ECLI:NL:RBAMS:2026:2523

ECLI:NL:RBAMS:2026:2523

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-01-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 13/196008-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdenking van (poging tot zware) mishandeling van de vriendin van verdachte. Integrale vrijspraak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/196008-25

Datum uitspraak: 21 januari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Wiegant en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.J.E. Berfelo, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 28 juni 2025 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen heeft die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp voorwerp, in de hand gestoken, althans stekende beweging richting het lichaam van die [slachtoffer] gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 juni 2025 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld, door:

- die [slachtoffer] in de hand te steken met een mes, althans een scherp voorwerp

en/of

- met een mes, althans een scherp voorwerp, stekende bewegingen te maken richting het lichaam van die [slachtoffer] ;

Feit 2:

hij op of omstreeks 28 juni 2025 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] te slaan.

3. Vrijspraak

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken omdat niet kan worden bewezen dat verdachte steekbewegingen heeft gemaakt naar zijn vriendin of haar heeft geslagen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft om dezelfde redenen als de officier van justitie bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht feit 1 primair en subsidiair niet bewezen. Hoewel de vriendin van verdachte met een wond in haar hand door de politie is aangetroffen, is op basis van de rest van het dossier niet komen vast te staan dat die wond is veroorzaakt door steekbewegingen gemaakt door verdachte. Zowel verdachte als zijn vriendin hebben daar wisselend over verklaard, vermoedelijk door hun drugsgebruik ten tijde van de feiten. Er zijn geen getuigen geweest die steekbewegingen hebben waargenomen en overig bewijs is niet aanwezig.

Dit geldt ook voor de mishandeling ten laste gelegd onder feit 2. Slechts een enkele getuige heeft verklaard te hebben gezien dat verdachte zijn vriendin sloeg. De overige getuigen hebben dit niet waargenomen en ook op dit punt hebben verdachte en zijn vriendin wisselend verklaard.

Daar komt bij dat de vriendin van verdachte voorafgaand aan de zitting via de raadsman een schriftelijke verklaring heeft ingediend bij de rechtbank, waarin zij heeft verklaard dat de wond in haar hand is ontstaan doordat zij het mes uit de hand van verdachte probeerde te grijpen zonder dat hij daarbij steekbewegingen heeft gemaakt. Ook heeft zij uitdrukkelijk verklaard dat hij haar op geen enkel moment geslagen heeft.

De rechtbank spreekt verdachte dan ook van beide feiten vrij.

4. Beslag

Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen:

één mes (goednummer: G6675827).

De rechtbank beveelt dat dit goed wordt bewaard ten behoeve van de rechthebbende [verdachte] , nu verdachte integraal wordt vrijgesproken.

5. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende [verdachte] van: één mes (goednummer: G6675827).

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Thomas, voorzitter,

mr. R.A. Overbosch en mr. C.C.J. Maas-van Es, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J. Thomas
  • mr. R.A. Overbosch
  • mr. C.C.J. Maas-van Es

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand