ECLI:NL:RBAMS:2026:3123

ECLI:NL:RBAMS:2026:3123

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer 13/333384-25 en 13/005561-25 (TUL).
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 20-jarige verdachte heeft zich gedurende ongeveer een half jaar schuldig gemaakt aan belaging (stalking) van zijn (ex-)partner, door haar en mensen uit haar omgeving veelvuldig (anoniem) te bellen en haar te bestoken met controlerende, dwingende en zeer gewelddadige berichten. Ook heeft verdachte, terwijl hij met haar een videogesprek voerde, een screenshot gemaakt terwijl haar ontblote bovenlichaam zichtbaar was. Die afbeelding van seksuele aard heeft verdachte vervolgens openbaar gemaakt. Ook heeft verdachte zijn (ex-)partner meermalen met de dood bedreigd. Aan verdachte is een gevangenisstraf van 150 dagen waarvan 103 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar opgelegd. Aan deze proeftijd is o.a. een locatieverbod rondom de woning van zijn (ex-)partner verbonden. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde gevangenisstraf van 4 maanden is volledig toegewezen en omgezet in een taakstraf van 240 uren.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/333384-25, 13/005561-25 (TUL).

Datum uitspraak: 27 maart 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,

wonende op het adres [adres 1].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Willemsen, en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.G.D. Rutten naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan:

De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

3. Voorvragen

4. Waardering van het bewijs

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 dient verdachte partieel te worden vrijgesproken van de periode tot 7 juli 2025.

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd en zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie wat betreft partiële vrijspraak voor de pleegperiode van feit 1.

De rechtbank is met de officier van justitie en raadsman van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierna omschreven in rubriek 5. Ten aanzien van feit 1 zal verdachte partieel worden vrijgesproken van de periode tot 7 juli 2025.

Nu verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft bekend en de raadsman hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, kan, op grond van artikel 359 lid 3 Sv, met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:

Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3:

 De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 13 maart 2026;

 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 31 juli 2025 met nummer PL1300-2025305711-2, in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend op 4 december 2025 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1], pag. 12-17;

 Een proces-verbaal ontvangst van klacht door hulpofficier van justitie van 4 december 20215 met nummer PL1300-2025305927-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2], pag. 12;

 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 6 december 2025 met nummer PL1300-2025307296-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3], pag. 18-21;

 Een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever door [slachtoffer] van 6 december 2025 met nummer PL1300-2025305711-17, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4], pag. 24-29;

 Een proces-verbaal van bevindingen van 6 december 20215 met nummer PL1300-2025305711-8, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5], pag. 59-62;

 Een proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 1 december 2025 met nummer PL1300-2025303321-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6], pag. 31-32;

 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 6 december 2025 met nummer PL1300-2025305711-16 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 7], pag. 36-39.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor onder rubriek 4 opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van feit 1

op meerdere tijdstippen in de periode van 7 juli 2025 tot en met 6 december 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer], door

- veelvuldig (anoniem) te bellen en

- veelvuldig de moeder van die [slachtoffer] te bellen indien die [slachtoffer] de telefoon

niet opneemt en

- personen via Whatsapp en andere social media contact op te laten nemen met die [slachtoffer] en haar te bewegen om hem, verdachte, te deblokkeren op social media en

- meermalen controlerende berichten en bewoordingen te sturen en te uiten en

- meermalen die [slachtoffer] te dwingen om filmpjes van zichzelf en haar omgeving te maken en

- meermalen dreigende en bedreigende berichten en bewoordingen naar die [slachtoffer] te sturen en te uiten en

- naar het werk van die [slachtoffer] te gaan en

- veelvuldig naar de werkgever van die [slachtoffer] te bellen en

- veelvuldig via social media contact op te nemen met de werkgever van die [slachtoffer] en

- een naaktfoto van die [slachtoffer] met de tekst: "Werkneemster van de maand" naar de werkgever van die [slachtoffer] te sturen,

met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

Ten aanzien van feit 2

in de periode van 27 juli 2025 tot en met 5 december 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een visuele weergave van seksuele aard, te weten een screenshot van een persoon, te weten [slachtoffer], waarop die [slachtoffer] met ontbloot bovenlichaam te zien was openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door of als gevolg van het opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen was verkregen;

Ten aanzien van feit 3

op of omstreeks 1 december 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] via social media berichten met de volgende inhoud te sturen: "Als je niet met mij verder gaat, dan vermoord ik je" en "Kga jou of je gezin onverwachts wat aandoen" en "Kga je vermoorden", althans berichten van een gelijke dreigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. Strafbaarheid van de feiten

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

Eis van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het volwassenenstrafrecht moet worden toegepast. Zij heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 150 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 103 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Zij heeft gevorderd daaraan de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals geadviseerd door de reclassering met uitzondering van de elektronische monitoring. Hierbij kan het locatieverbod rond de woning van aangeefster, conform het voorstel van de verdediging, worden aangepast naar 500 meter rondom haar woning. Het geadviseerde locatiegebod kan komen te vervallen. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat er een taakstraf van 240 uren wordt opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om toepassing te geven aan het adolescentenstrafrecht, gelet op het advies hierover van de reclassering. De sociaal-emotionele ontwikkeling van verdachte is gelet op zijn leeftijd immers nog onvolledig, er is sprake van ADHD en een voorgeschiedenis in het speciaal onderwijs en mogelijk een ontwikkelingsachterstand of licht verstandelijke beperking waarvoor nadere diagnostiek is geïndiceerd. Voorts heeft de raadsman verzocht om de aan verdachte op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast kan een voorwaardelijk deel worden opgelegd met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van het contactverbod met [slachtoffer]. Dat is volgens de verdediging praktisch onuitvoerbaar. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat zij een dergelijk verbod niet meer wenst. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het opleggen van een taakstraf.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende ongeveer een half jaar schuldig gemaakt aan belaging van zijn (ex-)partner [slachtoffer] door haar en mensen uit haar omgeving, zoals haar moeder en werkgever, veelvuldig (anoniem) te bellen en haar te bestoken met controlerende, dwingende en zeer gewelddadige berichten. Ook heeft verdachte, terwijl hij met [slachtoffer] een videogesprek voerde, een screenshot gemaakt terwijl haar ontblote bovenlichaam zichtbaar was. Die afbeelding van seksuele aard heeft verdachte vervolgens openbaar gemaakt. Ook heeft verdachte [slachtoffer] meermalen met de dood bedreigd.

Belaging, in het normaal spraakgebruik ook wel stalking genoemd, is een zeer hinderlijk en angstaanjagend feit. Stalking heeft een grote impact op slachtoffers, die zich daardoor ernstig beperkt voelen in hun bewegingsvrijheid en constant geconfronteerd worden met ongewenst (en in dit geval onbehoorlijk) contact.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 25 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor mishandeling van zijn (ex-)partner (huiselijk geweld).

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 6 maart 2025. Hierin wordt beschreven dat er tussen verdachte en [slachtoffer] sprake zou zijn van een langdurige en toxische partnerrelatie, gekenmerkt door controle, jaloezie en grensoverschrijdend gedrag. De huidige verdenking wijst volgens de reclassering op een beginnend delictpatroon van partnergeweld. De reclassering schrijft verder dat verdachte beschikt over een beperkt probleeminzicht en zijn gedrag bagatelliseert. Deze houding is zorgelijk en betreft een risicofactor voor toekomstig delictgedrag. De risico’s op recidive, letsel en onttrekking aan voorwaarden worden ingeschat als gemiddeld tot hoog.

Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen omdat de verdachte heeft aangegeven niet te willen meewerken aan de door de reclassering geïndiceerde voorwaarden. Mocht de rechter toch besluiten tot een (deels) voorwaardelijke sanctie adviseert de reclassering een meldplicht, meewerken aan diagnostiek en ambulante behandeling, een locatieverbod en -gebod (met elektronisch toezicht) en dagbesteding als bijzondere voorwaarden op te leggen. Uit de meest recente slachtofferwensen bij het Openbaar Ministerie blijkt dat [slachtoffer] niet langer een contact- of locatieverbod wenst. Echter vindt de reclassering een locatiegebod nog steeds nodig om het recidiverisico en het veiligheidsrisico richting [slachtoffer] te beheersen.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij inmiddels een intakegesprek heeft gehad bij De Waag, en dat hij daar aan de slag kan gaan met een traject dat hem onder andere leert om te gaan met zijn boosheid en het maken van juiste keuzes. Ook staat er een intakegesprek bij HVO-Querido ingepland om begeleid te gaan wonen. Verdachte heeft aangegeven bereid te zijn om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden, maar verzoekt het locatieverbod te wijzigen naar een straal van 500 meter rondom de woning van aangeefster.

Adolescentenstrafrecht

In het reclasseringsrapport wordt verwezen naar een eerder advies van 18 december 2025, waarin wordt geconcludeerd dat er indicaties zijn voor zowel de toepassing van het jeugd- als het volwassenenstrafrecht, maar dat de argumenten voor het toepassen van het jeugdstrafrecht zwaarder wegen. De rechtbank neemt deze conclusie niet over. De rechtbank stelt voorop dat de kalenderleeftijd van de verdachte leidend is bij de vraag of toepassing moet worden gegeven aan het volwassenenstrafrecht. Verdachte was ten tijde van de behandeling van deze strafzaak twintig jaar oud. Een belangrijke reden om ondanks de volwassen leeftijd toch het adolescentenstrafrecht toe te passen is gelegen in de mogelijkheid tot pedagogische beïnvloedbaarheid. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er bij verdachte onvoldoende aanknopingspunten voor deze pedagogische beïnvloedbaarheid. Zo is er geen sprake van scholing meer en neemt verdachte ook niet meer actief deel aan een gezin (stroomt binnenkort uit naar eigen woning). Tegelijkertijd ziet de rechtbank in de huidige verdenking een toename van ernst in de door verdachte gepleegde delicten ten opzichte van zijn justitiële voorgeschiedenis en lijkt hij niet onder de indruk te zijn van justitiële autoriteiten. De rechtbank zal bij de strafoplegging wel enigszins rekening houden met de jonge leeftijd van verdachte.

Strafoplegging

Voor belaging en het openbaar maken van een naaktfoto zijn geen oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht opgesteld. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf daarom aansluiting gezocht bij de straffen die doorgaans voor dit soort feiten worden opgelegd.

De aard en ernst van de feiten rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf. De rechtbank zal evenwel geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte thans een baan heeft, een intakegesprek heeft gehad bij De Waag en op korte termijn een afspraak heeft bij HVO-Querido, waar een traject van begeleid wonen kan worden gestart. Verdachte heeft inmiddels dus iets opgebouwd; een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou dit traject kunnen doorkruisen. Hoewel verdachte een goed begin heeft gemaakt, acht de rechtbank het in het belang van verdachte alsmede dat van het slachtoffer en de samenleving, dat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden zo snel als mogelijk worden opgestart en worden gekoppeld aan een stevige voorwaardelijke gevangenisstraf, als stok achter de deur.

Daarom wordt aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 150 dagen, waarvan 103 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan deze proeftijd worden de bijzondere voorwaarden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van het locatiegebod. Daar ziet de rechtbank de noodzaak niet langer toe. De rechtbank zal – gelet op wat de verdediging hierover naar voren heeft gebracht – het locatieverbod rondom de woning van [slachtoffer] aanpassen tot 500 meter rondom haar woning, zonder elektronische monitoring. De rechtbank zal geen contactverbod met [slachtoffer] opleggen, nu zij heeft aangegeven dit niet langer te wensen en de rechtbank daartoe de noodzaak niet langer ziet.

De rechtbank ziet geen aanleiding om – naast voornoemde deels voorwaardelijke gevangenisstraf – ook nog een taakstraf opleggen, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

9. Vordering na voorwaardelijke tenuitvoerlegging

Bij de stukken bevindt zich de vordering van de officier van justitie van 6 februari 2026 in de zaak met parketnummer 13/005561-25 betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank op 30 april 2025, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte (4 maanden) niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt. Tevens bevindt zich bij de stukken een afschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoel in artikel 366a Sv aan verdachte per post is toegezonden.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering volledig toe te wijzen en de straf om te zetten in een taakstraf van 240 uren.

De raadsman heeft verzocht om de proeftijd te verlengen.

Het uitgangspunt bij recidive binnen de proeftijd is dat een voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de strafmotivering en -oplegging in de onderhavige zaak ziet de rechtbank echter wel aanleiding om de gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie daarom volledig toewijzen en omzetten in een taakstraf van 240 uren.

10. Beslag

Onder verdachte is in beslag genomen:

Beide telefoontoestellen (iPhones) behoren aan verdachte.

Nu met behulp van het toestel genoemd onder 2 het bewezen geachte is begaan, wordt dit goed verbeurd verklaard.

Het andere telefoontoestel kan worden teruggegeven aan verdachte.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 254ba, 285, 285b Wetboek van Strafrecht.

12. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

belaging;

Ten aanzien van feit 2

openbaar maken van een afbeelding van seksuele aard van een persoon, terwijl hij weet /redelijkerwijs moet vermoeden dat deze door of als gevolg van het opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van een afbeelding van seksuele aard van een persoon is verkregen;

Ten aanzien van feit 3

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 150 (honderdvijftig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die

straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelde, groot 103 (honderddrie) dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de

proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet

aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet:

 Meldplicht bij reclassering

Veroordeelde meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich de eerstvolgende werkdag nadat de proeftijd is ingegaan bij Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering op het adres [adres 2].

 Meewerken aan diagnostiek en ambulante behandeling

Veroordeelde werkt mee aan diagnostiekafname en laat zich behandeling door de forensische polikliniek van de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, grensoverschrijdend gedrag, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

 Locatieverbod

Veroordeelde bevindt zich zolang het Openbaar Ministerie dit nodig acht niet in het gebied van 500 meter rondom de [adres 3].

 Dagbesteding

Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.

Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14e, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het

nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel

1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14e, zesde lid,

van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan

huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de

reclassering dit noodzakelijk acht.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 13/005561-25

Wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met bovengenoemd parketnummer volledig toe: te weten een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden en bepaalt dat de gevangenisstraf zal worden vervangen door een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis.

Beslag

Verklaart verbeurd 1 STK telefoontoestel (omschrijving: (PL1300-2025305711-G6746440);

Gelast de teruggave aan verdachte van 1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL1300-2025305711-G6746439).

Voorlopige hechtenis

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.K. Oosterling - van der Maarel, voorzitter

mrs. C.C.J. Maas-van Es en J.J. Prins, rechters

in tegenwoordigheid van mr. J.J.M. Smolders, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 maart 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.K. Oosterling - van der Maarel

Griffier

  • mr. J.J.M. Smolders

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?