ECLI:NL:RBAMS:2026:3058

ECLI:NL:RBAMS:2026:3058

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 13/205918-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Taakstraf van 40 uur voor o.a. mishandeling en toewijzing vordering benadeelde partijen

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/205918-25

Datum uitspraak: 26 maart 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1993,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting op 12 maart 2026 en mede naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter van 16 december 2025, zoals dit volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft plaatsgehad.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N.J. Ros, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. Y. Finani, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft de zaak tegen verdachte gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] (13/205921-25).

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 30 juni 2025 heeft schuldig gemaakt aan:

1. medeplegen van mishandeling van [slachtoffer 1] , terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had, gepleegd in Amsterdam;

2. openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] , terwijl het feit zwaar, in elk geval enig lichamelijk letsel ten gevolge had, gepleegd in Amsterdam;

3. vernieling van een zonnebril van [slachtoffer 1] in Amsterdam;

4. mishandeling van ambtenaar [slachtoffer 2] in Diemen.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten kunnen worden bewezen. Zij heeft daartoe de relevante bewijsmiddelen opgesomd

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van feit 1 en 2 op het primaire standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte geweldshandelingen heeft verricht. Ook kan niet worden bewezen dat sprake is van medeplegen, of dat verdachte een substantiële bijdrage heeft geleverd aan openlijke geweldpleging. Subsidiair kan niet worden bewezen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

Verdachte moet worden vrijgesproken van feit 3, omdat het scenario dat de zonnebril door toedoen van aangever zelf kapot is gegaan niet kan worden uitgesloten.

Verdachte moet ook worden vrijgesproken van feit 4, omdat niet overtuigend kan worden bewezen dat verdachte aangeefster heeft mishandeld. Uit de camerabeelden van de bodycam en de verklaring van de aanwezige verbalisant blijkt niet evident dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte aangeefster heeft geknepen. Bovendien is er geen sprake van opzet.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak van feit 1 (medeplegen van mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolg) en feit 2 (openlijke geweldpleging met zwaar lichamelijk letsel ten gevolg)

Feiten en omstandigheden

In de avond van 30 juni 2025 heeft zich op de Stammerdijk in Diemen een incident voorgedaan waarbij verdachte, medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) en aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) betrokken waren.

De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat verdachte, de vrouw van verdachte, hun drie jonge kinderen en [medeverdachte] in de avond van 30 juni 2025 in een motorbootje op de Weespertrekvaart voeren. Verdachte en [medeverdachte] droegen zwemkleding, de kinderen in het bootje waren vijf jaar, twee jaar en circa anderhalve maand oud. Ze passeerden de woonboot van [slachtoffer 1] , die dat moment op het terras van zijn woonboot zat. Door de snelheid van het bootje ontstond golfslag, waarop [slachtoffer 1] naar het bootje schreeuwde dat zij te veel hard gingen. [slachtoffer 1] heeft vervolgens een baksteen gepakt en die vanaf de kade in de richting van het varende bootje gegooid. Hierna is [slachtoffer 1] met nog een baksteen in zijn hand achter de boot aan (blijven) fietsen. Verdachte was de bestuurder van de boot en hij heeft de boot daarop naar de wal gestuurd, heeft aangemeerd en is aan wal gegaan en naar [slachtoffer 1] toegelopen. [slachtoffer 1] was erg boos en had nog steeds de baksteen in zijn hand. Verdachte heeft vervolgens de bril van [slachtoffer 1] afgepakt en gezegd dat hij deze pas terug kreeg als hij de baksteen los zou laten. Vanaf dat moment lopen de verklaringen van verdachte, [slachtoffer 1] en [medeverdachte] uiteen.

Na het incident worden bij alle drie de betrokkenen (verdachte, [verdachte] en [slachtoffer 1] ) letsels waargenomen door verbalisanten. Bij [slachtoffer 1] blijkt zijn linker oorlel er geheel af te zijn.

Verklaringen

[slachtoffer 1]

heeft verklaard dat de man die als eerste aan wal kwam (de rechtbank begrijpt: verdachte) zijn zonnebril had afgepakt, de zonnebril kapot boog en dat hij hierna direct een klap op zijn oor van die man kreeg. Vervolgens kwam er nog een man op hem af (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] ). [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij toen door beide jongens meerdere keren werd geslagen.

Verdachte

Verdachte ontkent dat hij geweld tegen [slachtoffer 1] heeft gepleegd. Hij heeft verklaard dat hij besloot om de boot aan te meren, omdat [slachtoffer 1] dreigde dat hij meer bakstenen zou gooien. Toen de boot was aangemeerd en verdachte was afstapt en naar [slachtoffer 1] was toegelopen bleef [slachtoffer 1] agressief en dreigen met de baksteen. Verdachte heeft toen de bril van [slachtoffer 1] gepakt. Op dat moment begon [slachtoffer 1] met de baksteen op het hoofd, het lichaam en de rug van verdachte te slaan. Vervolgens is [medeverdachte] van de boot in het water gesprongen om verdachte te helpen. Uiteindelijk is het [medeverdachte] gelukt om de baksteen af te pakken en [slachtoffer 1] weg te jagen.

[medeverdachte]

heeft verklaard dat dat verdachte aan de wal naar [slachtoffer 1] was toegelopen en dat hij zag dat [slachtoffer 1] de baksteen niet los wilde laten. [medeverdachte] is in het water gesprongen en aan wal gegaan toen hij zag dat [slachtoffer 1] slaande bewegingen met de baksteen maakte tegen het hoofd van verdachte. Hierop heeft [medeverdachte] de baksteen van [slachtoffer 1] afgepakt en heeft hij [slachtoffer 1] geslagen, waarbij hij hem één keer heeft geraakt. [slachtoffer 1] heeft verdachte toen losgelaten. [medeverdachte] heeft [slachtoffer 1] op de knieën gedwongen, omdat [slachtoffer 1] veel groter was dan hij en hij zich geïntimideerd voelde. [medeverdachte] wilde zich groter voelde.

Twee getuigen hebben het incident (gedeeltelijk) gezien.

Getuige [getuige 1]

Getuige [getuige 1] fietste over de Stammerdijk en zag dat een Nederlandse man aan het schreeuwen was en bakstenen naar de boot gooide. [getuige 1] heeft niet gezien of de stenen in de boot of tegen de boot aan zijn gekomen. De Nederlandse man (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) was boos. De mensen in de boot schreeuwden dat de man normaal moest doen, omdat er kinderen in de boot zaten. De Marokkaanse man (de rechtbank begrijpt: verdachte) stopte de boot en stapte aan de kant. Vervolgens ontstond er een woordenwisseling. De man had nog steeds een steen in zijn hand. De Marokkaanse man pakte de bril af van de man en hij zei: “Als je nu die steen niet uit je hand haalt dan geef ik je bril niet terug.” Toen ontstond er een gevecht tussen deze twee mannen. Er kwam ook nog een andere man van de boot om te helpen. [getuige 1] heeft niet veel van het gevecht zelf gezien. Hij weet niet wie de eerste klap heeft gegeven.

Getuige [getuige 2]

Getuige [getuige 2] bevond zich aan de overkant van het water op de provinciale weg. Hij stond op ongeveer twintig meter afstand van het incident. [getuige 2] zag dat een man een aantal mensen in een boot aansprak omdat ze te hard voeren. De jongens op de boot schreeuwden ‘kankermoer’ naar de man en de man schreeuwde “Je bent toch niet achterlijk! Je bent een mongool dat je zo hard vaart hier.” De man fietste vervolgens in dezelfde richting als de boot. Later hoorde [getuige 2] dat de meneer ‘Hou op, hou op!” schreeuwde. Een jongere gast (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] ) riep dat de man op zijn knieën moest gaan. Op dit moment waren ze uit het zicht van [getuige 2] . Vervolgens zag [getuige 2] dat de man achteruitliep met zijn handen in de lucht. De jongere jongen liep met een steen in zijn hand en schreeuwde dat de man op zijn knieën moest. Deze jongen maakte drie stootgebaren in de richting van de oudere man. De man wankelde naar achteren. [getuige 2] heeft vervolgens de politie gebeld.

Oordeel van de rechtbank

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier, meer in het bijzonder de verklaringen van de onafhankelijke getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , niet kan worden vastgesteld dat verdachte geweldshandelingen heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de man die als eerste aan wal kwam een klap heeft gegeven, maar deze verklaring wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. De getuigenverklaring van [getuige 1] biedt die ondersteuning niet, nu hij slechts heeft verklaard dat hij zag dat er werd gevochten en dat hij niet veel van het gevecht heeft gezien. Hij heeft niet specifiek verklaard dat verdachte geweld heeft gepleegd en wat dat geweld dan inhield.

Ook kan niet worden bewezen dat sprake was van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] op het moment dat [medeverdachte] [slachtoffer 1] heeft geslagen (feit 1), of dat verdachte het door [medeverdachte] gepleegde geweld anderszins heeft ondersteund, zodanig dat hij daaraan een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd (feit 2).

De rechtbank concludeert dat feit 1 (medeplegen van mishandeling) en feit 2 (openlijke geweldpleging) niet kunnen worden bewezen, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Feit 3 – vernieling zonnebril

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [slachtoffer 1] , de foto’s van de kapotte zonnebril in het dossier en de verklaring van verdachte op de zitting dat hij de zonnebril van [slachtoffer 1] niet los zou laten als hij de baksteen niet los zou laten, bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan vernieling van de zonnebril van [slachtoffer 1] .

Feit 4 – mishandeling ambtenaar

De rechtbank is op grond van de aangifte van politieagent [slachtoffer 2] en de verklaring van verbalisant [verbalisant] dat hij zag dat verdachte [slachtoffer 2] bij haar arm vast hield en dat [slachtoffer 2] riep “Laat mijn arm los en stop met knijpen", van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer 2] door haar in haar arm te knijpen.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

3.

op 30 juni 2025 in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een zonnebril, die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft vernield;

4.

op 30 juni 2025 te Diemen, [slachtoffer 2] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 2] in de arm te knijpen, terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor alle feiten moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadvrouw heeft verzocht om rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte ten tijde van de feiten niet eerder onherroepelijk was veroordeeld voor een misdrijf en dat geen sprake is van recidive. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij draagt de zorg voor zijn drie kinderen en één van zijn kinderen is ziek. Ook zorgt hij voor zijn vader die ernstig ziek is. Verdachte zit in een schuldhulpverleningstraject en hij is bezig met het opzetten van een nieuw bedrijf. Tenslotte moet rekening worden gehouden met de oorzaak van het incident, die niet te wijten is aan verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een politieagente, door haar in haar arm te knijpen. De politieagente heeft hier meerdere blauwe plekken aan overgehouden. Dit is een ergerlijk en vervelend feit. Politieagenten moeten hun werk op een veilige manier kunnen doen, zonder te worden geconfronteerd met fysiek agressieve personen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een zonnebril.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 9 februari 2026.

Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft voor de strafmaat acht geslagen op de door de rechtspraak gehanteerde

oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Bij mishandeling, lichamelijk letsel ten gevolge hebbend, is het oriëntatiepunt een geldboete van € 1.000,-. De rechtbank weegt als strafverzwarend mee dat het feit is begaan tegen een politieagent. Voor vernieling zijn geen oriëntatiepunten.

Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 40 uur met aftrek passend en geboden. De rechtbank wijkt daarmee af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring dan de officier van justitie.

8. Vorderingen van de benadeelde partijen

Vorderingen

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 6.723,16 aan vergoeding van materiële schade en € 20.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast vordert de benadeelde partij [slachtoffer 1] € 12,40 aan proceskosten.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert € 300,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade hoofdelijk kan worden toegewezen, met uitzondering van de kosten voor huishoudelijke hulp. De immateriële schade kan hoofdelijk worden toegewezen tot € 5.000,-. Voor het overige dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. De officier van justitie heeft gevorderd om de materiële en immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en aan verdachte moet de schadevergoedingsmaategel worden opgelegd. De gevorderde proceskosten kunnen worden toegewezen.

De vordering van [slachtoffer 2] kan geheel worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair moet de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat sprake is van eigen schuld van de benadeelde partij. Meer subsidiair kunnen de kosten voor de camera’s en de e-bike display niet worden toegewezen, omdat het causale verband ontbreekt. De kosten voor de gehoorapparaten moeten worden afgewezen, omdat niet is onderbouwd dat benadeelde zijn gehoorapparaat niet meer kon gebruiken. De kosten voor de huishoudelijke hulp zijn niet/onvoldoende onderbouwd. De gevorderde immateriële schade moet worden gematigd.

De vordering van [slachtoffer 2] moet worden gematigd, gezien de geringe ernst van het feit.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

8.4.1.1. Niet-ontvankelijk wegens vrijspraak feit 1 en feit 2

De benadeelde partij [slachtoffer 1] zal ten aanzien van de gevorderde materiële schade, met uitzondering van de kosten voor de zonnebril, en de gevorderde immateriële schade in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat deze schade verband houdt met feit 1 en feit 2 en verdachte van die feiten zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij en verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

8.4.1.2. Kosten van de zonnebril

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht, immers heeft verdachte de zonnebril van benadeelde vernield. Uit de overgelegde bon blijkt dat de benadeelde partij op 16 september 2025 een nieuwe soortgelijke zonnebril heeft gekocht. Nu onbekend is hoe oud de zonnebril was ten tijde van het feit, zal de rechtbank rekening houden met waardevermindering als gevolg van de afschrijving van de zonnebril (van het merk Ray-Ban). De rechtbank begroot de schade naar billijkheid op een bedrag van € 227,- en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

8.4.1.3. Proceskosten

De rechtbank overweegt dat de proceskosten bestaan uit reiskosten voor het bijwonen van de behandeling ter terechtzitting. Deze kosten kunnen alleen als proceskosten worden aangemerkt, indien de benadeelde partij zonder gemachtigde procedeert. De benadeelde partij procedeert echter met gemachtigde mr. H. Koç, die op de zitting van 12 maart 2026 de vordering heeft toegelicht. De proceskosten worden daarom afgewezen. Nu deze kosten zijn afgewezen, zijn de proceskosten tot op heden nihil.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 4 bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen.

De door de benadeelde partij gevorderde vergoeding van immateriële schade van € 300,- acht de rechtbank toewijsbaar, gelet op de onderbouwing en de hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen in de rechtspraak worden toegekend. De vordering wordt dan ook toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien

verdachte jegens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 300, 304 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen;

Ten aanzien van feit 4:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 (veertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 227,- (tweehonderdzevenentwintig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (30 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 227,- (tweehonderdzevenentwintig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (30 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 300,- (driehonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (30 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 300,- (driehonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (30 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,

mrs. A.M. Grüschke en A.M. Timorason, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. van Gerven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A.E. Somsen

Griffier

  • mr. S. van Gerven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?