RECHTBANK AMSTERDAM
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam.
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/472, 473, 475, 476 en 477
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 april 2026 in de zaak tussen
en
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 14 januari 2025.
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting opgelegd, wegens parkeren in Amsterdam ter hoogte van de:
- [adres 1] op 2 december 2024 om 20.31 uur,
- [adres 2] op 5 december 2024 om 21.37 uur,
- [adres 2] op 6 december 2024 om 17.04 uur,
- [adres 3] op 7 december 2024 om 14.26 uur,
- [adres 4] op 9 december 2024 om 16.56 uur,
zonder dat daarvoor parkeergeld was betaald.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaarschriften van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslagen gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de heffingsambtenaar deelgenomen in de persoon van [persoon] . Eiseres heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Vast staat dat eiseres haar auto met kenteken [kenteken] op de genoemde data en plaatsen heeft geparkeerd en dat op die momenten voor de parkeervergunning nog niet was betaald. De parkeervergunning was daarom nog niet geldig.
4. Eiseres voert aan dat in de bevestigingsmail van de gemeente voor haar bewonersvergunning geen link naar een betaalsite was opgenomen en ook niet was aangegeven dat de vergunning pas geldig was nadat daarvoor betaald was. Er was alleen een suggestie om op de website de status van de bewonersvergunning te bekijken. Eiseres verwachtte nog een factuur of betaalverzoek te krijgen. Verder vindt eiseres het erg moeilijk om de communicatie van de gemeente in het Nederlands te volgen in haar nieuwe land waar zij de taal nog niet van spreekt.
5. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat op 1 december 2024 de parkeervergunning is toegekend, maar dat het toekenningsmoment van de parkeervergunning niet gelijk is aan het ingangsmoment daarvan. De parkeervergunning wordt pas actief na de eerste betaling. Dat staat op de website van de gemeente Amsterdam Parkeervergunning voor bewoners aanvragen | Gemeente Amsterdam. Op de zitting heeft de heffingsambtenaar ook verwezen naar de webpagina Parkeervergunning betalen | Gemeente Amsterdam. Het is ook redelijk dat voor een product vooraf betaald moet worden en dat je de status van de vergunning op Mijn Parkeren moet checken. Door er zomaar vanuit te gaan dat de parkeervergunning actief was, heeft eiseres een risico genomen. Gelet op de onderzoeksplicht die op parkeerders rust moet dit voor haar eigen rekening komen.
6. De rechtbank overweegt als volgt. Van parkeren met een bewonersvergunning is alleen sprake als bij het parkeren wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de bewonersvergunning is verleend. Indien aan één of meer van deze voorwaarden niet is voldaan, is geen sprake van parkeren met die vergunning. Daar staat tegenover dat de voorwaarden wel voldoende duidelijk moeten zijn. Op de heffingsambtenaar rust een informatieplicht.
7. Eiseres heeft pas op 20 december 2024 betaald. Op het moment van de naheffingsaanslagen had zij dus niet voldaan aan de voorwaarden van de parkeervergunning. De vraag is of deze voorwaarde aan eiseres voldoende duidelijk is gemaakt.
8. De rechtbank stelt vast dat op de pagina “Parkeervergunning voor bewoners aanvragen” het aanvraagproces is beschreven. Hier staat onder andere:Zo lang duurt het
Als u de parkeervergunning krijgt, sturen wij direct een e-mail met de bevestiging.
Als wij documenten moeten controleren, duurt het langer.
Als wij meer informatie nodig hebben sturen wij u een e-mail.Over de betaling staat bij schriftelijke aanvraag: “Wij sturen u een brief binnen 3 werkdagen nadat wij uw aanvraag hebben ontvangen. U moet nog betalen. Daarna is uw parkeervergunning geldig. U leest hier meer over in de brief.” Op de webpagina “Parkeervergunning” betalen staat Nieuwe parkeervergunning betalen
Na de aanvraag krijgt u het besluit over uw parkeervergunning met de factuur. U betaalt de eerste keer met iDEAL | Wero of creditcard. Na betaling kunt u meteen parkeren.
9. Eiseres heeft op 29 november 2024 een parkeervergunning voor bewoners aangevraagd. Op 1 december 2024 heeft zij een e-mail gekregen van de gemeente met de volgende inhoud: “Geachte [eiseres] , U hebt een aanvraag gedaan voor een (wijziging) van een parkeervergunning. Hiervoor moesten wij een controle uitvoeren. Uw aanvraag is goedgekeurd. Voor de laatste status van een parkeervergunning en uw aanvragen log in op Mijn Parkeren. Met vriendelijke groet, Gemeente Amsterdam Afdeling Parkeerdiensten”
10. Eiseres heeft dus een e-mail gekregen waarin staat dat haar aanvraag is goedgekeurd, zonder de mededeling dat de vergunning nog niet geldig is en zonder verwijzing naar een factuur of betaling. De genoemde mogelijkheid om in te loggen geeft ook niet aan dat er nog iets moet gebeuren om de vergunning te activeren. Er wordt immers niet gezegd dat er moet worden ingelogd op Mijn Parkeren. Deze tekst wekt naar het oordeel van de rechtbank de indruk dat de vergunning vanaf dat moment geldig is. Dat je voor de vergunning ook moet betalen is duidelijk en dat wist eiseres ook. Ze verwachtte nog een factuur of betaalverzoek. Maar als niet vermeld is dat de vergunning pas geldig is op het moment van betalen is er ook geen reden om daarvan uit te gaan. Op de website is dit wel terug te vinden. De rechtbank vindt echter dat er voor eiseres geen aanleiding was om naar deze informatie op de website te zoeken, omdat zij uit mocht gaan van de informatie die aan haar persoonlijk is toegestuurd in de e-mail: “Uw aanvraag is goedgekeurd”. Het standpunt van eiseres dat zij ervan uitging tijdens de controle over een geldige parkeervergunning te beschikken, vindt de rechtbank gelet op het voorgaande dus begrijpelijk. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht. De naheffingsaanslagen zijn daarom ten onrechte aan eiseres opgelegd.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraken op bezwaar.
De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing en bepaalt dat de bezwaren gegrond zijn en de naheffingsaanslagen met nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] vernietigd worden.
Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslagen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraken op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier.
Uitgesproken op 10 april 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.