RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rekestnummer: C/13/779315 / KG RK 25-1916 MdV/RS
Beschikking van 6 januari 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. E.E.W. Danen te Rosmalen,
en
1. [belanghebbende 1] ,
2. [belanghebbende 2],
3. EENIEDER, VOOR ZOVER GEEN HUURDER ALS BEDOELD
IN ARTIKEL 3:264 LID 4 EN 8 BW, DIE ZICH BEVINDT IN HET PAND TE
( [postcode] ) AMSTERDAM, AAN DE [adres],
allen wonende te Amsterdam,
belanghebbenden.
1. Verloop van de procedure
Verzoekster heeft op 26 november 2025 een verzoekschrift met producties ex artikel 3:267 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ingediend, dat aan deze beschikking is gehecht.
Het verzoek is mondeling behandeld op 5 januari 2026.
Verschenen is mr. Danen namens verzoekster middels een telefonische verbinding. Uitspraak is bepaald op heden.
2. Gronden van de beslissing
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een machtiging om een onroerende zaak in beheer dan wel onder zich te nemen, met ontruiming, als bedoeld in artikel 3:267 BW. Het betreft de [adres] te ( [postcode] ) Amsterdam, kadastraal bekend gemeente Amsterdam, [kadestrale gegevens] , appartementsindex 1 (hierna: de woning).
Verzoekster legt - samengevat - aan het verzoek ten grondslag dat zij een hypothecaire geldlening aan belanghebbende sub 1, eigenaar van de woning, heeft verstrekt met het recht van (eerste) hypotheek op de woning. Sinds begin 2025 voldoet hij niet aan zijn betalingsverplichtingen en verkeert hij in verzuim. Na juni 2025 is contact met belanghebbende sub 1 niet meer mogelijk gebleken. Daarnaast zijn er twee executoriale beslagen gelegd op de woning. Dit maakt de geldlening direct opeisbaar. Ook dringt de beslaglegger aan op een executoriale verkoop van de woning. In dit kader is bij deurwaardersexploot van 12 november 2025 de openbare verkoop (veiling) van de woning op 26 maart 2026 aan belanghebbenden aangezegd. Aangezien belanghebbende sub 1 geen medewerking, aan onder meer een inpandige taxatie van de woning, verleent en verzoekster in aanloop naar de veiling de woning wil kunnen betreden en laten bezichtigen verzoekt zij om de woning in beheer te nemen met ontruiming.
De belanghebbenden zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.
3. De beoordeling
Het – onweersproken – verzoek om het beheers- en ontruimingsbeding te mogen inroepen is toewijsbaar omdat het desbetreffende beding in de hypotheekakte is opgenomen en aannemelijk is geworden dat verzoekster een zwaarwegend belang heeft bij het in beheer nemen en onder zich nemen van de woning teneinde een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen.
De door verzoekster verzochte ontruimingstermijn zal als na te melden worden toegewezen.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verzoekster verlof het beheersbeding in te roepen, zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm,
verleent verzoekster verlof om de woning onder zich te nemen c.q. te ontruimen,
veroordeelt belanghebbenden om de woning binnen drie dagen na betekening van deze beschikking te ontruimen en met al de hunnen en het hunne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan verzoekster,
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door R.J.J. Stoops, griffier, en in het openbaar uitgesproken op
6 januari 2026.