. De beslissing
De rechtbank
veroordeelt Holiday Sport om aan Qred Bank te betalen een bedrag van € 491.027,21, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 483.471,09, met ingang van 13 november 2025, tot de dag van volledige betaling, voor zover niet betaald door [gedaagde 2] ,
veroordeelt Holiday Sport om aan Qred Bank te betalen de buitengerechtelijke kosten van € 1.440,26, voor zover niet betaald door [gedaagde 2] ,
veroordeelt Holiday Sport in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 3.476,17, voor zover niet betaald door [gedaagde 2] ,
veroordeelt [gedaagde 2] om aan Qred Bank te betalen een bedrag van € 380.633,74, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 375.000,00, met ingang van 13 november 2025, tot de dag van volledige betaling, voor zover deze niet betaald zijn door Holiday Sport,
veroordeelt [gedaagde 2] om aan Qred Bank te betalen de buitengerechtelijke kosten van € 1.440,26, voor zover deze niet betaald zijn door Holiday Sport,
veroordeelt [gedaagde 2] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 3.476,17, voor zover deze niet betaald zijn door Holiday Sport,
veroordeelt Holiday Sport c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 9.972,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Holiday Sport c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Holiday Sport c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.