ECLI:NL:RBAMS:2026:4602

ECLI:NL:RBAMS:2026:4602

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/13/773574 / HA ZA 25-1360
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

De podcast ‘Hier hing een schilderij’ is niet onrechtmatig jegens eisers. De rechtbank weegt tegen elkaar af de vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht ter bescherming van eer en goede naam anderzijds. De podcastmakers staan vrij een eigen invalshoek te kiezen. In de podcast wordt geen beeld van eisers gegeven waarvan de makers moesten weten dat dit in strijd was met de waarheid. De uitlatingen van de podcastmakers over eisers zijn gebaseerd op feiten, dan wel zijn citaten van eerdere uitingen over eisers door anderen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/773574 / HA ZA 25-1360

Vonnis van 13 mei 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

1. MONDEX CORPORATION,

gevestigd te Toronto (Canada),2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: Mondex en [eiser 2] ,

advocaat: mr. S.A. van der Sluijs,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDIAHUIS NRC B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: NRC,

advocaat: mr. J.P. van den Brink.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 23 juli 2025, met producties,

de conclusie van antwoord, met producties,

het tussenvonnis van 19 november 2025 waarin een mondelinge behandeling is gelast,

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 maart 2026 en de daarin genoemde proceshandelingen en processtukken.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Mondex helpt slachtoffers en nabestaanden die tijdens het naziregimeonvrijwillig kunst zijn verloren om hun eigendommen terug te krijgen en een vorm van afsluiting van het geleden leed te bewerkstelligen. Mondex is opgericht in 1993 door [eiser 2] , die daar nog altijd werkzaam is.

NRC is de uitgever van de krant NRC en nrc.nl en publiceert podcasts.

Op de achtergrond van deze zaak speelt de restitutie van het schilderij ‘Bild mit Häusern’ van [naam 1] aan de erfgenamen van de voormalige eigenaren. Het schilderij is in oktober 1940 op een veiling in Amsterdam verkocht en is toen aangekocht door de gemeente Amsterdam. Het schilderij heeft in ieder geval sinds 1945 in het Stedelijk Museum gehangen voor bezichtiging door het publiek.

Gedurende de nazi-bezetting van Nederland zijn vele kunstwerken in particulier bezit gestolen, geconfisqueerd of gedwongen verkocht. Dit betrof in heel veel gevallen kunstwerken in eigendom van Joodse families. Om geroofde kunstwerken terug te brengen in het vermogen van de rechthebbenden – veelal de erfgenamen van de personen die in 1940 eigenaar van die kunstwerken waren – is begin van deze eeuw een restitutiebeleid opgesteld door het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Onder het restitutiebeleid is een restitutiecommissie in het leven geroepen die (bindend) advies geeft over een verzoek tot restitutie van kunstwerken waarover de oorspronkelijke eigenaar gedurende de Tweede Wereldoorlog het bezit heeft verloren.

Tot 2020 werd onder het restitutiebeleid onderzocht of voldoende aannemelijk was dat de oorspronkelijk eigenaar het bezit onvrijwillig had verloren als gevolg van omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. Bij de beoordeling kon rekening worden gehouden met de wijze van verwerving door de huidige eigenaar en kon een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds de belangen van de verzoekers bij teruggave en anderzijds de belangen van het museum waar het kunstwerk was te zien voor het publiek.

In december 2020 heeft de Evaluatiecommissie voor het restitutiebeleid het rapport ‘Streven naar rechtvaardigheid’ gepubliceerd. Naar aanleiding daarvan is het toetsingskader in het restitutiebeleid aangepast: bezitsverlies van een kunstwerk door een particulier die tot een vervolgde bevolkingsgroep behoorde in de periode na 10 mei 1940 wordt als onvrijwillig aangemerkt tenzij nadrukkelijk anders blijkt. Ook is de hiervoor omschreven belangenafweging niet langer aan de orde bij een restitutieverzoek.

In 2013 heeft Mondex, in de persoon van [eiser 2] , namens de door haar gevonden erfgenamen van de voormalige eigenaren een verzoek tot restitutie van het schilderij ‘Bild mit Häusern’ van [naam 1] ingediend bij de gemeente Amsterdam. Daarbij hebben de erfgenamen – samengevat – gesteld dat de verkoop van het schilderij in oktober 1940 gebeurde onder druk van de nazi’s, en dat daarom sprake is van roofkunst en dat het schilderij aan hen moet worden teruggegeven.

Naar aanleiding van dit verzoek heeft de restitutiecommissie onderzoek verricht naar de voormalige eigenaar/eigenaren, de erfgenamen en het bezitsverlies van het schilderij in oktober 1940. In een conceptrapport van 2014 van de restitutiecommissie is opgemerkt dat mogelijk een ander persoon erfgenaam is van de voormalige eigenaar van het schilderij dan de erfgenamen namens wie Mondex, in de persoon van [eiser 2] , het verzoek hebben ingesteld. Daarop heeft Mondex die andere erfgenaam opgezocht die in juni 2015 is toegetreden tot de verzoekprocedure met Mondex als gemachtigde.

De restitutiecommissie heeft in 2018 de gemeente Amsterdam geadviseerd het schilderij niet terug te geven omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake is geweest van roofkunst, de gemeente Amsterdam (het Stedelijk Museum) te goeder trouw heeft gehandeld bij het verkrijgen van het kunstwerk en een belangenafweging in het voordeel van de gemeente Amsterdam viel. De erfgenamen hebben in een gerechtelijke procedure gevorderd het (bindend) advies van de restitutiecommissie te vernietigen, de beslissing van de gemeente Amsterdam het schilderij niet terug te geven als onrechtmatig te verklaren en de gemeente te veroordelen tot teruggave van het schilderij. Bij vonnis van 16 december 2020 van deze rechtbank zijn de vorderingen van de erfgenamen afgewezen.

In 2021 heeft de gemeente Amsterdam besloten het werk terug te geven aan de erfgenamen, zonder een nieuw oordeel van de restitutiecommissie af te wachten. Het schilderij is op 27 februari 2022 overgedragen aan de erfgenamen.

De erfgenamen hebben het schilderij verkocht voor een bedrag van ongeveer 60 miljoen euro aan een particuliere verzamelaar.

NRC heeft in de maanden november en december 2023 een achtdelige podcastserie gepubliceerd met de titel ‘Hier hing een schilderij’. Deze podcast geeft in acht afleveringen een reconstructie van de restitutie van het schilderij aan de erfgenamen van de eerdere eigenaar van het schilderij.

De makers van de podcast hebben tijdens hun onderzoek contact gehad met [eiser 2] . Een interview met [eiser 2] is ook verwerkt in de podcast (aflevering 5).

Bij brief van 27 juni 2024 hebben Mondex en [eiser 2] voor het eerst aan NRC laten weten klachten te hebben over de podcast. De brief omvat 38 pagina’s met bezwaren en uitgebreide bijlagen met verwijzingen naar passages in de podcast.

NRC heeft Mondex bij brief van 31 juli 2024 geantwoord dat de podcast (samengevat) rechtmatig en gebalanceerd is en er voldoende gelegenheid is geboden voor wederhoor. Op basis van de bezwaren van Mondex heeft NRC twee correcties en aanvullingen gedaan in de podcast. De correcties zijn in twee afleveringen toegevoegd en aan het eind van beide afleveringen wordt aan de luisteraar uitgelegd welke correctie is gemaakt en waarom.

Bij brief van 30 oktober 2024 heeft de advocaat van Mondex en [eiser 2] aan NRC een sommatiebrief toegezonden tot verwijdering van de podcast.

3. Het geschil

Mondex en [eiser 2] vorderen – kort weergegeven:

 voor recht te verklaren dat NRC jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld met de publicatie van de podcast;

 NRC te gebieden de podcast offline te halen en te houden;

 NRC te gebieden opgave te doen van alle partijen aan wie NRC rechten voor het afspelen van de podcast heeft gegeven;

 NRC te gebieden te bewerkstellingen dat die partijen de podcast niet langer aanbieden aan het publiek, dan wel zich daartoe in te spannen;

 NRC te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie op de website en de voorpagina van de papieren krant;

 NRC te veroordelen die rectificatie in ingesproken vorm beschikbaar te stellen op alle platforms waar de podcast te beluisteren is geweest.

De geboden en veroordelingen op straffe van dwangsommen en met veroordeling van NRC in de kosten.

Mondex en [eiser 2] leggen aan de vorderingen ten grondslag dat de podcast van NRC onrechtmatig jegens hen is. In de podcast is zonder feitelijke onderbouwing gekozen voor het narratief dat Mondex en [eiser 2] ervoor zorgen dat mensen kunstwerken krijgen die eigenlijk in musea horen te hangen en dat zij hieraan geld zouden verdienen. Aan Mondex en [eiser 2] worden vergaande verwijten gemaakt door hen te kwalificeren als ‘ambulance chasers’ of ‘profiteurs’ van de ‘holocaustindustrie’ en speler van ‘de jodenkaart’. In combinatie met het stelselmatig negeren van de feiten over het schilderij en de gronden voor restitutie van roofkunst, is de podcastserie ronduit kwaadwillig en daarom onrechtmatig.

In hoofdstuk VIII van de dagvaarding hebben Mondex en [eiser 2] hun bezwaren tegen de podcast uitvoerig uiteengezet, onderverdeeld in “onjuistheden per thema”. De rechtbank vat deze bezwaren en thema’s als volgt samen, waar nodig voorzien van de betreffende passages uit de podcast (hierna wordt in de beoordeling aan de hand van de letters a-j verwezen naar deze citaten):

NRC gaat in de podcast uitgebreid in op de vraag of het kunstwerk op vrijwillige of onvrijwillige basis is vervreemd uit het vermogen van de voormalige eigenaar. Dat is na 2020 helemaal niet meer van belang. NRC geeft in de podcast geen juiste weergave van het restitutiebeleid dat na 2020 geldt.

NRC geeft in de podcast een onjuist beeld van de wijze waarop het kunstwerk is vervreemd uit het vermogen van de voormalige eigenaar ( [naam 2] ). Er was geen sprake van een vrijwillige verkoop door [naam 2] . Dit kon niet worden vastgesteld door de restitutiecommissie.

NRC gaat in de podcast volledig voorbij aan de internationale kritiek op het oude Nederlands restitutiebeleid (van voor 2020) – zoals ook verwoord in de verzoekprocedure in Duitsland over een ander schilderij van [naam 1] dat in 1940 op dezelfde veiling is verkocht.

NRC besteedt geen aandacht aan die Duitse verzoekprocedure waarin wordt overwogen dat die vervreemding door [naam 2] niet vrijwillig is geweest.

NRC geeft in de podcast een onjuist beeld van [naam 2] als voormalige eigenaar van de schilderijen. Zij kan nooit zelf de twee schilderijen naar de veiling hebben gebracht.

NRC is in de podcast volledig kritiekloos ten opzichte van de voorzitter van de restitutiecommissie en bevraagt hem niet over het (volgens internationale standaarden) onjuiste oordeel van die commissie over het verzoek tot restitutie in 2013.

NRC laat andere personen die niet deskundig zijn op dit gebied, hun meningen geven zonder commentaar of nadere vraagstelling door de journalisten.

NRC spreekt in de podcast onjuist over de verzoekprocedure: zij noemt [eiser 2] een partij daarin; [eiser 2] trad op als vertegenwoordiger van Mondex die was gemachtigd door de erfgenamen.

Over de erfgenamen wordt beweerd dat zij onjuiste informatie aan de restitutiecommissie hebben gegeven en over de vader van een van de erfgenamen wordt gezegd:

o “Ik vind, als er bewust onjuiste informatie is ingebracht, als de jodenkaart wordt gespeeld, dan vind ik dat heel kwalijk.”

Door de vele foutieve beweringen over hoe het schilderij uit het vermogen van de rechthebbenden is geraakt in 1940, over [naam 2] , over de wijze waarop de restitutiecommissie tot haar advies is gekomen, over hoe de gemeente Amsterdam in een later stadium tot een andere beslissing is gekomen over het restitutieverzoek van de erfgenamen wordt een narratief gecreëerd dat de rechthebbenden in 1940 vrijwillig afstand hebben gedaan van het schilderij, dat het schilderij thuishoort in een museum en dat de gemeente Amsterdam het schilderij ten onrechte heeft teruggegeven (in de podcast wordt het weggegeven genoemd) aan de erfgenamen van de voormalige eigenaars. Dit plaatst Mondex en [eiser 2] in een slecht daglicht omdat zij de erfgenamen succesvol hebben bijgestaan bij het verzoek tot restitutie van het schilderij. Daarbij is de rode lijn in de podcast dat Mondex en [eiser 2] ervoor zorgen dat mensen kunstwerken krijgen die eigenlijk in musea horen te hangen en dat zij daaraan miljoenen euro’s verdienen. De makers van de podcast kwalificeren het verdienmodel van Mondex als ‘onethisch’.

Over Mondex en [eiser 2] laten de makers van de podcast zich zeer negatief en grievend uit (de nummering komt overeen met de nummers in paragraaf 19 van de dagvaarding, [naam 8] en [naam 10] zijn de makers van de podcast)):

[eiser 2] wordt in de eerste aflevering op irrelevante wijze omschreven:

a. “(…) een Canadees, wijkende haarlijn, strak in het pak en een rechte houding.”

In de tweede aflevering wordt [eiser 2] ten onrechte verweten in 2015 een list te hebben verzonnen met de toevoeging van een erfgenaam in de procedure over het verzoek tot restitutie van het schilderij:

[naam 8] : “Hoe dan ook, [eiser 2] had een groot probleem. Op het moment dat de Restitutiecommissie ontdekte dat [naam 2] de erfgename was en niet de kleinkinderen van [naam 3] , (…).”

[naam 10] : “Hij zat op het verkeerde spoor”

[naam 8] : “Ja, maar [eiser 2] liet zich niet voor één gat vangen. Hij verzon een list”

Aan het slot van de vierde aflevering wordt over [eiser 2] gezegd:

[naam 10] : “In de volgende aflevering horen we veel meer van de man die ook wel premiejager wordt genoemd, of ambulance chaser.”

Dit krijgt een vervolg in aflevering 5:

[naam 10] : “Oh dat is interessant. Want [eiser 2] wordt wel door vijanden een ambulance chaser genoemd.”

[naam 8] : “Ja zo iemand die achter ambulances aanjaagt.”

[naam 10] : “Om de slachtoffers bij te staan in hun rechtszaak.”

[naam 8] : “Ja, zo’n kaartje nog bij de gewonden op de brancard gooien, van bel me, dan gaan we hier compensatie uit halen.”

Daarnaast wordt diezelfde aflevering het werk van Mondex ook gekwalificeerd als ‘premiejagen’:

[naam 8] : “Dat klinkt prachtig, Maar dat iedereen wint bij restituties, wagen wij te betwijfelen.

[naam 10] : “Nou neem de bezoeker van het Stedelijk. Bovendien wringt het, vind ik, dat zijn methode ertoe leidt dat alleen hele dure werken worden gerestitueerd.”

[naam 8] : “Ja schilderijen die alleen een emotionele waarde hebben, maar verder niet zoveel geld waard. Ja daar gaat [eiser 2] natuurlijk niet naar zoeken.”

Deze bewering is feitelijk onjuist, Mondex verleent haar diensten ook voor minder kostbare werken. Deze onjuiste bewering wordt vervolgens in de aflevering verder uitgewerkt:

[naam 10] :“Nee zeker niet. Dat is ook de ergernis van iemand als [naam 4] . Dat is een kunstroofkenner die hetzelfde werk doet als [eiser 2] , maar dan non-profit. Dus hij vindt het principieel verkeerd om een geheel bedrijfsmodel op te bouwen, nu citeer ik hem even, rond dingen, kunst, wat dan ook, die joden zijn afgenomen, louter om een percentage van de waarde van die dingen te krijgen. En dan ook nog eens doen alsof je op zoek bent naar rechtvaardigheid. De beroemde schrijver [naam 5] , die noemde dit fenomeen ooit de holocaustindustrie. Of zoals een Joodse vriend uit New York een keer tegen mij zei, een man die het Auschwitz-instituut leidt, iemand die echt wel weet waar het over gaat, die zei eens wat badinerend, there’s no business like Shoah business.”

[naam 8] : “Ja, je zou erom moeten lachen als het niet zo verschrikkelijk was. Kortom, geld verdienen aan de Jodenvervolging is dus niet zonder controverse. Net zo min als [eiser 2] ’s werkwijze. Want behalve het ontslag eisen van de [naam 6] hier bij NRC, en het lastigvallen van andere collega’s, zijn er meer mensen die vreemde ervaringen hebben met [eiser 2] . Bijvoorbeeld [naam 7] , de Duitse hoogleraar, die kreeg ook ooit een vreemd bezoek vertelde hij ons:

o [naam 7] : ‘Ja dat was heel vaag, heel schimmig, ik weet niet, en een advocaat, ik denk dat hij, ja, een advocaat van de [naam 3] -erven was, die wilde graag met mij praten, maar hij zei niet precies wie hij was en in welke opdracht hij zou praten. Hij wilde, ja, hij heeft alle mogelijke vragen wilde hij stellen. Dus het bleef heel, ja, een hele mysterieuze iemand.’

o [naam 8] : ‘En waar heeft dat gesprek plaatsgevonden dan?’

o [naam 7] : ‘Het heeft plaatsgevonden in het restaurant van het Stedelijk Museum, maar ik kwam er niet achter wie deze advocaat nu echt was.’

o [naam 8] : ‘Maar dat is heel mysterieus, toch?’

o [naam 7] : ‘Ja dat is heel mysterieus, ja’

o [naam 8] : ‘En wat wilde hij dan weten?’

o [naam 7] : Hij wilde, ja, weten of ik nog nadere informatie over dit schilderij zou hebben en over de herkomst van het schilderij zou hebben.’”

De werkwijze van Mondex en [eiser 2] is niet mysterieus en verschrikkelijk. [naam 7] heeft gesproken met dr. [naam 9] die zijn naam en rol in deze heeft uitgelegd aan [naam 7] .

In aflevering 8, de slotaflevering wordt opgemerkt:

“Bedrijven als Mondex verdienen aan diezelfde [naam 1] miljoenen euro’s.”

“(…) Het feit dat bedrijven als Mondex miljoenen verdienen (…)”.

De connotatie van deze vermeende verdiensten is zeer negatief, in de zin dat in de gehele podcast wordt gesuggereerd dat het schilderij zou zijn weggegeven en dat de verdiensten op die wijze niet terecht zijn.

De volgende opmerking in de slotaflevering is kenmerkend voor de grondhouding van de makers.

“(…) [eiser 2] . Wiens werkwijze ik natuurlijk enorm afkeur.”

De suggestie dat Mondex en [eiser 2] hun werk louter doen om een percentage te ontvangen is onjuist, tendentieus en defamerend. Bovendien heeft het verwijt dat Mondex en [eiser 2] geld verdienen aan Jodenvervolging geen feitelijke basis. Mondex en [eiser 2] verdienen geld met het rechtzetten van onrecht dat Joden is aangedaan tijdens de nazi-bezetting. Die invalshoek, namelijk: het schilderij is privébezit geweest van de familie [naam 3] - [naam 2] en had zonder de nazi-bezetting nooit in het Stedelijk Museum kunnen hangen, wordt door de makers van de podcast niet genoemd.

Deze verwijten die in de podcast worden gemaakt, raken [eiser 2] in persoon. Het verwijt de holocaust te misbruiken ondermijnt zijn maatschappelijke positie en schaadt zijn privéleven. Hem komt daarom een beroep op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en privacy toe. Dergelijke grievende en feitelijk geladen kwalificaties zijn slechts toegestaan wanneer zij berusten op een voldoende feitelijke basis en wanneer zij daadwerkelijk bijdragen aan een publiek debat. Bij dergelijke beschuldigingen geldt een verhoogde journalistieke zorgvuldigheidsplicht.

Dat de podcast een onderwerp van het publiek debat behandelt, heft die zorgvuldigheidsverplichting niet op. Een solide basis en effectieve mogelijkheid tot wederhoor zijn onderdeel van die verplichting.

NRC heeft Mondex en [eiser 2] niet in de gelegenheid gesteld te reageren op de podcast, en hebben het interview met [eiser 2] als onderdeel van het onderzoek door de journalisten onjuist weergegeven.

Mondex en [eiser 2] ondervinden schade als gevolg van de podcast doordat hun reputatie is aangetast. Mondex loopt opdrachten voor bijstand aan erfgenamen voor restitutie van geroofde kunst mis. Sinds de publicatie van de podcast heeft Mondex geen enkele opdracht uit Nederland gekregen. Dit en de vele fouten in de verschillende afleveringen van de podcast maken dat de podcast niet langer online beschikbaar moet zijn, aldus steeds Mondex en [eiser 2] .

NRC voert – kort weergegeven – aan dat zij bij het maken van de podcast binnen de grenzen van de journalistieke en redactionele vrijheid is gebleven en dat er geen sprake is van lichtvaardige verdachtmakingen. NRC heeft vanuit haar boodschappersfunctie de vrijheid standpunten van derden weer te geven, en zij is hierbij genuanceerd te werk gegaan. [eiser 2] is in de gelegenheid geweest te reageren op bepaalde onderwerpen die aan bod zouden komen in de podcast. Een algemene verplichting om altijd wederhoor te verlenen of te verwerken bestaat niet. Het is slechts een omstandigheid die bij de afweging van de belangen van partijen een rol speelt.

De meeste bezwaren van Mondex en [eiser 2] betreffen uitingen in de podcast die niet over hen gaan. Voor wat betreft die uitingen hebben Mondex en [eiser 2] geen belang bij hun vorderingen (artikel 3:303 BW). De opmerkingen in de podcast die wel over Mondex en [eiser 2] gaan berusten op feiten, waaronder eerdere publicaties in andere media. In verschillende publicaties wordt gemeld dat Mondex een commissie tussen de 30 en 40% van de verkoopwaarde vraagt voor haar dienstverlening aan de erfgenamen van de voormalige (Joodse) eigenaar van de roofkunst. De term ‘holocaustindustrie’ is gebezigd in een citaat in de podcast. Dit geldt ook voor andere kwalificaties van de bedrijfsactiviteiten van Mondex.

Bovendien wordt over [eiser 2] gesproken als professioneel handelend, in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep en niet in zijn privéleven of persoonlijke levenssfeer. Dan komt hem geen beroep op de bescherming van artikel 8 EVRM toe. De podcast is niet onrechtmatig jegens hen, aldus steeds NRC.

Op de stellingen van partijen wordt – voor zover van belang – hierna nader ingegaan.

4. De beoordeling

Inleidende opmerkingen

Het recht van NRC op vrijheid van meningsuiting op grond van artikel 10 EVRM kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving (artikel 10 lid 2 EVRM), bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen. Van een dergelijke beperking is sprake indien de publicaties onrechtmatig zijn jegens Mondex en [eiser 2] in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten alle wederzijdse belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van NRC is er met name in gelegen dat zij zich als journalistiek medium kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over kwesties die in de publieke belangstelling staan, terwijl het belang van Mondex en [eiser 2] er met name in is gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan verdachtmakingen en dat hun eer en goede naam niet onnodig worden geschonden.

In het kader van deze afweging kan [eiser 2] zich niet met succes beroepen op artikel 8 EVRM. Dit artikel geeft een ieder het recht op respect voor zijn privéleven. De gewraakte uitlatingen hebben echter betrekking op [eiser 2] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Mondex. In beginsel valt de reputatie van iemand pas onder artikel 8 EVRM als er sprake is van een inbreuk die zo ernstig is dat daardoor een belemmering ontstaat van het genot op het recht op respect voor het privéleven. Mondex en [eiser 2] hebben gesteld dat [eiser 2] in zijn privéleven wordt aangesproken over de podcast. Dit hebben zij echter in het geheel niet onderbouwd.

Het voorgaande betekent niet, zoals NRC heeft betoogd, dat bij het afwegen van de betrokken belangen het recht van vrije meningsuiting in beginsel zwaarder moet wegen dan het recht op bescherming van de eer en goede naam. Bij het uitoefenen van het recht van vrije meningsuiting zal steeds de zorgvuldigheid in acht moeten worden genomen die in het maatschappelijk verkeer in het algemeen ten aanzien van anderen moet worden betracht. Deze zorgvuldigheid brengt bij het openbaar maken van gegevens waardoor een specifieke (rechts)persoon in zijn eer en goede naam kan worden aangetast met name mee dat gegevens niet als juist mogen worden gepresenteerd indien daaromtrent redelijkerwijs twijfel behoort te bestaan. Ook is relevant dat die gegevens redelijkerwijs van belang moeten kunnen worden geacht in verband met de uitlatingen. Tenslotte speelt een rol dat zulke gegevens niet mogen worden vermeld voor zover voorzienbaar is dat hun openbaarmaking de desbetreffende (rechts)persoon een nadeel zullen toebrengen dat in geen redelijke verhouding kan staan met het door de meningsuiting beoogde doel. Is aan deze zorgvuldigheidseisen niet voldaan, dan kan degene die zich door de uitlatingen in een kwaad daglicht geplaatst voelt daartegen opkomen met een actie wegens onrechtmatige daad, die in dat geval is te beschouwen als een bij wet voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk te achten middel ter bescherming van zijn eer en goede naam als bedoeld in het tweede lid van artikel 10 EVRM.

Bij de beoordeling van de gestelde onrechtmatigheid van de publicatie van NRC zijn met name de hierna te noemen omstandigheden van belang.

Publiek belang

 De eerste relevante omstandigheid is dat de uitlatingen kunnen bijdragen aan een debat dat in de publieke belangstelling staat. Restitutie van geroofde kunst aan rechthebbenden dan wel hun erfgenamen is een publiekelijk belangrijk onderwerp. Dit geldt ook voor de wijze van bijstand die wordt verleend aan die rechthebbenden dan wel hun erfgenamen, bij hun verzoek tot restitutie. Het publiek heeft het recht om over die onderwerpen te worden geïnformeerd. In dat geval komt veel ruimte en gewicht toe aan de vrijheid van meningsuiting en moeten er zwaarwegende redenen zijn om die te beperken. Een open en kritisch publiek debat over onderwerpen als deze is wezenlijk in een democratische samenleving.

Voldoende steun in de feiten

 Ten tweede is van belang of de gedane uitlatingen voldoende steun vinden in het feitenmateriaal waarover men op het moment van de uitlatingen beschikte of kon beschikken. Dat betekent echter niet dat pas over de feiten gepubliceerd zou mogen worden als deze min of meer onomstotelijk vast zijn komen te staan. Dat zou immers betekenen dat de nieuwsvoorziening en het commentaar op nieuws in de media voor een belangrijk deel onmogelijk zou worden.

 Daarnaast hoeft een publicatie niet uitsluitend te berusten op feiten die ook voor het medium vaststaan. Een journalist mag ook gebruik maken van verklaringen van bronnen, ook als deze anoniem zijn, zolang een journalist maar zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de geloofwaardigheid van de door die bronnen afgelegde verklaringen. NRC mag dus een boodschappersfunctie vervullen van derden aan het publiek. De pers komt een grote vrijheid toe bij het weergeven van uitingen van derden, ook als die beschuldigend van aard zijn. Dat betekent dat de media alleen onder bijzondere omstandigheden aansprakelijk kunnen worden gehouden voor het weergeven van uitlatingen van derden.

 Tot slot kan bij de beoordeling of sprake is van voldoende steun in het feitenmateriaal, van belang zijn of een uitlating moet worden beschouwd als een waardeoordeel of een feitelijk bericht. Bij feitelijke berichtgeving speelt de vraag of steun kan worden gevonden in de feiten een grotere rol, terwijl dat bij waardeoordelen niet of in ieder geval in mindere mate aan de orde is.

Overige omstandigheden

 de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben; en

 de mate waarin degene op wie de publicatie is gericht een publiek figuur is, waarbij tevens van belang is welke functie hij bekleedt.

Verder komt Mondex en [eiser 2] slechts bescherming toe van hun eigen eer en goede naam. Dit houdt ook in dat hun vorderingen moeten zijn gebaseerd op uitingen die hen betreffen.

Uitingen over de restitutie, de voormalige eigenaars en hun erfgenamen

Mondex en [eiser 2] hebben zeer uitvoerig (in ongeveer 40 van de 66 pagina’s tellende dagvaarding) gesteld dat in de podcast veel onjuistheden zijn vermeld over de voormalige eigenaars van het schilderijen hun erfgenamen, de veiling van het schilderij in oktober 1940, de afhandeling van het verzoek uit 2013 tot restitutie van het schilderij en de beweegredenen van de gemeente Amsterdam in 2022 om het schilderij te restitueren aan de erfgenamen. Daarnaast verwijten zij de podcastmakers te weinig kritisch te zijn ten opzichte van de voorzitter van de restitutiecommissie die wel uitgebreid aan het woord komt in de podcast. Ook een anonieme spreker wordt zonder enige kennis of deskundigheid over het restitutiebeleid aan het woord gelaten, aldus steeds Mondex en [eiser 2] .

NRC heeft daarover aangevoerd dat de stellingen van Mondex en [eiser 2] gaan over onderwerpen in de podcast die hen niet (rechtstreeks) betreffen en verder dat die stellingen eigenlijk inhouden dat de podcastmakers de restitutie van het schilderij in 2022 op een geheel andere wijze aan de orde hadden moeten stellen. Mondex en [eiser 2] lijken met hun stellingen en daarop gebaseerde vorderingen op de stoel van de redactie te willen zitten, aldus steeds NRC.

Het verweer van NRC slaagt. De stellingen van Mondex en [eiser 2] over de voormalige eigenaars en hun erfgenamen, over de vraag of in 1940 sprake is geweest van onvrijwillige afstand van het kunstwerk, over het oude restitutiebeleid, de restitutiecommissie en haar voormalig voorzitter worden gepasseerd omdat deze feiten en omstandigheden niet Mondex en [eiser 2] betreffen. Voor zover de podcast over deze onderwerpen al onjuistheden of onvolkomenheden zou bevatten, levert dat geen onrechtmatige daad jegens Mondex en [eiser 2] op.

Opgemerkt wordt verder dat het de podcastmakers vrij staat om een niet nader geïntroduceerde voice-over (in dit geval Adriaan van Dis, een zeer herkenbare stem in Nederland, zoals NRC terecht heeft betoogd) te gebruiken om de podcast in te leiden of om verhaalelementen en verhaallijnen aaneen te spreken. Een dergelijke voice-over behoeft niet deskundig op het gebied van restitutie van roofkunst te zijn. Het betreft hier redactionele keuzes, waarin NRC een grote mate van vrijheid toekomt.

De redactionele vrijheid brengt bovendien mee dat NRC een eigen invalshoek kan kiezen voor haar publicaties. In het geval van de podcast was dat de vraag of de gemeente het schilderij terecht of onterecht heeft gerestitueerd (in de podcast ook wel geparafraseerd als “teruggegeven of weggegeven”). Een dergelijke keuze is niet onrechtmatig jegens Mondex en [eiser 2] . Dat naar hun overtuiging de restitutie zonder meer terecht was doet daaraan uiteraard niet af. Blijkens hun stellingen hadden Mondex en [eiser 2] liever gezien dat de makers hadden gekozen voor een andere invalshoek, met een kritische beschouwing van het Nederlandse restitutiebeleid, de restitutiecommissie en haar voormalig voorzitter. Zoals NRC evenwel terecht heeft betoogd, is het niet aan Mondex en [eiser 2] om te bepalen op welke manier NRC haar publicaties vorm en inhoud geeft.

Het gestelde onrechtmatig narratief van de podcast

Volgens Mondex en [eiser 2] hebben de podcastmakers bewust gekozen voor het benoemen van al hierboven vermelde (volgens hen: onvolledige, onjuiste en misleidende) feiten en omstandigheden om een narratief te creëren dat negatief op hen uitstraalt. Dit maakt dat de opmerkingen in de podcast over Mondex en [eiser 2] negatief overkomen en grievend zijn. Daardoor is de podcast onrechtmatig jegens hen, aldus steeds Mondex en [eiser 2] .

NRC heeft aangevoerd dat de podcastmakers hun verhaal niet vanuit een negatief narratief jegens Mondex en [eiser 2] hebben verteld. De podcastmakers hebben onderzoek gedaan naar de restitutie van het schilderij, waarbij verschillende invalshoeken en verschillende meningen aan de orde komen. Daarbij spelen Mondex en [eiser 2] een rol omdat zij de erfgenamen hebben opgespoord en namens hen een verzoek tot restitutie hebben ingediend. Mondex en [eiser 2] hebben de passages waarin zij worden besproken zonder enige context van de podcast aangehaald, aldus steeds NRC.

Ter onderbouwing van het door hen gestelde narratief, hebben Mondex en [eiser 2] onder meer twee citaten aangehaald uit de slotaflevering van de podcast: “(…) Het feit dat bedrijven als Mondex miljoenen verdienen (…)” en “(…) [eiser 2] . Wiens werkwijze ik natuurlijk enorm afkeur.” NRC stelt terecht dat deze uitingen in de context van de podcast moeten worden bezien. Die context is dat de makers. in de slotaflevering met elkaar uitwisselen hoe zij na het maken van de podcast denken over de restitutie van het schilderij aan de erfgenamen in 2022 ( [naam 8] en [naam 10] zijn de makers van de podcast):

[naam 8] : “Ja ik denk dat voor mij ook wel een les is uit deze serie. Dat bij dit soort ingewikkelde onderwerpen als het schuldgevoel van naar de Tweede Wereldoorlog, de omgang met de joden, hoe je dat moet goedmaken, rechtvaardigheid. Moet je misschien nog wel extra hard je best doen om emoties en zuivere redenaties uit elkaar te houden. En het voelt gewoon heel slecht dat deze mensen misschien dat hele dure schilderij hebben gekregen. Terwijl ze dus helemaal niet geleden hebben. Tenminste dat weet ik niet zeker, maar ze zijn niet Joods. Ze zijn geen familie van de [naam 3] . Maar dat gevoel moet je eigenlijk uitschakelen. (…)

Maar dan komen we bij het moeilijkste punt. Want naast de hele procedurele kant van de zaak, het feit dat bedrijven als Mondex miljoenen verdienen en de vraag of het niet anders kan via NGO’s of de overheid of zo, zijn restitutiebeslissingen ook altijd een morele keuze. Uiteindelijk moet iemand, de commissie, de eigenaar, de overheid, wij allemaal als samenleving, ook als iets heel erg onduidelijk is een beslissing nemen. Dus uiteindelijk is het altijd een beslissing die gebaseerd is op een moreel principe.”

[naam 10] : “Ja, dan komt natuurlijk de vraag hoe moet die morele afweging gemaakt worden volgens jou?”

[naam 8] : “(…) Want ik ben het dan dus eigenlijk eens met [eiser 2] . Wiens werkwijze ik natuurlijk enorm afkeur. Maar ik denk toch dat hij gelijk heeft en [naam 2] heeft dat uiteindelijk ook gezegd, toch de redelijkheid zelf. Bij twijfel restitueren. En ik vind dat in deze zaak van Bild met Häusern zoveel twijfel is, zoveel dingen die we niet zeker weten. Dus dan denk ik, oké, het is terecht dat het schilderij terug is. (…).”

Dit gehele citaat ondersteunt het betoog van NRC dat uitgangspunt van de podcastmakers is geweest de vraag of de gemeente Amsterdam het schilderij te terecht heeft gerestitueerd en dat zij dit wilden onderzoeken. In dat onderzoek hebben zij (met anderen) gekeken naar de wijze waarop het schilderij in 1940 is aangeboden op de veiling en de wijze waarop de restitutiecommissie daarover heeft geoordeeld. Uiteindelijk komen zij tot de conclusie dat het al met al toch terecht is dat het schilderij is gerestitueerd. Dit staat haaks op het door Mondex en [eiser 2] gestelde narratief van de podcastmakers dat het schilderij ten onrechte is gerestitueerd aan de erfgenamen.

Dit alles ondergraaft de stellingen van Mondex en [eiser 2] dat de makers van de podcast een narratief hebben gecreëerd waaruit moet blijken dat Mondex en [eiser 2] ervoor zorgen dat mensen ten onrechte kunstwerken krijgen die eigenlijk in musea horen te hangen.

De stellingen van Mondex en [eiser 2] over het narratief van de podcast houden dan ook geen stand. In de citaten uit de podcast die over Mondex en [eiser 2] gaan, of waarin een verband met hen wordt gelegd, staat vooral centraal dat Mondex en [eiser 2] geld verdienen met hun dienstverlening aan rechthebbenden, dan wel erfgenamen daarvan, bij de restitutie van roofkunst. Deze concrete uitingen komen hierna aan bod.

Uitingen over Mondex en [eiser 2]

Onder paragraaf 19 van de dagvaarding wordt bezwaar gemaakt tegen passages uit de podcast die over Mondex en [eiser 2] gaan. De betreffende citaten zijn hiervoor onder randnummer 3.2 al aangehaald onder de letters a tot en met j en worden hierna beoordeeld.

Citaat onder f : meningen over geld verdienen aan restitutie

Tussen partijen staat niet in geschil dat Mondex omzet genereert uit de diensten die zij verleent (in de persoon van [eiser 2] ) aan de rechthebbenden, dan wel de erfgenamen, bij verzoekprocedures tot restitutie van roofkunst.

Het citaat onder f gaat over het geld verdienen met dienstverlening aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog of hun nabestaanden, bijvoorbeeld bij de restitutie van roofkunst. De podcastmakers verwijzen daarin naar uitspraken van verschillende personen over dit onderwerp (in algemene zin, niet specifiek over Mondex en [eiser 2] ):

 Volgens de podcastmakers heeft [naam 4] daarover gezegd dat het “(…) principieel verkeerd om een geheel bedrijfsmodel op te bouwen, nu citeer ik hem even, rond dingen, kunst, wat dan ook, die joden zijn afgenomen, louter om een percentage van de waarde van die dingen te krijgen (…)”.

 Daarnaast wordt in de podcast opgemerkt dat [naam 5] , een Joodse schrijver, heeft gezegd dat sprake is van een ‘holocaustindustrie’.

 Een niet bij naam genoemde Joodse vriend van een van de podcastmakers, een man die het Auschwitz-instituut te New York leidt, heeft volgens de maker eens tegen hem gezegd “there is no business like Shoah-business”.

Mondex en [eiser 2] hebben gesteld dat de podcastmakers met deze verwijzingen het beeld versterken (de suggestie wekken) dat zij louter hun werk doen om een percentage te ontvangen, dat zij ‘profiteur’ van de ‘holocaustindustrie’ zijn. Dit is onjuist, tendentieus en defamerend. Mondex en [eiser 2] handelen om rechtvaardigheid voor de door roofkunst getroffen joodse families te krijgen, maken hoge kosten maken voor onderzoek naar de geroofde kunst en hun rechthebbende eigenaar en nabestaanden, voeren een no cure no pay beleid, en lopen een hoog financieel risico. Dit komt allemaal niet aan de orde, althans niet voldoende, in de podcast, aldus Mondex en [eiser 2] .

Mondex en [eiser 2] hebben niet betwist dat [naam 4] , [naam 5] en de niet bij naam genoemde vriend uit New York de in de podcast aangehaalde uitingen hebben gedaan.

Het belang in deze procedure van de verder niet onderbouwde stelling van Mondex en [eiser 2] dat [naam 5] moet worden beschouwd als “radicaal-activistische schrijver over het Israëlisch-Palestijns conflict en wordt door velen als antisemitisch beschouwd.” kan niet worden ingezien. In ieder geval kan uit dit betoog niet worden afgeleid dat NRC zich baseert op een ongeloofwaardige bron.

Dit geldt ook voor de stelling van Mondex en [eiser 2] dat [naam 4] op een andere wijze, met lagere kosten, diensten verleent aan rechthebbenden of erfgenamen.

Uitgangspunt is dan ook dat de podcastmakers deze personen op correcte wijze hebben aangehaald. De citaten berusten daardoor op een feitelijke basis.

Anders dan Mondex en [eiser 2] hebben betoogd wordt in de podcast niet beweerd dat zij ten onrechte geld verdienen met de restitutie van roofkunst aan de rechthebbenden of hun erfgenamen. De podcastmakers geven de mening weer van anderen over het geld verdienen aan bijvoorbeeld de restitutie van roofkunst.

Dat de makers van de podcast deze personen en hun meningen aanhalen is hun goed recht. In het publieke debat over restitutie van roofkunst kan ook aan de orde worden gesteld de actoren bij die restitutie, hoe die actoren worden vergoed voor hun diensten en hoe over de activiteiten van die actoren wordt gedacht. De uitingen van [naam 4] , [naam 5] en de vriend uit New York gaan over het verdienen van geld met hulp aan slachtoffers van de naziperiode, zoals bij de restitutie van roofkunst, en zijn daarmee onderwerp van het publieke debat waaraan de podcast een bijdrage levert.

De meningen van deze drie personen betreffen niet rechtstreeks Mondex en [eiser 2] . Wel kan uit de podcast worden begrepen dat de podcastmakers een verband leggen tussen enerzijds de woorden van [naam 4] , [naam 5] en de vriend uit New York en anderzijds de activiteiten van Mondex en [eiser 2] .

Daarbij hebben de podcastmakers de luisteraar gewezen op de activiteiten van Mondex en [eiser 2] (het ondersteunen van rechthebbenden, dan wel de erfgenamen, bij de restitutie van roofkunst) en de inkomsten die zij daarmee genereren (in het geval van het schilderij maximaal 25 miljoen euro). Daarbij hebben de podcastmakers zich gebaseerd op vaststaande feiten.

Dit is niet onjuist of tendentieus zoals Mondex en [eiser 2] hebben betoogd. Voor zover de gemiddelde luisteraar uit de podcast heeft afgeleid dat de makers van mening zijn dat Mondex en [eiser 2] kunnen worden beschouwd als ‘profiteur’ van de ‘holocaustindustrie’, valt dat niet aan de podcastmakers toe te rekenen.

Citaat onder g : vreemde en mysterieuze handelwijze van Mondex en [eiser 2] ?

In dit citaat – dat in de podcast direct volgt op het citaat onder f – verwijzen de podcastmakers naar een interview dat zij hebben gehouden met [naam 7] die daarin vertelt over een ontmoeting met iemand van Mondex. De tekst van [naam 7] wordt ingeleid door een van de podcastmakers met de woorden “(…) vreemde ervaringen hebben met [eiser 2] (…)”.

De stelling van Mondex en [eiser 2] dat daarmee in de podcast wordt beweerd dat zij een mysterieuze en schimmige werkwijze hanteren komt voor hun eigen rekening. De podcastmakers zeggen dit niet. [naam 7] verhaalt over een voor hem bevreemdende bijeenkomst met iemand die is verbonden aan Mondex. Het waardeoordeel ‘vreemde ervaring’ is daarop gebaseerd en kan in dit geval niet leiden tot toewijzing van de vorderingen van Mondex en [eiser 2] gericht op beperking van de uitingsvrijheid van NRC.

De podcastmakers halen ook andere publicaties aan waarin over [eiser 2] wordt gesproken.

Citaten onder c en d : opmerkingen over [eiser 2]

In de podcast wordt duidelijk opgemerkt dat anderen in publicaties [eiser 2] hebben omschreven als ‘ambulance chaser’ en ‘premiejager’. Letterlijk wordt in die citaten gezegd:

“(…) van de man die ook wel premiejager wordt genoemd, of ambulance chaser. (…)” en

“(…) [eiser 2] wordt wel door vijanden een ambulance chaser genoemd (…)”

NRC heeft uitvoerig onderbouwd dat die termen worden gebruikt in verschillende publicaties van anderen uit 2016 en 2017 en heeft die publicaties in het geding gebracht. Andere publicisten hebben de termen ‘ambulance chaser’ en ‘premiejager’ dus gebruikt bij de omschrijving van de activiteiten van [eiser 2] in oudere publicaties dan de podcast. Het gebruik van deze term in de podcast is dus geen waardeoordeel maar een feitelijk bericht over eerdere publicaties.

Waarom Mondex en [eiser 2] het gebruik van deze termen in de podcast als onrechtmatig jegens hen beschouwen – en de eerdere publicaties over [eiser 2] kennelijk niet hebben bestreden – is onduidelijk, zoals NRC terecht heeft betoogd. Dat Mondex en [eiser 2] de termen ‘ambulance chaser’ en ‘premiejager’ volstrekt ongepaste begrippen vinden in het kader van restitutie van roofkunst, is onvoldoende om de podcast onrechtmatig jegens hen te beschouwen, zeker zoals in dit geval dat slechts wordt herhaald wat anderen eerder hebben gepubliceerd over [eiser 2] .

De citaten uit de podcast waarin wordt verteld dat anderen [eiser 2] ‘ambulance chaser’ en ‘premiejager’ noemen zijn dan ook geen onrechtmatige uitingen door NRC.

Citaat onder e : alleen dure kunstwerken worden gerestitueerd?

In de vijfde aflevering zijn de citaten e, f en g opvolgend. In het citaat onder e wordt het interview van de podcastmakers met [eiser 2] aangehaald. Daarbij zijn kennelijk vragen gesteld over het bedrag van 25 miljoen euro dat de erfgenamen aan Mondex hebben betaald voor de dienstverlening bij de restitutie van het schilderij. [eiser 2] heeft daarover gezegd in dat interview (uitgezonden in de podcast):

“We allocate often million of dollars to a case. Millions. Nobody talks about that, even your typist friend. (…) And we assume the risk. And we negotiate openly with our clients, we assess the case and everybody wins. Everybody”.

De podcastmakers gaan daar op in:

[naam 8] : “Dat klinkt prachtig, Maar dat iedereen wint bij restituties, wagen wij te betwijfelen.

[naam 10] : “Nou neem de bezoeker van het Stedelijk. Bovendien wringt het, vind ik, dat zijn methode ertoe leidt dat alleen hele dure werken worden gerestitueerd.”

[naam 8] : “Ja schilderijen die alleen een emotionele waarde hebben, maar verder niet zoveel geld waard. Ja daar gaat [eiser 2] natuurlijk niet naar zoeken.”

Mondex en [eiser 2] hebben gemotiveerd gesteld dat zij ook onderzoek doen naar roofkunst met een lagere verkoopwaarde en ook dan hun diensten aanbieden. Dit laat echter onverlet dat het no cure, no pay bedrijfsmodel van Mondex alleen houdbaar is wanneer het zich richt op de restitutie van waardevolle werken. Ook de werkwijze van Mondex, waarbij eerst actief wordt gezocht naar potentiële roofkunst en vervolgens contact wordt opgenomen met mogelijke erfgenamen, leidt ertoe dat vooral kunstwerken met een hoge waarde worden gerestitueerd. De kritiek die de makers in de podcast uiten, is op deze werkwijze gericht. Enige overdrijving (“alleen hele dure werken”, “daar gaat [eiser 2] natuurlijk niet naar zoeken”) is in dit verband niet onrechtmatig.

De overige citaten onder a, b, h, i en j

De overige uitingen over Mondex en [eiser 2] berusten op een voldoende feitelijke basis en zijn op zich en in onderling verband beschouwd niet onrechtmatig jegens hen:

 Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, kan niet worden ingezien waarom de omschrijving van het uiterlijk van [eiser 2] in de podcast onrechtmatig jegens hem is (citaat onder a).

 Vast staat dat de restitutiecommissie in een tussenrapport heeft opgemerkt dat iemand anders mogelijk erfgenaam is en dat die niet was betrokken bij het restitutieverzoek uit 2013. Mondex en [eiser 2] hebben zelf daarover betoogd dat zij die andere persoon hebben gezocht en dat die persoon vervolgens deel is gaan nemen aan de verzoekprocedure. Het citaat onder b heeft dus voldoende feitelijke basis. Dat de podcastmakers die nadere zoektocht van [eiser 2] een list noemen is een kwalificatie die een journalist daaraan mag geven.

 In de podcast wordt gemeld dat de erfgenamen een bedrag van maximaal 25 miljoen euro aan Mondex hebben betaald als vergoeding voor de verleende diensten bij de restitutie van het schilderij. Mondex en [eiser 2] hebben dit bedrag niet betwist. Evenmin hebben zij betwist dat zij gemiddeld 30% tot 40% commissie van de verkoopwaarde van de gerestitueerde kunst vragen voor hun dienstverlening, zoals in de podcast wordt vermeld. In die zin berusten de geciteerde opmerkingen onder h en i op voldoende feitelijke basis en zijn daarom niet onrechtmatig jegens Mondex en [eiser 2] .

 Dat de werkwijze van Mondex en [eiser 2] door de podcastmakers wordt afgekeurd is niet onrechtmatig. Het afkeuren van de werkwijze van een bedrijf of een persoon (het citaat onder j) is een waardeoordeel dat een ieder mag innemen en uiten over dat bedrijf of die persoon. De makers hebben in de podcast toegelicht op grond waarvan zij tot dit oordeel komen.

Overige stellingen Mondex en [eiser 2] en afsluitende overwegingen

Uit al het vorenstaande volgt dat de uitingen in de podcast berusten op een feitelijke basis, dan wel een correcte weergave zijn van meningen van anderen, of uitingen van anderen over [eiser 2] . Onder die omstandigheden is het achterwege laten van wederhoor door NRC niet onrechtmatig. De veelvuldig herhaalde stelling van Mondex en [eiser 2] dat hen geen wederhoor is verleend en dat in de podcast onvoldoende ruimte is gemaakt voor hun visie, kan in dit geval niet leiden tot toewijzing van hun vorderingen.

Over de citaten uit de podcast waarin wordt verwezen naar de mening van anderen (onder c, d, f en g), hebben Mondex en [eiser 2] nog gesteld dat alle uitingen in de podcast kunnen worden toegerekend aan NRC, en dat dit ook geldt voor de citaten of meningen van anderen uit eerdere publicaties. Dat wordt in dit geval verworpen. Om een uiting van een persoon aan een journalist toe te rekenen is vereist dat de journalist die mening van de ander overneemt, of dat de journalist weet van de ongeloofwaardigheid van die persoon. Uit niets blijkt – en dat is ook niet gesteld door Mondex en [eiser 2] – dat in dit geval is voldaan aan een van die twee mogelijkheden.

Het beroep van Mondex en [eiser 2] op de interne journalistieke standaard van NRC slaagt niet – nog daargelaten dat die interne standaard geen rechten verleent aan of bescherming biedt voor Mondex en [eiser 2] .

De slotsom is dat de stellingen van Mondex en [eiser 2] over de onrechtmatigheid van de podcast geen stand houden. De belangen van NRC bij haar vrijheid van meningsuiting wegen zwaarder dan de belangen van Mondex en [eiser 2] bij de bescherming van hun goede naam en eer. De vorderingen van Mondex en [eiser 2] op NRC worden afgewezen.

Mondex en [eiser 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van NRC worden begroot op:

- griffierecht

714,00

- salaris advocaat

1.306,00

(2 punten × € 653,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.209,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen van Mondex en [eiser 2] af,

veroordeelt Mondex en [eiser 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Mondex en [eiser 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Mondex en [eiser 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.T. Hylkema, rechter, bijgestaan door mr. R.E.R. Verloo, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. M. Wouters, rechter, op 13 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. T.T. Hylkema
  • mr. M. Wouters

Griffier

  • mr. R.E.R. Verloo

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand