ECLI:NL:RBAMS:2026:3194

ECLI:NL:RBAMS:2026:3194

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 31-03-2026
Zaaknummer 13.014.717-26 (EAB I)
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Pools EAB t.b.v. tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie om de gevangenhouding van de opgeëiste persoon te bevelen afgewezen omdat de opgeëiste persoon in de onderhavige procedure nimmer (anders dan het bepaalde in artikel 27, tweede lid, OLW vereist) in bewaring of verzekering is gesteld. Er bestond voorts geen mogelijkheid om de gevangenneming te bevelen omdat de officier van justitie dit niet (ingevolge artikel 27, eerste lid, OLW) heeft gevorderd. Artikel 12 OLW staat niet aan overlevering in de weg. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.014.717-26 (EAB I)

Datum uitspraak: 31 maart 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 3 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 5 december 2025 door the Regional Court in Krosno, 2nd Criminal Division in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

nu gedetineerd in de [P.I.] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 maart 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. O.E. Usma, advocaat te Arnhem en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie om de gevangenhouding van de opgeëiste persoon te bevelen afgewezen omdat de opgeëiste persoon in de onderhavige procedure nimmer (anders dan het bepaalde in artikel 27, tweede lid, OLW vereist) in bewaring of verzekering is gesteld. Er bestond voorts geen mogelijkheid om de gevangenneming te bevelen omdat de officier van justitie dit niet (ingevolge artikel 27, eerste lid, OLW) heeft gevorderd.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court in Lesko, Branch VI Criminal Division based in Ustrzyki Dolne van 23 februari 2024, met zaaknummer VI K 160/23.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Uit het EAB blijkt dat deze straf nog in het geheel resteert. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW aan overlevering in de weg staat. De opgeëiste persoon heeft zijn verdedigingsrechten niet kunnen benutten. Hij is uitgenodigd om een brief op te halen, maar was daarvan niet op de hoogte.

In aanvulling op hetgeen zijn raadsman heeft aangevoerd heeft de opgeëiste persoon ter zitting meegedeeld dat hij bij zijn moeder verbleef en telkens hetzelfde adres heeft opgegeven. Hij is op enig moment naar Nederland gekomen om te werken. Dat was ruim vier jaren geleden. Hij heeft tegen een reclasseringsambtenaar verteld dat hij naar Nederland vertrok. Verder verbleef zijn moeder op het door hem opgegeven adres en bracht zij hem op de hoogte als er post arriveerde. Er is echter nimmer post bezorgd met betrekking tot een strafrechtelijke procedure. Als dat was gebeurd, dan had zijn moeder het wel aan hem verteld, aldus de opgeëiste persoon.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het verweer van de raadsman. De weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW doet zich voor, maar de rechtbank kan afzien van weigering, omdat uit de verstrekte informatie blijkt dat de opgeëiste persoon stilzwijgend afstand van zijn verdedigingsrechten heeft gedaan en er daarom geen sprake is van een schending van zijn verdedigingsrechten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de

verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en

dat - kort gezegd – vonnis is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.

Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.

De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.

In het EAB is onder rubriek d) ingevuld:

“(...) this person was notified of the date and place of the hearing, the notification was delivered twice but not collected within the specified time limit.”

Uit de aanvullende informatie van 2 maart 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon meermaals als verdachte is verhoord tijdens het voorbereidend onderzoek en dat hij iedere keer hetzelfde adres, namelijk zijn woonadres, heeft verstrekt. Tijdens het vooronderzoek heeft de opgeëiste persoon voorts een schriftelijke adresinstructie ontvangen met daarin de consequenties van het niet voldoen aan de op hem rustende verplichting om adreswijzigingen door te geven. De oproepingen voor de zittingen zijn naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres gezonden, maar niet door hem in ontvangst genomen. De opgeëiste persoon is voor die tijd, naar eigen zeggen circa vier jaren geleden, naar Nederland vertrokken.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, op zijn minst kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Voor zijn stelling dat er (in tegenstelling tot de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie) geen officiële correspondentie naar het door hem opgegeven adres is gezonden, heeft de opgeëiste persoon geen onderbouwing gegeven. Dat hij aan een reclasseringsambtenaar zou hebben doorgegeven dat hij naar Nederland vertrok, doet evenmin af aan het oordeel van de rechtbank, reeds omdat de opgeëiste persoon desgevraagd ter zitting heeft verklaard dat die reclasseringsambtenaar niet was betrokken bij de procedure waar het EAB op ziet én hij alleen heeft meegedeeld dat hij naar Nederland zou vertrekken.

5. Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het

vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

6. Artikel 11 OLW; artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is

ingesteld.

Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

7. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45, 311 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW.

9. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Krosno, 2nd Criminal Division (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. E. de Rooij en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 maart 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Westerman

Griffier

  • mr. Y.M.E. Jurgens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?