ECLI:NL:RBAMS:2026:2556

ECLI:NL:RBAMS:2026:2556

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer 13/332202-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 31-jarige man heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling door aan een beveiliger op het Station in Amsterdam een speelgoedpistool te tonen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren, nu hij na een eerder ISD-maatregel opnieuw aan de harde criteria voor oplegging hiervan voldoet. Verdachte voldoet tevens aan de zachte criteria omdat hij onrechtmatig en ongewenst in Nederland verblijft waardoor reclasseringstoezicht niet uitvoerbaar is en daarmee het recidiverisico onverminderd hoog blijft.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/332202-25, 13/226384-25 (TUL), 15/124816-21 (TUL) en 16/345875-21 (TUL).

Datum uitspraak: 25 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1994,

niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen

ter terechtzitting opgegeven verblijfadres: [verblijfadres] ,

thans gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H.F. van Kregten, en wat verdachte en zijn raadsman mr. G. Palanciyan, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Verdachte wordt verweten dat hij op of omstreeks 5 december 2025 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of met voornoemd voorwerp te zwaaien.

3. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt verdachte vrij te spreken, omdat hij geen opzet had op het bedreigen van [slachtoffer] .

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard niet het speelgoedwapen maar een telefoon in zijn hand te hebben gehad, en ontkent de beveiligers te hebben benaderd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen, zoals opgenomen in bijlage I bij dit vonnis, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het bedreigen van [slachtoffer] door hem een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder het volgende.

Uit de aangifte van [slachtoffer] , zijn nadere verklaring en het proces-verbaal met een beschrijving van de camerabeelden, leidt de rechtbank het volgende af. Verdachte bevond zich in de vroege ochtend van 5 december 2025 naast het [station] in Amsterdam en liep richting een groepje beveiligers, onder wie [slachtoffer] . Verdachte trekt zijn bovenkleding een stukje omhoog en met zijn rechterhand pakt hij een voorwerp uit zijn broeksband en laat dit aan het groepje zien. [slachtoffer] herkende dit als een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en schrok daar erg van. Hij is vervolgens met zijn collega’s naar binnen gerend en heeft zijn werkgever ingelicht. Die heeft de politie ingeschakeld. De verbalisanten die vervolgens ter plaatse kwamen troffen bij verdachte tijdens de fouillering een speelgoedpistool aan in de broeksband bij zijn buik. Dit speelgoedpistool is onderzocht en hieruit blijkt dat het geschikt is voor bedreiging of afdreiging, gelet op de aard en omstandigheden waaronder het werd aangetroffen. Voor zover verdachte op deze bedreiging geen vol opzet had, heeft hij in ieder geval door het in de nachtelijke uren bij het [station] tonen van een dergelijk speelgoedpistool aan een hem onbekende persoon bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit ervaren zou worden als een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman dat verdachte geen opzet had op de bedreiging van [slachtoffer] .

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 5 december 2025 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, door die [slachtoffer] een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en met voornoemd voorwerp te zwaaien.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) wordt opgelegd voor de duur van twee jaar zonder aftrek van het voorarrest. Verdachte voldoet naast de harde criteria, ook aan de zachte criteria blijkens het meest recente reclasseringsrapport van 2 februari 2026. Verdachte is onrechtmatig en ongewenst in Nederland, en op alle leefgebieden is er sprake van instabiliteit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om in het geval van een bewezenverklaring niet de ISD-maatregel maar een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard absoluut niet te zullen meewerken indien aan hem voor de tweede keer een ISD-maatregel wordt opgelegd. In dat geval wil hij terugkeren naar [geboorteland] .

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en ernst van wat bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon van verdachte zoals daarvan is gebleken bij het onderzoek ter terechtzitting.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling van een beveiliger op het [station] in Amsterdam, door aan hem een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen. Verdachte heeft door zijn handelen niet alleen gevoelens van angst bij het slachtoffer veroorzaakt, maar dergelijke feiten brengen bij burgers in het algemeen angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg. In deze zaak heeft ook een getuige de bedreiging van het slachtoffer als zeer beangstigend ervaren.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies betreffende verdachte van 2 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte een 31-jarige man met de Guineese nationaliteit is, die sinds 2019 veelvuldig in aanraking is gekomen met politie en justitie en daarmee een uitgebreide justitiële geschiedenis heeft opgebouwd. Van augustus 2022 tot augustus 2024 heeft verdachte reeds een onvoorwaardelijke ISD-maatregel doorlopen. Momenteel voldoet hij opnieuw aan de harde criteria.

Blijkens diverse bronnen verblijft verdachte onrechtmatig en ongewenst in Nederland. Zijn asielaanvragen zijn meermaals afgewezen. Omdat verdachte niet beschikt over een vervangend reisdocument kan hij niet gedwongen worden uitgezet. In tegenstelling tot eerder, zou verdachte nu wel uit Nederland willen vertrekken en zou hij naar eigen zeggen hiervoor ook de nodige documenten kunnen regelen.

Doordat verdachte niet over een legale verblijfsstatus beschikt en het hem daardoor ontbreekt aan enig perspectief in Nederland, is er sprake van instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden. Ook zijn er zorgen over zijn psychische problematiek omdat hij in het verleden psychotische klachten zou hebben ervaren. Omdat verdachte geen toestemming heeft gegeven aan de reclassering om contact te leggen met het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht, alwaar hij bijna een jaar verbleef gedurende zijn eerste ISD-maatregel, is niet duidelijk geworden of verdachte hiervoor is behandeld.

Gelet op het bovengenoemde lijken interventies geïndiceerd om het risico op recidive te verlagen. Verdachte kan echter vanwege zijn onrechtmatige verblijfsstatus geen aanspraak maken op structurele sociale voorzieningen, waardoor aan een hulpverleningstraject en/of een drang/dwangtraject onvoldoende inhoud kan worden gegeven. Een reclasseringstoezicht is derhalve niet uitvoerbaar.

De reclassering schat het risico op recidive in als hoog, en het risico op letsel als gemiddeld tot hoog. Gelet op al het bovenstaande ziet de reclassering geen andere mogelijkheid dan het adviseren van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel, omdat daar de juiste begeleiding en behandeling voor de psychische klachten van verdachte geboden kan worden en er opnieuw gepoogd kan worden om hem naar [geboorteland] uit te zetten.

ISD-criteria

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezenverklaarde feit aan alle voorwaarden

is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht voor het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 5 december 2025 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf terwijl het in dit vonnis bewezenverklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het strafblad is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijfjaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.

Zolang verdachte onrechtmatig en ongewenst in Nederland verblijft, blijkt zijn toekomstperspectief uitzichtloos, is reclasseringstoezicht niet uitvoerbaar en zal het recidiverisico onverminderd hoog blijven. Verdachte voldoet daarmee ook aan de zachte ISD-criteria.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van 2 jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

8. Beslag

Onder verdachte is in beslag genomen:

- 1 speelgoedpistool (registratienummer: 251205-329-762);

- 1 schaar (registratienummer: PL1300-2025306237-12);

- 1 zegeltang (registratienummer: PL1300-2025306237-13).

Het speelgoedpistool behoort toe aan verdachte. Nu met behulp hiervan het bewezen geachte is begaan, wordt dit goed verbeurd verklaard.

De schaar en zegeltang kunnen worden teruggegeven aan verdachte.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op artikelen 33, 33a, 38m, 38n en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

[…]

[…]

[…]

[…]

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Verklaart verbeurd:

- 1 speelgoedpistool (registratienummer: 251205-329-762).

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1 schaar (registratienummer: PL1300-2025306237-12);

- 1 zegeltang (registratienummer: PL1300-2025306237-13).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.P.E. Meewisse, voorzitter

mrs. A.L. op ’t Hoog en C.J.M. in ’t Veld-Vernooij, rechters

in tegenwoordigheid van mr. J.J.M. Smolders, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 februari 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.P.E. Meewisse

Griffier

  • mr. J.J.M. Smolders

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand