beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/786479 FA RK 26/3076
kenmerk: VCM/IND/200649
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 20 april 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] (Frankrijk),
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. P. Figge te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.
1. Procesverloop
Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 17 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 16 april 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- mw. [persoon] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van manische decompensatie bij lisdexamfetamine gebruik en cannabis misbruik. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
toedienen van vocht en voeding;
toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Namens en door betrokkene is verzocht het verzoek af te wijzen omdat er geen ernstig nadeel is en betrokkene bereid is in een ambulant kader verder behandeld te worden vanuit huis. Betrokkene is druk en heeft veel te vertellen, daarnaast heeft ze haar eigen ademtechnieken waardoor ze misschien geschreeuwd heeft maar dat is geen ernstig nadeel zoals genoemd in de wet.
De arts heeft aangegeven dat er geen overeenstemming is over de diagnose dus dat een ambulante behandeling niet mogelijk is. Daarnaast is een ambulante behandeling al geprobeerd. Er zijn meldingen gemaakt waardoor betrokkene uit haar huis gezet dreigt te worden. Betrokkene heeft aangegeven naar Frankrijk te gaan, er is dan een risico dat betrokkene uit beeld raakt.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de stukken in het dossier en de toelichting van de arts ter zitting, er sprake is van ernstig nadeel. De situatie rondom betrokkene moet eerst stabiliseren.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] (Frankrijk), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 11 mei 2026;
Deze beschikking is op 20 april 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. C.P. Bleeker, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 april 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.