RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11827592 \ CV EXPL 25-10735
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 20 februari 2026
in de zaak van
[eiser] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[bedrijf] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
verschenen bij: [naam] .
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.H.I. Hoestra als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] ;
- [naam] namens [bedrijf] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1. De beoordeling
Vaststaat dat [eiser] werkzaamheden heeft verricht voor [bedrijf] . De kwaliteit van deze werkzaamheden wordt door [bedrijf] op zichzelf niet betwist. [eiser] heeft voor de uitgevoerde werkzaamheden meerdere facturen verzonden aan [bedrijf] met een betalingstermijn van veertien dagen. [bedrijf] heeft deze facturen onbetaald gelaten. [bedrijf] stelt dat het in de branche gebruikelijk is, en dat tussen partijen is overeengekomen, dat pas een betalingsverplichting richting [eiser] ontstaat nadat de werkzaamheden door de opdrachtgever van [bedrijf] zijn goedgekeurd en zij door haar opdrachtgever is uitbetaald. Dit is door [bedrijf] op geen enkele wijze onderbouwd. [bedrijf] heeft geen overeenkomst of algemene voorwaarden overgelegd, noch een toelichting gegeven op wat in de branche gebruikelijk zou zijn. Bovendien heeft [eiser] gemotiveerd betwist – onder verwijzing naar de communicatie tussen partijen – dat een dergelijke afspraak is gemaakt, en gesteld dat was afgesproken dat betaling binnen twee weken na uitvoering van de werkzaamheden zou plaatsvinden. Dat betekent dat [bedrijf] haar standpunt onvoldoende heeft onderbouwd en er dus geen grondslag bestaat om, nota bene een jaar na het verrichten van de werkzaamheden en de ontvangst van de facturen nog steeds niet tot betaling over te gaan. Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] volledig worden toegewezen.
Ook de gevorderde wettelijke handelsrente door [eiser] berekend tot 25 juli 2025 en begroot op € 695,69 is als onbetwist toewijsbaar. Ook wordt toegewezen de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 26 juli 2025.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Hij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat hij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht. Het gevorderde bedrag van € 955,05 komt overeen met het in het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
[bedrijf] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
732,00
- salaris gemachtigde
€
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.862,35
2. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [bedrijf] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 18.005,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [bedrijf] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 695,69 aan vervallen wettelijke handelsrente, berekend vanaf de verzuimdatum tot 25 juli 2025,
veroordeelt [bedrijf] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 955,05 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van € 1.862,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. B.T. Beuving en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.