ECLI:NL:RBAMS:2026:3948

ECLI:NL:RBAMS:2026:3948

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer C/13/784270 / KG ZA 26-150 NB/EvK
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Onrechtmatige perspublicatie. Noemen naam en toenaam, strafrechtelijke antecedenten en relaties met geliquideerde broer en vastgoedondernemer in context van de artikelen, niet onrechtmatig.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/784270 / KG ZA 26-150 NB/EvK

Vonnis in kort geding van 15 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij bij dagvaarding van 18 maart 2026,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. S.T.L.A. Mulders en mr. C.C. Kanjels,

tegen

MEDIAHUIS NEDERLAND B.V.,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Mediahuis,

advocaat: mr. Ch.E. Koster.

1. De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 1 april 2026 heeft [eiser] de dagvaarding toegelicht. Mediahuis heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.

Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

[eiser] , met mr. Mulders en mr. Kanjels,

namens Mediahuis: [naam 1] , hoofdredacteur van De Limburger, [naam 2] , journalist van de Limburger, [naam 3] , journalist van de Limburger, en O.M. Mulder, bedrijfsjurist van Mediahuis, met mr. Koster.

Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten

[eiser] investeert in vastgoed.

Mediahuis is uitgever van (onder meer) dagblad De Limburger.

De Limburger heeft twee artikelen gepubliceerd over het vakantiepark [naam vakantiepark] , te [plaats] . Dit vakantiepark is eigendom van de familie [eiser] .

Het eerste artikel verscheen op 16 september 2022 in de Limburger met de titel: “Topman Miljoenenfonds provincie steekt eigen geld in omstreden vakantiepark [naam vakantiepark] in [plaats] : gouverneur start onderzoek” (hierna: het 2022-artikel). Het 2022-artikel gaat samengevat over een investering van investeerder [naam 4] in vakantiepark [naam vakantiepark] . [naam 4] is beheerder van het Limburgs Energie Fonds (LEF), een investeringsfonds van de provincie Limburg opgericht voor financiering van duurzaamheidsinitiatieven. [naam 4] zou ‘kwetsbaar’ of zelfs chantabel zijn doordat hij (privé) ruim € 1 miljoen heeft geïnvesteerd in vakantiepark [naam vakantiepark] in [plaats] , welk vakantiepark volgens het artikel omstreden zou zijn. Eigenaresse en bestuurder van dit vakantiepark is de moeder van [eiser] . In het artikel wordt over [eiser] (in het artikel aangeduid als [eiser] , of [eiser] ) onder meer vermeld dat hij strafrechtelijke veroordelingen op zijn naam heeft staan voor opiumwetdelicten en hypotheekfraude en in het verleden is verdacht van witwassen. Ook wordt benoemd dat zijn broer, [naam broer] , in 2012 is geliquideerd en dat hij zaken heeft gedaan met de ondernemer, [naam ondernemer] , waarover wordt geschreven dat hij volgens justitie betrokken is bij grootschalige witwaspraktijken.

Voor deze procedure gaat het onder meer om de volgende passages:

De provincie Limburg laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar privé-investeringen van topman [naam 4] van het Limburgs Energiefonds (LEF), waarin zo'n driehonderd miljoen euro gemeenschapsgeld zit. [naam 4] investeert privé in het vakantiepark [naam vakantiepark] in [plaats] waaraan de overheid de handen vol heeft. Ook politie en Openbaar Ministerie zijn op de hoogte gebracht.

Onderzoek

(…) Ook de familie die al sinds jaar en dag eigenaar is van [naam vakantiepark] is niet van

onbesproken gedrag. Zo is [eiser] , de contactpersoon van [naam 4] bij het [naam park] , veroordeeld voor opiumdelicten en hypotheekfraude en is hij in het verleden verdacht van witwassen. Diens broer [naam broer] , die de leider zou zijn van een Eindhovense drugsbende, is in 2012 geliquideerd.

(…)

En daarbij: bedenkelijke signalen rond de familie achter het park.

(…)

Erfverpachter

(…) Het onderhoud van de algemene voorzieningen, de infrastructuur en de afvalverwerking gebeurt door Bungalowpark [naam bungalowpark] . Juridisch eigenaar van de bv's is [naam 5] (72). Haar vijftigjarige zoon [eiser] , ook wel [eiser] genoemd, is bestuurder van de Stichting Administratiekantoor [naam administratiekantoor] .

(…)

Witwaspraktijken

Contactpersoon bij [naam vakantiepark] [eiser] is ook een drukbezet man. Hij is (vastgoed)belegger, voornamelijk actief in Duitsland en Spanje. Naast zijn adviesrol bij [naam vakantiepark] - dat tot voor kort ook een park met dezelfde naam bezat in [plaats] - was hij, samen met de Turkse Eindhovenaar [naam ondernemer] , lang eigenaar van vele tientallen (studenten)panden in de [plaats] . Aan [naam ondernemer] kleeft een luchtje. Volgens Justitie is hij betrokken bij grootschalige witwaspraktijken, waarbij vermoedelijk drugsgeld wordt ingezet in de vastgoedwereld. Om die reden vordert Justitie, in een reeds jaren slepende procedure, 24 miljoen euro van hem terug.

Bij deze kwestie is [eiser] niet betrokken, al is ook hij in de loop der jaren nadrukkelijk in het vizier van de opsporingsautoriteiten. Hij heeft twee veroordelingen wegens opiumwetdelicten op zijn naam, blijkt uit gerechtelijke stukken. De aard van die delicten staat niet vermeld.

Ook wordt in vonnissen aangehaald dat [eiser] tussen 1999 en 2008 in totaal 46 panden had aangekocht, ter waarde van ruim 5,5 miljoen, terwijl hij volgens de Belastingdienst tussen 2000 en 2007 geen legaal inkomen in Nederland had. Volgens de rechtbank was er sprake van 'een redelijke verdenking van witwassen'. Welk vervolg die verdenking heeft gekregen, is onduidelijk.

Strafrechtelijk

In een beschikking uit 2014 van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam staat dat er een strafrechtelijk onderzoek tegen [eiser] loopt en dat de administratie van de [naam vakantiepark] in beslag is genomen. Het zou gaan om 'onttrekking van gelden' aan de holding. De Ondernemingskamer gelast daarnaast een onderzoek naar de geldstromen binnen het [naam vakantiepark] -concern en benoemt een onafhankelijke bestuurder. Of en hoe de zaak bij de Ondernemingskamer is afgelopen, is onduidelijk. [eiser] stelt dat de strafrechtelijke kwestie is geseponeerd en dat hij een schadevergoeding heeft gekregen voor de „onterechte verdenking". Hij stuurt een half screenshot als bewijs maar gaat niet in op verdere vragen. „Dat is allemaal privé".

In 2015 is hij, voortvloeiend uit de witwasverdenking, tot in hoger beroep veroordeeld voor hypotheekfraude en gesjoemel met een salarisstrook rond [naam vakantiepark] . Twee jaar later krijgt hij 500 euro boete vanwege het antedateren van documenten rond de samenvoeging van de twee [naam vakantiepark] -parken in [plaats] en [plaats] . In die zaak wordt moeder [naam 5] eveneens veroordeeld.

In 2016 wordt [eiser] , samen met zakenpartner [naam ondernemer] , na een vormfout vrijgesproken van vermeend gesjoemel met elektriciteitsmeters in hun Eindhovense panden. Een jaar eerder legt de gemeente Eindhoven 1 miljoen aan dwangsommen op wegens vermeende gebreken aan de studentenhuizen; daarvan wordt uiteindelijk 125.000 euro geïnd.

Geliquideerd

[eiser] broer [naam broer] was een grote jongen in de Brabantse drugswereld; hij was volgens Justitie de leider van de regionaal befaamde [naam bende] , die rond 2011 werd opgerold. [naam broer] werd op 17 november 2012, kort voor de rechtszaak, geliquideerd.

Op de bezittingen van [naam broer] wordt beslag gelegd door de Belastingdienst, (…). Die beslagen liggen ook op sommige kavels op [naam vakantiepark] , gezamenlijk eigendom van [naam broer] en [eiser] .

[eiser] , woonachtig in het buitenland, krijgt zelf ook te maken met geweld: in november 2019 ontploft een explosief, vermoedelijk een handgranaat, bij een van zijn panden in [plaats] . [eiser] klaagt in de publiciteit en in de rechtszaal meermaals dat er een 'heksenjacht' op hem gaande is. Volgens hem wordt hij in een kwaad daglicht gesteld vanwege zijn broer [naam broer] , én omdat hij samen met [naam ondernemer] in onroerend goed zat.

Inval

Die tactiek lijkt te werken. [naam ondernemer] vertelt tegenover De Limburger dat hij in juni 2017 alle zakelijke banden met [eiser] heeft verbroken. „Bij mij is in 2016 een inval geweest vanwege die verdenking van witwassen. [eiser] had ook continu problemen, vooral vanwege zijn broer. Maar zelf had hij ook wat onderzoekjes en wat dingen met de overheid. Het bleef wringen, telkens waren er belemmeringen. Hij vond dat het aan mij lag, ik vond dat het aan hem lag. Het is net als een huwelijk: als het niet meer gaat, dan ga je uit elkaar", zo motiveert hij de 'scheiding'. Via de notaris en met toestemming van het Openbaar Ministerie is alle bezit verdeeld, aldus [naam ondernemer] . „Op panden van hem lag beslag door de Belastingdienst, bij mij door Justitie. Het Openbaar Ministerie heeft toestemming gegeven voor de verdeling".

Twee maanden daarvoor verstrekt [naam 4] zijn lening van 1 miljoen euro aan Bungalowpark [naam bungalowpark] BV . Bij de besprekingen is [eiser] aanwezig. Als onderpand wordt een hypotheek van 1,8 miljoen euro verstrekt. In november 2018 volgt nog een tweede lening van 140.000 euro, vallend onder dezelfde hypotheek. [naam vakantiepark] en [naam 5] staan vermeld in de akte maar de deal is geregeld via [eiser] , aldus [naam 4] .

Hij en [eiser] kennen elkaar „al een jaar of tien". [naam 4] : „Het was een van de honderd contacten die ik had toen ik werkte voor [naam 6] ".

(…)

Geldschieter

In 2016 komen beiden dus opnieuw bij elkaar uit als [naam vakantiepark] een geldschieter zoekt voor de aankoop van een flink aantal kavels op het [naam park] . Een tussenpersoon doet een warme aanbeveling bij de familie [eiser] (…).

[naam 4] is een private financier. Hij zoekt een belegging met hoog rendement en „zonder al te veel tijd qua beheer” om zijn pensioenvoorziening veilig te stellen, legt hij tegenover De Limburger uit. Maar hij was op zijn hoede, stelt hij nu. „Ik wist van het akkefietje rond de broer, die liquidatie in het kickbox-circuit. Die broer, [naam broer] , was actief in de drugscriminaliteit, denk ik. En [eiser] legde me uit dat de bank hem geen financiering wilde verlenen vanwege de associatie met [naam broer] . Daarom was ik zeer terughoudend, én kritisch over de familieleden. Ik wilde [eiser] dus ook éérst zien en spreken, om een gevoel te krijgen bij de persoon. Dat doe ik normaal nooit bij dit soort financieringen".

[eiser] : „Wat [naam 4] zegt over de weigering van de bank, klopt niet. Wij hadden gewoon op meerdere plekken een offerte gevraagd en hij kwam als beste uit de bus".

[naam 4] deed onderzoek „voor zover dat kon", zo stelt hij. „Maar ik kwam geen berichten tegen die negatief waren, niets over een strafrechtelijk verleden".

(…)

'Verontrustend’

Nu geconfronteerd met de achtergronden van de familie [eiser] schrikt [naam 4] zichtbaar. „Dit is zéér verontrustend. Al deze signalen wekken zeker een bepaalde schijn. Ik wil natuurlijk geen associatie met drugscriminelen of fraudeplegers." Met de kennis van nu had hij de lening niet verstrekt, bezweert hij. „Maar ik kan het contract niet zomaar opzeggen. Dat kan alleen als er in strijd wordt gehandeld met de vergunning, maar ik weet niet eens of ze die nodig hebben."

(…)

[eiser] : 'Er is niets aan de hand'

[eiser] reageert geïrriteerd op de vragen van De Limburger. „Er is niets aan de hand. Ik heb niets met [naam vakantiepark] te maken, nooit bestuurlijke verantwoordelijkheid gehad. Ik heb geadviseerd bij het regelen van de lening van [naam 4] , dat klopt, maar verder niets. En mijn verleden is privé en totaal niet relevant voor de zakelijke relatie tussen [naam 4] en [naam vakantiepark] . Met de fiscus heb ik nooit problemen gehad en witwassen is me nooit ten laste gelegd. Ik vind uw insinuaties ongefundeerd.” (…)”

Na verschijning van dit artikel heeft [eiser] gevraagd om een rectificatie vanwege schending van zijn privacy. Mediahuis heeft aan dit verzoek geen gehoor te geven.

Op 22 september 2022 heeft [eiser] een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek (hierna: de RvJ) tegen de hoofdredacteur van de Limburger. De kern van zijn klacht is dat zijn (privacy)belangen door het 2022-artikel onnodig zijn geschaad. De RvJ heeft op 10 januari 2023 uitspraak gedaan en de klacht ongegrond bevonden. De RvJ heeft hierover, voor zover relevant, als volgt geoordeeld:

“(…) Het was maatschappelijk en journalistiek relevant om onderzoek te verrichten naar en te berichten over de handelwijze van [naam 4] , die als directeur van het Limburgs Energie Fonds verantwoordelijk is voor ongeveer 270 miljoen euro aan publieke middelen en vanwege zijn private financiering in bungalowpark [naam vakantiepark] ‘kwetsbaar en mogelijk zelfs chantabel’ is.

Om die kwetsbaarheid te duiden was het relevant ook aandacht te besteden aan klager op de wijze zoals is gedaan. Daarbij is mede van belang dat [naam 4] zelf een verband heeft gelegd met klager en op meerdere momenten in de publicatie wordt aangehaald over de rol van klager bij de investering. Overigens is klager in de gelegenheid gesteld daarop te reageren en is zijn reactie ook in het artikel verwerkt.

Naar het oordeel van de Raad zijn de (privacy)belangen van klager niet disproportioneel aangetast. Dat zijn volledige naam in het artikel is vermeld, maakt dat niet anders. De Limburger heeft in dat verband aangevoerd dat klagers naam in eerdere publicaties is vermeld en voorkomt in openbare stukken rond het bungalowpark, en dat klager niet heeft gevraagd om anonimisering. Klager heeft dat niet weersproken.(…)”

In 2024 heeft [eiser] Google verzocht om het 2022-artikel te blokkeren in haar zoekresultaten voor zoekopdrachten naar “ [eiser] ” of “ [eiser] ”, op grond van het recht om vergeten te worden. Google heeft dit verzoek afgewezen. Vervolgens is [eiser] bij de rechtbank Den Haag een verzoekschriftprocedure gestart tegen Google met hetzelfde verzoek. De rechtbank Den Haag heeft dit verzoek bij beschikking van 28 augustus 2025 afgewezen. In de beschikking is, voor zover relevant, het volgende overwogen:

“4.27 De rechtbank volgt Google in haar betoog. Het artikel waarnaar de URL verwijst is van redelijk recente datum, is feitelijk van aard en betreft een maatschappelijk bijzonder relevant onderwerp: de integriteit van het openbaar bestuur. Het artikel gaat erover dat de beheerder van een investeringsfonds van de provincie Limburg mogelijk kwetsbaar of chantabel is omdat hij ruim een miljoen euro eigen geld heeft geïnvesteerd in een volgens het artikel omstreden vakantiepark waarbij [eiser] was betrokken. Door dit onderwerp vormt het artikel een belangrijke bijdrage aan een debat van algemeen belang. Hiervoor is al vastgesteld dat niet is gebleken dat het artikel onjuistheden bevat die een beduidend onderdeel van de publicatie betreffen. Het artikel bevat onder meer informatie over veroordelingen van [eiser] voor valsheid in geschrifte (hypotheekfraude) en het opzettelijk overtreden van de Opiumwet, waarover [eiser] zelf heeft verklaard dat dit te maken had met panden waarvoor hij zakelijk als bemiddelaar optrad. Hypotheekfraude en de opiumwetdelicten zijn ernstige misdrijven en kunnen, anders dan [eiser] meent, in redelijkheid niet worden aangemerkt als “lichte vergrijpen”. Deze informatie heeft te maken met [eiser] professionele activiteiten als vastgoedondernemer en zijn professionele integriteit. Omdat [eiser] nog steeds als vastgoedondernemer werkzaam is, is de informatie over zijn met dat beroep samenhangende strafrechtelijke veroordelingen uit het verleden nog steeds relevant, ook al zijn deze niet recent, zijn de boetes betaald en de proeftijden voorbij. Een vastgoedondernemer speelt door zijn professie een belangrijke rol in het openbare leven. De rechtbank volgt Google in haar standpunt dat bestaande of toekomstige potentiële zakenrelaties van [eiser] daarom de mogelijkheid moeten hebben een eigen afweging te maken of zij met hem zaken willen doen, waarbij de thans voorhanden zijnde informatie op het internet een relevante factor kan en mag zijn. (…)”

Het tweede artikel over [eiser] verscheen op 11 februari 2026 in de Limburger met de titel “Omstreden recreatiepark [plaats] krijgt vergunning van burgemeester ondanks risico op illegale activiteiten: ‘Ongebruikelijk, maar het mag wel’” (hierna: het 2026-artikel).

Dit artikel gaat samengevat over de aan vakantiepark [naam vakantiepark] verleende exploitatievergunning, ondanks dat het Landelijk Bureau Bibob (LBB) deels negatief had geadviseerd over die vergunning. In dit artikel wordt de familie van [eiser] , als eigenaar van het vakantiepark besproken, waarbij het strafrechtelijk verleden van [eiser] is aangehaald, namelijk de veroordeling voor opiumwetdelicten en hypotheekfraude en dat hij verdachte is geweest van witwassen. Ook is benoemd dat de broer van [eiser] , [naam broer] , in 2012 is geliquideerd. Voor deze procedure gaat het onder meer om de volgende passages:

“(…) De parkeigenaar is niet van onbesproken gedrag.

(…)

Daar komt bij dat de eigenaar van het park, de Brabantse familie [eiser] , geen al te beste reputatie heeft en zelf de lappendeken aan constructies heeft gecreëerd.

(…)

Ook [naam vakantiepark] moest een exploitatievergunning aanvragen. Burgemeester Bob

Vostermans van Peel en Maas heeft nu besloten die vergunning te verlenen, ondanks het feit dat de eigenaarsfamilie die achter de vergunningaanvrager schuilgaat niet door de Bibob komt. De vergunning is verleend op naam van de exploitatie-bv van directeur [naam 7] . De eigenaar van [naam vakantiepark] is nog steeds de familie [eiser] . De exploitatie-bv stond tot 2023 nog op naam van de 75-jarige [naam 5] . Ook de familie is voor de vergunning gescreend.

Geliquideerd

Zoon [eiser] is in het verleden veroordeeld voor opiumdelicten en hypotheekfraude en hij werd verdacht van witwassen. Zijn broer [naam broer] , de vermeende leider van een Eindhovense drugsbende, is in 2012 geliquideerd. Wat de opiumdelicten precies inhouden, is niet bekend. In rechtbankvonnissen over de witwaszaak wordt onder meer gemeld dat [eiser] tussen 1999 en 2008 in totaal 46 panden had aangekocht ter waarde van ruim 5,5 miljoen, terwijl hij volgens de Belastingdienst tussen 2000 en 2007 geen legaal inkomen had in Nederland. Volgens de rechtbank was er ‘een redelijke verdenking van witwassen’. Welke gevolgen die verdenking heeft gekregen, blijft onduidelijk. (…)”

Op 11 februari 2026 heeft [eiser] Mediahuis verzocht om voorlopig zijn naam uit het 2026-artikel te verwijderen. Mediahuis heeft dit verzoek afgewezen. Op 12 februari 2026 heeft [eiser] Mediahuis nogmaals verzocht om zijn naam te verwijderen uit het 2022-artikel en 2026-artikel. Mediahuis heeft ook dit verzoek op 13 februari 2026 afgewezen.

3. Het geschil

[eiser] vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. Mediahuis te gebieden, binnen zeven dagen nadat het vonnis is gewezen,

primair alle vermeldingen naar [eiser] , waaronder in ieder geval de vermeldingen over zijn strafrechtelijke verleden en zijn relatie met zijn broer en [naam ondernemer] , te verwijderen uit de online publicaties van het 2026-artikel en het 2022-artikel en deze verwijderd te houden, althans, voor zover het aanpassen van de artikelen niet mogelijk is, deze artikelen geheel te verwijderen en verwijderd te houden;

Subsidiair: te gebieden, de naam, ‘ [eiser] ’ en ‘ [eiser] ’ overal te vervangen door “X”, in de online publicaties van het 2022- artikel en het 2026-artikel, alsook deze vervanging in stand te houden voor zolang de artikelen online beschikbaar zijn;

II. Mediahuis te verbieden om in de toekomst te publiceren over de strafrechtelijke gegevens over [eiser] die staan in het 2022-artikel of het 2026 artikel alsook over diens band met zijn broer en [naam ondernemer] ;

III. te bepalen dat Mediahuis een dwangsom verbeurt voor iedere overtreding van het onder I of II gevorderde;

IV. Mediahuis te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

[eiser] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [eiser] stelt dat zowel het 2022-artikel als het 2026-artikel onrechtmatig zijn omdat hiermee zijn recht op privacy en zijn recht op bescherming van zijn eer en goede naam wordt geschonden. Het is onrechtmatig dat (i) zijn naam en toenaam wordt genoemd (ii) uitgebreid verslag wordt gedaan van zijn strafrechtelijk verleden en (iii) de relatie met zijn broer [naam broer] en met [naam ondernemer] worden aangehaald. [eiser] betwist niet de feiten die in de artikelen staan, maar Mediahuis heeft geen recht en belang bij het opnemen van deze feiten in de artikelen. De feiten omtrent zijn strafrechtelijk verleden, zijn banden met [naam ondernemer] en met zijn in 2012 overleden broer hebben allemaal lang geleden plaatsgevonden. Het publieke belang om daarvan kennis te nemen is er niet meer. Na een tijdsverloop van minimaal 9 jaar moet hij dat achter zich kunnen laten. [eiser] heeft geboet voor zijn daden en hoeft na al die tijd niet meer te dulden dat deze gedragingen hem kunnen worden tegengeworpen. Dit veroorzaakt (reputatie)schade. De artikelen verschijnen in Google als op zijn naam wordt gezocht, zodat privé- en zakelijke relaties er gemakkelijk kennis van kunnen nemen. [eiser] investeert in vastgoed en is als zodanig regelmatig onderwerp van KYC-onderzoeken (‘know your customer’ onderzoek, verplicht cliëntenonderzoek op grond van de Wwft) door banken en notarissen. Deze zoekresultaten kunnen vragen opwerpen in dergelijke onderzoeken, wat een reden kan zijn dat geen samenwerking met hem wordt aangegaan.

Mediahuis voert verweer. Mediahuis betoogt dat [eiser] vermeld mag worden in de artikelen zoals dat is gedaan. De artikelen vallen binnen de vrijheid van meningsuiting en Mediahuis heeft voldoende reden gehad om [eiser] te vermelden.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De zaak heeft een internationaal karakter omdat [eiser] woonachtig is in [woonplaats] en Mediahuis is gevestigd in Nederland. De voorzieningenrechter zal (ambtshalve) beoordelen of hem rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I-bis bevoegd van de vordering kennis te nemen, omdat gedaagde Mediahuis in Nederland is gevestigd. Daarbij zal Nederlands recht worden toegepast.

Toetsingskader

Het recht van Mediahuis op vrijheid van meningsuiting ingevolge artikel 10 EVRM kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen. Van een dergelijke beperking is sprake indien de publicaties onrechtmatig zijn jegens [eiser] in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten alle wederzijdse belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van het Mediahuis is er met name in gelegen dat zij zich als journalistiek medium kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over kwesties die in de publieke belangstelling staan, terwijl het belang van [eiser] er met name in is gelegen dat hij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en dat zijn privacy niet onnodig wordt geschonden.

Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden. Omstandigheden die bij de beoordeling van de (on)rechtmatigheid van een perspublicatie een rol kunnen spelen, zijn:

de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben;

de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de kwestie die de publicatie aan de kaak beoogt te stellen / raakt de publicatie aan een discussie die in de publieke belangstelling staat (debate of general interest);

de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal;

de totstandkoming van de publicatie;

de mate waarin degene op wie de publicatie is gericht een publiek figuur is, waarbij tevens van belang is welke functie hij bekleedt;

eerder gedrag van de betrokken persoon (prior conduct);

de aard en het bereik van het medium waarin de uitlating is gedaan.

Spoedeisend belang

Mediahuis betwist allereerst dat [eiser] een (spoedeisend) belang heeft bij toewijzing van zijn vorderingen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat dit wel het geval is. Hoewel de publicatie van het 2022-artikel al vier jaar oud is, is dit artikel ook weer relevant geworden door de publicatie van het 2026-artikel. Dat [eiser] al over het 2022-artikel heeft geprocedeerd bij de RvJ maakt dit niet anders, omdat zijn recht om hierover het oordeel van de civiele rechter te vragen daardoor geenszins is beperkt. Bovendien zijn beide artikelen nog steeds toegankelijk via de website van De Limburger en stelt [eiser] dat daardoor sprake is van een voortdurende inbreuk op zijn privacyrecht.

Kern van het geschil

Dit geschil gaat over twee artikelen die in De Limburger zijn gepubliceerd over de vakantiepark [naam vakantiepark] . [eiser] betwist niet de juistheid van de feiten in het artikel. Hij erkent dat hij veroordeeld is geweest voor twee opiumwetdelicten en hypotheekfraude en dat hij verdachte is geweest van witwassen. Ook is juist dat zijn broer, [naam broer] , in 2012 is geliquideerd en dat [eiser] in het verleden zaken heeft gedaan met [naam ondernemer] . [eiser] stelt echter dat het onrechtmatig is om deze feiten in deze context en in deze artikelen op te nemen. Daarom zal per artikel, met inachtneming van de context ervan, worden beoordeeld of dit onrechtmatig is.

2022-artikel

Het 2022-artikel gaat (zoals weergegeven in 2.4) over de integriteit van het openbaar bestuur. Het artikel gaat specifiek over [naam 4] , de beheerder van een investeringsfonds van de provincie Limburg, die mogelijk kwetsbaar of chantabel is omdat hij ruim € 1 miljoen eigen geld heeft geïnvesteerd in het volgens het artikel omstreden vakantiepark [naam vakantiepark] . Dat dit onderwerp maatschappelijke relevantie heeft, is aannemelijk en is tussen partijen ook niet in geschil.

De relevantie om ook [eiser] in dit artikel aan te halen heeft Mediahuis voldoende toegelicht. Ten eerste is dit vakantiepark eigendom van de familie [eiser] . [eiser] is daarbij (mede)bestuurder van de STAK, die de aandelen houdt in de holding van de moeder van [eiser] en (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder van Bungalowpark [naam bungalowpark] Hoewel [eiser] ontkent dat hij direct betrokken is geweest bij de door [naam 4] verstrekte financiering en alleen zijn moeder in deze kwestie heeft geadviseerd, bleek de persoon van [eiser] voor [naam 4] zelf wel relevant. In het artikel haalt [naam 4] zelf namelijk aan dat de deal is geregeld via [eiser] . [naam 4] wijst vervolgens ook zelf naar [eiser] en zijn verleden, waardoor er sprake zou zijn van integriteitsrisico’s. Het is dan een logisch gevolg dat Mediahuis onderzoek gaat doen naar dat verleden van [eiser] en hierover publiceert. Dat maakt dat de rol van [eiser] en zijn achtergrond, en daarmee zijn strafrechtelijke antecedenten, zijn broer, [naam broer] , die geliquideerd is, en zijn zakelijke banden met [naam ondernemer] met wie hij een groot gezamenlijk vastgoedportofolio had en die verdacht werd van witwassen, daardoor onderdeel zijn geworden van een kwestie die in de publieke belangstelling staat. Het is dan ook niet onrechtmatig dat Mediahuis over [eiser] en deze feiten in het kader van het 2022-artikel heeft geschreven.

Het verwijt van [eiser] dat al deze feiten zich in het verleden hebben afgespeeld doet er hier niet toe. Enkel tijdsverloop speelt geen doorslaggevende rol. Het gaat erom of het publiek recht heeft op kennis over de strafrechtelijke informatie en gebeurtenissen uit het verleden, met name wanneer deze relevant blijven voor kwesties die in de publieke belangstelling staan en dat heeft Mediahuis in het kader van 2022-artikel voldoende toegelicht. Bovendien is de informatie die in het 2022-artikel is verwerkt opnieuw relevant geworden door de ontwikkelingen die zich in 2026 (zie hierna over het 2026-artikel) hebben voorgedaan.

2026-artikel

Het 2026-artikel gaat samengevat over de aan vakantiepark [naam vakantiepark] verleende exploitatievergunning, ondanks dat het Landelijk Bureau Bibob (LBB) deels negatief had geadviseerd over die vergunning (zie 2.8). De context van dit artikel is dat deze exploitatievergunning moet dienen om ondermijning en criminele activiteiten tegen te gaan. Ook hier is tussen partijen niet in geschil dat dit onderwerp op zichzelf een kwestie is die in de publieke belangstelling staat.

Mediahuis heeft ook voor dit artikel de relevantie van het noemen van [eiser] , en familie [eiser] , zijn strafrechtelijke antecedenten en de band met zijn broer, [naam broer] , voldoende toegelicht. De gemeente heeft namelijk aan Mediahuis gemeld dat voor het verkrijgen van de exploitatievergunning de Bibob-procedure moet worden doorlopen en dat daarvoor zogenoemde 'Bibob-relaties' moeten worden gescreend, dat zijn personen die betrokken zijn bij de vennootschap die de aanvraag heeft gedaan, en daarbij moet worden gedacht aan bestuurders, aandeelhouders en financiers. Hieronder vallen dus ook [eiser] en zijn moeder. Dat betekent dat [eiser] is gescreend voor het verkrijgen van een exploitatievergunning in het kader van de Bibob en dat daarbij zijn strafrechtelijke antecedenten zijn meegenomen, waaronder niet alleen de veroordelingen (wet opiumdelicten en hypotheekfraude) maar ook verdenkingen (witwassen). Ook zal [naam broer] , de broer van [eiser] vanwege zijn strafrechtelijk verleden en liquidatie daarbij relevant zijn geweest. Omdat deze informatie relevant is voor het verkrijgen van een exploitatievergunning, zijn deze onderwerpen daardoor ook onderdeel geworden van het publieke debat. Daardoor is ook het 2026-artikel niet onrechtmatig jegens [eiser] .

Anders dan [eiser] verder suggereert, staat in het artikel niet dat er een negatief advies is afgegeven vanwege de strafrechtelijke antecedenten van [eiser] . In het artikel staat namelijk: “Burgemeester Bob Vostermans van Peel en Maas heeft nu besloten die vergunning te verlenen, ondanks het feit dat de eigenaarsfamilie die achter de vergunningaanvrager schuilgaat niet door de Bibob komt.” Er staat hier immers dat de ‘familie’ niet door de screening komt, dat hoeft niet op [eiser] te slaan, maar kan bijvoorbeeld ook zien op zijn moeder. Daarnaast betoogt [eiser] dat de lezer door het benoemen van het strafrechtelijk verleden van [eiser] in combinatie met het feit dat de familie niet door de Bibob-screening komt, zal denken dat een negatief advies komt door het strafrechtelijk verleden van [eiser] , maar dat staat er niet, Mediahuis heeft dat verband niet gelegd.

Volledige naam van [eiser]

Dat [eiser] in beide artikelen bij zijn volledige naam wordt genoemd en bijvoorbeeld niet geanonimiseerd is niet onrechtmatig. In de Leidraad voor Journalistiek staat over het kunnen identificeren van personen (verdachten en veroordeelden):

‘Journalisten dienen te voorkomen dat informatie of beelden worden gepubliceerd waardoor verdachten en veroordeelden door het grote publiek eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. Aan deze regel zijn journalisten niet gehouden wanneer:

a. de naam een essentieel bestanddeel van de berichtgeving is,

b. wanneer het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient,

c. wanneer door het niet vermelden van de naam verwarring kan ontstaan met anderen die hierdoor voorzienbaar kunnen worden geschaad,

d. wanneer het vermelden van de naam gebeurt in het kader van opsporingsberichtgeving, of

e. wanneer de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt.’

Bij beide artikelen is voldoende aannemelijk dat het legitiem is dat de volledige naam van [eiser] is genoemd omdat sprake is van een situatie zoals hiervoor genoemd onder b. Mediahuis heeft voldoende toegelicht dat er meerdere artikelen zijn waarin [eiser] met zijn volledige naam wordt genoemd. Onder meer in een artikel van het Eindhovens Dagblad van 1 februari 2025 wordt [eiser] met zijn volledige naam genoemd, samen met de naam van zijn broer [naam broer] en het feit dat hij geliquideerd is, en dat het vakantiepark [naam vakantiepark] onder een vergrootglas komt te liggen als ‘vermeend crimineel broeinest’. Ook andere publicaties maken dus melding van de band van [eiser] met het vakantiepark [naam vakantiepark] , zodat het weglaten van de naam van [eiser] of het anonimiseren geen doel dient. Het relevante publiek weet toch wel wie wordt bedoeld, ook als in de artikelen van De Limburger zou hebben gestaan ‘ [eiser] .’, ‘ [eiser] . [eiser] ’, ‘X’, of bijvoorbeeld ‘bestuurder van de Stak van het vakantiepark’ of ‘broer van [naam broer] ’ of ‘voormalig zakenpartner van [naam ondernemer] ’. In al die gevallen zou door de eerdere berichtgeving duidelijk zijn dat hiermee [eiser] wordt bedoeld.

Slotsom en proceskosten

De conclusie is dat het 2022-artikel en het 2026-artikel niet onrechtmatig zijn jegens [eiser] waardoor de onder 4.2 genoemde belangenafweging in het voordeel van Mediahuis uitvalt. De vordering onder I. wordt dus afgewezen.

[eiser] vordert daarnaast (onder II.) een verbod om in de toekomst over zijn strafrechtelijke antecedenten en de band met zijn broer en met [naam ondernemer] te publiceren. Een algemeen preventief verbod voor de toekomst kan niet worden toegewezen. Een publicatie moet immers getoetst worden aan de hand van de specifieke inhoud en context. Alle omstandigheden van het geval moeten kunnen worden meegewogen in het kader van de onder 4.2 genoemde belangenafweging.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mediahuis worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

weigert de gevraagde voorzieningen,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.H. van Kolfschooten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?