ECLI:NL:RBAMS:2026:2886

ECLI:NL:RBAMS:2026:2886

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer 25/032862
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

klaagschrift ex art 164 WVW 1994 ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht

Zittingsplaats Amsterdam

raadkamernummer : 25/032862

parketnummer : 96/333112-25

datum : 4 februari 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) van:

[de klager] ,

geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,

mr. A.J.M. Joris, Ginnekenweg 88, 4818 JH Breda,

hierna te noemen: de klager.

Feiten

Tegen de klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, WVW 1994, gepleegd te Amsterdam op 7 december 2025.

Het proces-verbaal houdt onder meer in dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.

Op 7 december 2025 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van de klager ingevorderd.

De officier van justitie heeft vervolgens binnen tien dagen beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van 9 maanden tot uiterlijk 3 september 2026.

Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen de klager zal worden behandeld.

Procedure

Het klaagschrift is op 19 december 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 4 februari 2026 het beklag in openbare raadkamer behandeld.

De rechtbank heeft de klager, zijn raadsman en de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk, op zitting gehoord.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van het rijbewijs van de klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.

Namens de klager is aangevoerd dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk op Schiphol. Zijn partner is zwanger en hij moet haar ondersteunen en vervoeren naar medische afspraken. Ook doet hij boodschappen voor zijn moeder.

Ter zitting heeft de klager toegelicht dat hij om de week ochtend en middagdiensten werkt. Voor de ochtenddienst kan hij zonder rijbewijs niet op tijd op zijn werk zijn. Daarom werkt hij nu alleen de middagdiensten, waardoor zijn inkomen gehalveerd is.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat – gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de oriëntatiepunten van het LOVS en de recidive van klager – ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de klager in geval van veroordeling door de rechter dan wel uitvaardiging van een strafbeschikking, een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd van langere duur dan de tijd dat het rijbewijs is ingevorderd en ingehouden geweest. De officier van justitie heeft ook aangevoerd dat verdere inhouding het algemeen belang en de verkeersveiligheid dient en dat het persoonlijk belang van de klager daartegen niet opweegt.

Beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs, op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig. De officier van justitie heeft in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.

Uit het uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van de klager blijkt onder meer dat de klager in de afgelopen vijf jaar twee keer wegens rijden onder invloed is veroordeeld.

Gelet op de ernst van het feit waarvan de klager wordt verdacht, het strafblad van de klager en ondanks zijn persoonlijke omstandigheden moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de klager een onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd, van langere duur dan de tijd dat het rijbewijs wordt ingehouden.

De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de verkeersveiligheid thans zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de klager.

De door de klager aangevoerde bijzondere persoonlijke omstandigheden, zijn niet van zodanige aard dat tot een ander oordeel moet worden gekomen.

De rechtbank overweegt daarbij dat het missen van het rijbewijs voor de klager weliswaar ongemak met zich zal brengen, maar dat anderzijds niet is gebleken dat dit voor de klager tot onoverkomelijke bezwaren zal leiden.

Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door

mr. A.Ş. Doğan, rechter,

in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen en voor de klager binnen veertien (14) dagen na de betekening van deze beslissing.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand