beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Strafrecht
Zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))
Rekestnummer: 25 /9175
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 21 januari 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz, ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] .
bijgestaan door mr. J.F. van der Brugge, advocaat te Amsterdam,
hierna te noemen: betrokkene.
1. Procesverloop
De officier van justitie heeft verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Dit verzoekschrift is op 27 november 2025 bij de rechtbank binnengekomen. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring;
het zorgplan inclusief de bijlagen;
de bevindingen van de geneesheer-directeur;
de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank.
Ter zitting zijn aanwezig en worden gehoord:
betrokkene;
de advocaat van betrokkene;
de officier van justitie;
de deskundigen [reclasseringsmedewerker 1] (Reclassering Nederland), [reclasseringsmedewerker 2] en [medewerker Arkin] (Arkin) en T. Jambroes (psychiater).
2. Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.
3. Standpunt van betrokkene
De advocaat van betrokkene heeft aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen. Immers, er is geen sprake van een acute psychiatrische stoornis en betrokkene is bereid zich vrijwillig te laten behandelen.
4. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken, anders dan de advocaat heeft bepleit, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een ernstige verslaving aan cathionen en opioïden, een door middelen geïnduceerde psychotische stoornis en stemmingsstoornis (maniforme type), voortkomend uit en in samenhang met een angstig-vermijdende persoonlijkheidsstoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in
a. Levensgevaar voor zichzelf, ernstig lichamelijk letsel voor zichzelf, ernstige psychische schade voor zichzelf, ernstige verwaarlozing van zijn woning en zichzelf en maatschappelijke teloorgang.
Om:
ernstig nadeel af te wenden;
de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren
de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint,
heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Hoewel betrokkene op dit moment verklaart graag zorg te willen, kan dat – juist door de aard van zijn stoornis – op een later moment anders zijn. De vrijwilligheid is dan ook niet evident aanwezig. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.
De volgende vormen van zorg worden voor na te noemen duur verzocht:
Vorm van zorg
Duur
toedienen van vocht
… maanden
toedienen van voeding
… maanden
X
toedienen van medicatie
6 maanden
X
het verrichten van medische controles
6 maanden
X
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening
6 maanden
X
beperken van de bewegingsvrijheid
3 maanden
X
insluiten
2 weken
X
uitoefenen van toezicht op betrokkene
2 weken
X
onderzoek aan kleding of lichaam
3 maanden
X
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen
3 maanden
X
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen
6 maanden
X
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen
6 maanden
beperken van het recht op het ontvangen van bezoek
… maanden
X
opnemen in een accommodatie
3 maanden
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend.
De verschillende vormen van zorg kunnen voor de hieronder gestelde termijnen worden toegepast. Deze termijnen zijn noodzakelijk om het doel van verplichte zorg te realiseren.
5. Beslissing
De rechtbank:
Wijst toe het verzoek van de officier van justitie en verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
Deze zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar en geldig vanaf dagtekening.
Deze zorgmachtiging is geldig voor de duur van 6 (zes) maanden, te weten uiterlijk tot en met 19 juli 2026.
Deze machtiging is op 21 januari 2026 gegeven door
mr. J. Thomas, voorzitter,
mr. R.A. Overbosch en mr. C.C.J. Maas-van Es, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier,
en op 4 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen de beschikking van deze rechtbank staat voor betrokkene en officier van justitie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad,
binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.