ECLI:NL:RBAMS:2026:3703

ECLI:NL:RBAMS:2026:3703

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 11864248
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Gedaagde moet de aanbetaling voor een thuisbatterij terugbetalen aan eiser. Eiser is consument en heeft een rechtsgeldig beroep gedaan op het herroepingsrecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11864248 \ CV EXPL 25-12087

Vonnis van 9 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: Janssen & Janssen Gerechtsdeurwaarders,

tegen

HI TRONIC B.V.,

gevestigd te Rucphen, kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Batteroo,

gemachtigde voorheen mr. J.E. van Rossum, thans procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 augustus 2025, met producties;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 2 december 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen, waarna daarvoor een dag is bepaald.

Op 11 maart 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is verschenen, vergezeld door zijn echtgenote en bijgestaan door mr. I.G.J. Burger namens zijn gemachtigde. Namens Batteroo is niemand verschenen, hoewel zij daartoe deugdelijk is opgeroepen. [eiser] heeft zijn vordering nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt, die in het procesdossier zijn gevoegd. Daarna is de datum van vonnis bepaald.

2. De feiten

Op 28 april 2025 heeft Batteroo [eiser] telefonisch benaderd over de aankoop van een thuisbatterij. Tijdens het telefoongesprek heeft Batteroo aan [eiser] een offerte met ordernummer [nummer 1] toegezonden voor de aankoop van een thuisbatterij met de omschrijving “Batteroo A20 1 Fase 58”, tegen betaling van € 18.148,79. Deze offerte heeft [eiser] vervolgens digitaal ondertekend. In de offerte staat onder meer het volgende bepaald:

“Let op: onze producten, software en installatie worden afgestemd op uw technische- en persoonlijke (woon)omstandigheden, alsmede uw wensen. Ons aanbod betreft daarom een aanbod op maat. Gaat u met dit aanbod akkoord, dan heeft u niet meer het recht om de overeenkomst met betaalverplichtingen te herroepen binnen 14 dagen.”

In verband met een technische schouw en adviesgesprek is Batteroo op 1 mei 2025 bij [eiser] thuis geweest. Batteroo heeft op dat moment een offerte met ordernummer [nummer 2] aan [eiser] toegezonden voor de aankoop van een thuisbatterij met de omschrijving “Batteroo T21 3 fase 62”, wederom tegen betaling van € 18.148,79 en met vermelding van de hiervoor onder 2.1 genoemde tekst. Ook deze offerte heeft [eiser] vervolgens digitaal ondertekend.

Diezelfde dag heeft [eiser] aan Batteroo een aanbetaling gedaan van € 5.000,00.

Op 2 mei 2025 heeft [eiser] in twee afzonderlijke e-mails aan Batteroo laten weten dat hij gebruik maakt van zijn herroepingsrecht en dat hij op grond daarvan de overeenkomsten die zijn gesloten onder ordernummers [nummer 2] en [nummer 1] ontbindt. Daarbij heeft hij tevens verzocht om terugbetaling van het bedrag van € 5.000,00.

Batteroo heeft vervolgens aan [eiser] “de annulering van uw contract” bevestigd.

Bij brief van 15 mei 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] Batteroo gesommeerd om de aanbetaling van € 5.000,00 uiterlijk op 30 mei 2025 aan [eiser] terug te betalen. Omdat betaling uitbleef heeft de gemachtigde van [eiser] bij brief van 24 juni 2025 Batteroo nogmaals gesommeerd tot terugbetaling, uiterlijk te voldoen op 9 juli 2025, bij gebreke waarvan buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente verschuldigd zouden worden. Ook daarna is Batteroo niet tot betaling overgegaan.

3. Het geschil

[eiser] vordert – samengevat – dat Batteroo bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot betaling aan hem van € 5.000,00 aan hoofdsom en € 625,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van Batteroo in de proceskosten en vermeerderd met de wettelijke rente over alle toegewezen bedragen.

Batteroo voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

4. De beoordeling

Als eerste rijst de vraag of partijen met elkaar één of twee overeenkomsten hebben gesloten, aangezien partijen daarover van mening verschillen. Batteroo heeft tweemaal een offerte uitgebracht aan [eiser] . In de eerste offerte heeft zij aan hem een andere thuisbatterij aangeboden dan in de tweede offerte. Ook heeft de eerste offerte een ander ordernummer dan de tweede offerte. Dat maakt dat Batteroo tweemaal aan [eiser] een aanbod heeft gedaan, eerst voor de levering van het type thuisbatterij zoals die werd genoemd in de eerste offerte en daarna voor de levering van het type thuisbatterij zoals die is vermeld in de tweede offerte. [eiser] heeft met beide offertes afzonderlijk ingestemd door deze digitaal te ondertekenen. Dat leidt ertoe dat tussen partijen twee overeenkomsten tot stand zijn gekomen: de eerste op 28 april 2025 en de tweede op 1 mei 2025. Het standpunt van Batteroo dat één overeenkomst tot stand is gekomen, namelijk na het huisbezoek op 1 mei 2025, wordt dan ook niet gevolgd.

Vervolgens moet worden beoordeeld of de overeenkomsten zijn gesloten tussen een handelaar en een consument. Batteroo heeft gehandeld in de uitoefening van haar beroep of bedrijf. Dat geldt, anders dan Batteroo heeft aangevoerd, niet voor [eiser] . De aankoop van de thuisbatterij was een particuliere investering die erop gericht was om kosten te besparen op het energiegebruik binnen de eigen woning van [eiser] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] dit nog nader toegelicht. Gelet daarop moet [eiser] naar het oordeel van de kantonrechter als consument worden aangemerkt.

Dat betekent dat de overeenkomsten in kwestie zijn gesloten tussen een handelaar en een consument. Deze moeten daarom ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht.

De eerste overeenkomst is op 28 april 2025 tot stand gekomen doordat [eiser] de offerte van Batteroo, die tijdens het telefoongesprek tussen partijen digitaal aan [eiser] was toegestuurd, digitaal heeft ondertekend. Er is daarmee sprake van een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De tweede overeenkomst is gesloten tijdens het huisbezoek van Batteroo aan [eiser] . Deze overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst buiten de verkoopruimte in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub f onder 1 BW. Batteroo heeft in dit kader opgemerkt dat de overeenkomst tot stand is gekomen na “huisbezoek en uitvoerig advies” zodat van een overeenkomst op afstand (of buiten de verkoopruimte, zo begrijpt de kantonrechter het standpunt van Batteroo) geen sprake zou zijn. Dat standpunt wordt niet gevolgd. Immers is voor de kwalificatie van de overeenkomst niet doorslaggevend in hoeverre de consument door de handelaar is geadviseerd, maar gaat het hierbij om de vraag op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen.

Overeenkomsten op afstand en overeenkomsten buiten de verkoopruimte kunnen op grond van artikel 6:230o BW door de consument zonder opgave van redenen worden ontbonden binnen een termijn van veertien dagen. [eiser] heeft met zijn beide e-mails van 2 mei 2025 binnen deze termijn gebruik gemaakt van zijn herroepingsrecht en de overeenkomsten buitengerechtelijk ontbonden.

Volgens Batteroo is het herroepingsrecht niet van toepassing op de overeenkomsten die zij met [eiser] heeft gesloten. Zij heeft er daarbij op gewezen dat sprake zou zijn van een maatwerkopdracht (zoals uitgezonderd in artikel 6:230p aanhef en onder f sub 1 BW), terwijl Batteroo daarnaast al voor de herroepingen op 2 mei 2025 een begin zou hebben gemaakt met de uitvoering van de overeenkomsten (zodat zij kennelijk verwijst naar artikel 6:230p aanhef en onder d sub 1 BW). Daarover wordt als volgt overwogen.

Nergens blijkt uit dat de thuisbatterijen die door Batteroo zouden worden geleverd producten zijn die door Batteroo voor [eiser] op maat zouden worden gemaakt. Batteroo heeft in haar conclusie niet toegelicht waaruit dat maatwerk zou bestaan. De offertes noemen weliswaar dat producten, software en installatie worden afgestemd op de technische en persoonlijke woonomstandigheden van [eiser] , maar daarover heeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat Batteroo in de gesprekken niets heeft gezegd over aanpassingen aan de thuisbatterij. Daarnaast zien de offertes op het aanbod van een, naar het lijkt, standaard type thuisbatterij met de nummers zoals die in de offertes zijn vermeld. Dat dit anders zou zijn heeft Batteroo niet in de stukken toegelicht en is op de mondelinge behandeling, waar Batteroo niet aanwezig was en dus ook geen vragen daarover heeft kunnen beantwoorden, evenmin gebleken.

Het beroep van Batteroo op de omstandigheid dat zij (naar zij heeft gesteld) al was begonnen met de uitvoering van de overeenkomsten kan haar evenmin baten. Op grond van artikel 6:230p aanhef en onder d sub 1 BW alsmede de totstandkomingsgeschiedenis van die bepaling heeft een consument geen ontbindingsrecht als de dienstverlener de nakoming van de overeenkomst volledig is nagekomen binnen de ontbindingstermijn, mits de consument toestemming heeft gegeven voor de nakoming van de overeenkomst en de consument uitdrukkelijk heeft verklaard om afstand te doen van het ontbindingsrecht nadat de overeenkomst is uitgevoerd. Van een volledige nakoming is in dit geval geen sprake, alleen al omdat de thuisbatterijen nog niet zijn geleverd. De uitzondering van artikel 6:230p aanhef en onder d sub 1 BW is hier dan ook niet van toepassing.

Dit alles leidt tot de conclusie dat [eiser] op 2 mei 2025 de overeenkomsten van 28 april 2025 en 1 mei 2025 rechtsgeldig heeft ontbonden. Batteroo moet daarom de aanbetaling van € 5.000,00 aan [eiser] terugbetalen. Voor zover Batteroo heeft aangevoerd dat zij de aanbetaling wil verrekenen met kosten die zij zou hebben gemaakt, bestaat daar geen grondslag voor. [eiser] mocht immers de overeenkomsten herroepen en hij is verder tot niets verplicht. Voor zover Batteroo al wel kosten heeft gemaakt door binnen de herroepingstermijn werkzaamheden te verrichten, blijven die kosten voor rekening en risico van Batteroo.

[eiser] heeft in zijn brief van 24 juni 2025 aan Batteroo (nogmaals) een uiterlijke betalingstermijn gesteld, die inhoudt dat Batteroo uiterlijk op 9 juli 2025 de aanbetaling aan hem moest terugbetalen. Omdat Batteroo niet tot betaling is overgegaan, is zij vanaf 10 juli 2025 in verzuim. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf 10 juli 2025 en niet, zoals gevorderd, vanaf 15 mei 2025.

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Hij heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 625,00 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarden (27 augustus 2025).

Batteroo is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

- griffierecht

- explootkosten

720,00

257,00

144,47

(2 punten × € 360,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.265,47

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Batteroo tot betaling aan [eiser] van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 10 juli 2025 tot de dag van algehele betaling;

veroordeelt Batteroo tot betaling aan [eiser] van € 625,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 27 augustus 2025 tot de dag van algehele betaling;

veroordeelt Batteroo in de proceskosten van € 1.265,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Batteroo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, en daarnaast te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.H.I. Hoestra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Wiltjer

Griffier

  • mr. S.H.I. Hoestra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?