ECLI:NL:RBAMS:2026:4353

ECLI:NL:RBAMS:2026:4353

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer 13/346630-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

De rechtbank legt op aan verdachte een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan eendaadse samenloop van afpersing en diefstal met bedreiging met geweld, het voorhanden hebben van vuurwapens en bijbehorende munitie, het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk en het aanwezig hebben van een hoeveelheid hasj.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/346630-25

Datum uitspraak: 14 april 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2006,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres 1] ,

thans gedetineerd in [detentieadres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N.J. Ros, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P.J. Roelse, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich op 18 december 2025 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan afpersing in vereniging (feit 1), diefstal vergezeld van bedreiging met geweld in vereniging (feit 2), medeplegen van het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (feit 3), medeplegen van het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk (feit 4) en het opzettelijk aanwezig hebben van hasj (feit 5).

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar de bewijsmiddelen in het dossier, gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5.

Ten aanzien van feit 1 heeft zij aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de afpersing, nu bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de in feit 2 tenlastegelegde diefstal met bedreiging met geweld in vereniging.

Voor feit 4 heeft de officier van justitie partiële vrijspraak gevorderd ten aanzien van de in de achterbak aangetroffen hoeveelheid vuurwerk. Niet vastgesteld kan worden dat verdachte hier wetenschap van heeft gehad, waardoor het voorhanden hebben van dat vuurwerk niet kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard in de auto te hebben gezeten, maar heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de tenlastegelegde afpersing en diefstal met bedreiging met geweld. Ook het voorhanden hebben van (een) vuurwapen(s) en het in de auto aanwezig hebben van vuurwerk heeft verdachte ontkend. Wel heeft verdachte bekend dat hij het in de kelderbox aangetroffen vuurwerk voorhanden heeft gehad. Voor wat betreft de in zijn slaapkamer aangetroffen blokken heeft verdachte ontkend dat dit hasj is.

De raadsman heeft bepleit dat bij bewezenverklaring van feit 1 en feit 2 sprake is van eendaadse samenloop.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 3, van feit 4 voor zover dat ziet op het vuurwerk dat in de kofferbak is aangetroffen en van feit 5. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte in het bezit was van een vuurwapen noch dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van vuurwapens bij anderen. Ook kan niet worden vastgesteld dat hij wetenschap had van het vuurwerk in de kofferbak. Ten slotte kan niet worden vastgesteld dat de blokken daadwerkelijk hasj bevatten nu het dossier geen door een laboratorium uitgevoerd onderzoek met betrouwbare resultaten bevat.

Het oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Aanleiding

In de nacht van 18 op 19 december 2025 werd melding gemaakt bij de politie dat er een beroving had plaatsgevonden, onder bedreiging van een mes en meerdere vuurwapens. De twee slachtoffers bevonden zich op een parkeerplaats op de [straatnaam 1] in Amsterdam-Noord toen achter hen een auto parkeerde met kenteken [kenteken] . Uit de auto stapte een jongen die in gesprek ging met de slachtoffers. Deze werd door slachtoffer 1 werd herkend als ‘ [verdachte] ’, slachtoffer 2 kende hem van vroeger uit de wijk. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij in de auto heeft gezeten en op de slachtoffers is afgelopen. Volgens de slachtoffers trok deze jongen, (de rechtbank stelt vast: verdachte) na ongeveer vijf minuten een groot mes en stapten drie of vier personen uit de auto en kwamen op de slachtoffers af. Ze riepen dat de slachtoffers hun spullen moesten afgeven. Twee van hen richtten ieder afzonderlijk een vuurwapen op de slachtoffers. Vervolgens pakte verdachte de tas van slachtoffer 1, met daarin contant geld, het rijbewijs en een bedrijfspas van het slachtoffer. Van slachtoffer 2 werden ook goederen afgenomen en zijn auto werd doorzocht. Verdachte en de andere personen stapten weer in de auto en reden weg. Tijdens het wegrijden werden de telefoon van slachtoffer 1 en de autosleutels uit het raam van de auto gegooid.

Achtervolging en aanhouding verdachte

Na de melding heeft op hoge snelheid een achtervolging van de auto door de politie plaatsgevonden. Op de [straatnaam 2] ter hoogte van [metrostation] kwam de auto abrupt en onverwacht tot stilstand. Aan zowel de bestuurders- als de bijrijderskant stapte een persoon uit. Door het abrupt tot stilstand komen en paaltjes aan weerszijden van de weg op dat punt kon het achtervolgende politievoertuig niet tijdig remmen of uitwijken en werd de persoon die aan de bijrijderskant uitstapte aangereden. De persoon werd daardoor gelanceerd en kwam aan de rechterkant van de weg op de stoep terecht. Deze persoon, die later verdachte bleek te zijn, bleef stil en roerloos op de grond liggen. Na het ter plaatse verlenen van eerste hulp door een opsporingsambtenaar en latere bijstand door een ambulance werd verdachte beter aanspreekbaar en is daarop aangehouden. De bestuurder is achter het stuur blijven zitten en werd ook aangehouden, dit bleek medeverdachte [medeverdachte] te zijn. Een derde persoon, NN3, is weggerend en is niet aangehouden. Onduidelijk is gebleven of er een vierde persoon in de auto heeft gezeten.

Aantreffen (vuur)wapens

Bij de fouillering van verdachte is in zijn broeksband een keukenmes aangetroffen, met een lemmet van ongeveer 20 centimeter. Verdachte heeft ter zitting verklaard het mes bij zich te hebben gedragen uit veiligheidsoverwegingen. Medeverdachte [medeverdachte] verklaarde na zijn aanhouding dat hij in zijn broeksband een vuurwapen had, dat daar ook werd aangetroffen. Onderzoek wees uit dat het een pistool van het merk Llama, modelmini max 45 sub-compact, kaliber .45 auto betreft en dat het patroonmagazijn geladen was met zes kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber .45 hollow point. Op de vluchtroute van NN3 is op ongeveer acht meter van het tot stilstand gekomen voertuig een tweede vuurwapen aangetroffen. Dit vuurwapen bleek een omgebouwd gas-/alarmpistool te zijn van het merk Ceonic, model P320, zonder patroonmagazijn.

Aangetroffen schoudertas en contant geld

Op de stoep, ongeveer twee meter afstand van de plek waar verdachte was terechtgekomen na de aanrijding, werd een zwarte schoudertas gevonden. De achtervolgende opsporingsambtenaren zagen bij de aanrijding van verdachte een tas door de lucht vliegen. De rechtbank stelt vast dat dat de aangetroffen tas was. In de tas bleken spullen te zitten die toebehoorden aan de slachtoffers. Daarnaast werd in de jaszakken van verdachte een grote hoeveelheid contant geld aangetroffen.

Aangetroffen vuurwerk

Het voertuig waarmee verdachte en zijn medeverdachten zich verplaatsten is doorzocht, in de kofferbak bleek een tweetal dozen met in totaal 144 stuks vuurwerk te staan. Onderzoek wees uit dat het om vuurwerk van de zwaarste professionele categorie gaat.

Doorzoeking woning verdachte

Op de dag van de aanhouding van verdachte heeft een doorzoeking van zijn woning en de daarbij behorende garagebox aan [adres 1] in Amsterdam plaatsgevonden.

In de garagebox werd een hoeveelheid vuurwerk aangetroffen en een patroon voor een vuurwapen. Het vuurwerk betrof in totaal 3,65 kilogram vuurwerk dat aangemerkt dient te worden als vuurwerk van categorie F2. Het aangetroffen patroon betrof een volmantel patroon van het merk CBC met kaliber 7.65mm.

In de slaapkamer van verdachte werden bovenop een kledingkast twee vierkante bruine brokken aangetroffen van in totaal 263,45 gram. Door de verbalisant die de brokken aantrof werden de brokken ambtshalve direct herkend als bevattende hasj. De herkenning baseert de verbalisant, op basis van diens ervaring bij eerdere onderzoeken naar hasj, op zijn waarneming van de uiterlijke kenmerken, de kleur en de vorm van de brokken alsmede op de herkenbare geur van hasj.

Ten aanzien van feit 1 en feit 2

Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan de tenlastegelegde afpersing en diefstal met bedreiging met geweld in vereniging van de slachtoffers. Gelet op de ontkennende verklaring van verdachte, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de verklaringen van de slachtoffers voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Zoals reeds onder 3.3.1. uiteengezet, is door de slachtoffers melding gemaakt van een beroving door ten minste drie daders. Door de slachtoffers is verklaard dat zij één van die daders, degene die een mes trok, kennen als ‘ [verdachte] ’. Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij hiermee wordt bedoeld. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij in de auto heeft gezeten die door de slachtoffers werd omschreven als het voertuig waarmee de overvallers aankwamen en waarmee ze na de beroving weer vertrokken. Ook heeft hij verklaard dat hij uit de auto is geweest op het moment dat er contact was met de slachtoffers. Na de achtervolging is verdachte uit de auto gestapt en aangehouden. Dat verdachte op de parkeerplaats waar de beroving heeft plaatsgevonden is geweest staat naar het oordeel van de rechtbank dan ook vast.

Bij de beroving is door één van de dader dreigend een mes getoond en door twee andere daders is een vuurwapen op de slachtoffers gericht. Eén van deze vuurwapens was geladen. Deze daders hebben daarbij de slachtoffers gedwongen tot afgifte van hun spullen en hebben de auto van slachtoffer 2 doorzocht. Vervolgens zijn de daders, met de goederen van de slachtoffers, vertrokken.

Na de achtervolging van de auto door de politie werd verdachte naast de auto aangehouden, medeverdachte [medeverdachte] werd aangehouden terwijl hij nog achter het stuur zat en een derde verdachte wist te ontkomen. De politie kon door de hectiek van het moment niet met zekerheid zeggen of er ook een vierde persoon in de auto heeft gezeten die dan dus eveneens is ontkomen. Bij de fouillering na de aanhouding van verdachte is in zijn broeksband een keukenmes aangetroffen. Verdachte heeft verklaard het mes bij zich te hebben gedragen vanuit veiligheidsoverwegingen. In de broeksband van medeverdachte [medeverdachte] is een vuurwapen gevonden en op de vluchtroute van de derde verdachte werd een tweede vuurwapen aangetroffen. Daarnaast werd dichtbij verdachte een schoudertas op de stoep gevonden met daarin goederen die toebehoren aan de slachtoffers. Deze tas zagen opsporingsambtenaren door de lucht vliegen toen verdachte werd aangereden.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing en diefstal met bedreiging met geweld. Verdachte heeft hierbij gedreigd met een mes om de goederen te verkrijgen. Ook is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] en medeverdachte NN3. Bewezen kan namelijk worden dat er sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en medeverdachte NN3. Deze samenwerking heeft in de kern bestaan uit een gezamenlijke uitvoering van de beroving. Hoewel verdachte niet zelf gedreigd heeft met een vuurwapen en er bij hem geen vuurwapen is aangetroffen, past zijn handelen wel in het plan dat is gemaakt en ten uitvoer is gelegd. Dit plan bestond er in ieder geval uit dat zij gezamenlijk in een auto naar de locatie van de slachtoffers zouden gaan, dat zij onder bedreiging met wapens (een mes en vuurwapens) goederen van de slachtoffers zouden wegnemen en dat ze daarna gezamenlijk weer zouden wegrijden. Daarom zal verdachte als medepleger van zowel de afpersing als de diefstal met bedreiging met geweld worden aangemerkt.

Er is een zodanig verband tussen de feiten dat de rechtbank concludeert dat sprake is van eendaadse samenloop tussen feit 1 en feit 2.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank is van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van de vuurwapens en de (bijbehorende) munitie zoals tenlastegelegd en overweegt daartoe als volgt.

Voor een bewezenverklaring van het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen is niet van doorslaggevend belang of verdachte het vuurwapen zelf vast heeft gehad of bij zich heeft gedragen. Het gaat om de vraag of verdachte wist van de aanwezigheid van het vuurwapen en of hij over het vuurwapen kon beschikken.

Verdachte is met zijn medeverdachten op pad gegaan en heeft zich gezamenlijk schuldig gemaakt aan de onder 3.3.2. bewezenverklaarde afpersing en diefstal met bedreiging met geweld in vereniging. Door de slachtoffers is verklaard dat zij door verdachte zijn bedreigd met een mes en door twee andere daders met een vuurwapen. Bij de aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte] is een vuurwapen aangetroffen in zijn broeksband en langs de vluchtroute van medeverdachte NN3 is eveneens een vuurwapen gevonden. Verdachte zelf had een mes bij zich waarmee de slachtoffers zijn bedreigd. De rechtbank stelt vast dat het handelen van verdachte en zijn medeverdachten gezien moet worden als onderdeel van een gezamenlijk plan om één of meer personen te beroven. Onderdeel van dat plan was het meebrengen en gebruiken van (vuur)wapen(s) en het zich gezamenlijk in één auto verplaatsen naar en van de plaats delict. Verdachte moet daarom hebben geweten dat de medeverdachten vuurwapens bij zich droegen. Het verweer van verdachte dat hij geen wetenschap van of beschikkingsmacht had over de vuurwapens acht de rechtbank onaannemelijk. Verdachte is dan ook als medepleger van het voorhanden hebben van de vuurwapens met bijbehorende munitie aan te merken.

Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte de in zijn garagebox aangetroffen patroon voorhanden heeft gehad gelet op zijn bekennende verklaring.

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte wetenschap heeft gehad van de in de kofferbak aangetroffen shells (mortierbommen). Verdachte wordt daarom van dat deel van de tenlastelegging vrijgesproken.

Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte het in de garagebox aangetroffen vuurwerk voorhanden heeft gehad en komt tot dat oordeel gelet op de bekennende verklaring van verdachte en het onderzoek waaruit volgt dat sprake is van professioneel vuurwerk.

Ten aanzien van feit 5

De rechtbank is van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit van hasj en overweegt daartoe als volgt.

Door de verbalisant die de aangetroffen brokken nader heeft onderzocht is op ambtseed verklaard dat hij deze als hasj herkent. Hij komt tot die herkenning aan de hand van de door hem waargenomen geur, kleur, structuur en vorm van de brokken. Voorts geeft hij aan deze herkenning te kunnen doen op basis van ervaring die hij heeft opgedaan bij eerder onderzoek van hasj. Gelet op deze omstandigheden twijfelt de rechtbank niet aan de deskundigheid en vaststelling van de verbalisant.

Volgens vaste jurisprudentie is een indicatieve test of onderzoek door een laboratorium in dit geval niet noodzakelijk, zodat dit verweer wordt verworpen.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

ten aanzien van feit 1

op 18 december 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld slachtoffer 1 en slachtoffer 2, heeft gedwongen tot de afgifte van een tas met daarin onder meer contant geld en een rijbewijs en een bedrijfspas en een telefoon en autosleutels, in elk geval enig goed, toebehorende aan slachtoffer 1 en slachtoffer 2, door een groot mes te tonen aan slachtoffer 1 en slachtoffer 2 en vuurwapens op slachtoffer 1 en slachtoffer 2 te richten en te zeggen “geef jullie spullen”, althans woorden van die aard of strekking;

ten aanzien van feit 2

op 18 december 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met daarin onder meer contant geld en een rijbewijs en een bedrijfspas en een telefoon en autosleutels toebehorende aan slachtoffer 1 en slachtoffer 2, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen slachtoffer 1 en slachtoffer 2, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een groot mes te tonen aan slachtoffer 1 en slachtoffer 2 en vuurwapens op slachtoffer 1 en slachtoffer 2 te richten;

ten aanzien van feit 3

op 18 december 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een pistool, merk Llama, model Minimax sub compact, kaliber .45 ACP, en

- een pistool, zijnde een omgebouwd gas-alarmpistool, merk Ceonic, model P320, kaliber 7.65 mm, en

- munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber .45 ACP, model hollow point, en

- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 kogelpatroon, merk CBC, kaliber 7,65 mm, model volmantel,

voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 4

op 18 december 2025 te Amsterdam, opzettelijk, in een kelderbox gelegen op [adres 1]

- 2,28 kg knalvuurwerk, en

- 0,12 kg knalvuurwerk, en

- 0,476 kg knalstrengen, en

- 0,477 kg Romeinse kaars,

professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van feit 5

op 18 december 2025 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gelet op de persoonlijke omstandigheden en de jeugdigheid van verdachte verzocht de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk te stellen aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Mocht de rechtbank gelet op de ernst van de feiten een zwaardere straf passend achten, heeft de raadsman verzocht in dat geval per feit een afzonderlijke taakstraf op te leggen, waardoor het wettelijk maximum van 240 uren overstegen kan worden.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan een beroving van twee personen, rond middernacht, op een parkeerplaats aan de openbare weg. Door zo te handelen heeft verdachte getoond geen enkel respect te hebben voor het eigendom van anderen. Maar hij heeft vooral het gevoel van veiligheid van personen in de openbare ruimte aangetast. Tegenover de ter plaatse verschenen opsporingsambtenaren is door de slachtoffers verklaard dat zij geen aangifte willen doen uit angst voor represailles, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank duidelijk maakt in hoeverre het handelen van verdachte en zijn mededaders impact heeft gehad op deze slachtoffers. Bij de beroving is gebruik gemaakt van een mes en meerdere vuurwapens om extra dwang uit te oefenen op de slachtoffers, zodat zij hun goederen zouden overgeven en/of de daders de goederen zouden kunnen afpakken. De wetenschap dat onbevoegde medeburgers, in dit geval nog jonge mannen, vuurwapens en munitie bij zich dragen en kunnen gebruiken zorgt voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Bovendien had één van de vuurwapens hollow point patronen in het magazijn: het vuurwapen was met een simpele handeling schietklaar geweest en hollow point patronen kunnen nota bene een nog verwoestender inslag hebben dan andersoortige patronen. Verdachte heeft dit risico geaccepteerd en terzijde geschoven. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid illegaal vuurwerk en hasj voorhanden gehad. Het gebruik van hasj is schadelijk voor de volksgezondheid en voorts brengt het aanwezig hebben van illegaal vuurwerk zonder gedegen professionele kennis gevaren voor personen en/of goederen in de (directe) nabijheid hiervan met zich mee. Verdachte heeft die risico’s aanvaard en niet stilgestaan bij de eventuele gevolgen. Ook dat rekent de rechtbank verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie (het strafblad) betreffende verdachte van 3 maart 2026 waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld in verband met bedreiging en het voorhanden hebben van een steekwapen.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van een reclasseringsadvies van 17 maart 2026, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker] , werkzaam als reclasseringswerker bij Reclassering Nederland. Hieruit volgt kortgezegd dat gelet op de zwijgende proceshouding van verdachte geen volledige delictanalyse kan worden opgesteld. Verdachte beschikt over een stabiele leefsituatie, hij woont bij zijn moeder en bevindt zich in een steunend en betrokken familiair netwerk. Hij volgt een MBO2 opleiding en loopt stage bij een buitenschoolse opvang. Er is geen sprake van (problematische) schulden en/of middelengebruik. Ondanks zijn jeugdige leeftijd adviseert de reclassering niet om het adolescentenstrafrecht toe te passen aangezien verdachte zijn eigen gedrag goed organiseert, niet impulsief handelt en de risico’s van zijn gedrag goed inschat. Gezinsgerichte hulpverlening is niet noodzakelijk, verdachte lijkt zijn eigen leven vorm te kunnen geven en is daarbij niet afhankelijk van zijn moeder. De jonge leeftijd van verdachte in combinatie met het inmiddels bewezen verklaarde is volgens de reclassering echter wel zorgelijk en wijst mogelijk op verharding en roept vragen op over de invloed van zijn sociale omgeving. Om die reden adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen en daaraan een meldplicht, gedragstraining en een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] als bijzondere voorwaarden te verbinden. Verdachte heeft verklaard zich aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden te zullen houden.

Ten slotte heeft de rechtbank begrepen dat verdachte goed wordt ondersteund vanuit zijn opleiding en nog steeds terecht kan bij de locatie waar hij stage loopt.

De straf

Gelet op de ernst van de feiten is naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Oplegging van een taakstraf is gelet op de aard en de ernst van de bewezen geachte feiten geen passende reactie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een kortere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist aangezien verdachte met zijn 19 jaar nog erg jong is, een betrokken en steunend netwerk heeft en zijn opleiding na detentie kan voortzetten. Hoewel de reclassering niet heeft geadviseerd om het adolescentenstrafrecht toe te passen is sprake van een zeer jonge verdachte die ontvankelijk is voor hulp en bijstand en dat ook nodig heeft. Daarom zal de rechtbank een gedeelte van de op te leggen gevangenisstraf in voorwaardelijke zin opleggen en daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden.

Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en verbindt daaraan als bijzondere voorwaarden een meldplicht, gedragstraining en een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] .

8. Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

Standpunten

De officier van justitie heeft gevorderd dat alle inbeslaggenomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. De raadsman heeft geen verweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De voorwerpen onder 6 en 7 op de hierboven genoemde beslaglijst behoren aan verdachte toe. Het onder 6 genoemde voorwerp is bestemd tot het begaan van het onder 1 en 2 bewezen geachte en het onder 1 en 2 bewezen geachte is begaan met het voorwerp onder 7. Gelet op het voorgaande worden deze goederen verbeurdverklaard.

Onttrekking aan het verkeer

Nu met betrekking tot de onder 2, 3, 5 en 8 genoemde voorwerpen de bewezen geachte feiten zijn begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Bewaring ten behoeve van de rechthebbende

Het onder 1 genoemde in beslag genomen geldbedrag zal worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, te weten: verdachte.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 en feit 2:

eendaadse samenloop van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van feit 3

medeplegen van eendaadse samenloop van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van feit 4

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 5

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, groot 9 maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.

Meldplicht bij reclassering

Veroordeelde moet zich volgens afspraak melden bij Reclassering Nederland, gevestigd op het adres [adres 3] . Veroordeelde blijft zich gedurende de proeftijd melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Veroordeelde werkt mee aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken.

Veroordeelde meldt zich binnen drie werkdagen na zijn invrijheidstelling uit detentie tussen 09:00-12:00 uur bij Reclassering Nederland op het adres [adres 3] .

Gedragsinterventie cognitieve vaardigheden óf ambulante behandeling

Veroordeelde is verplicht binnen de proeftijd deel te nemen aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering (of een andere gedragstraining gericht op cognitieve vaardigheden) óf aan een ambulante behandeling bij een forensische polikliniek. De reclassering bepaalt op basis van nader onderzoek en de start van het toezicht welke van deze interventies het meest aangewezen is om het recidiverisico te beheersen. De gekozen interventie duurt zolang de reclassering dit noodzakelijk vindt, met een maximale duur van de gehele proeftijd. De zorgverlener of trainer bepaalt de wijze van uitvoering.

Veroordeelde houdt zich aan de huisregels, de gemaakte afspraken en de aanwijzingen van de uitvoerder. Indien een ambulante behandeling wordt ingezet, kan dit (gelet op de problematiek) inhouden dat veroordeelde voorgeschreven medicatie gebruikt als de zorgverlener dat noodzakelijk vindt.

Contactverbod

Veroordeelde zoekt of heeft gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de medeverdachte [medeverdachte] , geboren op [geboortedag 2] 2004.

Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve van daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd

Ten aanzien van het beslag

Verklaart verbeurd:

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

1. 1.220,00 EUR Geld Euro (BZAW0736).

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,

mr. A.M. Grüschke en mr. G.J.M. Kruizinga, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.F. Wormhoudt, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 april 2026.

[…]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand