RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-152451-22
raadkamernummer : 25-033020
datum : 19 februari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer ex artikel 552f Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van:
[belanghebbende] ,
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna te noemen: de belanghebbende.
Feiten
De vordering van 19 december 2025 is op 22 december 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 19 februari 2026 de officier van justitie, mr. J.J. Smilde, in openbare raadkamer gehoord.
De belanghebbende is, hoewel daartoe rechtsgeldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Zijn advocaat, mr. A. Vonken, is evenmin in raadkamer verschenen.
De inhoud van de vorderingDe vordering strekt tot onttrekking aan het verkeer van een personenauto met kenteken [kentekennummer] (goednummer 6146958), omdat de auto beschikt over een verborgen ruimte (en daarin verdovende middelen zijn aangetroffen). Dit maakt de auto vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met betrekking tot dit voertuig de feiten (door medeverdachten) zijn begaan en de auto van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft in raadkamer verklaard dat het Openbaar Ministerie de zaak tegen de belanghebbende heeft geseponeerd en dat hij volhardt in de vordering aangezien een auto met een verborgen ruimte is bestemd tot het begaan van een strafbaar feit en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.
De beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.
Op 31 januari 2022 is er in de achterbumper van de auto van de belanghebbende een verborgen ruimte aangetroffen met daarin een tas met verdovende middelen. De inzittenden van de auto (niet zijnde de belanghebbende) zijn aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet. De zaak tegen de belanghebbende is op 26 maart 2025 geseponeerd. Hoewel de advocaat van de belanghebbende per e-mail heeft aangegeven dat de belanghebbende reeds in 2022 afstand heeft gedaan van de auto en dat zij om die reden niet in raadkamer zullen verschijnen, heeft het Openbaar Ministerie geen formele afstandsverklaring kunnen achterhalen. Ook bevindt zich geen officiële vernietigingsbeslissing in het dossier. Om die reden dient er nog een beslissing te worden genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen auto en het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat de auto wordt onttrokken aan het verkeer. De rechtbank is van oordeel dat de auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat met betrekking tot dit voertuig strafbare feiten (door de medeverdachten) zijn begaan en de auto met de verborgen ruimte van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Een auto met een geprepareerde verborgen ruimte is immers direct te gebruiken voor het plegen van ernstige strafbare feiten dan wel het belemmeren van de opsporing van dergelijk feiten, terwijl niet goed valt in te zien dat een dergelijke ruimte om een andere reden in de auto is aangebracht.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering toe en verklaart onttrokken aan het verkeer de personenauto met goednummer 6146958.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beslagene en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor de beslagene binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.