ECLI:NL:RBAMS:2026:3052

ECLI:NL:RBAMS:2026:3052

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer C/13/772943 / HA ZA 25-1309
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bestuurdersaansprakelijkheid – rederij die bij een onderneming apparaten (scrubbers) voor haar schepen heeft besteld, spreekt na een succesvolle arbitrageprocedure en het faillissement van haar wederpartij, de bestuurders van de wederpartij aan – verwijt dat bestuurders bij het aangaan van de verbintenis wisten of redelijkerwijze behoorden te weten dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die daarvan het gevolg is (Beklamel-norm)

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/772943 / HA ZA 25-1309

Vonnis van 25 maart 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

STARBULK S.A.,

te Monrovia (Liberia),

eisende partij,

hierna te noemen: Starbulk,

advocaat: mr. M.M. van Leeuwen,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

te [plaats] ,2. [gedaagde 2],

te [plaats] ,3. [gedaagde 3],

te [plaats] ,4. VDL NEDERLAND BEHEER B.V.,

te Eindhoven,5. VDL GROEP B.V.,

te Eindhoven,6. [gedaagde 6],

te [plaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: gedaagden (of ook wel: de bestuurders en [gedaagde 6] ),

advocaat: mr. M.A. van der Pool.

1. Waar gaat de zaak over

Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid. Rederij Starbulk heeft in maart 2018 bij VAECM B.V. (hierna: VDL AEC) zogenoemde scrubbers - apparaten die uitlaatgassen kunnen reinigen - besteld voor haar schepen. Starbulk heeft over de geleverde scrubbers geklaagd en is vervolgens tegen VDL AEC een arbitrageprocedure gestart. VDL AEC is bij tussenbeslissing veroordeeld tot een aanbetaling op een schadevergoeding. Op dat moment was VDL AEC al op eigen verzoek failliet verklaard.

Starbulk spreekt in deze zaak de bestuurders aan als (indirecte) bestuurders van VDL AEC en [gedaagde 6] als feitelijk beleidsbepaler. Starbulk voert daartoe twee gronden aan, namelijk dat ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in 2018:

(i) de bestuurders en [gedaagde 6] hebben verzuimd de schade van Starbulk voldoende te verzekeren, hetgeen door VDL AEC contractueel gegarandeerd was;

(ii) de bestuurders en [gedaagde 6] via VDL AEC scrubbers hebben verkocht aan Starbulk, wetende dat deze onvoldoende waren getest. Daardoor zijn scrubbers geleverd met ernstige, niet oplosbare ontwerpfouten.

Gedaagden betwisten dat zij aansprakelijk zijn voor de schade van Starbulk. De rechtbank is het met hen eens en wijst de vordering van Starbulk af. In dit vonnis legt de rechtbank uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 26 november 2025,

- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 februari 2026, en de daarin genoemde stukken.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

Partijen

VDL AEC is op 21 november 2017 opgericht als joint venture tussen aan de ene kant de ontwikkelaar en leverancier van scrubbersystemen, AEC Maritime B.V., en aan de andere kant de [gedaagde 6] groep of VDL-groep, een groot internationaal industrieel concern. VDL AEC behoort tot de groep van vennootschappen van de VDL-groep.

Gedaagden 1 tot en met 5 waren ten tijde van het sluiten van de na te noemen overeenkomst (indirect) bestuurder van VDL AEC:

- [gedaagde 1] was direct bestuurder van VDL AEC;

- [gedaagde 2] en [gedaagde 3] waren bestuurder van VD Leegte Beheer B.V., thans genaamd VDL Nederland Beheer B.V., welke vennootschap naast [gedaagde 1] bestuurder was van VDL AEC;

- [gedaagde 2] en [gedaagde 3] waren ook bestuurder van VDL Groep B.V., welke vennootschap weer bestuurder was van VD Leegte Beheer B.V.

[gedaagde 6] was de adjunct-directeur die binnen de VDL-groep als supervisor van VDL AEC was aangewezen. [gedaagde 6] diende als sparringpartner voor [gedaagde 1] en vormde de schakel naar de hoofddirectie van VDL Groep B.V. [gedaagde 1] rapporteerde aan [gedaagde 6] .

Starbulk is een wereldwijd opererende rederij die hoogwaardige transportdiensten van droge bulkladingen levert en een vloot van 150 schepen beheert.

Achtergrond: inwerkingtreding wetgeving inzake zwaveluitstoot; scrubbers;

De vraag naar scrubbersystemen nam explosief toe na de aankondiging dat op 1 januari 2020 vanuit de VN vastgestelde wereldwijde regelgeving (genaamd IMO 2020) in werking zou treden. Deze regelgeving beoogt de wereldwijde uitstoot van zwavel door schepen te verminderen. Waar voor de genoemde datum de uitlaatgassen van schepen nog 3,5% zwavel mochten bevatten (een percentage dat min of meer standaard in olie aanwezig is), werd dit percentage na die datum sterk verlaagd: van 0,5% in de meeste gebieden (Global area’s genoemd), tot 0,1% in speciale Emission Control area’s (‘ECA’ genoemd), die zich onder meer rondom de Europese en Amerikaanse kustlijnen bevinden.

Rederijen konden op twee manieren aan de eisen van IMO 2020 voldoen. In de eerste plaats zouden zij voortaan alleen nog maar LSMGO (low sulphur marine gasoil, in feite hetzelfde als diesel) kunnen tanken, een olie die nagenoeg geen zwavel bevat. Dergelijke olie is een stuk duurder dan gebruikelijke ‘zware olie’, HFO (heavy fuel oil), die veel meer zwavel bevat.

In de tweede plaats konden rederijen ook kiezen voor het op zowel hun bestaande als op nieuwe schepen installeren van een scrubber. Dit is een installatie die met gebruik van zeewater in staat is om zwavel uit uitlaatgassen te filteren, althans het zwavelgehalte te

verminderen. Daarbij wordt zeewater met behulp van pompen naar de bovenkant van de scrubbertoren gebracht, die in de schoorsteen van het schip is gebouwd. De scrubbertoren is een metalen cilinder die is voorzien van een reeks sproeiers (nozzles) met een uit buizen bestaande grote plaat onderaan de schoorsteen (diffuser plate). Die sproeiers spuiten het zeewater direct op de uitlaatgassen, waardoor de gassen ontzwavelen (zwavel lost op in de waternevel) en afkoelen. Hierdoor komen de zwaveloxiden in het water terecht, waarna dit water - afhankelijk van het type systeem - kan worden geloosd (open loop), of kan worden gerecirculeerd, gezuiverd en opgeslagen (closed loop).

De verdere feiten van het geschil

Op 19 maart 2018 heeft Starbulk voor een totaalprijs van € 37.688.500 43 scrubbers besteld bij VDL AEC, via een projectovereenkomst (Project Agreement). Met de installatie van de scrubbersystemen, beoogde Starbulk te voldoen aan de IMO 2020.

In artikel 7.1 van de projectovereenkomst staat:

“VDL AEC warrants that an insurance policy covering all the liabilities of

VDL AEC under this Agreement will be in place for the entire period until

the expiration of the Liability Period (as defined herein below) as well as an

insurance policy covering losses and damages to the materials used by VDL

AEC for the production of each of the Scrubber System(s) until title to each of

the Scrubber System passes to the Client under the terms and conditions of this

Agreement, taken out by it as provided for in the “Broker’s Confirmation”

(Insurance Policy) attached to this Agreement as Schedule D.”

Uit het aan de overeenkomst gehechte ‘Schedule D’ blijkt dat VDL AEC een AVB-verzekering afsloot die tot een bedrag van € 50 miljoen dekking bood voor personen- en zaakschade.

In de aanloop naar het sluiten van de overeenkomst zijn de volgende versies van artikel 7.1 van de projectovereenkomst uitgewisseld:

15 februari 2018, verstrekt door VDL AEC:

“VDL AEC’s aggregated liability for Breaches with respect to any Scrubber System shall be limited to the amount paid out with respect to the relevant claim, under the insurance policy taken out by it as provided for in the ‘Broker’s Confirmation’ (Insurance Policy) attached to this agreement as Schedule D.”

27 februari 2018, reactie door Starbulk:

7 maart 2018, verstrekt door VDL AEC:

12 maart 2018, verstrekt door Starbulk, met opmerkingen:

Daarbij plaatste Starbulk in de kantlijn de opmerking: “Insurances to be reviewed and confirmed accordingly”.

15 maart 2018, opmerkingen VDL AEC:

Met de laatste toevoeging door Starbulk (“as agreed between the Parties”) ging VDL AEC niet akkoord. Als toelichting plaatste VDL AEC in de kantlijn: “please note that the insurance terms cannot be negotiated.”

Vanaf in elk geval eind 2018 heeft Starbulk bij VDL AEC geklaagd over de werking van de scrubbers. Volgens Starbulk voldeden de scrubbers onder meer niet aan de zwavelnorm van IMO 2020 in ECA-gebieden.

In 2021 is Starbulk een arbitrageprocedure tegen VDL AEC begonnen.

Op 8 oktober 2024 is VDL AEC op eigen verzoek failliet verklaard.

In de arbitrageprocedure is bij tussenvonnis van 15 januari 2025 geoordeeld dat (i) VDL AEC haar verplichtingen jegens Starbulk niet is nagekomen, (ii) dat de overeenkomst tussen partijen gedeeltelijk ontbonden is en (iii) dat VDL AEC aansprakelijk is voor de schade geleden door Starbulk. Ook werd VDL AEC veroordeeld tot een aanbetaling op de schadevergoeding van USD 12.384.735 en € 222.000.

Op 14 maart 2025 ontving Starbulk het standpunt van de advocaten van de verzekeringsmaatschappij van VDL AEC (AXA) dat de polis geen dekking biedt, omdat de polis een ‘vervangingskostenclausule’ bevat, inhoudende de uitsluiting voor schade als gevolg van het niet of niet naar behoren kunnen gebruiken van de geleverde zaken of de verrichte werkzaamheden.

4. Het geschil

Starbulk vordert - samengevat - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot

- betaling van USD 12.384.735 en € 222.000, te vermeerderen met de

wettelijke rente daarover vanaf 26 maart 2025;

- betaling aan Starbulk van de overige schade, nader op te maken bij staat;

- betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Starbulk stelt dat de bestuurders en [gedaagde 6] als (feitelijk) beleidsbepaler aansprakelijk zijn omdat ieder van hen een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, op de twee hierna vermelde gronden. Daarbij is [gedaagde 6] als feitelijk bestuurder aan te merken, omdat hij namens VDL AEC, zowel in aanloop naar de projectovereenkomst als daarna, alle commerciële en juridische contacten onderhield met Starbulk.

Niet nakomen verzekeringsgarantie

Ten eerste hebben gedaagden persoonlijk ernstig verwijtbaar tegenover Starbulk gehandeld door VDL AEC een overeenkomst te laten sluiten:

( i) met een potentiële, maximale aansprakelijkheid van € 37.688.500,

(ii) waarbij aan Starbulk werd gegarandeerd dat alle schade van Starbulk door verzekering is gedekt,

(iii) waardoor Starbulk afzag van andere zekerheid, zoals een garantie of 403-verklaring,

(iv) terwijl de verzekering die is afgesloten geen (voldoende) dekking biedt,

( v) en VDL AEC als gevolg daarvan geen of amper verhaal biedt.

Het op de markt brengen van een niet-getest product

Ten tweede heeft VDL AEC de scrubbers niet getest. Hierdoor hebben de gedaagden willens en wetens het risico genomen dat Starbulk scrubbers kocht die gebreken zouden vertonen en waardoor Starbulk grote schade zou lijden. Door dit risico te nemen en door Starbulk niet te informeren over deze risico’s hebben gedaagden persoonlijk verwijtbaar gehandeld. Dat de scrubbers niet zijn getest blijkt uit het Project Initiation Document dat is gedateerd op 22 mei 2019 (hierna: Thesis), opgesteld door een student van de Hogeschool Utrecht. Uit deze Thesis blijkt duidelijk dat VDL AEC ongeteste scrubbers op de markt heeft gebracht, als gevolg waarvan aanvankelijk slechts 5 van de 150 door VDL geproduceerde scrubbers werkten.

Uit tests die VDL AEC later wel (midden 2019) liet uitvoeren door onder meer het Duitse Lechler GmbH, blijkt dat ernstige fouten zijn gemaakt met de diffuser plate.

Hierbij wisten of behoorden gedaagden te weten dat: (i) VDL AEC geen ervaring had met het maken van scrubbers voor grote zeeschepen, (ii) VDL AEC zich desalniettemin presenteerde als een zeer ervaren scrubberbouwer, (iii) Starbulk scrubbers kocht bij VDL AEC om te voldoen aan wereldwijd van toepassing zijnde wetgeving, en dus dat (iv) VDL AEC deze scrubbers niet tijdens de ontwerpfase heeft getest.

Standpunt gedaagden

Gedaagden voeren verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Beklamel-aansprakelijkheid

Als een rechtspersoon tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de rechtspersoon aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden kunnen ook (middellijk) bestuurders aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW), maar daarvoor ligt de lat hoog. Deze hoge drempel wordt gerechtvaardigd doordat primair sprake is van handelingen van de rechtspersoon en door het maatschappelijk belang dat voorkomen moet worden dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. Daarom is voor zodanige aansprakelijkheid vereist dat de bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Of sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Starbulk verwijt gedaagden dat zij bij het aangaan van de verbintenis door VDL AEC wisten of redelijkerwijze behoorden te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen (a. de verzekeringsgarantie van artikel 7 van de overeenkomst en b. de levering van een goed functionerende (want geteste) scrubber) zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die daarvan het gevolg is (de zogenaamde ‘Beklamel-aansprakelijkheid’). De overige in de rechtspraak (Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/ [partij])) erkende vormen van bestuurdersaansprakelijkheid spelen in het onderhavige geschil geen rol. De rechtbank volgt Starbulk dan ook niet in haar (ter zitting voor het eerst ingenomen) standpunt dat haar verwijten ook een beroep op de restcategorie uit genoemd arrest inhouden. Starbulk heeft immers geen andere feiten aan het persoonlijk ernstig verwijt ten grondslag gelegd dan door haar is aangevoerd in het kader van haar beroep op de Beklamel-aansprakelijkheid. Dat had echter wel op haar weg gelegen nu het persoonlijk ernstig verwijt voor die restcategorie (anders dan bij de Beklamel-aansprakelijkheid) niet voortvloeit uit het enkele feit dat bij het aangaan van de verplichting door de vennootschap bij de bestuurder bekend had moeten zijn dat de vennootschap tekort zou schieten en voor de schade geen verhaal zou bieden. Het beroep op de restcategorie behoeft daarom bij gebreke van feitelijke onderbouwing geen verdere bespreking.

Oordeel rechtbank

Voor het aannemen van Beklamel-aansprakelijkheid bieden de aangevoerde verwijten geen grond. Dit licht de rechtbank voor elk van de gronden toe.

Verzekeringsgarantie

Starbulk en VDL AEC verschillen kennelijk van mening over de uitleg van de verzekeringsgarantie. Starbulk stelt dat een verzekering is gegarandeerd die al haar schade als gevolg van wanprestatie dekt. Gedaagden voeren aan dat VDL AEC een verzekering overeenkomstig Schedule D (Broker’s confirmation) heeft gegarandeerd en die lezing onderbouwen zij met de onderhandelingsgeschiedenis (zie 3.11) van de bepaling eindigend met de waarschuwing “please note that the insurance terms cannot be negotiated”. Aldus is sprake van een geschil over de uitleg van de overeenkomst tussen Starbulk en VDL AEC en niet van het aangaan van een verplichting waarvan bekend had moeten zijn dat deze niet zou kunnen worden nagekomen door VDL AEC. Verder ontbreekt iedere onderbouwing voor de stelling dat gedaagden op 19 maart 2018 (bij het aangaan van de overeenkomst) hadden moeten weten dat VDL AEC geen verhaal zou bieden voor de schade die zich uiteindelijk heeft geopenbaard en die kennelijk heeft geleid tot het faillissement van VDL AEC op 8 oktober 2024.

Ongeteste scrubbers

Bij de tweede grond (ongeteste scrubbers) is niet gebleken, dat gedaagden bij het aangaan van de overeenkomst wisten of redelijkerwijze behoorden te begrijpen, dat de vennootschap door het leveren van ongeteste scrubbers haar verplichtingen niet kon nakomen en dat zij er bovendien van op de hoogte waren dat de vennootschap geen verhaal zou bieden voor de schade die van deze gestelde tekortkoming het gevolg was. De techniek van de scrubbers werd al langer toegepast. VDL AEC en haar voorloper AEC Maritime hebben de technologie van de scrubbers vanaf 2012 in samenwerking met een universiteit ontwikkeld en vervolgens het product in verschillende varianten op de markt gebracht. Zij hadden scrubbers, waaronder ook één open loop-scrubber, verkocht aan en geïnstalleerd bij verschillende marktpartijen. Bij deze stand van zaken is het gegeven dat de gedaagden zouden hebben meegewerkt aan de levering door VDL AEC van ongeteste scrubbers op zichzelf niet relevant. Bovendien, de schade waarvoor Starbulk VDL AEC (en daarmee gedaagden) aansprakelijk houdt is veroorzaakt doordat de scrubbers niet functioneerden en niet doordat deze niet zijn getest (voor zover daartoe al een verplichting bestond).

Tegen deze achtergrond is niet komen vast te staan dat gedaagden bij het aangaan van de overeenkomst door VDL AEC wisten of redelijkerwijze behoorden te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade als gevolg daarvan.

conclusie

De conclusie van het voorgaande is dat de vorderingen van Starbulk worden afgewezen.

proceskosten

Starbulk is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van gedaagden worden begroot op:

- griffierecht

6.861,00

- salaris advocaat

5.770,00

(2 punten × € 2.885,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

12.820,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen van Starbulk af,

veroordeelt Starbulk in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Starbulk niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Starbulk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.C.H. Blankevoort

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?