RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/038046-26
Datum uitspraak: 14 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 13 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 mei 2025 door the Circuit Court in Opole, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboortplaats] (Polen),
feitelijk verblijfsadres:
[verblijfadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1. Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 maart 2026 in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
2. Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een enforceable provisional detention order, that is: final decision of the District Court in Nysa of 26 June 2024, met kenmerk II Kp 266/24.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
4. Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5. Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden
3. Can you guarantee that the wanted person will be able to spend at least two hours per day outside of his cell?
4. If not, how many hours per day on average would [opgeëiste persoon] , under normal circumstances, be able to spend outside his cell at a minimum if he took advantage of all opportunities offered to him to leave his cell?
The Court requests information on:
Inmates are entitled to at least one hour of daily outdoor exercise and at least one hour of daily use of the prison's recreation room, usually in groups that are determined to ensure safety within the facility. In addition to the outdoor exercise and recreation room, inmates may use the chapel on designated days, the self-payment phone located outside the cell, visits in the visiting room, and the bathroom. Please find attached the internal regulations for the Prudnik External Ward of the Prison in Nysa. Due to the short deadline, I am sending these regulations only in Polish.
Inleiding
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het remand regime slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt. Verder is de onduidelijkheid over de termijn waarop de opgeëiste persoon contact met de buitenwereld kan bewerkstelligen een bijkomende verzwarende omstandigheid.
De vaststelling van een algemeen reëel gevaar voor schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.
Om te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het remand regime in Polen waar hij zal worden gedetineerd.
In het kader van dit onderzoek heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) op 3 maart 2026 de volgende vragen gesteld aan de Poolse autoriteiten:
Op 13 maart 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit als volgt geantwoord:
[opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] .1985 in [geboortplaats]
In response to an email dated March 3, 2026, the District Court in Opole, III Criminal
Division, hereby informs you that:
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de zaak om nadere informatie op te vragen bij de Poolse autoriteiten. Zo is het onduidelijk of de detentiegarantie wel op de opgeëiste persoon ziet, aangezien er een foutieve geboortedatum is genoemd in zowel de vragen van het IRC als in de detentiegarantie, namelijk [geboortedag] .1985. De opgeëiste persoon is echter geboren in [geboortemaand] en niet in juni. Ook is het onduidelijk of de oppervlakte van de tweepersoonscel exclusief sanitair is. Daarnaast blijkt dat het gebruikmaken van de recreatieruimte alleen in groepen plaatsvindt en dat zorgt dus voor een beperking. Ook is het onduidelijk of de garantie ziet op het remand regime. Als bijlage bij de detentiegarantie zijn internal regulations for the Prudnik External Ward of the Prison in Nysa in de Poolse taal gevoegd, maar die bijlage zit niet in het dossier. Deze ‘internal regulations’ moeten in het Nederlands worden vertaald en aan het dossier worden toegevoegd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie het algemeen gevaar wegneemt voor de opgeëiste persoon en dat de ‘internal regulations’, die als bijlage bij de detentiegarantie zijn gevoegd, niet relevant zijn voor de individuele detentiegarantie. Dat stuk hoeft dus niet te worden vertaald en in het dossier te worden gevoegd. Wat betreft de geboortemaand is sprake van een kennelijke verschrijving.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de gegeven detentiegarantie onmiskenbaar op de opgeëiste persoon ziet, ook al is de geboortemaand foutief genoteerd. De rechtbank gaat uit van een kennelijke verschrijving. De overige persoonsgegevens van de opgeëiste persoon staan correct vermeld en ook wordt het kenmerk van het EAB genoemd dat de opgeëiste persoon betreft. Verder leest de rechtbank de detentiegarantie zo dat de maten van de oppervlakte van zowel de tweepersoons- als de zevenpersoonscel exclusief sanitair zijn. Aan de hand van een (zeer) eenvoudige berekening kan de rechtbank vaststellen dat voldaan wordt aan het vereiste van minimaal 3m2 persoonlijke leefruimte exclusief sanitair. Ook leest de rechtbank in de detentiegarantie dat het gebruikmaken van de recreatieruimte ‘usually’ in groepen plaatsvindt, maar dit hoeft dus niet. Naar het oordeel van de rechtbank levert dit in die zin geen beperking op in het gebruik maken van de recreatieruimte. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het duidelijk is dat, in samenhang gelezen met de vraagstelling van het IRC, de detentiegarantie ziet op het remand regime in de gevangenis in Nysa. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd en hoeft de bijlage met ‘internal regulations’ niet te worden toegevoegd aan het dossier. De rechtbank wijst daarom het aanhoudingsverzoek van de raadsman af.
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. Het algemene gevaar, dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in het remand regime in Poolse penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie van 13 maart 2026 voor de opgeëiste persoon weggenomen.
6. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
7. Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8. Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
9. Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Opole (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Scheeper, voorzitter,
mrs. M. Westerman en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.