ECLI:NL:RBAMS:2026:460

ECLI:NL:RBAMS:2026:460, Rechtbank Amsterdam, 21-01-2026, 13/231619-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-01-2026
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer 13/231619-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

EAB Polen; verweer m.b.t. de detentieomstandigheden verworpen; overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/231619-25

Datum uitspraak: 21 januari 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 3 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 27 juni 2025 door the Circuit Court in Gliwice, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Koopman, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een enforceable decision of pre-trial detention order: decision of District Court in Gliwice dated 5th March 2025 (IV Kp 873/24), amended by decision of Circuit Court in Gliwice dated 23rt April 2025 (VI Kz 154/25).

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

4. Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

deelneming aan een criminele organisatie;

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5. Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden

Standpunt raadsman

De raadsman stelt zich op het standpunt, dat de detentiegarantie die is verstrekt niet volstaat. Ook al heeft de rechtbank eerder geoordeeld dat een dergelijke detentiegarantie voldoende is, de omstandigheden in detentie in het remand regime zijn schrijnend. Het risico dat de opgeëiste persoon daaraan wordt blootgesteld, wordt met de verstrekte garantie niet weggenomen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de detentiegarantie volstaat, zowel met betrekking tot de vierkante meters voor persoonlijke ruimte, als met betrekking tot de tijd die de opgeëiste persoon naar verwachting buiten de cel mag doorbrengen. Bovendien is een gelijkluidende garantie al eerder voldoende bevonden door deze rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

In uitspraken van 5 juni 2024 heeft de rechtbank geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen. Het kernpunt hierbij is dat slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt. Verder is de onduidelijkheid over de termijn waarop de opgeëiste persoon contact met de buitenwereld kan bewerkstelligen, een bijkomende verzwarende omstandigheid.

De vaststelling van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten voor gedetineerden die terecht komen in het remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.

Uit de brief van the Circuit Prosecutor in Gliwice van 1 december 2025 volgt dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in the Pre-Trial Detention Centre in Gliwice. In dezelfde brief wordt aangegeven dat de informatie zoals die eerder bij brief van 26 november 2024 is verstrekt over de omstandigheden aldaar voor een andere opgeëiste persoon, van kracht blijft en voor alle (voorlopig) gedetineerden aldaar van toepassing zijn. Uit de informatie die in de eerdere zaak is verstrekt, leidt de rechtbank af dat de opgeëiste persoon in the Pre-Trial Detention Centre in Gliwice in een meerpersoonscel zal worden ingesloten en dat hij in die cel niet meer dan tussen de 3 en 4 m2 levensruimte (exclusief sanitair) tot zijn beschikking zal hebben.

Uit de brief van 26 november 2024 volgt dat de opgeëiste persoon minimaal tweeëneenhalf uur per dag buiten zijn cel kan doorbrengen, meer precies staat vermeld:

In response to your enquiries, (…), concerning how much time per day a provisionally detained person may spend outside the residential cell related to a Polish citizen (…) , who, after his surrender to the Polish authorities, will be detained in the Remand Prison in Gliwice, I kindly provide the following additional information.

Based on the data made available by the abovementioned penitentiary unit, we inform you that the detainee will be able to spend two and a half hours outside his cell per day. This time includes a one-hour outdoor walk and participating in common room activities or interest circles.

The two-and-a-half hour time does not include other activities during which the detainee also remains outside his residential cell. These include, in particular:

• having a personal visit,

• using the phone,

• participation in investigative measures such as questioning, investigative experiment, an experiment carried out with a view to either experimentally testing evidence already gathered or obtaining new evidence by reconstructing the facts of an event or its course - translator's note], examinations by experts in various fields,

• educational and psychological talks that take place in the offices of Prison Service officers,

• medical services provided in the medical facility of the penitentiary unit.

It should also be emphasised that pursuant to Article 221 §§ 1 and 2 of the Criminal Enforcement Code, a provisionally detained person who distinguishes herself/himself by respecting the internal order in the remand prison and the rules set out in the organisational regulations for the execution of pre-trial detention custody may be granted rewards.

These rewards are as follows:

1) permission for individual decoration of a residential cell;

2) additional or longer walk;

3) permission to receive additional food parcels or permission to receive parcels more frequently;

4) individual waiver from the internal order of the remand prison within the scope determined by the director of the remand prison;

5) permission to participate more frequently in cultural and educational activities as well as in physical culture and sports activities;

6) permission for longer visits;

7) permission to make additional purchases of food and tobacco products and item permitted for sale in the remand prison;

8) expungement of all or some of the disciplinary penalties;

9) a prize in kind or cash;

10) a praise.

Therefore, the exercise of the right to stay outside the accommodation cell for more than two and a half hours per day depends on the individual situation of the detainee.

Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in het remand regime in Poolse penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie zoals deze in de brieven van 26 november 2024 en 1 december 2025 in samenhang gelezen wordt gegeven, ten aanzien van de opgeëiste persoon weggenomen.

6. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

7. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Gliwice (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. B.M. Vroom-Cramer en D.L.S. Ceulen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 januari 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.P.M. Fruytier

Griffier

  • mr. C.W. van der Hoek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?