ECLI:NL:RBAMS:2026:3162

ECLI:NL:RBAMS:2026:3162

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer 13/391095-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging met enig lichamelijk letsel. Aan verdachte wordt opgelegd een jeugddetentie voor de duur van 30 dagen, geheel voorwaardelijk. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Team Familie & Jeugd

Parketnummers: 13.391095.24

Datum uitspraak: 10 maart 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaken tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,

inschrijvingsadres in Basisregistratie Personen: [BRP-adres] ,

feitelijk wonende te: [feitelijk woonadres] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 24 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.S. Gerritsen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.G.M. Rijkhoff naar voren hebben gebracht.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en [naam 2] , namens Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA) naar voren is gebracht.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van wat door de benadeelde partij [benadeelde partij] en zijn advocaat mr. L.A. Korfker naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is, kort gezegd, ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:

openlijke geweldpleging tegen [benadeelde partij] op 10 mei 2023 te Amsterdam, door

- met een mes, in het (boven)lichaam van voornoemde [benadeelde partij] te steken en/of- voornoemde [benadeelde partij] meermaals (op de grond) te duwen en/of- voornoemde [benadeelde partij] tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en schoppen,terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel,

te weten blijvend en/of ernstig letsel aan de nier en/of darmen en/of buikwand en/of een gebroken oogkas en/of gebroken neus, voor voornoemde [benadeelde partij] ten gevolge heeft gehad.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging op 10 mei 2023. Volgens de officier van justitie is er sprake van het medeplegen van openlijk geweld, aangezien er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende verdachten. De officier van justitie is van mening dat de verdachte verantwoordelijk moet worden gehouden voor alle geweldshandelingen zoals tenlastegelegd. Zelfs nadat het slachtoffer [benadeelde partij] door de medeverdachte [medeverdachte] werd gestoken, er bloed op de grond zichtbaar was en het slachtoffer weer was opgestaan, hebben de verdachten het slachtoffer weer geslagen voor zo’n 10-15 seconden. De uitleg van de verdachte dat hij geen oog had voor wat de anderen deden, doet daar volgens de officier van justitie niet aan af.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om de verdachte partieel vrij te spreken van het steken met het mes, omdat dit niet in vereniging heeft plaatsgevonden. De verdachte is er pas na het incident van op de hoogte geraakt dat zijn medeverdachte een mes had en dat de medeverdachte het slachtoffer daarmee heeft gestoken. De verklaring van de verdachte wordt ondersteund door de tapgesprekken en de verklaring van getuige [getuige] . Verder verzoekt de raadsvrouw de verdachte partieel vrij te spreken van het schoppen tegen het hoofd, aangezien niemand hierover verklaard. Tot slot verzoekt de raadsvrouw om de verdachte vrij te spreken van artikel 141 lid 2 sub 2 Wetboek van Strafrecht. Nu de verdachte volgens de raadsvrouw vrijgesproken moet wordt het steken met het mes, moet de verdachte ook vrijgesproken worden van het letsel dat ten gevolge daarvan is ontstaan, te weten het letsel aan de nier, darm en buikwand. Verder geldt dat de gebroken oogkas en de gebroken neus niet kunnen worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat er op 10 mei 2023 openlijk geweld heeft plaatsgevonden gericht tegen de aangever [benadeelde partij] . De aangever had een aantal jongens aangesproken bij een flessenautomaat van de Lidl, er is een korte woordenwisseling ontstaan en vervolgens zijn de jongens de aangever gevolgd. In een groentewinkel, waar de aangever een drankje koopt, komt het wederom tot een woordenwisseling waarop de eigenaar van de winkel de groep jongens zegt dat ze de man met rust moeten laten. De jongens wachten de aangever vervolgens buiten de winkel op en nadat de aangever uit de groentewinkel naar buiten komt, wordt hij achterna gelopen en vervolgens geschopt en geslagen. Ook is er met een mes in zijn bovenlichaam gestoken. Als gevolg van het steken heeft de aangever blijvend letsel aan zijn nier, darmen en buikwand overgehouden. Aan het overige op hem uitgeoefende geweld heeft de aangever een gebroken oogkas en gebroken neus overgehouden.

Bijdrage verdachte

De verdachte maakte deel uit van de groep jongens die het hiervoor beschreven geweld heeft uitgeoefend op het slachtoffer. De verdachte heeft bovendien toegegeven dat hij de aangever zelf ook meerdere keren heeft geslagen, terwijl andere jongens tegelijkertijd ook geweld uitoefenden. Op grond hiervan staat voor de rechtbank vast dat de verdachte opzet heeft gehad op de ten laste gelegde geweldshandelingen betreffende het schoppen en slaan en daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Daarbij tekent de rechtbank aan dat voor het schoppen tegen het hoofd onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is.

Partiele vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat de verdachte opzet heeft gehad op het tenlastegelegde steken met het mes door de medeverdachte [medeverdachte] en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd. De verdachte was naar eigen zeggen niet op de hoogte van het feit dat deze medeverdachte een mes bij zich had en heeft ook het steken niet gezien. Deze verklaring van verdachte wordt niet weerlegd door de bewijsmiddelen en is ook overigens, in het licht van de hectiek en de verklaring van de aangever zelf dat hij ook niet in de gaten had dat hij werd gestoken, niet op voorhand onaannemelijk te achten. Dit betekent dat het ten laste gelegde steken met het mes niet kan worden bewezen en dat de rechtbank verdachte partieel zal vrijspreken van het gedachtestreepje dat [benadeelde partij] met een mes in zijn zij en/of (boven) de heup is gestoken.

Letsel

Uit het voorgaande volgt dat het door de medeverdachte [medeverdachte] veroorzaakte steekletsel, te weten de blijvende schade aan de nier, darmen en buikwand, niet aan de verdachte is toe te rekenen. De strafverzwaringen van artikel 141 Wetboek van Strafrecht hebben uitsluitend betrekking op de dader van wie komt vast te staan dat het door hemzelf gepleegde geweld het zwaar lichamelijke letsel heeft veroorzaakt, zoals ook is bepaald door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2004:AR3230).

De vraag die de rechtbank verder dient te beantwoorden is of het letsel aan het oog en de neus van de aangever als gevolg van de door verdachte gepleegde geweldshandelingen kunnen worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Voor die beoordeling is van belang de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. De rechtbank concludeert dat uit het dossier en de overgelegde medische stukken onvoldoende blijkt dat het letsel als gevolg van de door de verdachte gepleegde geweldshandelingen op basis van deze criteria kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel. Dat betekent dat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van de op artikel 141 lid 2 sub 2 van het Wetboek van Strafrecht gebaseerde strafverzwarende onderdelen van de tenlastelegging.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in vervatte bewijsmiddelen bewezen dat

hij op 10 mei 2023 te Amsterdam openlijk, te weten op de [straat] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde partij] , door

- voornoemde [benadeelde partij] meermaals (op de grond) te duwen en

- voornoemde [benadeelde partij] een of meerdere malen tegen het hoofd te slaan, althans tegen het

lichaam te slaan en schoppen,

terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een gebroken oogkas en gebroken neus, voor voornoemde [benadeelde partij] ten gevolge heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. Bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

7. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9. Motivering van de straffen en maatregelen

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat aan de verdachte wordt opgelegd een werkstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen jeugddetentie indien verdachte de werkstraf niet volledig of naar behoren heeft verricht, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf moeten volgens de officier van justitie naast de algemene voorwaarde dat verdachte geen nieuwe strafbare feiten zal plegen, de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld zoals geadviseerd door JBRA. Daarnaast moet er volgens de officier van justitie nog een contactverbod met het slachtoffer en de medeverdachte worden opgelegd en moet de verdachte meewerken aan begeleid wonen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw verzoekt een deels voorwaardelijke taakstaf op te leggen. De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat rekening moet worden gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Ook verzoekt de raadsvrouw rekening te houden met het feit dat de verdachte eerder vaker in beeld kwam bij politie en justitie, maar dat het de laatste jaren een stuk rustiger is. Ook heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de verdachte inmiddels school heeft, actief opzoek is naar een bijbaan, zich bewust is van de noodzaak van de ondersteuning van de hulpverlening en actief meewerkt aan de behandeling van Inforsa.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf en het bepalen van de maatregel laat de rechtbank zich leiden door de persoon van de verdachte, zoals die onder meer naar voren komt in nagenoemde rapportages en hetgeen de deskundigen ter zitting hebben verklaard, alsmede de ernst van het bewezen geachte en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging tegen [benadeelde partij] . Op klaarlichte dag in een drukbezocht winkelcentrum is er tegen [benadeelde partij] door verdachte en zijn medeverdachten grof en totaal zinloos geweld uitgeoefend. Het slachtoffer heeft als gevolg van het onder andere door verdachte uitgeoefende geweld een fractuur aan zijn oogkas en neus opgelopen. Het slachtoffer is gedurende de vechtpartij tevens door een medeverdachte in zijn bovenlichaam gestoken. Hoewel de verdachte door de rechtbank niet verantwoordelijk wordt gehouden voor het steken van het slachtoffer, heeft het slachtoffer als gevolg van dit incident 16 dagen in het ziekenhuis gelegen, waarvan enkele dagen op de Intensive Care. De revalidatie is zowel fysiek als mentaal heel zwaar geweest en nog steeds kampt het slachtoffer met de gevolgen van het tegen hem uitgeoefende geweld. De verdachte lijkt alsnog geen verantwoordelijkheid te nemen voor het door hem uitgeoefende gedrag en vergoelijkt zijn gedrag door steeds te benadrukken dat het slachtoffer hem niet netjes aansprak bij de flessenautomaat en hij daarna gewoon een gesprek met het slachtoffer wilde, maar het slachtoffer hem onheus bejegende. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij nog steeds op deze manier naar zijn eigen gedrag kijkt. Ook neemt de rechtbank het de verdachte kwalijk dat het incident in het openbaar heeft plaatsgevonden, waardoor veel mensen getuige zijn geweest van de gebeurtenis. Het is juist dit soort zinloos geweld, dat niet alleen bij het slachtoffer, maar in de samenleving als geheel gevoelens van angst en onveiligheid oproept.

Persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 18 december 2025, waaruit blijkt dat verdachte vaker veroordeeld is voor misdrijven, waaronder voor geweldsmisdrijven. De rechtbank constateert verder dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

De rechtbank heeft daarnaast kennis genomen van de rapportage van de JBRA van 10 februari 2026 ten behoeve van de inhoudelijke behandeling. De Raad heeft voor de zitting te kennen gegeven geen capaciteit te hebben om een adviesrapport uit te brengen en heeft ter zitting geadviseerd.

De JBRA heeft naar voren gebracht dat verdachte de afgelopen periode een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hoewel er nog steeds kwetsbaarheden en uitdagingen worden gezien, ziet JBRA ook krachten. Verdachte stelt zich begeleidbaar op en volgt een behandeling bij Inforsa. JBRA adviseert om een voorwaardelijke straf op te leggen met een proeftijd van 2 jaren, met dezelfde bijzondere voorwaarden die al in een ander kader gelden. Het is volgens de JBRA belangrijk dat het woon- en hulpverleningstraject door blijft lopen.

De Raad adviseert de rechtbank om een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met de voorwaarden zoals door JBRA geadviseerd en met een proeftijd van 2 jaren. Verdachte krijgt op dit moment een groot pakket aan begeleiding en heeft mogelijk mede daarom een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Het is belangrijk dat dit wordt voortgezet, waaronder de behandeling bij Inforsa.

Straf

De rechtbank ziet in alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding om bij de straftoemeting in het voordeel van verdachte af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd, in de eerste plaats omdat de rechtbank verdachte niet verantwoordelijk houdt voor het steken. Verder wijkt de rechtbank af van de vordering van de officier van justitie omdat uit de rapportages en ter zitting naar voren is gekomen dat verdachte de afgelopen periode een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hoewel het in beginsel onwenselijk is dat een strafzaak met een jeugdige verdachte pas meer dan twee jaar later na het incident op een zitting behandeld wordt, heeft het in het geval van verdachte – gelet op de inmiddels ingezette positieve ontwikkeling – een gunstige invloed. Verdachte lijkt zijn leven een wending in de goede richting te hebben gegeven. Ook heeft de verdachte ter zitting gezegd zich in de toekomst niet meer op deze manier te zullen opstellen en geleerd te hebben van het incident. De rechtbank hoopt dat verdachte deze positieve ontwikkeling voortzet.

Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd en gelet op de persoonlijke ontwikkeling van de verdachte, zoals hiervoor beschreven, oordeelt de rechtbank dat een jeugddetentie voor de duur van 30 dagen, geheel voorwaardelijk, passend en geboden is. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank een proeftijd van twee jaar verbinden en daarbij, naast de algemene voorwaarde, de bijzondere voorwaarden opleggen die door de JBRA zijn geadviseerd.

10. De benadeelde partij

De vordering van [benadeelde partij]

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 15.655,- aan schade, bestaande uit € 665,- aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vordering voor wat betreft het materiële gedeelte voor toewijzing vatbaar is. De officier van justitie heeft verzocht het immateriële gedeelte van de vordering te matigen tot € 2.000,-, omdat daarbij alleen gekeken moet worden naar de handelingen die verdachte heeft verricht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de schade die de benadeelde partij heeft opgelopen door het steken met het mes.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst hoofdelijk een bedrag van € 2.000,- (zegge: tweeduizend euro) toe, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan, te weten op 10 mei 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening. De rechtbank overweegt als volgt.

Vaststaat dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het incident, in het bijzonder als gevolg van het steken. De benadeelde partij heeft als gevolg van het steken in totaal 19 dagen in het ziekenhuis moeten verblijven. Aangezien de rechtbank verdachte niet verantwoordelijk houdt voor het steken, is verdachte ook niet civielrechtelijk aansprakelijk voor de door het steken geleden schade. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden ten aanzien van het materiële gedeelte niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal voorts de vordering tot immateriële schadevergoeding, gelet op het aandeel van verdachte en het feit dat hij niet verantwoordelijk wordt gehouden voor het steken, matigen.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte, te weten de overige geweldshandelingen, tevens rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Door het handelen van de verdachte heeft de benadeelde partij ook letsel opgelopen, waaronder een oogkas- en neusfractuur. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde immateriële schadevergoeding onder het bereik van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek valt. De rechtbank acht naar maatstaven van billijkheid toewijsbaar, als rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten toegebrachte immateriële schade, een bedrag ter hoogte van € 2.000,-. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

In het belang van [benadeelde partij] wordt als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd ter hoogte van € 2.000,- (zegge: tweeduizend euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is geleden, te weten 10 mei 2023, welk bedrag bestaat uit immateriële schade, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte zal de rechtbank de maximale duur van de gijzeling bepalen op 0 dagen.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 36f, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 141

van het Wetboek van Strafrecht.

12. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

openlijke geweldpleging met enig lichamelijk letsel

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart de verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Beveelt dat deze straf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van de voorwaarden.

Stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat de verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

- naar school en/of werk gaat volgens rooster;

- meewerkt aan het vinden en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding;

- meewerkt aan noodzakelijk geachte diagnostiek en begeleiding vanuit Inforsa/De Waag;

- meewerkt aan begeleid wonen;

- meewerkt aan alle hulpverlening die JBRA noodzakelijk acht;

Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat de verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in 77a, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Regio Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de verdachte daarvan te begeleiden.

Benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van € 2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 10 mei 2023, tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte op de maatregel van schadevergoeding ten behoeve van [benadeelde partij] ter hoogte van € 2.000,- (zegge: tweeduizend euro). Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan, te weten op 10 mei 2023, tot aan de dag van algehele voldoening, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.

Bepaalt dat, indien en voor zover de verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] voor het overige niet-ontvankelijk is in zijn vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. W. Aardenburg, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. C.P. Bleeker en A. van Luijck, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 maart 2026.

[--]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W. Aardenburg

Griffier

  • mr. A.M. Elsman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?