RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11261053 \ CV EXPL 24-10624
Vonnis van 9 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. drs. J.J.F.M. Konings,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 23 oktober 2025,- de akte van eisende partij.
Gedaagde partij heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet gereageerd op de akte van eisende partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
Bij voornoemd tussenvonnis is eisende partij, kort gezegd, in de gelegenheid gesteld zich (nader) uit te laten over:
de wijze waarop de overeenkomst is gesloten,
hoe is voldaan aan de informatieplichten,
de transparantie van het beding over de prijs,
de toepasselijkheid c.q. het hanteren van algemene voorwaarden,
de (on)eerlijkheid van de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd, en
de gevolgen van eventuele vernietiging van deze bedingen voor het geval ze als oneerlijk worden aangemerkt.
Eisende partij heeft bij akte, onder verwijzing naar de bij dagvaarding overgelegde producties, gemotiveerd toegelicht op welke wijze de overeenkomst met betrekking tot het reviseren en ombouwen van (de bediening van) suskasten is gesloten. Bij de uitvoering bleek dat er verdergaande werkzaamheden moesten plaatsvinden, te weten het opnieuw aanbrengen van suskasten in de woning en rondom tochtdicht afwerken, de luchtdoorlaatsleuven schoonmaken en in geopende stand fixeren, het leveren en aanbrengen van voorzetroosters in specifieke lengtes, suskasten in de slaapkamers schoonmaken, afstandhouders aanbrengen en zo nodig het gaas vervangen. Eisende partij stelt te hebben voldaan aan haar informatieplichten. Het beding over de prijs is transparant, omdat deze in de offerte staat die gedaagde partij heeft geaccepteerd. Vóór uitvoering van de aanvullende werkzaamheden heeft eisende partij een aangepaste prijs aan gedaagde partij toegestuurd, waarmee gedaagde partij expliciet akkoord is gegaan. Exact dat bedrag is ook gefactureerd. Op de overeenkomst zijn geen algemene voorwaarden van toepassing, aldus steeds eisende partij.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde partij eisende partij bij e-mail van 26 september 2022 heeft gevraagd om een offerte. Deze is op 29 september 2022 verstrekt, met daarin een prijs van € 778,35 inclusief btw. Bij e-mail van 24 oktober 2022 is na een huisbezoek door eisende partij te kennen gegeven dat aanvullende werkzaamheden nodig zijn. Daarbij is een aangepaste prijsopgave verstrekt van € 1.770,00 exclusief 21% btw. Bij e-mail van 24 oktober 2022 is gedaagde partij daarmee akkoord gegaan.
Onder de hiervoor beschreven omstandigheden, is sprake van een overeenkomst anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte, waarop de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn. Van een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 6:230g lid 1 onder e BW is geen sprake, omdat door de combinatie van e-mailwisselingen, het huisbezoek, de gepersonaliseerde offerte en nadien het akkoord niet is gebleken van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening.
Eisende partij heeft toegelicht dat partijen voorafgaand aan de werkzaamheden overeenstemming hebben bereikt over de prijs. De aanvankelijk overeengekomen prijs is inclusief btw vermeld. Dat geldt niet voor de aangepaste prijs voor de aanvullende werkzaamheden. De prijs daarvan is uitsluitend exclusief 21% btw verstrekt. De prijs inclusief btw is voor een consument echter essentiële informatie (artikel 6:193e lid 1 onder c BW).
Het niet verstrekken van de totale prijs inclusief belastingen levert een schending op van de essentiële informatieplicht van artikel 6:230l onder c BW, omdat daaruit volgt dat de totale prijs, inclusief belastingen moet worden verstrekt in de precontractuele fase. Dit geeft aanleiding een sanctie op te leggen, die ingevolge het landelijke sanctiemodel essentiële informatieplichten in dit geval uitkomt op een korting op de hoofdsom van 20%.
Vermelding van de prijs exclusief btw, met het bijbehorende btw-percentage kan ook van invloed zijn op de transparantie en oneerlijkheid van het beding over de prijs. In die beoordeling is dit echter slechts een element dat meeweegt. Geoordeeld wordt dat de vermelding van de prijs exclusief btw, mét vermelding van het btw-percentage, op zichzelf niet de conclusie rechtvaardigt dat het prijsbeding niet duidelijk en begrijpelijk (transparant) is. Het prijsbeding wordt onder de gegeven omstandigheden als voldoende transparant aangemerkt, omdat gedaagde partij van het beding kennis kon nemen, het beding overigens begrijpelijk is en duidelijk in de offerte is gepresenteerd en gedaagde partij de economische gevolgen van het beding voldoende heeft kunnen inschatten.
De hoofdsom bij dagvaarding bedraagt € 2.462,35. De sanctie als bedoeld in overweging 2.6 bedraagt daardoor € 492,47 en komt op dit bedrag in mindering.
Onderdeel van de vordering is een bedrag van € 320,65 aan advocaatkosten. Deze kosten komen ongegrond voor, nu dergelijke kosten worden geacht te zijn begrepen in de (eveneens gevorderde) buitengerechtelijke kosten.
Aan hoofdsom wordt toegewezen € 1.649,23 (€ 2.462,35 -/- € 492,47 -/- € 320,65).
Eisende partij heeft bij akte gesteld dat geen algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Hoewel dat lijkt te impliceren dat eisende partij wel algemene voorwaarden heeft, in welk geval de bedingen die daarin staan en aan de onderhavige vordering ten grondslag zijn gelegd moeten worden getoetst op oneerlijkheid, ongeacht of daar wel of geen beroep op wordt gedaan, kan de kantonrechter dit uit de stukken niet afleiden. Daarom wordt in dit geval genoegen genomen met de stelling dat op de overeenkomst geen algemene voorwaarden van toepassing zijn.
Nu op grond van het voorgaande een lager bedrag aan hoofdsom toewijsbaar is dan waar eisende partij vanuit ging, is het in de dagvaarding genoemde rentebedrag van € 227,73 te hoog berekend. Dat bedrag is daarom niet toewijsbaar. De wettelijke rente is toewijsbaar over de hiervoor vermelde, toegewezen hoofdsom vanaf de datum van verzuim. Deze datum is in de dagvaarding gesteld: 24 december 2022.
Eisende partij vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Eisende partij heeft aan gedaagde partij een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag is hoger dan volgt uit het Besluit bij een hoofdsom van € 1.649,23. Daarom wordt een bedrag van € 299,34 toegewezen.
Gedaagde partij is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Nu een gedeelte van de vordering is afgewezen, wordt gedaagde partij veroordeeld in de proceskosten die corresponderen bij het toegewezen gedeelte van de vordering. Het door eisende partij meer verschuldigde blijft voor haar eigen rekening. Met inachtneming hiervan worden de proceskosten van eisende partij begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
372,00
- salaris gemachtigde
€
217,00
(1 punt × € 217,00)
- nakosten
€
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
774,54
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 1.649,23 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 24 december 2022, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 299,34 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 774,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.
991