RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11952986 \ CV EXPL 25-15276
Vonnis van 21 april 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
MEDICURA B.V.,
gevestigd te Nederweert,
eisende partij,
hierna te noemen: Medicura,
gemachtigde: [gemachtigde] (Nederlandse Incasso & Advies Bureau BV),
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 oktober 2026, met producties,- de conclusie van antwoord.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 april 2026. Namens Medicura is verschenen de heer [gemachtigde] . [gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Medicura heeft vragen van de kantonrechter beantwoord en haar standpunt toegelicht.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[gedaagde] heeft op 8 juni 2023 een rolstoel besteld bij Medicura. De rolstoel is op 9 juni 2023 bij [gedaagde] afgeleverd.
Bij brieven van 8 september 2023 en 10 november 2023 heeft Medicura [gedaagde] geïnformeerd dat hij de rolstoel maximaal 26 weken mag lenen, en dat hij de rolstoel na die periode kan huren of overkopen. Op de brief is ook de uiterste retourdatum van 8 december 2023 vermeld.
Op 7 oktober 2024 heeft [gedaagde] de rolstoel geretourneerd.
Omdat [gedaagde] de rolstoel niet voor de uiterste retourdatum heeft ingeleverd, heeft Medicura huur bij [gedaagde] in rekening gebracht.
3. Het geschil
Medicura vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 666,40 ter zake van onbetaalde facturen in verband met de huur van de rolstoel, vermeerderd met rente en kosten.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Vooropgesteld wordt dat de overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet ambtshalve onderzoeken of eisende partij de op haar als handelaar rustende informatieplichten heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
Ingevolge artikel 4 lid 2 van de richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn. Beoordeeld moet daarom worden of het prijsbeding transparant is.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de bestelbevestiging en de toepasselijke algemene voorwaarden, blijkt niet wat de huurprijs na afloop van de bruikleenperiode is, en hoe deze huurprijs bij het aangaan van de overeenkomst aan de consument kenbaar is gemaakt. De gemachtigde van Medicura heeft ter zitting uitgelegd dat de huurprijs tijdens het online bestelproces via de website van Medicura aan de consument kenbaar wordt gemaakt. Nu Medicura echter geen schermafdrukken van haar bestelproces heeft overgelegd of andere stukken waaruit blijkt wat het prijsbeding is, kan de kantonrechter het prijsbeding niet op transparantie toetsen. Medicura heeft daarmee de taak van de kantonrechter, te weten een juiste beslissing te geven na toetsing van de overeenkomst, onmogelijk gemaakt. Medicura heeft niet voldaan aan haar stelplicht, zodat de vordering op grond van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt afgewezen.
Bij deze uitkomst wordt Medicura als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan zijde van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering van Medicura af,
veroordeelt Medicura in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Bilderbeek en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.
64443