ECLI:NL:RBAMS:2026:3491

ECLI:NL:RBAMS:2026:3491

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 25-024073
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beslissing artikel 530 Sv, toewijzen

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht

Zittingsplaats Amsterdam

parketnummer: 13-231218-25

raadkamernummer: 25-024073

datum: 11 maart 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] ,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Ketting;

[adres] ,

hierna te noemen: verzoeker.

Feiten

Verzoeker is op 29 april 2025 aangehouden en de volgende dag in verzekering gesteld op verdenking van openlijke geweldpleging tegen personen. Verzoeker is op 30 april 2025 heengezonden.

De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 3 september 2025 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden.

Procedure

Het verzoekschrift is op 25 september 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 11 maart 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.

De rechtbank heeft verzoeker, zijn advocaat, mr. M. Ketting, en de officier van justitie, mr. P. van Laere, in raadkamer gehoord.

Verzoek

Het verzoek strekt tot het toekennen van een bedrag van € 680,- voor de kosten van een raadsvrouw voor het opstellen, indienen en in raadkamer behandelen van dit verzoek en het verzoek op grond van artikel 533 Sv, welke beslissing afzonderlijk is geminuteerd.

Door verzoeker is op de zitting, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.

Ik denk er vaak aan terug. Kleine ruimtes zijn voor mij vervelend, omdat ik dan het gevoel heb dat de muren op mij afkomen. Het leek erop alsof niemand medelijden met mij had, terwijl ik niets had gedaan. Ik voelde mij niet gehoord.

Op zitting heeft de raadsvrouw het verzoek als volgt nader toegelicht.

Verzoeker is niet akkoord gegaan met het schriftelijke standpunt van het Openbaar Ministerie en hij wilde zijn verzoek graag zelf toelichten. Gelet daarop is het billijk om ook een vergoeding voor het toelichten ter zitting toe te kennen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich niet tegen het toekennen van de forfaitaire vergoeding van € 130,- voor de dag die verzoeker in verzekering is gesteld en stelt zich op het standpunt dat deze zitting niet nodig is, nu dit standpunt ook op voorhand is medegedeeld.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.

Bij aparte beslissing is ex artikel 533 Sv een vergoeding aan verzoeker toegekend. De rechtbank zal het gebruikelijke bedrag van € 680,- toekennen voor de kosten van indiening en behandeling van het verzoek ex artikel 530 en 533 Sv. Hierbij merkt de rechtbank op dat zij zich ernstig heeft afgevraagd of er gronden van billijkheid zijn voor toewijzing van de kosten voor behandeling op zitting, nu het Openbaar Ministerie zich niet had verzet tegen toekenning van het forfaitaire bedrag en eenzelfde verzoek van de raadsvrouw in een andere zaak van verzoeker reeds door de rechtbank en het gerechtshof was afgewezen. Nu de raadsvrouw heeft aangevoerd dat verzoeker in de gelegenheid gesteld wilde worden om zijn verzoek mondeling toe te lichten en hij die mogelijkheid ook dient te krijgen, ziet de rechtbank aanleiding om ook voor de behandeling van het verzoek ter zitting de gevraagde vergoeding toe te kennen.

Beslissing

De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 680,- (zegge zeshonderdtachtig euro).

Deze beslissing is gegeven door

mr. A.A. Spoel, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het gerechtshof, voor de officier van justitie binnen veertien (14) dagen en voor verzoeker binnen een maand na betekening van deze beslissing, in te stellen ter griffie van deze rechtbank.

BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING

De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van: € 680,- (zegge zeshonderdtachtig euro), ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van [naam] , onder vermelding van vergoeding 530 Sv, inzake: [verzoeker] .

Aldus gedaan op 11 maart 2026

door mr. A.A. Spoel, rechter.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.A. Spoel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?