ECLI:NL:RBAMS:2026:3785

ECLI:NL:RBAMS:2026:3785

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 13/218382-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Veroordeling poging doodslag wegens meermalen steken met een schroevendraaier. Volledig ontoerekeningsvatbaar. Tbs met voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/218382-25

Datum uitspraak: 15 april 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , thans gedetineerd in de [naam PI] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R Willemsen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. C.T. Pittau naar voren hebben gebracht.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van dat wat door en namens de benadeelde partij [benadeelde partij] , bijgestaan door zijn advocaat, mr. W.A. Monster, naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij, op of omstreeks 15 juli 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [benadeelde partij] , van het leven te beroven, meermalen, in elk geval eenmaal, met een schroevendraaier, althans een langwerpig puntig voorwerp, in de hals, borst, rug en/of abdomen, in elk geval in het lichaam, van die [benadeelde partij] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

subsidiair:

hij, op of omstreeks 15 juli 2025 te Amsterdam, in elk geval Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [benadeelde partij] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen, in elk geval eenmaal, met een schroevendraaier, althans een langwerpig puntig voorwerp, in de hals, borst, rug en/of abdomen, in elk geval in het lichaam, van die [benadeelde partij] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Zij gaat daarbij – primair – uit van vol opzet, subsidiair is er in ieder geval sprake van voorwaardelijk opzet op het intreden van de dood.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, anders dan dat geen sprake is van vol opzet maar van voorwaardelijk opzet, geen opmerkingen ten aanzien van het ten laste gelegde en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte ter zitting, vast dat verdachte aangever met een schroevendraaier heeft gestoken in de hals, borst, rug en abdomen.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat deze gedragingen, naar hun uiterlijke verschijningsvorm, onvoldoende zijn voor het bewijs dat verdachte de bedoeling had aangever van het leven te beroven. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij in paniek heeft gehandeld toen aangever een knuppel pakte. Hij heeft vervolgens het eerste voorwerp dat hij kon vinden, een schroevendraaier, uit zijn tas gepakt, waarmee hij heeft gestoken. Deze omstandigheden duiden naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf niet op een doelgericht handelen gericht op de dood van aangever.

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van voorwaardelijk opzet. Voor de vaststelling daarvan is vereist dat verdachte met zijn handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van zijn handelen zou overlijden. Uit het forensisch medisch onderzoek blijkt dat er sprake was van vier steekwonden: in de hals, borstkas, onderrug en buik. Het daardoor ontstane inwendig letsel was een klaplong en bloed in de borstkas met opbouw van druk en een breuk van de rib. Er was sprake van een reëel risico op overlijden: zonder adequaat medisch ingrijpen was het slachtoffer hoogstwaarschijnlijk overleden aan de gevolgen van het letsel. Op grond hiervan stelt de rechtbank een aanmerkelijke kans op het overlijden van het slachtoffer vast. De rechtbank stelt tevens vast dat verdachte die aanmerkelijke bewust heeft aanvaard. De bewezenverklaarde geweldshandelingen, bestaande uit het steken met een puntig voorwerp in de hals, de borstkas, onderrug naast de wervelkolom en buik, zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het veroorzaken van dodelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou overlijden bewust heeft aanvaard.

De rechtbank acht daarmee de primair ten laste gelegde poging tot doodslag bewezen.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 15 juli 2025 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [benadeelde partij] , van het leven te beroven, meermalen, met een schroevendraaier, in de hals, borst, rug en abdomen, van die [benadeelde partij] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

De deskundigen A. Banaei Kashani, psychiater, en V. Terra, GZ-psycholoog, hebben verdachte onderzocht. Naar aanleiding daarvan hebben beide deskundigen elk voor zich op 24 december 2025 een rapport uitgebracht.

Samenvattend komen de deskundigen tot de conclusie dat er bij verdachte sprake is van complexe ernstige psychopathologie. Er is sprake van autisme dan wel een autismespectrumstoornis, een posttraumatische stressstoornis (PTSS), een ernstige stoornis in het gebruik van cannabis en een psychotische stoornis. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde en hebben verdachte beïnvloed in zijn gedragskeuzes en gedragingen. Volgens de psychiater was verdachte ten tijde van het tenlastegelegde psychotisch, de greep op de realiteit volledig kwijt en heeft hij gehandeld vanuit psychotische belevingen. Volgens de psycholoog is verdachte vanuit een psychotisch paranoïde gekleurde angst overgegaan tot de in zijn beleving noodzakelijke zelfverdediging. Zowel door de psychiater als door de psycholoog is geadviseerd het tenlastegelegde, bij een bewezenverklaring, niet aan verdachte toe te rekenen.

Zowel de officier van justitie als de raadsman vinden dat verdachte, in overeenstemming met de over hem uitgebrachte rapporten, moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hij volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht.

De rechtbank is van oordeel dat de conclusies van de deskundigen op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en neemt deze over. De rechtbank is op grond van hun rapporten van oordeel dat verdachte het bewezen verklaarde feit heeft gepleegd als gevolg van zijn stoornissen zodat het feit hem niet kan worden toegerekend. Verdachte is daarom niet strafbaar en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7. Motivering van de maatregelen

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) wordt opgelegd met de voorwaarden zoals in het reclasseringsrapport (maatregelrapport) omschreven en dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Daarnaast heeft zij oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) ex artikel 38z Wetboek van Strafrecht (Sr) gevorderd. Voorts heeft zij gevorderd dat de voorlopige hechtenis met ingang van het moment dat verdachte wordt opgenomen in Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA) Heiloo of een andere geïndiceerde kliniek wordt geschorst.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de adviezen van de deskundigen en verzoekt de rechtbank om de adviezen, op alle punten, te volgen. Verdachte heeft een volledig ziektebesef, een intrinsieke motivatie om behandeld te worden en is bereid om mee te werken aan de geadviseerde voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag door het destijds 85-jarige slachtoffer, meermalen met een schroevendraaier te steken. Verdachte heeft in zijn wanen gedacht dat hij zich moest verdedigen tegen het slachtoffer, dat nietsvermoedend zijn gebruikelijke wandeling maakte. Het slachtoffer heeft de aanval, ondanks het levensgevaarlijke letsel, overleefd doordat omstanders adequaat hebben ingegrepen. Uit de medische stukken blijkt ook dat het slachtoffer zonder medische ingrijpen hoogstwaarschijnlijk was overleden aan de gevolgen van het letsel. Verdachte heeft met deze aanval een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de slachtofferverklaring en wat hij in het kader van het spreekrecht ter zitting naar voren heeft gebracht, volgt dat het feit grote impact op het slachtoffer heeft gehad en dat hij nog dagelijks hinder ondervindt van hetgeen er die bewuste dag heeft plaatsgevonden.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 18 september 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor geweldsmisdrijven met politie en justitie in aanraking is geweest.

Advies deskundigen

Zoals hiervoor onder 6 overwogen blijkt uit de rapporten van de deskundigen dat er bij verdachte sprake is van complexe problematiek met meerdere stoornissen. Uit de rapporten volgt verder – kort samengevat – het volgende:

Psychiater Banaei Kashani schat het risico op agressief gedrag zonder behandeling en begeleiding in op matig tot hoog. Om de kans op herhaling te verminderen is behandeling en begeleiding noodzakelijk. De psychiater adviseert een klinische start op een afdeling zoals een FPA gevolgd door een langdurige ambulante behandeling. Gezien de complexiteit en de ernst van de problematiek van verdachte, het hoog ingeschatte recidiverisico (zonder behandeling en begeleiding), en omdat langdurige behandeling en begeleiding noodzakelijk wordt geacht, adviseert de psychiater om aan verdachte tbs met voorwaarden op te leggen, Gelet op de jonge leeftijd van verdachte en de ernst van de problematiek wordt ook het opleggen van een GVM geadviseerd.

Psycholoog Terra schat de kans op herhaling voor een vergelijkbaar agressief delict in op matig tot hoog. De cognitieve vertekeningen, verhoogde angst/wantrouwen en de beperkte emotieregulatievaardigheden, vormen indien verdachte zich bedreigd voelt een risico op gewelddadige recidive. Om het recidiverisico te verlagen wordt in eerste instantie een klinische behandeling gericht op zijn trauma- psychotische- en verslavingsproblematiek nodig geacht. Omdat de aard van de psychotische klachten onvoldoende duidelijk is, is de voorziene duur van de behandeling niet goed in te schatten. Gelet op de positieve houding en het meewerkende gedrag van verdachte op zijn huidige afdeling, als ook het ontbreken van incidenten, lijkt een beveiligingsniveau van ten hoogste niveau 2 het meest passend. Na (beloops)diagnostiek en behandeling in klinisch kader, wordt aanbevolen verdachte verder te begeleiden in ambulant kader, via begeleid wonen en ambulante behandeling om zo de re-integratie gefaseerd te laten verlopen. De psycholoog adviseert om voorgenoemde behandeling op te leggen binnen het kader van een tbs met voorwaarden. Dit gedwongen kader geeft de mogelijkheid om langdurige behandeling en toezicht te realiseren. Verdachte heeft het feit bekend en is bereid mee te werken aan voorwaarden. Verwacht wordt dat hij in staat is zich aan voorwaarden te zullen houden en gebaat is bij de structuur die de voorwaarden hem geven.

De rechtbank heeft ook gekeken naar het maatregelrapport van de reclassering van 25 februari 2026 opgesteld door reclasseringswerker C.E. Tempelman. De reclassering ziet mogelijkheden om met interventies binnen het kader van een tbs met voorwaarden de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen en adviseert dan ook positief over de tbs met voorwaarden. De belangrijkste redenen daarvoor zijn dat verdachte probleembesef toont en hij van mening is dat een langdurige klinische behandeling nodig is. Daarnaast heeft verdachte zich bereid verklaard mee te werken aan de daarbij door de reclassering geadviseerde voorwaarden. De reclassering adviseert verder om de tbs met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren en om een GVM aan verdachte op te leggen.

Reclasseringswerker Tempelman heeft ter terechtzitting haar bevindingen toegelicht. In aanvulling op het rapport heeft Tempelman verklaart dat er een plek voor verdachte beschikbaar is op de FPA Heiloo met ingang van 16 of 17 april 2026. De voorwaarde die de kliniek stelt bij plaatsing is dat het vonnis onherroepelijk is.

Motivering tbs-maatregel met voorwaarden

De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarden, opgenomen in artikel 37a Sr, voor het opleggen van de tbs-maatregel. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waar naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer op is gesteld, te weten poging tot doodslag. Daarnaast is gebleken dat er bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en deze de gedragskeuzen en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde volledig heeft beïnvloed. Tot slot maakt de algemene veiligheid van personen het nodig dat aan verdachte een tbs-maatregel wordt opgelegd. Verdachte heeft een zwaar geweldsdelict begaan en de inschatting van de deskundigen is dat het risico op herhaling – zonder behandeling en begeleiding – matig tot hoog is.

De rechtbank overweegt dat, gelet op de adviezen van de deskundigen en de reclassering en gelet op de motivatie die verdachte heeft getoond om zich aan de voorwaarden te houden, zij het vertrouwen heeft dat het recidivegevaar dat van verdachte uitgaat, voldoende ondervangen en beperkt kan worden binnen een tbs met voorwaarden. De rechtbank zal aan verdachte dan ook de tbs met voorwaarden opleggen. De rechtbank neemt de door de reclassering geadviseerde voorwaarden over.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De rechtbank overweegt dat het bewezenverklaarde een misdrijf is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet op het verhoogde recidiverisico in geval verdachte zonder de op te leggen voorwaarden terugkeert in de samenleving, ziet de rechtbank reden om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 38, zesde lid, Sr, en zal zij bevelen dat de tbs-maatregel met voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Ongemaximeerde tbs

Het bewezenverklaarde feit is een misdrijf dat gericht is tegen dan wel gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat, in geval van een omzetting van de tbs met voorwaarden in een tbs met dwangverpleging, de termijn van de tbs met dwangverpleging niet beperkt is tot vier jaren.

GVM

De rechtbank is van oordeel dat, naast de tbs met voorwaarden, oplegging van een GVM nodig is. Aan de hiervoor geldende voorwaarden is voldaan. Verdachte wordt namelijk ter beschikking gesteld als bedoeld in artikel 38 Sr. Gelet op de ernst en omstandigheden van het bewezenverklaarde feit, de psychiatrische problematiek van de verdachte en het daarmee samenhangende recidiverisico, zoals hiervoor beschreven, acht de rechtbank het ter bescherming van de algemene veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen nodig dat gedragsbeïnvloedende en/of vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na afloop van de tbs met voorwaarden.

8. Beslag

Onder verdachte zijn blijkens de beslaglijst van 14 januari 2026 de volgende voorwerpen in beslag genomen:

Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven schroevendraaier dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van dit voorwerp het bewezenverklaarde is begaan. De inbeslaggenomen en niet teruggeven messen dienen eveneens te worden onttrokken aan het verweer nu deze voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit zijn aangetroffen. Voor alle hier genoemde voorwerpen geldt dat deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

9. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij] , vordert in totaal € 1.108,- aan vergoeding van materiële schade (bestaande uit een bedrag van € 342,- aan dagvergoeding voor opname ziekenhuis en € 766,- aan verlies van zelfwerkzaamheid) en € 25.000,- aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.

Standpunt Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de vordering van de benadeelde partij volledig toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft het gevorderde bedrag aan materiele schade niet betwist. Ten aanzien van het gevorderde bedrag aan immateriële schade heeft de raadsman gesteld dat onderhavig geval, anders dan de advocaat van de benadeelde partij heeft betoogd, niet valt onder de in hoofdstuk 4.1 van de Rotterdamse Schaal genoemde categorie c (‘middelzwaar’), maar onder categorie d (‘minder ernstig’) en voorts dat het psychisch letsel niet is onderbouwd. Het gevorderde bedrag aan immateriële schade is volgens de raadsman dan ook te hoog. Hij verzoekt het bedrag te matigen tot een bedrag van maximaal € 15.000,-.

Oordeel rechtbank (materiële schade)

Vaststaat dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde materiële schade is onderbouwd, niet betwist en komt de rechtbank niet ongegrond voor. Om die reden zal de vordering tot vergoeding van materiële schade ter hoogte van in totaal € 1.108,- worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten 15 juli 2025.

Oordeel rechtbank (immateriële schade)

Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade onder meer indien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Lichamelijk letsel

Als gevolg van het bewezen verklaarde feit heeft de benadeelde een klaplong opgelopen, waardoor bloed in de borstkas terecht is gekomen. Hiervoor is hij behandeld in het ziekenhuis, waar een drain in de borstholte is geplaatst. Benadeelde is vervolgens negen dagen opgenomen geweest in het ziekenhuis. Uit de medische stukken volgt dat de benadeelde partij geen blijvende beperkingen, anders dan littekens, heeft overgehouden aan de aanval door verdachte. Gelet hierop heeft de rechtbank ten aanzien van het borstletsel aansluiting gezocht bij de categorie d (‘minder ernstig’) van de Rotterdamse schaal en acht zij een schadebedrag van € 8.500,- voor dit borstletsel in beginsel passend. Nu er sprake is geweest van meerdere letsels en benadeelde negen dagen in het ziekenhuis heeft moeten blijven, waarbij diverse complicaties zijn opgetreden acht de rechtbank - alles in aanmerking genomen - een bedrag van € 12.000,- ten aanzien van het lichamelijke letsel passend, waarbij ook rekening is gehouden met de omstandigheid dat de conditie van benadeelde als gevolg van het bewezenverklaarde achteruit is gegaan.

Geestelijk letsel

De benadeelde heeft. zijn vordering onderbouwd met zijn schriftelijke weergave van de gevolgen die het feit voor hem heeft gehad. Hij is emotioneel en angstig geworden, slaapt slecht, heeft veel huilbuien gehad en vindt dat zijn leven behoorlijk overhoop ligt. Ook heeft hij een ontslagbrief van het AMC alsmede een verwijsbrief van een huisarts gevoegd, waaruit volgt dat er sprake is van slapeloosheid/andere slaapstoornis en dat temazepam als (rustgevende) medicatie is voorgeschreven. Daarnaast is een beschrijving van de kinderen van benadeelde over de gezondheidstoestand van benadeelde gevoegd. De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande dat de onderhavige situatie aansluit bij wat in de Rotterdamse Schaal als categorie d (‘minder ernstig’) onder 14.1 wordt aangemerkt. Gelet hierop acht de rechtbank een schadebedrag van € 3.000,- voor de geestelijke gevolgen passend.

Gelet op het voorgaande en rekening houdend met de vergoedingen die in vergelijkbare gevallen worden toegekend, acht de rechtbank een vergoeding van de immateriële schade van in totaal € 15.000,- billijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voornoemd bedrag te verhogen gelet op de verwijtbaarheid dan wel opzet van de verdachte, zoals namens de benadeelde is verzocht en zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 15.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2025 tot de dag der algehele voldoening.

Het overige deel van de vordering dat betrekking heeft op vergoeding van immateriële schade zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van F. Wijngaart wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 38, 38a, 38z, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4. is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde

- poging doodslag

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

1. Geen strafbaar feit plegen

Veroordeelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.

2. Meewerken aan reclasseringstoezicht

Veroordeelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:

• Veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.

• Veroordeelde laat één of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen.

• Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden.

• Veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.

• Veroordeelde zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor zijn begeleiders en behandelaren.

• Veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken.

•Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.

• Veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.

• Veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht.

• Veroordeelde verschaft de reclassering zicht op de voortgang van zijn resocialisatie en begeleiding en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk.

• Veroordeelde zal geen omgang hebben met personen die zijn resocialisatie in gevaar (kunnen) brengen en stelt zich open op, inzake het aangaan van nieuwe relaties of bestaande relaties en heeft geen bezwaar dat deze op ‘gepaste en discrete’ wijze door de reclassering worden gescreend.

3. Opname in een zorginstelling

Veroordeelde laat zich opnemen en zal verblijven in een nog nader door IFZ/ DIZ te indiceren klinische setting, of soortgelijke forensische instelling zulks te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.

• De opname start direct aansluitend aan detentie. De opname duurt zolang de reclassering en het behandelteam dat nodig vinden.

• Veroordeelde houdt zich aan de daar geldende huisregels, afspraken en aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

• Als de reclassering en het behandelteam een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vinden, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

4. Meewerken aan een time-out

Als de reclassering dat nodig vindt en veroordeelde daarmee instemt, kan betrokkene voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek of andere (soortgelijke) instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of veroordeelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.

5. Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Aansluitend aan zijn klinische opname zal veroordeelde verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Het verblijf duurt zolang de reclassering en zorginstelling dat nodig vinden.

• Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

6. Ambulante behandeling

Aansluitend aan zijn klinische behandeling laat veroordeelde zich behandelen door een forensisch ambulante behandelinstelling of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering en/of de zorginstelling dat nodig vindt.

• Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

Bij een terugval in middelengebruik kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.

7. Middelenverbod en meewerken aan middelencontrole

Veroordeelde gebruikt geen drugs en alcohol en werkt mee aan controle op dit verbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn ademonderzoek (blaastest) en urineonderzoek.

8. Dagbesteding

Veroordeelde zet zich in voor het realiseren en behouden van een passende en door de reclassering goedgekeurde dagbesteding en houdt zich aan de voorwaarden c.q. regels die hem gesteld worden.

9. Meewerken aan schuldhulpverlening/beschermingsbewind

Veroordeelde geeft inzage in zijn financiën en werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van betalingsregelingen. Desgewenst werkt hij mee aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en/of beschermingsbewind.

10. Niet naar het buitenland (reisverbod)

Veroordeelde zal zich niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland begeven.

11. Contact/ locatieverbod

Veroordeelde neemt geen contact op met aangever, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.

Geeft opdracht aan GGZ Reclassering Fivoor de terbeschikkinggestelde bij de naleving van die voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

GVM-maatregel

Legt op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr.

Beslag:

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een bedrag van € 1.108,- aan vergoeding van materiële schade en € 15.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 juli 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat € 16.108,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 juli 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 105 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Schorsen voorlopige hechtenis

Schorst de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het moment dat verdachte feitelijk opgenomen wordt in de FPA Heiloo of een andere geïndiceerde kliniek met alle voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 25 februari 2026. Deze beslissing is afzonderlijk geminuteerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.P.E. Meewisse, voorzitter,

mrs. K.A. Brunner en J.J. Prins, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.M.H. Stikkers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.P.E. Meewisse

Griffier

  • mr. K.M.H. Stikkers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?