ECLI:NL:RBAMS:2026:3395

ECLI:NL:RBAMS:2026:3395

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer 23/4673, 23/4678
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Definitieve vaststelling subsidie NOW-3, terugvordering voorschotten. Subsidie moet worden berekend per loonheffingennummer. Beroepen ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaken tussen

[bedrijf] B.V., uit [plaats] , eiseres

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 23/4673 en 23/4678

(gemachtigden: [persoon 1] en [persoon 2] ),

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Elfert).

1. Deze uitspraak gaat over de definitieve vaststelling van de subsidie voor loonkosten op grond van de Derde tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW-3) en de terugvordering van te veel betaalde voorschotten. Eiseres is het niet eens met de besluitvorming en voert, onder meer, aan dat de subsidie berekend moet worden door de loonsommen van allebei haar loonheffingennummers bij elkaar op te tellen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder terecht de NOW-subsidies aan eiseres per loonheffingennummer heeft vastgesteld. De rechtbank is verder van oordeel dat de besluitvorming niet tot een onevenredige uitkomst heeft geleid en verweerder geen maatwerk had hoeven toepassen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met twee besluiten van 6 januari 2023 heeft verweerder aan eiseres de definitieve berekening voor de NOW-3, vierde tranche, voor de periode januari tot en met maart 2021, bekendgemaakt. Voor loonheffingennummer [nummer 1] (LO1) is de tegemoetkoming definitief vastgesteld op € 1.019.853. Omdat dit bedrag hoger is dan het door verweerder verstrekte voorschot, heeft eiseres recht op een nabetaling van € 161.031. Voor loonheffingennummer [nummer 2] (LO2) is de tegemoetkoming definitief vastgesteld op € 205.290. Eiseres moet € 274.053 aan te veel verstrekte voorschotten terugbetalen.

Met de bestreden besluiten van 20 juni 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon 3] (financieel directeur van eiseres), de gemachtigden van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres is een speelgoedwinkel. Zij maakt gebruik van twee loonheffingennummers: één voor vastloners/medewerkers met een vast dienstverband (LO1) en één voor uurloners/oproepkrachten (LO2).

Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat het niet mogelijk is om de loonsom van verschillende loonheffingennummers binnen een onderneming bij elkaar op te tellen. In de NOW-regeling is bepaald dat de loonsom bestaat uit het loon van alle werknemers behorend tot één loonheffingennummer. Volgens verweerder biedt de regeling in de specifieke situatie van eiseres geen ruimte om de loonsom op niveau van de onderneming te bepalen. Voor deze methode is gekozen vanuit het doel van de regeling: het behoud van de werkgelegenheid.

Eiseres voert aan dat zij enkel om administratieve redenen ervoor gekozen heeft om gebruik te maken van twee loonheffingennummers. Dit onderscheid is gemaakt om uurloners eerder te kunnen uitbetalen. Eiseres meent dat zij wel degelijk voldaan heeft aan het doel van de NOW. Er heeft een herstructurering plaatsgevonden rondom de plaatsing van personeel over de volle breedte van de onderneming. Daarnaast heeft eiseres nieuwe winkels geopend. De herstructurering heeft ertoe geleid dat het aantal vastloners - en daarmee de loonsom op LO1 - in de subsidieperiode is gestegen. De uurloners konden als gevolg van de sluiting van de winkels tijdens de lockdown minder uren werken. Hierdoor lag de loonsom op LO2 in de subsidieperiode lager. Op totaalniveau is gezorgd voor behoud van werknemers en is de loonsom niet meer dan 10% gedaald. Eiseres meent dat ruimte is voor een maatwerkoplossing. In het geval van eiseres kan eenvoudig rekening worden gehouden met de loonsom op het totale niveau van de werkgever door de loonsommen van beide loonheffingennummers bij elkaar op te tellen. In dat geval wordt recht gedaan aan de doelstelling van de NOW-regeling en wordt de onevenredige verlaging van de subsidie weggenomen. Daarbij merkt eiseres op dat, ook als buiten beschouwing gelaten wordt dat nieuwe medewerkers zijn aangenomen, de subsidie aanzienlijk hoger is als de loonsommen bij elkaar opgeteld worden dan deze is als de subsidie op loonheffingennummerniveau berekend wordt.

Verweerder stelt hier tegenover dat, omdat de winkels gesloten waren, eiseres uurloners minder of niet heeft opgeroepen, waardoor de loonsom op LO2 is gedaald. De tegemoetkoming is bedoeld voor het betalen van de loonkosten met als doel het behouden van werkgelegenheid. Een dalende loonsom leidt tot een lagere tegemoetkoming. Eiseres heeft de werkgelegenheid op LO2 niet behouden en derhalve niet voldaan aan het doel van de regeling. Eiseres heeft daarnaast een nieuwe vestiging geopend en hiervoor nieuwe vastloners voor aangenomen, waardoor de loonsom op LO1 is gestegen. Deze werknemers staan echter niet in relatie tot de loonsomdaling op LO2. Verweerder wijst erop dat de NOW-regeling maar zeer beperkt ruimte biedt voor maatwerk. Dat komt door de grofmazigheid van de regeling, de snelheid waarmee de regeling tot stand is gekomen in het voorjaar van 2020, de grote aantallen werkgevers die gebruik maken van de regeling en de snelle uitbetaling van de voorschotten die noodzakelijk was om werkgevers snel te kunnen voorzien van steun. Individueel maatwerk zou de regeling voor verweerder onuitvoerbaar maken. Verweerder heeft wel beleid om in bepaalde situaties de subsidie niet lager vast te stellen, maar het beleid ziet niet op de situatie van eiseres.

Overwegingen

De rechtbank is van oordeel dat geen ruimte bestaat om de NOW-subsidie vast te stellen door de loonheffingennummers binnen de onderneming bij elkaar op te tellen. Daarbij verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 15 juli 2025. De regelgever heeft bij de totstandkoming van de subsidieregeling bewust gekozen voor een systeem waarin de subsidie wordt aangevraagd, verleend en vastgesteld per loonheffingennummer. Daarbij wordt uitgegaan van de loonsom behorend bij dat loonheffingennummer. De rechtbank begrijpt dat dit voor eiseres onrechtvaardig voelt, omdat zij haar werknemers ziet als één geheel en zij alleen om administratieve redenen gebruik maakt van twee loonheffingennummers. De wetgever heeft echter voor deze methode gekozen omdat de loongegevens per loonheffingennummer beschikbaar zijn en als zodanig in de polisadministratie zijn opgenomen. In beginsel is het dus zo dat wordt uitgegaan van de loonsom behorend bij dat loonheffingennummer en werknemers die onder een ander loonheffingennummer vallen, in de berekening van de tegemoetkoming niet kunnen worden meegenomen. Deze systematiek dient een eenvoudige en geautomatiseerde uitvoering en is daarmee, zo heeft de Raad geoordeeld, geschikt en noodzakelijk.

Verweerder heeft een aantal gevallen kenbaar gemaakt waarbij de subsidie niet op een lager bedrag wordt vastgesteld. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld om opvolgend werkgeverschap, wijziging van rechtsvorm, fusies en afsplitsingen in een concernrelatie. Daar is in dit geval geen sprake van. Eiseres heeft nieuwe medewerkers aangenomen, binnen LO1. Door extra werknemers aan te nemen is weliswaar de totale loonsom van de loonheffingennummers tezamen gestegen, maar de loonsom van de uurloners is gedaald. Dit betekent dat de werkgelegenheid in LO2 niet is behouden. Dit kan niet gecompenseerd worden met de omstandigheid dat de loonsom in LO1 is gestegen. Met verweerder wordt aangenomen dat het aannemen van extra werknemers binnen LO1 een bewuste keuze betreft van eiseres in de bedrijfsvoering. Voor deze loonkosten is de subsidie niet bedoeld. Daarnaast laat het aannemen van nieuwe medewerkers onverlet dat uurloners die al in dienst waren minder of niet zijn opgeroepen. De rechtbank is het met verweerder eens dat eiseres daarmee de werkgelegenheid op LO2 niet heeft behouden en voor een dergelijke compensatie is de NOW-regeling niet bedoeld.

Voor zover eiseres stelt dat gekeken had moeten worden naar de situatie zonder de nieuwe medewerkers, is de rechtbank van oordeel dat verweerder dit niet hoefde te doen. Verweerder zou dan uit moeten gaan van een fictieve situatie en dit acht de rechtbank niet wenselijk. Dit druist bovendien in tegen de grofmazigheid van de NOW-regeling. De NOW-regeling is een noodmaatregel waarbij een zeer groot aantal werkgevers op korte termijn duidelijkheid moest worden verschaft over de aard en de inhoud van de regeling. De regeling heeft daardoor noodgedwongen een generiek karakter waarbij niet steeds maatwerk kan worden geboden. De berekening zoals eiseres die voorstaat zou afbreuk doen aan de gewenste eenvoudige en geautomatiseerde uitvoerbaarheid van de regeling.

In het kader van haar verzoek om maatwerk toe te passen, heeft eiseres haar financiële situatie nader toegelicht. De coronaperiode heeft haar in financieel zwaar weer gebracht. Eiseres heeft meerder betalingsregelingen uitstaan, zoals bij haar leverancier en de Belastingdienst. Tot op de dag van vandaag is eiseres grote schulden die in de coronaperiode zijn ontstaan aan het terugbetalen. Weliswaar heeft eiseres de NOW-subsidie in één keer terug kunnen betalen, maar volgens eiseres moet dit gezien worden in samenhang met de rest van haar financiële situatie. Eiseres heeft een turbulente periode achter de rug, maar heeft daarbij steeds het uitgangspunt gehad om haar financiële verplichtingen na te komen.

Verweerder stelt hier tegenover dat, nu voor een handmatige aanpassing van loongegevens geen ruimte bestaat en eiseres bovendien het volledige bedrag bovendien in één keer heeft kunnen terugbetalen, van strijd met het evenredigheidsbeginsel geen sprake is.

De rechtbank is van oordeel dat de besluitvorming niet tot een onevenredige uitkomst heeft geleid en verweerder geen maatwerk had hoeven toepassen. De rechtbank acht de voor eiseres nadelige gevolgen van de besluitvorming niet onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen, te weten de uitvoerbaarheid van de NOW-regelingen en behoud van werkgelegenheid. Daarbij geldt dat verweerder eiseres voor LO1 heeft gecompenseerd voor het behoud van werkgelegenheid. Voor LO2 is dit doel niet bereikt, omdat de werkgelegenheid binnen LO2 niet voldoende is behouden. Dat verweerder eiseres niet aanvullend heeft gesubsidieerd dan er loonkosten zijn gemaakt, acht de rechtbank geen onevenredige uitkomst. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding te oordelen dat verweerder hiervoor maatwerk had moeten leveren. Dat eiseres gedurende de coronaperiode in financieel weer heeft gezeten en daar tot op de dag van vandaag nog financiële gevolgen van ondervindt, maakt dit niet anders. Weliswaar heeft eiseres ook andere schuldeisers, maar eiseres heeft de te veel verstrekte subsidie in één keer terug kunnen betalen. Zij heeft niet om een betalingsregeling hoeven verzoeken. Bovendien is gebleken dat eiseres er daarna financieel beter voor is komen te staan.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid vanmr.C.J. van ‘t Hoff, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?