RECHTBANK AMSTERDAM
Beslissing op het op 27 maart 2026 bij de rechtbank ingediende verzoek tot wraking en onder zaaknummer C/13/786557 / HA RK 26-134 ingeschreven van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats],
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. K.M. van Hassel, kinderrechter, hierna: de rechter.
Verloop van de procedure
1. De ontvankelijkheid van het verzoek
De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
De rechter heeft op 25 maart 2026 mondeling uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer C/13/784813 / JE RK 26-209, waar het wrakingsverzoek betrekking op heeft. Verzoeker is de vader van de betrokken minderjarige.
Nu de zaak niet meer bij de rechter in behandeling is, heeft verzoeker geen belang meer bij zijn verzoek tot wraking van de rechter en zal hij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek. Als verzoeker het niet eens is met de uitspraak van de rechter zal hij daartegen in hoger dienen te gaan. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan achterwege blijven.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, en N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken op 21 april 2026.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.