ECLI:NL:RBAMS:2026:3689

ECLI:NL:RBAMS:2026:3689

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 13/300158-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

De rechtbank legt een gevangenisstraf van 15 dagen en een taakstraf van 220 uren op voor medeplegen van valsheid in geschrift, computervredebreuk, het wederrechtelijk veranderen van gegevens in een computersysteem en verduistering in dienstbetrekking, door valse Covid-19 vaccinatie- en testbewijzen aan te maken en te verkopen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/300158-21

Datum uitspraak: 15 april 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 2 februari 2026, 3 februari 2026 en 15 april 2026. Op laatstgenoemde zitting is het onderzoek gesloten en is aansluitend uitspraak gedaan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.W. van Zanten, en van wat verdachte en haar raadslieden, mrs. G. Onnink en E.S. Kostelijk, advocaten te Diemen, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van hetgeen door de benadeelde partij [benadeelde partij] naar voren is gebracht.

2. Inleiding

Op 17 september 2021 is medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) aangehouden vanwege een verdenking op grond van de Opiumwet. Bij het uitlezen van zijn telefoon in het kader van die verdenking zijn ook afbeeldingen aangetroffen met daarop advertenties waarin Covid-19 vaccinatieregistraties te koop werden aangeboden. De resultaten van het onderzoek naar de telefoon van [medeverdachte 1] hebben naar [verdachte] (hierna: [verdachte]), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) en uiteindelijk ook naar [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]) geleid.

[verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] waren allen doktersassistente bij Expat Medical Centre op de Bloemgracht in Amsterdam. Het openbaar ministerie verdenkt hen ervan dat zij – tezamen en in vereniging – valse negatieve testbewijzen dan wel valse vaccinatiebewijzen omtrent Covid-19 hebben opgemaakt en deze hebben geregistreerd in het daarvoor bestemde systeem, te weten het BRBA-systeem. Zij zouden daartoe persoonsgegevens hebben gekregen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]).

[medeverdachte 5] is de partner van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] was destijds de partner van [verdachte] en [medeverdachte 4] is de broer van [medeverdachte 3] . Met de vaccinatiebewijzen en negatieve testbewijzen kon een coronatoegangsbewijs worden verkregen. Middels de QR-code op dit bewijs werd toegang mogelijk tot horeacagelegenheden, evenementen, bioscopen en theaters. Een dergelijke QR-code was in een bepaalde periode gedurende de coronapandemie verplicht om naar het buitenland te mogen reizen.

Uitleg van de gebruikte systemen

In het BRBA-systeem werden de Nederlandse vaccinaties geregistreerd. Dit systeem was gekoppeld aan de RIVM-database. Voor de invoering was onder meer een BSN nummer vereist. Eenmaal geregistreerd kon de geregistreerde via DigiD het vaccinatiebewijs raadplegen en kon via de coronacheck app een QR-code worden gegeneerd. Nadat de vaccinatie was geregistreerd in het BRBA-systeem werd een registratiekaart meegegeven. Op die kaart kwam een sticker van het type vaccinatie (het batchnummer), de datum van vaccinatie en een stempel te staan. Om volledig gevaccineerd te zijn moest men in beginsel twee vaccinaties hebben gehad, zodat er uiteindelijk twee verschillende data en twee verschillende stickers van batchnummers op een registratiekaart kwamen te staan. Het HKVI-systeem was bedoeld voor de omzetting van buitenlandse vaccinaties in een Nederlandse QR-code. Dit systeem fungeerde ook als een alternatieve methode om een onjuiste registratie via het BRBA-systeem te kunnen corrigeren en zo alsnog een QR-code te kunnen genereren. Daarnaast waren er testbewijzen. De negatieve test kon vanaf een gegeven moment met een ophaalcode in de coronacheck app worden ingevoerd.

3. Tenlastelegging

In deze strafzaak zijn zes verdachten gedagvaard, te weten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [verdachte] , [medeverdachte 1] . [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . Dit vonnis ziet op verdachte [verdachte] .

Aan [verdachte] is – kort gezegd – tenlastegelegd dat zij zich in de periode van 26 mei 2021 tot en met 2 november 2021 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

4. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feiten 1 en 4 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] partieel moet worden vrijgesproken van de registraties in het HKVI-systeem.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging van [verdachte] heeft zich ten aanzien van feiten 1 en 4 eveneens op het standpunt gesteld dat [verdachte] partieel moet worden vrijgesproken van de registraties in het HKVI-systeem. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken. Zij heeft niet het oogmerk gehad de AstraZenecastickers wederrechtelijk onder zich te houden. De vaccinatiepaspoorten heeft zij zelf aangeschaft en er zijn bij haar geen vaccinatiebewijzen aangetroffen. [verdachte] moet volgens de verdediging van feit 3 worden vrijgesproken, omdat [verdachte] niet zelf de computervredebreuk heeft gepleegd en zij daaraan ook geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Ten aanzien van feit 5 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet de gehele tenlastegelegde periode kan worden bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Het oordeel over het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde (strafbare feiten die samenhangen met het opmaken van valse vaccinatiebewijzen)

De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] in de periode van 26 mei 2021 tot en met 2 november 2021 samen met anderen valse Covid-19 vaccinatiebewijzen heeft opgemaakt (feit 1), samen met een ander computervredebreuk heeft gepleegd (feit 3) en opzettelijk en wederrechtelijk gegevens toe heeft gevoegd aan een geautomatiseerd werk (feit 4). De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.

[verdachte] heeft verklaard dat zij zelf geen toegang had tot het systeem om de vaccinaties te registreren. Zij heeft namen van mensen ontvangen die niet gevaccineerd wilden worden maar wel de voordelen van een vaccinatiebewijs wilden hebben. Op de telefoon van [medeverdachte 1] zijn berichten aangetroffen waaruit volgt dat hij in de periode van 13 juli 2021 tot en met 13 september 2021 aan [verdachte] gegevens doorstuurt van in totaal 7 personen. Op deze telefoon is ook een bericht van 26 mei 2021 aangetroffen waarin [verdachte] meldt: “alleen [medeverdachte 2] en ik weten dat we mensen nepvaccineren”. [verdachte] heeft verklaard dat zij de gegevens afkomstig van [medeverdachte 1] doorstuurde naar [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] heeft een inlog om in het systeem te komen. [verdachte] heeft [medeverdachte 2] wel eens geld gegeven voor het invoeren. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij mensen in het BRBA-systeem heeft geregistreerd die niet gevaccineerd waren.

Conclusie

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat [verdachte] samen met anderen, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , meermalen geschriften, te weten vaccinatiebewijzen, opzettelijk valselijk heeft opgemaakt, door aan [medeverdachte 2] persoonsgegevens van afnemers door te geven zodat vervolgens door haar valselijk in het BRBA-systeem werd vermeld dat een bepaald persoon was gevaccineerd tegen Covid-19. Dit vaccinatiebewijs is een geschrift om tot bewijs te dienen dat iemand is gevaccineerd. (feit 1). De rechtbank is verder van oordeel dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het binnendringen in het BRBA-systeem met een valse sleutel (feit 3) en van het in het BRBA-systeem opzettelijk en wederrechtelijk gegevens veranderen en/of toevoegen (feit 4). [verdachte] wist hoe het registreren als gevaccineerd in zijn werk ging en maakte (tegen betaling) daarvan gebruik. Zij wist ook dat de inloggegevens van [medeverdachte 2] niet voor dit doel waren afgegeven. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en wordt het verweer verworpen dat zij moet worden vrijgesproken van medeplegen van computervredebreuk. Niet is gebleken dat er valse vaccinatiebewijzen in het HKVI-systeem zijn opgenomen, dan wel dat wederrechtelijk dit systeem is binnengedrongen, zodat [verdachte] daar partieel van zal worden vrijgesproken.

Het oordeel over het onder 2 tenlastegelegde

verduistering in dienstbetrekking

De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] in de periode van 26 mei 2021 tot en met 2 november 2021 AstraZeneca stickers toebehorende aan huisartsenpraktijk Expat Medical Centre in dienstbetrekking heeft verduisterd. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.

Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] zijn AstraZeneca stickers en vaccinatieboekjes aangetroffen. [verdachte] heeft over deze stickers verklaard dat zij de stickers heeft meegenomen van haar werk en dat zij vergeten was deze stickers weer terug te brengen. Over de vaccinatieboekjes heeft [verdachte] verklaard dat zij deze online heeft besteld en zij heeft daartoe een factuur overgelegd.

Op 8 september 2021 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 1] het volgende: Kan je iets voor me doen? In de la waar die vaccinatie boekjes liggen, liggen als t goed is 2 verschillende pakjes met batchnummers. [medeverdachte 1] stuurt vervolgens twee afbeeldingen met daarop stickervellen en batchnummers van AstraZeneca Covid-19 vaccinaties.Uit de telefoon van [medeverdachte 1] blijkt dat in de Covid-19 vaccinatie advertentie het volgende is opgenomen: “officiële” Covid-19 vaccinatie registraties inclusief een vaccinatiepaspoort met officiële batchnummers van een vaccin en een persoonlijk QR-code welke zichtbaar zal zijn in de Corona Check applicatie.

Conclusie

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking van de AstraZeneca stickers. Uit de advertentie blijkt dat [verdachte] de batchnummers op de AstraZeneca stickers nodig had voor het vals registreren van Covid-19 vaccinatiebewijzen. Uit bovengenoemd bericht blijkt ook dat [verdachte] ervan op de hoogte was dat de AstraZeneca stickers bij haar thuis lagen. De rechtbank is daarom van oordeel dat [verdachte] het opzet heeft gehad op de wederrechtelijke toe-eigening van de AstraZeneca stickers. [verdachte] zal ten aanzien van de vaccinatiepaspoorten partieel worden vrijgesproken, omdat niet is gebleken dat de aangetroffen vaccinatiepaspoorten afkomstig waren van huisartsenpraktijk Expat Medical Centre. Ook ten aanzien van de vaccinatiebewijzen zal [verdachte] partieel worden vrijgesproken. Niet is gebleken dat deze bij haar thuis zijn aangetroffen.

Het oordeel over het onder 5 tenlastegelegde; opmaken valse testbewijzen

De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] in de periode van 26 mei 2021 tot en met 2 november 2021 valse Covid-19 testbewijzen heeft opgemaakt. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.

Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat zij valse testbewijzen maakte door middel van een Word bestand, waarbij zij de naam en datum kon aanpassen. Hierop stond het briefhoofd van de dokterspraktijk en dat degene voor wie het bewijs was, negatief getest was.

Bij de politie heeft [verdachte] verklaard dat dit gaande was sinds een tijdstip dat ligt voor de zomervakantie en na haar verjaardag in mei. Tijdens haar verhoor op 3 november 2021 verklaart zij dat zij de laatste QR-code in de week ervoor heeft aangemaakt.

Op de telefoon van [verdachte] zijn berichten aangetroffen gewisseld met [naam 1] op 30 juni 2021. [verdachte] heeft verklaard dat zij een testbewijs heeft gemaakt voor [naam 1] en dat zij daar 50 euro voor heeft gekregen.

Op de telefoon van [verdachte] zijn chatberichten aangetroffen waarin [naam 2] op 26 juli 2021 aan [verdachte] vraagt of zij een verklaring kan regelen voor haar en haar kinderen. [verdachte] laat weten dat ze dat kan, “negatieve pcr test of rapid test met doktersverklaring” en dat dat 100 euro kost. [verdachte] stuurt [naam 2] een betaalverzoek voor dit bedrag met omschrijving “Vw polo autolampen”. Uit onderzoek naar de bankrekening van [verdachte] blijkt dat [naam 2] op 7 augustus 2021 € 100,- heeft overgeschreven met omschrijving Vw polo autolampen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] samen met anderen valselijk negatieve Covid-19 testresultaten maakte en tegen betaling verstrekte. Deze testresultaten dienden tot bewijs dat iemand negatief getest was. [verdachte] heeft zich daarom schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat [verdachte]

Ten aanzien van feit 1:

in de periode van 26 mei 2021 tot en met 2 november 2021 te Amsterdam, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een vaccinatiebewijs, valselijk heeft opgemaakt door telkens valselijk in het BRBA-systeem te laten vermelden dat een bepaald persoon was gevaccineerd tegen Covid-19 waardoor een vals vaccinatiebewijs en/of QR vaccinatie-code in de coronacheck-app konden worden aangemaakt met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Ten aanzien van feit 2:

in de periode van 26 mei 2021 tot en met 2 november 2021 te Amsterdam, opzettelijk AstraZeneca stickers, toebehorende aan huisartsenpraktijk Expat Medical Centre, en welke goederen verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, te weten als doktersassistente, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Ten aanzien van feit 3:

in de periode van 26 mei 2021 tot en met 2 november 2021 te Amsterdam, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten het BRBA-systeem, een systeem waarin de vaccinatiestatus/gegevens omtrent Covid-19 vaccinaties van personen worden geregistreerd is binnengedrongen door met behulp van een valse sleutel te weten door het inloggen met een ander doel dan waarvoor hen die toegang was toegestaan;

Ten aanzien van feit 4:

in de periode van 26 mei 2021 tot en met 2 november 2021 te Amsterdam, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk en wederrechtelijk gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk, te weten het BRBA-systeem, een systeem waarin gegevens waren opgeslagen, werden verwerkt of werden overgedragen, te weten de vaccinatiestatus/gegevens omtrent Covid-19 vaccinaties van meerdere personen, heeft veranderd, en andere gegevens daaraan heeft toegevoegd, immers hebben zij, verdachte en haar mededader de vaccinatiestatus/gegevens van bepaalde personen gewijzigd en/of gegevens toegevoegd als zijnde die personen gevaccineerd tegen Covid-19, terwijl dat niet het geval was;

Ten aanzien van feit 5:

in de periode van 30 juni 2021 tot en met 2 november 2021 te Amsterdam, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een Covid-19 PCR-test resultaat, valselijk heeft opgemaakt door telkens valselijk te vermelden dat een bepaald persoon negatief was getest op Covid-19 met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat [verdachte] de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen met aftrek van het voorarrest en een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , namelijk de zorg over haar kinderen. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat er sprake is van samenloop tussen de tenlastegelegde feiten en met de overschrijding van de redelijke termijn.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De ernst van de feiten

[verdachte] heeft samen met anderen meerdere valse Covid-19 vaccinatie- en testbewijzen aangemaakt en verkocht en om dit te kunnen doen zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk en het wederrechtelijk veranderen van gegevens in een computersysteem.

De rechtbank neemt het [verdachte] kwalijk dat zij door zo te handelen, misbruik heeft gemaakt van haar functie als doktersassistent. Vanaf juni 2021 ging de Nederlandse samenleving langzaam weer open na een tweede lockdownperiode. Er werden regels opgesteld om dit veilig te laten verlopen. Zo werd een coronatoegangsbewijs verplicht om naar cafés en restaurants te kunnen gaan, evenementen te kunnen bezoeken, kunst en cultuur te kunnen beleven en te kunnen reizen. Het doel van dit bewijs was om het aantal besmettingen in de hand te kunnen houden en kwetsbare groepen te beschermen. Het weer veilig kunnen opengaan van de samenleving staat of valt met een betrouwbare Covid-registratie van personen die daaraan wensten deel te nemen. Verdachte heeft een situatie in het leven geroepen waarin ongevaccineerde en ongeteste personen zich in horecagelegenheden, vliegtuigen of tijdens festivals onder de bevolking konden begeven. Door ongevaccineerde en ongeteste personen dezelfde mogelijkheden te geven als mensen die zich wel aan de regels hielden, heeft verdachte het systeem van de maatregelen gericht op het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus, ernstig ondermijnd. Bovendien is er op deze manier voor individuele personen het risico op besmetting ontstaan, met alle gevolgen van dien. Zij heeft aldus het vertrouwen van de samenleving en haar werkgever geschaad en enkel oog gehad voor haar eigen financiële gewin. In dat kader merkt de rechtbank op dat [verdachte] heeft verklaard dat zij tegen betaling de coronabewijzen verstrekte en dat uit het dossier aanwijzingen volgen dat zij een aanzienlijk geldbedrag heeft verdiend met het plegen van deze strafbare feiten.

De rechtbank komt tot het oordeel dat voor dit feitencomplex in beginsel een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn.

Redelijke termijn

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van strafzaken als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. De redelijke termijn vangt aan vanaf het moment dat ten aanzien van een verdachte een handeling is verricht waaraan zij in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen haar voor een bepaald strafbaar feit strafvervolging zou worden ingesteld. In dit geval oordeelt de rechtbank dat deze handeling is verricht op het moment dat [verdachte] in verzekering is gesteld. Dat was op 2 november 2021. Wanneer geen sprake is van bijzondere omstandigheden geldt als uitgangspunt dat de redelijke termijn tussen de aanvang daarvan en het wijzen van een vonnis in eerste aanleg, twee jaar duurt. De rechtbank ziet in onderhavige zaak geen aanleiding om te oordelen dat er bijzondere omstandigheden zijn die de overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen. Uit het dossier blijkt dat het onderzoek tussen het voorjaar van 2022 en de verhoren in juni 2023 zonder reden heeft stilgelegen. Er is geen sprake van uitgebreid vooronderzoek dat het overschrijden van de redelijke termijn zou kunnen verklaren. Na het uitsturen van de regiebrief in januari 2024, heeft het ruim twee jaar geduurd voordat de zaak op zitting werd behandeld. Nu in april 2026, bijna 4,5 jaar na aanvang van de redelijke termijn, vonnis wordt gewezen, is de redelijke termijn met twee en een half jaar overschreden. De rechtbank compenseert [verdachte] voor deze overschrijding door aan haar geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan het voorarrest op te leggen, zoals in een dergelijke zaak voor de hand zou hebben gelegen, maar in plaats daarvan een onvoorwaardelijke taakstraf.

De rechtbank ziet in het voorgaande eveneens reden om geen voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De voorlopige hechtenis van [verdachte] is sinds 16 november 2021 geschorst. Gedurende deze 4,5 jaar is niet gebleken dat [verdachte] strafbare feiten heeft gepleegd. Een voorwaardelijke straf heeft daarom volgens de rechtbank geen doel meer.

Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat zij haar baan als doktersassistente is kwijtgeraakt en het onzeker is of en wanneer zij een VOG voor een baan in de zorg zal krijgen.

Voor de hoogte van de taakstraf heeft de rechtbank ook gekeken naar de opgelegde werkstraffen die aan de medeverdachten worden opgelegd, waarbij steeds naar ieders aandeel en ieders specifieke rol is gekeken.

[verdachte] heeft een grote rol gespeeld in de samenwerking met [medeverdachte 2] en het doorspelen van persoonsgegevens. Ten aanzien van de omvang van de valsheid in geschrifte wordt haar aandeel kleiner ingeschat.

Alles overwegende zal de rechtbank aan verdachte – naast een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest – een taakstraf van 220 uren opleggen.

9. Beslag

Onder verdachte is het volgende beslag genomen:

1. 2000 EUR: (Omschrijving: PL1300-2021217003-G6116426A).

Retour verdachte

Het geld genoemd op de beslaglijst moet worden teruggegeven aan [verdachte] , omdat niet is gebleken dat dit bedrag uit de baten van de door haar gepleegde strafbare feiten zijn verkregen.

10. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 45,- per verkochte valse vaccinatie en/of testbewijs aan vergoeding van materiële schade.

Ter terechtzitting is gebleken dat tussen [verdachte] en de benadeelde partij op 25 juli 2022 een vaststellingsovereenkomst is gesloten, waarin een clausule met betrekking tot finale kwijting is opgenomen. Onder punt 4 is het volgende opgenomen: De werkgever ziet af van verhaal van enige schade op de werknemer.

De rechtbank zal de vordering om die reden afwijzen.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, , 47, 55, 57, 138ab, 225, 321, 322, 350a van het Wetboek van Strafrecht.

12. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van

Feit 1

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

en

Feit 3

medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd;

en

Feit 4

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen veranderen dan wel andere gegevens daaraan toevoegen, meermalen gepleegd;

Feit 2

verduistering gepleegd door haar die het goed uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft;

Feit 5

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 220 (tweehonderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 110 (honderdtien) dagen.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

1. 2000 EUR: (Omschrijving: PL1300-2021217003-G6116426A).

Wijst af de vordering van [benadeelde partij] .

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.J. Bos, voorzitter,

mrs. M. Vaandrager en A.H.E. van der Pol, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Buiskool, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.J. Bos

Griffier

  • mr. K. Buiskool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?