RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/784404 / KG ZA 26-157 NB/EV
Vonnis in kort geding van 2 april 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij bij dagvaarding van 11 maart 2026,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. J.W. Versteeg,
tegen
MEDISCH CENTRUM BOERHAAVE B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Boerhaave,
advocaat: mr. T.A. van den Heuvel.
1. De procedure
Op de mondelinge behandeling van 19 maart 2026 is [eiser] verschenen met mr. Versteeg. Namens Boerhaave zijn verschenen [naam 1] (bestuurder) en [naam 2] (bestuurder) met mr. Van den Heuvel. [eiser] heeft de vordering zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht aan de hand van een pleitnota. Boerhaave heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord en een pleitnota. Ook heeft zij een tegenvordering (eis in reconventie) ingesteld die door [eiser] is bestreden. Beide partijen hebben producties ingediend.Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
[eiser] is werkzaam als zelfstandig [naam functie] en exploiteert het [klinisch centrum] ( [klinisch centrum] ), gevestigd in de kliniek van Boerhaave.
Boerhaave verleent [eiser] toegang tot een Elektronisch Patiëntendossier (EPD-systeem) waarin medische en boekhoudkundige gegevens, waaronder declarabele verrichtingen, kunnen worden verwerkt. Van 2017 tot september 2022 maakte Boerhaave gebruik van het EPD-systeem van leverancier Asterisque. In 2022 ging Asterisque failliet. Boerhaave stapte over naar Emma, het EPD-systeem van leverancier Timeff, waar zij en [eiser] sinds mei 2023 gebruik van maken.
Op 11 december 2024 stuurde Boerhaave de eerste facturen aan [eiser] voor de implementatie (€ 22.575,88) en het gebruik (€ 4.043,10 per maand) van Emma.
[eiser] heeft de facturen voor het gebruik van Emma nog niet (volledig) voldaan en is niet overgestapt naar een andere EPD-leverancier.
Bij brief van 11 november 2025 heeft Boerhaave aan [eiser] aangekondigd dat het gebruik van EMMA per 1 april 2026 voor hem zal worden beëindigd.
3. Het geschil in conventie
Samengevat vordert [eiser] :
I. Boerhaave te veroordelen de toegang tot Emma aan [eiser] tot uiterlijk 31 december 2027 te verlenen tegen betaling van de tarieven zoals die werden gehanteerd voor het gebruik van Asterisque, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat Boerhaave niet voldoet aan deze veroordeling, met een maximum van € 250.000,00;
II. Boerhaave te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente.
[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. [eiser] is na het faillissement van Asterisque mee overgegaan naar Emma, maar pas bij ontvangst van de eerste facturen - anderhalf jaar na de start in mei 2023 - werden de kosten duidelijk. De kosten voor het gebruik van Emma (€ 4.043,10 per maand) zijn exponentieel hoger dan voor Asterisque (€ 1.472,00 per maand). Deze kosten zijn niet op voorhand door Boerhaave aan hem gecommuniceerd. [eiser] heeft meerdere malen verzocht om een nadere specificatie van de facturen, maar onderbouwing door Boerhaave bleef uit. [eiser] kan derhalve niet overgaan tot betaling. Bovendien heeft [eiser] in de tussentijd een uitgebreide audit over de afgelopen jaren opgesteld, waaruit zal blijken dat hij een tegenvordering heeft op Boerhaave wegens wanprestatie, die aanzienlijk groter is dan de openstaande bedragen voor het EPD-gebruik. Desondanks heeft [eiser] voorgesteld dat hij het openstaande bedrag op een derdenrekening zou plaatsen tot de kwestie is beslecht en heeft hij op 16 december 2025 een gedeelte van de kosten voor het gebruik van Emma voldaan, te weten het bedrag dat hij indertijd voor Asterisque betaalde. Pas op de avond voorafgaand aan de mondelinge behandeling van dit kort geding is door Boerhaave de factuur van Timeff overgelegd. Daaruit blijkt dat de 21,5% die aan [eiser] wordt doorberekend uit verhouding is, zeker nu Boerhaave in totaal 65 licenties afneemt (overeenkomstig de schatting van het aantal zorgverleners dat gebruik maakt van het EPD). Dat Boerhaave aankondigt dat zij [eiser] de toegang tot Emma zal ontzeggen, brengt de continuïteit van zijn patiëntenzorg op onverantwoorde wijze in gevaar. Boerhaave hanteert de afsluiting als drukmiddel in een geschil over facturen. Omdat de overstap per 1 april 2026 naar een ander systeem voor [eiser] een disproportionele tijds- en kosteninvestering vergt, is beëindiging op uiterlijk 31 december 2027, tevens de pensioendatum van [eiser] , een redelijke termijn.
Boerhaave voert verweer. Zij voert aan dat [eiser] nooit bezwaar heeft gemaakt tegen de overstap naar Emma, terwijl hem wel degelijk is gezegd dat de kosten drie tot vier keer hoger zijn dan die van Asterisque. Emma is een duurder systeem, maar het biedt ook veel meer mogelijkheden. Omdat [eiser] zelf geen ICT-medewerkers inzette en geen prioriteit gaf aan het inrichten van de EPD-omgeving, kon hij enige tijd geen gebruik maken van de declaratiemodule van Emma. Omdat hij daarmee inkomsten miste, heeft Boerhaave uit coulance tot 11 december 2024 gewacht met het versturen van de facturen. Boerhaave betaalt aan Timeff voor het gebruik van Emma maandelijks licentiekosten ten bedrage van € 18.789,42. Daarvan belast zij geheel onverplicht slechts 21,5% (€ 4.043,10) per maand door aan [eiser] , in tegenstelling tot eerder 31% bij Asterisque, terwijl Emma in uitgebreidere mogelijkheden voorziet. Bovendien moet er voor de [beroepstak] van het EPD een gescheiden systeem in stand worden gehouden. Voor de prijs van deze aparte omgeving is het aantal gebruikers niet relevant. Het zou voor [eiser] vele malen duurder zijn om Emma zelfstandig van Timeff af te nemen. Partijen hebben nu meerdere malen overleg gevoerd waarbij de kosten steeds door Boerhaave aan [eiser] zijn toegelicht. Boerhaave betwist overigens dat [eiser] een tegenvordering op haar zou hebben, maar partijen zijn het erover eens dat dat onderdeel van hun geschil buiten het onderhavige geschil moet worden gehouden. Boerhaave gaat niet akkoord met storting op een derdengeldenrekening. Als [eiser] het niet eens is met de prijs, mag van hem worden verwacht dat hij op zoek gaat naar een (goedkoper) alternatief. Boerhaave heeft keer op keer aangegeven dat betaling van licentiekosten voorwaarde is om gebruik te maken van Emma en zij heeft [eiser] voldoende tijd geboden om een eigen oplossing te regelen. [eiser] is kennelijk zo tevreden over de werking van Emma dat hij het graag tot eind 2027 wil blijven gebruiken. Hij wil er alleen niet voor betalen. De weigering om de facturen van Boerhaave te voldoen zonder maatregelen te treffen om over te stappen naar een ander EPD, kwalificeert als een aan [eiser] toerekenbare tekortkoming die haar opzegging tegen 31 maart 2026 rechtvaardigt. Voor zover de continuïteit van zorg daardoor in het geding komt, is dat uitsluitend aan [eiser] zelf te wijten.
4. Het geschil in reconventie
Op haar beurt vordert Boerhaave samengevat:
I. onvoorwaardelijk om [eiser] te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis, bij wijze van voorschot, over te gaan tot betaling van de openstaande facturen ten bedrage van € 114.551,87, althans subsidiair een voorschot ten bedrage van € 75.000,00;
II. voor zover wordt geoordeeld dat Boerhaave het EPD Emma ook na 31 maart 2026 nog aan [eiser] beschikbaar dient te stellen:
- [eiser] te gebieden om binnen 14 dagen na dit vonnis aan Boerhaave aan te geven naar welke EPD-leverancier hij gaat migreren en binnen welke termijn, waarbij de migratie uiterlijk dient plaats te vinden voor 1 juni 2026;
- [eiser] te gebieden om een maandelijkse betaling van € 4.214,92 voor het gebruik van Emma steeds op de eerste dag van de maand aan Boerhaave te voldoen;
en te bepalen dat Boerhaave gerechtigd is om de toegang tot Emma per direct te beëindigen als [eiser] hieraan niet voldoet.
De standpunten van partijen komen grotendeels overeen met hetgeen zij in conventie naar voren hebben gebracht. Kort gezegd stelt Boerhaave dat het niet zo kan zijn dat [eiser] eist dat hij tot eind 2027 gebruik kan blijven maken van Emma, zonder de vergoedingen te betalen die Boerhaave daarvoor vraagt. Van Boerhaave kan niet worden verwacht dat zij moet blijven leveren zonder dat zij daarvoor betaald wordt. Dat een bodemrechter de door Boerhaave doorbelaste bedragen zal toewijzen, is – aangezien de kosten van Emma aantoonbaar hoger liggen en [eiser] alle kans heeft gekregen om naar een goedkoper alternatief over te stappen – zeer aannemelijk.
[eiser] brengt daar tegenin dat voor toewijzing van de geldvordering van Boerhaave nodig is dat de vordering in voldoende mate vaststaat, terwijl dat niet het geval is. De facturen zijn onvoldoende onderbouwd en staan niet in verhouding tot de omvang van zijn praktijk binnen het EPD. Voor de voorwaardelijke vordering van Boerhaave geldt dat overstappen vóór 1 juni 2026 niet mogelijk is.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5. De beoordeling
in conventie
Al sinds de ontvangst van de eerste facturen in december 2024 laat [eiser] de aan hem gefactureerde bedragen voor het gebruik van Emma (grotendeels) onbetaald. De door Boerhaave gefactureerde bedragen betreffen kosten die door haar zijn betaald aan Timeff voor het gebruik van Emma, door onder meer [eiser] . Aanvankelijk verklaarde [eiser] dat hij de gefactureerde bedragen niet kon betalen, later kwam daar bij dat hij een specificatie van de bedragen wenste en dat hij de kosten te hoog vond. [eiser] is in ieder geval al vanaf december 2024 bekend met de in rekening gebrachte bedragen, maar hij heeft sindsdien geen keuze gemaakt tussen voortzetting van het gebruik (met betaling van het door Boerhaave gevraagde tarief) of beëindiging daarvan, zelfs al bood Boerhaave hem de mogelijkheid om tegen betaling van het oude Asterisque-tarief op zoek te gaan naar een nieuwe leverancier voor het EPD.
Omdat [eiser] niet betaalt, heeft Boerhaave in april 2025 aangekondigd de toegang tot Emma per (eerst 1 januari 2026 en later) 1 april 2026 te beëindigen. [eiser] noemt dat onrechtmatig en in strijd met artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek en de zorgplicht van Boerhaave. Boerhaave kan echter niet gedwongen worden om [eiser] toegang te blijven verschaffen voor een prijs die volgens haar verliesgevend is, althans niet acceptabel. Boerhaave heeft [eiser] voldoende gelegenheid gegeven om over te gaan naar een ander systeem, zodat de vordering van [eiser] niet toewijsbaar is. Als [eiser] door wil met Emma moet hij betalen wat Boerhaave daarvoor vraagt en anders moet hij een andere leverancier vinden.
in reconventie
Boerhaave vordert (onvoorwaardelijk) betaling van haar openstaande facturen ten bedrage van € 114.551,87. De gepretendeerde tegenvordering van [eiser] op Boerhaave speelt bij de beoordeling hiervan geen rol, nu beide partijen hebben gezegd dat deze in dit geschil buiten beschouwing moet worden gelaten. [eiser] heeft uitsluitend de hoogte van de aan hem voor het gebruik van Emma in rekening gebrachte kosten betwist. Uit hetgeen hiervoor in conventie is overwogen volgt dat dat verweer niet slaagt. Het door Boerhaave gevorderde bedrag van € 114.551,87 wordt derhalve toegewezen.
Ten aanzien van de voorwaardelijke vorderingen van Boerhaave die zien op toegang tot het EPD na 31 maart 2026 overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Boerhaave is alleen bereid om [eiser] toegang tot Emma te blijven verlenen als hij a) de achterstand voldoet en b) maandelijks bij vooruitbetaling het verschuldigde bedrag voor het gebruik van Emma betaalt. Het belang van Boerhaave om de door haar in rekening gebrachte kosten voor het gebruik van het voor [eiser] praktijk benodigde deel van het EPD vergoed te krijgen, weegt zwaar. De voorzieningenrechter acht het echter ook van belang dat de patiëntenzorg zo min mogelijk wordt geraakt en [eiser] de gelegenheid krijgt om van het EPD gebruik te blijven maken, dan wel migratie naar een ander systeem in gang te kunnen zetten. De belangen van beide partijen tegen elkaar afwegend leidt tot het volgende. [eiser] wordt naast betaling van de achterstallige facturen veroordeeld tot betaling van € 4.214,92 per maand voor het gebruik van Emma bij vooruitbetaling, zolang Boerhaave aan [eiser] de toegang tot Emma verleent. Het is daarbij aan [eiser] of en wanneer hij migreert naar een ander systeem. Als [eiser] niet aan de voorwaarden voldoet van a) betaling van de achterstand en b) vooruitbetaling van de door Boerhaave voor het gebruik van Emma gefactureerde kosten, is Boerhaave gerechtigd de toegang tot Emma te beëindigen. De vordering zoals weergegeven onder 4.1 sub II zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.
proceskosten
[eiser] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Boerhaave worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
Ook in reconventie zal [eiser] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Gezien de samenhang met het geding in conventie worden de proceskosten van Boerhaave in reconventie echter begroot op nihil.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
weigert de gevraagde voorzieningen,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
veroordeelt [eiser] om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot betaling aan Boerhaave van de openstaande facturen ten bedrage van € 114.551,87,
veroordeelt [eiser] maandelijks een bedrag van € 4.214,92 voor het gebruik van het EPD Emma aan Boerhaave te voldoen, op de eerste dag van iedere maand, vanaf 1 april 2026 zolang Boerhaave aan [eiser] de toegang tot Emma verleent,
bepaalt dat Boerhaave gerechtigd is om de toegang tot Emma te beëindigen als [eiser] niet voldoet aan de veroordelingen onder 6.5 en 6.6,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van Boerhaave, begroot op nihil,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.