RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-234210-25
raadkamernummer : 25-032401
datum : 19 februari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S.R. Heerenveen;
[adres] ,
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 5 september 2025 in het strafrechtelijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: een geldbedrag van in totaal € 4.200,- (goednummer 6706702) (hierna: het geldbedrag).
Procedure
Het klaagschrift is op 16 december 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 19 februari 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van klager, mr. S.R. Heerenveen, en de officier van justitie, mr. J.J. Smilde, op zitting gehoord.
Klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Hoewel cliënt inmiddels op 8 januari 2026 door de rechtbank onherroepelijk is vrijgesproken van witwassen en is beslist dat het inbeslaggenomen geldbedrag aan hem moet worden teruggegeven, heeft hij nog geen enkel bericht ontvangen van het Openbaar Ministerie. Nu cliënt het geldbedrag nog niet terug heeft, heeft hij wel degelijk een belang bij de behandeling van het klaagschrift.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Bij onherroepelijke uitspraak van 8 januari 2026 in de strafzaak tegen klager is een beslissing genomen met betrekking tot het inbeslaggenomen geldbedrag, namelijk dat het geldbedrag aan hem wordt teruggegeven. Hiermee is het beslag op grond van artikel 94 Sv reeds geëindigd. Gelet hierop heeft klager geen belang meer bij de behandeling van het beklag. Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.
Beslissing
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
.