ECLI:NL:RBAMS:2026:3272

ECLI:NL:RBAMS:2026:3272

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 02-04-2026
Zaaknummer 783813
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Geldvorderingen in kort geding toegewezen, onder meer op grond van onverschuldigde betaling. De stelling van gedaagden dat aan die betaling een leningsovereenkomst ten grondslag lag, wordt niet gevolgd.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/783813 / KG ZA 26-129 MK/KH

Vonnis in kort geding van 2 april 2026

in de zaak van

MAHLER CAPITAL B.V.,

te Amsterdam,

eisende partij in conventie bij dagvaarding van 26 februari 2026,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Mahler Capital,

advocaten: mr. J. Schreuder en mr. P.J.B. Heemskerk,

tegen

1. [eiser 1] ,

te [plaats] ,2. [eiser 2],

te [plaats] ,

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna te noemen [eiser 1] en Holding, tezamen: [eiser 1] c.s.,

advocaat: mr. S.J. Römer.

1. De procedure

Ter zitting van 18 maart 2026 heeft Mahler Capital de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. [eiser 1] c.s. heeft verweer gevoerd en een eis in reconventie (tegenvordering) ingesteld. Mahler Capital heeft de tegenvordering bestreden. Beide partijen hebben producties ingediend en een pleitnota voorgedragen. Vonnis was bepaald op 1 april 2026, maar is verplaatst naar vandaag.

Ter zitting waren aanwezig, voor zover relevant:

- namens Mahler Capital: [naam 1] en [naam 2] (indirect bestuurders) met mr. Schreuder en mr. Heemskerk,

- namens [eiser 1] c.s.: [eiser 1] met mr. Römer.

2. De feiten

Mahler Capital is opgericht in 2023 en is beheerder van de door haar opgezette beleggingsfondsen. Tot 28 november 2025 werd Mahler Capital indirect bestuurd door [naam 2] , [naam 1] en [eiser 1] (ieder via hun persoonlijke holdings).

Al voordat Mahler Capital werd opgericht belegden [naam 1] , [naam 2] en [eiser 1] in crypto via een gezamenlijke beleggingsrekening op het platform Bybit, op een door [naam 1] en [naam 2] beheerd account. In oktober 2025 is de cryptomarkt sterk gedaald en hebben zij verlies geleden.

[eiser 1] heeft op 17 november 2025 om 21:36 uur een bedrag van € 110.000 overgeboekt vanaf de bankrekening van Mahler Capital naar de bankrekening van Holding, met als beschrijving “lening/ compensatie”.

Er is discussie ontstaan tussen de bestuurders, onder meer over de door [eiser 1] gedane overboeking. Op 18 november 2025 om 01:26 uur stuurt [naam 2] aan [eiser 1] een e-mail waarin hij onder meer schrijft: “(…) Daarnaast ben ik tot mijn verbazing geconfronteerd met het feit dat op 17 november 2025 een bedrag van €110.000 is overgemaakt vanuit Mahler Capital B.V. naar [eiser 2] , zonder mijn toestemming en zonder enig bestuurs- of AVA-besluit. Deze betaling is onbevoegd, onrechtmatig en in strijd met onze governance-structuur. Ik verzoek en verwacht dat dit volledige bedrag binnen 48 uur wordt teruggestort op de rekening van Mahler Capital B.V. (…)”

Op 20 en 24 november 2025 vraagt [naam 1] ook aan [eiser 1] om het door haar overgemaakte bedrag terug te storten aan Mahler Capital.

Op 24 november 2025 heeft [eiser 1] [naam 1] en [naam 2] aansprakelijk gesteld wegens onbehoorlijk bestuur. Op 28 november 2025 heeft [eiser 1] haar (indirecte) functie als bestuurder van Mahler Capital neergelegd. Op 13 februari 2026 heeft zij aangifte gedaan tegen [naam 1] en [naam 2] vanwege verdenking van onder meer oplichting, verduistering, overtreding van toezichtwetgeving, fiscale delicten en smaad/laster. Daarbij is ook verzocht om betrokkenheid van FIOD.

3. Het geschil

in conventie

Mahler Capital vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

I. [eiser 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Mahler Capital van:

a. een bedrag van € 110.000, vermeerderd met de wettelijke rente,

b. een bedrag van € 1.030,87 voor het WeWork-abonnement, vermeerderd met de wettelijke rente,

c. een bedrag van € 108,99 voor de betalingen aan Coolblue en Le Grand George, vermeerderd met de wettelijke rente,

d. een bedrag van € 1.886,40 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente,

II. [eiser 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

Volgens Mahler Capital is het bedrag van € 110.000 onverschuldigd betaald aan Holding. Dat aan die overboeking een mondelinge leningsovereenkomst ten grondslag ligt, zoals [eiser 1] c.s. stelt, is onjuist. Er is voorafgaand aan de overboeking geen overeenstemming bereikt over de essentialia van een lening, waaronder de identiteit van de leningnemer, het bedrag, de looptijd, de rente, de zekerheden of de wijze van aflossing. Als al zou moeten worden aangenomen dat overeenstemming bestond over de essentialia, dan geldt dat de voorwaarden waaronder een lening zou worden verstrekt niet zijn vervuld. Die voorwaarden hielden in dat een schriftelijke leningsovereenkomst zou worden opgesteld en dat bij de boekhouder zou worden geverifieerd of er voldoende financiële ruimte bestond voor een eventuele lening.

[eiser 1] c.s. voert verweer. Volgens haar is de zaak niet geschikt voor kort geding, nu deze feitelijk complex is. De vorderingen moeten worden bezien in de context dat [eiser 1] zich ernstige zorgen maakt over de handelwijze van [naam 2] en [naam 1] en daarmee samenhangende grote verliezen van investeerders (die zich ook op juridische stappen voorbereiden) en de door haar in dat kader gedane aangifte. Daarnaast meent [eiser 1] c.s. dat in het weekend voorafgaand aan de overboeking een mondelinge leningsovereenkomst tot stand is gekomen die ten grondslag ligt aan de overboeking. Dat zou ook volgen uit de transcripties van de gesprekken die [naam 2] , [naam 1] en [eiser 1] op vrijdag 21 en zaterdag 22 november 2025 hadden, waar expliciet over de lening, de looptijd en rente is gesproken.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

[eiser 1] c.s. vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

I. Mahler Capital te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser 1] c.s. afschrift en inzage te verstrekken van de onder 10.2 van de conclusie van antwoord genoemde bescheiden en gegevens, op straffe van een dwangsom,

II. Mahler Capital te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

Mahler Capital voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze hieronder gezamenlijk worden beoordeeld.

overboeking van € 110.000

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.

De vordering van Mahler Capital tot (terug)betaling van het bedrag van € 110.000 zal worden toegewezen omdat voldoende aannemelijk is dat [eiser 1] dat bedrag op maandag 17 november 2025 vanuit Mahler Capital naar de rekening van haar persoonlijke holding (Holding) heeft overgeboekt, terwijl daarvoor geen rechtsgrond bestond.

Dat aan de overboeking een leningsovereenkomst ten grondslag ligt, zoals [eiser 1] c.s. stelt, is niet gebleken. Zij heeft desgevraagd ter zitting toegelicht dat die overeenkomst mondeling tot stand is gekomen in het weekend voorafgaand aan de overboeking. Zij verwees in dat kader naar een WhatsApp-gesprek met [naam 2] waarin hij op zondag 16 november 2025 schreef: “Sorry vind het echt heel rot ook voor jou/jullie[.] Ik heb nog een ton stil staan op me holding[.] Als je die kan gebruiken en ik je daarbij kan helpen voel je niet bezwaard”. Uit dit WhatsApp-gesprek kan echter niet een leningsovereenkomst tussen Mahler Capital en [eiser 1] c.s. worden afgeleid, maar slechts een intentie tot het verstrekken van geld vanuit de persoonlijke holding van [naam 2] aan [eiser 1] .

Verder verwees [eiser 1] c.s. naar de door haar overgelegde transcripties van gesprekken tussen [naam 2] , [naam 1] en [eiser 1] op vrijdag 21 en zaterdag 22 november 2025. Uit deze transcripties kan evenmin het bestaan van een leningsovereenkomst worden afgeleid. Wel blijkt daaruit de intentie van partijen om een lening te verstrekken, zodra duidelijk is dat Mahler Capital dat ook financieel kan dragen. [eiser 1] c.s. heeft onvoldoende aangetoond dat dat het geval is en het had op haar weg gelegen om dat aannemelijk te maken. Zij heeft ter zitting verklaard dat zij, op basis van overleg met de boekhouder over nog uitstaande kostenposten in combinatie met het feit dat er nog iets meer dan € 2 ton op de rekening stond, zelf de conclusie heeft getrokken dat Mahler Capital de lening kon dragen. Dat is echter onvoldoende om aan te nemen dat aan de door partijen besproken voorwaarde is voldaan. Daar komt nog bij dat er geen (getekende) leningsovereenkomst tot stand is gekomen, wat gelet op de transcripties wel de bedoeling van partijen leek. Tot slot heeft [eiser 1] bij de beschrijving van de overboeking “lening/ compensatie” ingevuld. Dat roept vragen op en past niet bij de nu ingenomen stelling van [eiser 1] c.s. dat de rechtsgrond van de overboeking een lening was waarover in het weekend voorafgaan aan de overboeking overeenstemming was bereikt.

Gelet op het voorgaande is voldoende komen vast te staan dat er voor de betaling van € 110.000 geen rechtsgrond bestond en dat deze dus onverschuldigd is gedaan. Mahler Capital heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij, mede vanwege de ontwikkeling op de cryptomarkt, een grote financieringsbehoefte heeft zodat een onmiddellijke voorziening vereist is. Dit betekent dat de vordering in kort geding tot terugbetaling van het bedrag kan worden toegewezen. Omdat het Holding is die het bedrag zal moeten terugbetalen nu het op haar rekening staat, zal alleen Holding tot betaling worden veroordeeld (en niet ook [eiser 1] ). De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals bepaald onder 5.

WeWork-abonnement en overige transacties

Mahler Capital vordert daarnaast de kosten die voortvloeien uit het door [eiser 1] afgesloten WeWork-abonnement en de door haar gedane transacties namens Mahler Capital op 27 januari 2026.

[eiser 1] heeft op 12 november 2025 namens Mahler Capital een WeWork-abonnement afgesloten voor het gebruik van kantoorruimtes. Volgens Mahler Capital was zij niet bevoegd om dit zelfstandig te doen. Deze vordering is door [eiser 1] c.s. onvoldoende betwist en zal daarom worden toegewezen, in die zin dat [eiser 1] zal worden veroordeeld tot betaling van het bedrag, ervan uitgaande dat zij van het abonnement gebruik heeft gemaakt (en niet ook Holding). De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals bepaald onder 5.

Daarnaast heeft [eiser 1] op 27 januari 2026 via Apple Pay twee transacties verricht ten laste van Mahler Capital. Het gaat om een bedrag van € 33,99 bij Coolblue en om € 75 bij restaurant Le Grand George. Volgens Mahler Capital zijn deze transacties louter aan [eiser 1] in privé ten goede gekomen. Deze vordering is niet betwist en zal worden toegewezen en [eiser 1] zal worden veroordeeld tot betaling van het bedrag (en niet ook Holding). De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals bepaald onder 5.

buitengerechtelijke kosten

Mahler Capital vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW, waarbij wordt aangesloten bij de bedragen zoals berekend in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (analoog van toepassing). Nu vaststaat dat Mahler Capital incassowerkzaamheden heeft verricht ten aanzien van de onverschuldigde betaling van € 110.000 zal deze vordering worden toegewezen waarbij Holding wordt veroordeeld tot betaling van € 1.875. De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen zoals bepaald onder 5.

verzoek om informatie

In reconventie vordert [eiser 1] c.s. inzage in en afschrift van de bescheiden genoemd onder 10.2 van haar conclusie van antwoord. Deze vordering zal worden afgewezen, nu de vordering onvoldoende duidelijk is, de gevraagde bescheiden onvoldoende bepaald zijn en een en ander ook desgevraagd ter zitting niet nader is toegelicht.

[eiser 1] c.s. is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mahler Capital worden in conventie begroot op:

- kosten van de dagvaarding

129,54

- griffierecht

7.062,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

8.557,54

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

[eiser 1] c.s. is ook in reconventie in het ongelijk gesteld. In verband met de samenhang met de conventie worden de kosten aan de zijde van Mahler Capital in reconventie begroot op nihil.

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

veroordeelt Holding om aan Mahler Capital te betalen een bedrag van € 110.000, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 20 november 2025 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [eiser 1] om aan Mahler Capital te betalen een bedrag van in totaal € 1.139,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 26 februari 2026 (de dag van dagvaarding) tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Holding om aan Mahler Capital te betalen een bedrag van € 1.875 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 26 februari 2026 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [eiser 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 8.557,54, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

veroordeelt [eiser 1] c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na vandaag zijn betaald en tot betaling van de wettelijke rente over € 98 plus de kosten van betekening vanaf veertien dagen na die betekening,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

weigert de gevraagde voorzieningen,

veroordeelt [eiser 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten aan de zijde van Mahler Capital, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K. Hogeman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?