beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/783827 / FA RK 26/1527
kenmerk: ZM/IND/195167
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 12 maart 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1955 te [geboorteplaats] (Turkije),
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijf adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.M.M. Heilbron te Amsterdam,
zorgaanbieder: [zorgaanbieder] .
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 23 februari 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- dhr. [naam 1] , arts;
- mw. [naam 2] , co-assistant.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een depressieve stoornis, in partiele remissie door de gestarte behandeling. De eerdere psychotische kenmerken lijken al wat meer in remissie te zijn.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
toedienen van medicatie;
beperken van de bewegingsvrijheid;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
opnemen in een accommodatie.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Door en namens betrokkene is verzocht het verzoek af te wijzen. De zorgmachtiging is niet nodig. Betrokkene wil graag zelf beter worden en zijn autonomie niet kwijtraken. Ook schaamte speelt daarbij een rol. De opname was voor betrokkene heel belastend, zeker de gesloten afdeling. Betrokkene heeft aangegeven mee te werken en langer te blijven als dat nodig is.
De co-assistent en arts hebben aangegeven de schaamte te begrijpen maar de zorgmachtiging nodig te hebben als vangnet. Betrokkene werkt nu goed mee en dat is bevorderlijk voor zijn herstel. Als betrokkene stopt met de medicatie is de zorgmachtiging achter de hand en kan er snel worden ingegrepen.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1955 te [geboorteplaats] (Turkije), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 12 september 2026.
Deze beschikking is op 12 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. A.E. van Montfrans, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.