ECLI:NL:RBAMS:2026:2809

ECLI:NL:RBAMS:2026:2809

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 13/058128-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Partiële nietigheid dagvaarding. Veroordeling voor medeplegen handel in drugs en medeplegen van witwassen. Opgelegd gevangenisstraf van 1 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/058128-24

Datum uitspraak: 25 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres],

hierna te noemen: verdachte.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B.S. Selier, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.W.J. van Galen, naar voren hebben gebracht.

De strafzaak tegen verdachte is gelijktijdig – maar niet gevoegd – behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten, [medeverdachte 1] (parketnummer 13/058131-24), [medeverdachte 2] (parketnummer 13/139360-24) en [medeverdachte 3] (parketnummer 13/227491-23). In deze strafzaken wordt ook gelijktijdig uitspraak gedaan.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

feit 1:

medeplegen van het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne, MDMA en LSD in de periode van 1 februari 2023 tot en met 23 april 2024 in Amsterdam;

feit 2:

medeplegen van het witwassen van een of meerdere

- geldbedragen via rekeningnummers op naam van [bedrijf] en via privérekeningen op naam van [medeverdachte 3], [verdachte] en/of [medeverdachte 1],

- voertuigen op naam van [bedrijf] B.V. en/of [verdachte], en

- kledingstukken en/of schoenen

in de periode van 1 februari 2023 tot en met 2023 2024 in Amsterdam, Ierland en/of Bulgarije.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3. Partiële nietigheid van de dagvaarding

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de tenlastelegging, voor zover deze ziet op het witwassen van een of meerdere geldbedrag(en) middels een of meerdere rekeningnummer(s) op naam van [bedrijf] BV en/of een of meerdere privé rekeningnummer(s) op naam van [medeverdachte 3] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 1], onvoldoende feitelijk is. Uit het dossier volgt dat [bedrijf] B.V. 16 rekeningnummers op haar naam heeft staan. Er wordt geen koppeling gemaakt tussen specifieke geldbedragen op specifieke rekeningnummers en verdachte. Het is voor verdachte dan ook onvoldoende duidelijk waartegen hij zich moet verdedigen. Daarom moet de dagvaarding voor dit onderdeel van de tenlastelegging nietig worden verklaard.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastelegging bezien in samenhang met de inhoud van het dossier voldoende feitelijk is. Gelet hierop heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht het verweer van de raadsman te verwerpen.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) behelst de inleidende dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het feit zou zijn begaan. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de inleidende dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat de vraag centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De opgave van het feit moet duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk zijn. Bij de verdachte mag er – tegen de achtergrond van het strafdossier en het voorbereidend onderzoek – redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedraging hem worden verweten.

Verdachte wordt onder meer het medeplegen van het witwassen van geldbedragen via rekeningnummers van [bedrijf] B.V. ten laste gelegd. Nu het dossier geen concrete paragraaf of een proces-verbaal bevat over de witwasverdenking tegen verdachte en verder niet op voorhand duidelijk is op welke specifieke bedragen via welke nader aangeduide rekeningnummers de verdenking ziet, is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat de tenlastelegging op dit punt, ook bezien tegen de achtergrond van de inhoud van het dossier, onvoldoende feitelijk is. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat het omvangrijke dossier, zeker op dit punt, niet bepaald toegankelijk is. Door de in de tenlastelegging gekozen wijze van formuleren van de verdenking is onvoldoende duidelijk waartegen de verdediging zich moet weren.

Gelet hierop verklaart de rechtbank de dagvaarding nietig, voor zover dat ziet op de eerste gedachtestreep van het onder 2 tenlastegelegde feit, te weten het witwassen van: een of meerdere geldbedrag(en) middels een of meerdere rekeningnummer(s) op naam van [bedrijf] BV en/of een of meerdere privé rekeningnummer(s) op naam van [medeverdachte 3] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 1].

4. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat verdachte zich vanaf 1 februari 2023 tot en met 23 april 2024 heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Op basis van de inhoud van het dossier, in onderlinge samenhang bezien, blijkt dat sprake is geweest van een doordacht plan waarin door verschillende personen, waaronder verdachte, werd samengewerkt om op professionele wijze door middel van een dekmantelbedrijf, te weten [bedrijf] B.V., langdurig en stelselmatig in verdovende middelen te handelen en voertuigen wit te wassen. Verdachte heeft betaald voor de oprichting van dit bedrijf en heeft sinds april 2023 structureel gebruikgemaakt van de rekeningen van het bedrijf. [bedrijf] B.V. heeft sinds 1 februari 2023 inkomsten gegenereerd, zodat dit als startdatum van de pleegperiodes kan worden aangemerkt.

De officier van justitie heeft de witwasverdenking ten aanzien van de goednummers 6492595, 6492602 en 6492606 onbesproken gelaten. Wel heeft de officier van justitie in een e-mailbericht voorafgaand aan de terechtzitting kenbaar gemaakt voornemens te zijn tot vrijspraak te rekwireren van deze tenlastegelegde goederen. Dit, omdat het Openbaar Ministerie op 25 maart 2025 – naar aanleiding van een klaagschrift ex artikel 552a Sv – heeft besloten deze goederen terug te geven aan de rechthebbende, [rechthebbende].

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De raadsman heeft bepleit dat er geen bewijs voorhanden is dat verdachte zich gedurende de gehele tenlastegelegde periode heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 tenlastegelegde handel in drugs. Uit de bewijsmiddelen volgt alleen dat verdachte vanaf 11 oktober 2023 is gaan dealen.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de rol van verdachte kleiner was dan hem wordt verweten en dat niet kan worden bewezen dat verdachte harddrugs heeft bereid, bewerkt en verwerkt. Evenmin kan worden bewezen dat LSD is verkocht, afgeleverd en vervoerd.

Feit 2

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde goederen met goednummers 6492595, 6492602 en 6492606. Het Openbaar Ministerie heeft beslist tot teruggave van deze goederen aan de partner van verdachte en uit het dossier blijkt niet dat verdachte deze goederen heeft witgewassen.

Ook ten aanzien van het voertuig met het kenteken [kenteken 1] heeft de raadsman bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken. Dit voertuig is voorafgaand aan de tenlastegelegde periode aangekocht, zodat deze handeling geen witwassen kan opleveren in 2023 en 2024 als daarmee, zoals in dit geval aan de orde geen nieuwe handeling heeft plaatsgevonden.

Voor wat betreft het witwassen van de overige voertuigen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 – handel in verdovende middelen:

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich in de periode van 11 oktober 2023 tot en met 23 april 2024, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, heeft schuldig gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne en MDMA.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank een kortere pleegperiode bewezen dan is tenlastegelegd, omdat op basis van de inhoud van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte eerder dan 11 oktober 2023 heeft gehandeld in verdovende middelen. Uit de omstandigheid dat verdachte heeft betaald voor de oprichting van [bedrijf] B.V., hij beschikking heeft gehad over bankpassen van dat bedrijf en hij daarmee geldbedragen heeft opgenomen, volgt weliswaar dat verdachte ook daarvoor reeds betrokken was bij [bedrijf] B.V., maar hieruit volgt niet dat verdachte ook toen al betrokken was bij de handel in verdovende middelen. Te meer nu uit het dossier aanwijzingen naar voor komen dat ook andere personen gebruik hebben gemaakt van [bedrijf] B.V. als dekmantelbedrijf. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van de handel in verdovende middelen in de periode van 1 februari 2023 tot en met 10 oktober 2023.

Feit 2 – witwassen:

De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het dossier vast dat [bedrijf] B.V. geen daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten heeft ontplooid en uitsluitend is opgericht als dekmantelbedrijf. Op de bankrekeningen van het bedrijf zijn uit misdrijf verkregen inkomsten binnen gekomen. Ook stonden meerdere voertuigen op naam van [bedrijf] B.V. geregistreerd die niet voor de bedrijfsvoering werden gebruikt. Zo was het bedrijf geregistreerd als een taxibedrijf, maar stonden de voertuigen met kentekens [kenteken 2], [kenteken 3], [kenteken 4], [kenteken 5] en [kenteken 6], niet geregistreerd als taxi’s. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat deze voertuigen op naam van het bedrijf zijn gezet om te verhullen wie de werkelijke rechthebbenden daarvan zijn.

Bewezenverklaring van de voertuigen met kentekens [kenteken 2] en [kenteken 3]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van de voertuigen met de kentekens: [kenteken 2] en [kenteken 3]. Verdachte heeft, zoals in rubriek 4.3.1. is vastgesteld, in de periode van 11 oktober 2023 tot en met 23 april 2024 gehandeld in verdovende middelen, waarbij hij heeft gebruikgemaakt van de bankrekeningen van [bedrijf] B.V. en deze bankrekeningen heeft gevoed via die handel. Verdachte is actief betrokken geweest bij het bedrijf. Ook wist hij dat het bedrijf een dekmantel was. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, de rechtspersoon en een of meer anderen die aan het bedrijf waren verbonden

Gelet hierop komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het medeplegen van het witwassen van de voertuigen met kentekens [kenteken 2] en [kenteken 3]. Deze voertuigen zijn overgedragen, dan wel aangekocht binnen de periode waarin verdachte actief heeft gehandeld in verdovende middelen.

Bewezenverklaring van het voertuig met kenteken [kenteken 7]

De rechtbank stelt vast dat het voertuig met het kenteken [kenteken 7] op naam staat van verdachte en dat daarvan niet kan worden vastgesteld dat deze afkomstig is uit een specifiek misdrijf. De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van witwassen niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf' kan als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Allereerst moeten door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als sprake is van een vermoeden van witwassen mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet uit misdrijf afkomstig is.

Vervolgens ligt het, als verdachte zo’n verklaring heeft gegeven, op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van verdachte het witwassen kan worden bewezen op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo’n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.

Het voertuig met het kenteken [kenteken 7] is op 18 april 2024 aangeschaft, binnen de periode waarin verdachte heeft gehandeld in verdovende middelen en binnen een periode waarover verdachte heeft verklaard dat hij het financieel gezien niet breed had. Op grond daarvan acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat het voertuig uit enig misdrijf afkomstig is. Dat maakt dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voertuig niet van misdrijf afkomstig is. Een dergelijke verklaring is uitgebleven, zodat geen andere conclusie mogelijk is dan dat het voertuig uit enig misdrijf afkomstig is. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het witwassen van het voertuig met het kenteken [kenteken 7].

Vrijspraak van de voertuigen met kentekens [kenteken 4], [kenteken 5], [kenteken 6] en [kenteken 8]

Uit het dossier volgt dat het voertuig met kenteken [kenteken 4] is aangekocht op 17 januari 2023. Deze aankoopdatum valt buiten de periode waarin verdachte actief heeft gehandeld in verdovende middelen, zodat hij niet als medepleger van het witwassen van dit voertuig kan worden aangemerkt. Verdachte wordt hier daarom van vrijgesproken.

Verdachte zal ook worden vrijgesproken van het witwassen van de voertuigen met de kentekens [kenteken 5] en [kenteken 6], omdat uit het dossier niet blijkt wanneer deze voertuigen zijn aangekocht dan wel zijn overgedragen. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat verdachte als medepleger bij het witwassen betrokken was.

Het voertuig met kenteken [kenteken 8] is aangekocht op 16 mei 2019. Dat is voorafgaand aan de tenlastegelegde periode, zodat niet kan worden bewezen dat verdachte zich ten aanzien van dit voertuig heeft schuldig gemaakt aan witwassen. Verdachte zal ook hiervan worden vrijgesproken.

Vrijspraak van goednummers 6492595, 6492602 en 6492606

Nu het Openbaar Ministerie op 25 maart 2025 heeft besloten de goederen met goednummers 6492595, 6492602 en 6492606 terug te geven aan [rechthebbende], de partner van verdachte, en uit het dossier verder niet blijkt dat verdachte deze goederen heeft witgewassen, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van deze tenlastegelegde goederen.

Conclusie

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde feit.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

feit 1:

in de periode van 11 oktober 2023 tot en met 23 april 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en MDMA,

feit 2:

in de periode van 11 oktober 2023 tot en met 23 april 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, van meerdere voorwerpen, te weten

een of meerdere voertuigen op naam van [bedrijf] BV en [verdachte],

heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op die voorwerpen waren, en

heeft verworven en voorhanden gehad,

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders wist(en) dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 33 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om hem op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met daarbij een zo hoog mogelijke voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van zeven maanden beziggehouden met de handel in harddrugs. Verdachte runde op geavanceerde wijze een drugslijn met een omvangrijk klantenbestand. Door zijn handelen heeft verdachte een aanzienlijke rol gehad in de verspreiding van verdovende middelen. Drugsgebruik levert tevens een gevaar op voor de volksgezondheid, omdat drugsgebruik schadelijke lichamelijke, psychische en sociale gevolgen met zich brengt. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat de handel in drugs niet zelden gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van drie voertuigen, deels met behulp van een speciaal daarvoor opgerichte rechtspersoon. Dit is een ernstig strafbaar feit, omdat door witwassen crimineel geld kan worden besteed en buiten het bereik van terugvorderende instanties kan worden gehouden. Witwassen faciliteert daarmee de misdaad en is een onmisbare schakel in de georganiseerde criminaliteit. Door witwassen wordt verder de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en meer specifiek het vertrouwen van de burger in het (digitale) handelsverkeer.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 9 september 2024, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden, is veroordeeld voor diverse strafbare feiten, waaronder drugsgerelateerde feiten. Gelet op de inhoud van dit vonnis heeft verdachte zich daarmee opnieuw schuldig gemaakt aan een soortgelijk strafbaar feit. Klaarblijkelijk hebben eerdere veroordelingen hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de reclasseringsrapporten, waaronder het meest recente advies van 28 januari 2026. De reclassering constateerde in juli 2024 de volgende risicofactoren: een crimineel netwerk, financiën en houding. Van deze risicofactoren lijkt nu geen sprake meer te zijn. Verdachte lijkt een positieve ontwikkeling door te maken. Zijn familie en partner worden gezien als een beschermende factor. De reclassering schat de kans op recidive in als laag. Zij acht toezicht en interventies daarom niet nodig en adviseert bij een veroordeling dan ook om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

De straf

Gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten is de rechtbank van oordeel dat geen andere straf dan een gevangenisstraf is gerechtvaardigd. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft zij rekening gehouden met de afspraken die rechtbanken onderling hebben gemaakt voor strafoplegging (LOVS) en met straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd. De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met het strafblad van verdachte. Daarnaast weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat verdachte zijn jongere broer bij de handel in harddrugs heeft betrokken.

Alles overwegend acht de rechtbank dan ook een gevangenisstraf voor de duur van één jaar, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft vastgezeten, passend en geboden. Daarmee wijkt de rechtbank af van de door de officier van justitie geëiste straf, omdat zij tot een andere bewezenverklaring komt.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

9. Beslag

Onder verdachte is een voorwerp – te weten 1 STK Bestelauto [kenteken 8] (Omschrijving: PL1300-2023201001-G5852047, Volkswagen) – in beslag genomen.

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de voorwerpen genummerd 6 en 9 tot en met 11 (verdovende middelen) te onttrekken aan het verkeer en de voorwerpen genummerd 5, 7 en 8 (bestelauto en telefoons) verbeurd te verklaren.

De raadsman heeft verzocht om de bestelauto, nr. 5, terug te geven aan verdachte, omdat dit voertuig niet in verband is te brengen met een strafbaar feit.

Teruggave aan de rechthebbende:

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan de rechthebbende (verdachte) van de bestelauto – te weten nr. 5 – omdat niet is vastgesteld dat dit voorwerp verband houdt met de strafbare feiten waarvoor verdachte is veroordeeld.

De door de officier van justitie genoemde voorwerpen met nummers 6 tot en met 11 staan niet op de beslaglijst en zijn in het schriftelijke requisitoir niet voorzien van goednummers. Het is voor de rechtbank daarom niet duidelijk over welke voorwerpen dit gaat, zodat de rechtbank daarover geen beslissing kan nemen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, en

2 en 10 van de Opiumwet.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

medeplegen van witwassen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende (verdachte) van:

1. STK Bestelauto [kenteken 8] (Omschrijving: PL1300-2023201001-G5852047, Volkswagen).

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. J.M.R. Vastenburg en M. Wiewel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. Alexeas, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 februari 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Klomp

Griffier

  • mr. T. Alexeas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?