ECLI:NL:RBAMS:2026:2718

ECLI:NL:RBAMS:2026:2718

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 13/231936-25 (A), 13/231855-25 (B) (ter terechtzitting gevoegd) en 13/311811-24 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 14-jarige jongen is veroordeeld voor een poging tot brandstichting en ontploffing van een explosief bij De Pizzabakkers aan de Plantagekerklaan in Amsterdam. De rechtbank veroordeelt de jongen tot jeugddetentie voor de duur van 180 dagen, waarvan 111 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Team Familie & Jeugd

Parketnummers: 13/231936-25 (A), 13/231855-25 (B) (ter terechtzitting gevoegd)

en 13/311811-24 (tul)

Datum uitspraak: 19 maart 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaken tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op tegenspraak op de terechtzitting achter gesloten deuren van 5 maart 2026.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.A. van Veen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.W.G. Prins, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door mw. [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en mw. [naam 2] , namens Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA) naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van wat door en namens de benadeelde partijen De Eilanders Restaurants BV en De Pizzabakkers Group BV door de advocaat,

mr. D.M. Rupert naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

in zaak A:

1

hij op of omstreeks 3 september 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op/bij een pand, gelegen aan de [adres] (Pizzabakkers) ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor voornoemd pand en/of de nabijheid gelegen pand(en) en/of auto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of

- levensgevaar voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de (naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden, in elk geval levensgevaar voor een of meer ander(en) en/of

- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer ander(en) te duchten was,

met een tas met daarin een geïmproviseerde explosieve constructie, te weten een of meerdere stukken zwaar vuurwerk (cobra 6) en/of drie flessen vloeistof (benzine), naar voornoemd pand is toegegaan en/of aldaar voornoemde tas met daarin een geïmproviseerde explosieve constructie aan de deur heeft gehangen en/of daarbij een aansteker in de hand en/of voor gebruik gereed heeft gehad terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

2

hij op of omstreeks 3 september 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een geïmproviseerde explosieve constructie, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;

in zaak B:

hij, op of omstreeks 2 februari 2025, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, in de Kentucky Fried Chicken (KFC), in elk geval op een voor publiek toegankelijke plaats,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer] en/of een onbekend gebleven persoon, door:

- de onbekend gebleven persoon bij de kraag te pakken, en/of

- de onbekend gebleven persoon meermaals, in elk geval eenmaal, te duwen, en/of

- de onbekend gebleven persoon meermaals, in elk geval eenmaal, tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen, en/of

- de onbekend gebleven persoon meermaals, in elk geval eenmaal, tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen/schoppen, en/of

- voornoemde [slachtoffer] de onbekend gebleven persoon meermaals, in elk geval eenmaal, tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen, en/of

- voornoemde [slachtoffer] meermaals, in elk geval eenmaal, tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen/schoppen;

3. Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in zaak A:

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

op 3 september 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, bij een pand, gelegen aan de [adres] , Pizzabakkers, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor voornoemd pand en/of in de nabijheid gelegen panden en/of auto's te duchten was en

- levensgevaar voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de naastgelegen omgeving van de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden en

- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden te duchten was,

met een tas met daarin een geïmproviseerde explosieve constructie, te weten meerdere stukken zwaar vuurwerk, cobra 6 en drie flessen benzine, naar voornoemd pand is toegegaan en aldaar voornoemde tas met daarin een geïmproviseerde explosieve constructie aan de deur heeft gehangen en daarbij een aansteker in de hand en voor gebruik gereed heeft gehad, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

op 3 september 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen een wapen van categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een geïmproviseerde explosieve constructie, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;

in zaak B:

op 2 februari 2025 te Amsterdam in de Kentucky Fried Chicken in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] en een onbekend gebleven persoon, door:

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. Bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6. Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregel

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot

een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 111 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de hulpverlening en tot de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige, een Gedrags- Beïnvloedende Maatregel (GBM) voor de duur van 12 maanden. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de GBM dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing bij een pand van De Pizzabakkers in Amsterdam. Dat gebeurde in een periode dat meerdere panden van De Pizzabakkers werden geteisterd door ontploffingen. Dit soort ontploffingen is een maatschappelijke plaag en zij worden door opdrachtgevers ingezet om hun slachtoffers onder druk te zetten of wraak te nemen. Dit soort strafbare feiten veroorzaakt niet alleen bij de direct getroffenen, maar ook in de betreffende woonwijk, de stad Amsterdam en de maatschappij als geheel gevoelens van onveiligheid en angst. Brandstichtingen en explosies zijn daarnaast letterlijk levensgevaarlijk. Er woonden mensen boven het pand van De Pizzabakkers aan de deur waarvan verdachte een explosief heeft gehangen. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij op het moment dat hij de ontploffingen teweeg probeerde te brengen geen enkel oog heeft gehad voor de schade en de angst die hij bij de directe slachtoffers en de omwonenden heeft teweeggebracht en teweeg had kunnen brengen. Het is een gelukkige omstandigheid die niet aan verdachte te danken is geweest dat het hem niet is gelukt het explosief aan te steken omdat de politie vanwege de eerdere explosies aan het observeren was en daardoor tijdig kon ingrijpen. Vanwege de ernst van de door verdachte gepleegde feiten en ook als afschrikwekkend effect voor hen die overwegen dergelijke feiten te plegen, is jeugddetentie hierop de enige passende reactie. De persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn spijtbetuiging, maken dat niet anders.

Wel houdt de rechtbank in zijn voordeel rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet zelf het brein is geweest achter deze poging tot ontploffing, maar dat hij zich onder druk gezet heeft gevoeld om dit feit te plegen.. Dat laat echter onverlet dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt door de hem gegeven opdracht daadwerkelijk uit te voeren en voor die verkeerde keuze houdt de rechtbank hem verantwoordelijk. Ook in zaak B heeft verdachte een verkeerde keuze gemaakt, door zijn vriend te helpen tijdens een conflict. Dat heeft geleid tot het plegen van openlijk geweld in de KFC tegen twee jonge slachtoffers op 2 februari 2025.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 23 oktober 2025 waaruit blijkt dat verdachte eerder strafrechtelijk is veroordeeld voor geweldsfeiten. Dat weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de over verdachte opgemaakte rapporten die in het kader van zijn persoonlijke omstandigheden zijn opgemaakt, te weten:

De psycholoog adviseert de door verdachte gepleegde feiten in verminderde mate aan hem toe te rekenen, onder meer omdat bij hem een een normoverschrijdende gedragsstoornis is vastgesteld. De rechtbank neemt die conclusie over en maakt die tot de hare. Daarom zullen de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte worden toegerekend.

De Raad en JBRA hebben de in hun rapporten gegeven strafadviezen bij de mondelinge behandeling toegelicht. Samengevat adviseren zowel de psycholoog als de Raad en JBRA aan verdachte een GBM op te leggen. Zonder behandeling en begeleiding is het risico op herhaling groot. Daarbij speelt de impulsiviteit van verdachte mee, evenals zijn gebrek aan empathie. Ter vermindering van het risico op herhaling en ten behoeve van de zo gunstig mogelijke ontwikkeling worden behandeling en begeleiding geadviseerd. Verdachte heeft baat bij duidelijke kaders en grenzen, waarbij weinig ruimte en een strak toezicht worden geboden; verdachte kan leren van consequenties in een zogenaamd lik-op-stuk beleid. Daarin ligt wat de deskundigen betreft de meerwaarde van een GBM ten opzichte van een voorwaardelijk strafdeel met daarbij bijzondere voorwaarden. De rechtbank is evenals de deskundigen van oordeel dat de geadviseerde behandeling en begeleiding in het belang van zowel verdachte als de maatschappij is, omdat zij het risico op herhaling verkleinen en zijn ontwikkeling stimuleren. Omdat de rechtbank het heel belangrijk vindt dat verdachte voor de toekomst leert op een andere manier om te gaan met mensen die hem onder druk proberen te zetten, dat hij weerbaarder wordt en verstandiger keuzes leert te maken, zal aan hem de geadviseerde behandeling en begeleiding worden opgelegd. Verdachte heeft zich bereid verklaard daaraan mee te werken. Omdat de verwachting is dat de medewerking met vallen en opstaan zal gaan, komt de rechtbank tot de conclusie dat de GBM, waarbij de mogelijkheid van een time-out onderdeel uitmaakt, daarbij het beste past. Omdat die maatregel het meest past bij wat verdachte nodig heeft en omdat daarvan verlenging kan worden gevraagd als de hierna te noemen termijn niet voldoende blijkt, zal de rechtbank niet ook hetzelfde pakket als bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel opleggen. Wel is de rechtbank het met het Openbaar Ministerie, de Raad en JBRA eens dat het niet in het belang van verdachte of de maatschappij is als hij nu opnieuw gedetineerd zou raken. Dat zou immers de positieve ontwikkeling die hij sinds de laatste schorsing van zijn voorlopige hechtenis heeft laten zien, doorkruisen. Daarom zal de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen die gelijk is aan het voorarrest, met daarnaast een voorwaardelijke jeugddetentie onder algemene voorwaarden.

Gelet op het hoge risico op herhaling zonder behandeling en begeleiding, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen. De rechtbank is gelet daarop en gezien de rapporten over de persoonlijke omstandigheden van verdachte voorts van oordeel dat de dadelijke uitvoerbaarheid in het belang van verdachte is. Daarom zal de rechtbank bevelen dat het programma waaruit de maatregel bestaat dadelijk uitvoerbaar is.

Alles afwegend, acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

9. Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. STK Aansteker

(Omschrijving: PL1300-2025221149-G6705462, Zwart, merk: Strain hunters)

1. STK Tas

(Omschrijving: PL1300-2025221149-G6705476)

Nu met betrekking tot deze voorwerpen het in zaak A bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

10. Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

Er zijn vorderingen tot schadevergoeding ingediend door de benadeelde partijen, te weten De Pizzabakkers Group BV en de Eilanders Restaurants BV die tijdens de zitting zijn toegelicht door hun advocaat.

De vuurwerkbom is door verdachte opgehangen aan de deur tussen [adres] . Dit betreft officieel één adres, het is een doorgebroken pand. De hoofdhuurder

van het pand is De Pizzabakkers Group BV, de franchisegever. De Eilanders Restaurants BV is de exploitant van De Pizzabakkers en heeft aan de rechterkant van het pand (nr [nummer] ) een afhaalvestiging. Er zijn dus twee bedrijven op dit adres gevestigd.

Mede door de handelingen van verdachte heeft de burgemeester van Amsterdam het pand gesloten van 12 september tot en met 24 november 2025. Daardoor moesten de medewerkers van het hoofdkantoor noodgedwongen thuiswerken. De begroting voor 2026 is sterk naar beneden aangepast en zijn er vier contracten van medewerkers niet verlengd. Op dit moment liggen alle expansie-activiteiten stil, terwijl er eigenlijk gepland was 4-5 nieuwe De Pizzabakkers restaurants te openen in 2026. De schade voor de merknaam is er ook, maar deze is lastig te bepalen. De benadeelde partij De Pizzabakkers Group BV vordert € 281.743,- aan materiële schadevergoeding (bedrijfsschade). Daarnaast wordt immateriële schade gevorderd.

De benadeelde partij De Eilanders Restaurants BV vordert € 364.047,- aan materiële schadevergoeding (bedrijfsschade) en daarnaast proceskosten, de kosten die aan de advocaat betaald moeten worden De Eilanders Restaurants BV heeft nog drie vestigingen van De Pizzabakkers in Amsterdam en ten gevolge van de daad van verdachte is er weliswaar geen schade aan het pand ontstaan maar is er wel financiële en immateriële schade. Mede ten gevolge van en na deze mislukte aanslag heeft de burgemeester van Amsterdam de vier panden gesloten op 12 september 2025, waarbij de vestiging Overtoom pas op 5 februari weer geopend werd. De verzekering dekt deze bedrijfsschade inclusief gederfde inkomsten niet, waardoor de kosten op de verdachte worden verhaald

De hoogte van de vorderingen is betwist.

De benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen. De behandeling van de vorderingen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat zowel het causale verband als de hoogte van de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. Dat komt omdat de vorderingen verband houden met meerdere ontploffingen, bij meerdere panden van de BV’s, alsmede met de sluiting(en) door de gemeente waarvan een deel achterafonrechtmatig is geoordeeld. Het causaal verband tussen de door verdachte gepleegde bewezenverklaarde feiten en de geleden schade staat onvoldoende vast om de vorderingen nu (gedeeltelijk) toe te kunnen wijzen. Vanwege de verwevenheid met het geheel aan explosies en de gevolgen daarvan, komt de gevorderde immateriële schade in de onderhavige procedure ook niet voor (gedeeltelijke) toewijzing in aanmerking. Uit proces-economische overwegingen zal eveneens de vordering ten aanzien van de advocaatkosten niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partijen kunnen hun vorderingen in hun geheel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

11. Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 22 januari 2026, in de zaak met parketnummer 13/231855-24, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 20 december 2024 van de kinderrechter te Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 50 uren niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens blijkt uit de stukken dat de mededeling als bedoeld in artikel 77bb van het Wetboek van Strafrecht, aan verdachte is uitgereikt, toegezonden of betekend.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijke strafdeel te gelasten.

12. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77w, 77wa, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141 en 157 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

13. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

in zaak A:

ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

medeplegen van opzettelijk brand stichten of een ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie;

in zaak B:

het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 180 (honderdtachtig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 111 (honderdelf) dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

Van rechtswege geldt tevens de voorwaarde dat veroordeelde:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

Legt aan de verdachte op de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 12 (twaalf) maanden, die bestaat uit:

- meewerken aan de begeleiding van en het zich houden aan de aanwijzingen door de

jeugdreclassering gegeven, te weten Jeugdbescherming regio Amsterdam;

- meewerken aan het vinden van een passende school;

- naar school gaan volgens rooster;

- meewerken aan het vinden en behouden van een positieve dagbesteding in de vorm van werk dan wel stage;

- meewerken aan behandeling vanuit de Waag;

- meewerken aan alle hulpverlening die Jeugdbescherming nodig acht;

- meewerken aan begeleiding vanuit IPA;

- het zich houden aan een locatie-/gebiedsverbod in Amsterdam Zuidoost, zolang als Jeugdbescherming dat nodig acht;

Jeugdbescherming Regio Amsterdam, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, heeft tot taak de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Beveelt, voor het geval de veroordeelde niet naar behoren aan de tenuitvoerlegging van de maatregel heeft meegewerkt, dat de maatregel zal worden vervangen door jeugddetentie voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat het programma waaruit de maatregel bestaat, dadelijk uitvoerbaar is.

Verklaart verbeurd:

1. STK Aansteker

(Omschrijving: PL1300-2025221149-G6705462, Zwart, merk: Strain hunters)

1. STK Tas

(Omschrijving: PL1300-2025221149-G6705476).

Verklaart de benadeelde partij De Eilanders Restaurants BV niet-ontvankelijk in haar vordering.

Verklaart de benadeelde partij De Pizzabakkers Group BV niet-ontvankelijk in haar vordering.

Gelast de tenuitvoerlegging van het bij voornoemd vonnis van 20 december 2024 opgelegde voorwaardelijke strafdeel, zijnde een werkstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. I.M. Nusselder en J.W.B. Snijders Blok, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Veldman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W. Aardenburg

Griffier

  • mr. G. Veldman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?