ECLI:NL:RBAMS:2026:4657

ECLI:NL:RBAMS:2026:4657

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer 12079837 KK EXPL 26-78
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Eiser wordt niet ontvankelijk verklaard. Er bestaat tussen partijen geen rechtsverhouding meer. De eis van eiser het aanbieden van een arbeidsovereenkomst komt er op neer, dat een nieuwe rechtsverhouding door de kantonrechter in kort geding wordt geschapen. Daar is een kort geding procedure niet geschikt voor maar dient in een bodemprocedure te worden beoordeeld

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12168591 KK EXPL 26-214

Vonnis in kort geding van 15 mei 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: eiser of [eiser] ,

gemachtigden: mrs. T.J. Vlot en L. Somhorst,

tegen

STICHTING YMERE

statutair gevestigd te Amsterdam

gedaagde partijen,

hierna te noemen Ymere

gemachtigden: mrs. N.A. van den Bosch en T.G. Martens-Olivier

1. De procedure

Bij dagvaarding met producties van 8 april 2026 heeft eiser in kort geding een voorziening gevorderd. Ymere heeft op 30 april 2026 een conclusie van antwoord met producties in het geding gebracht.

Op 1 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Eiser is verschenen met zijn gemachtigden. Namens Ymere is mevrouw [naam 1] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Beide partijen hebben hun standpunt nader toegelicht, waarbij eiser gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Eiser is op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op 15 maart 2025 voor de duur van één jaar, tot en met 14 maart 2026, in dienst getreden bij Ymere, in de [functie].

In artikel 3 van de Arbeidsovereenkomst is de volgende bepaling opgenomen:

“Bij gebleken geschiktheid en een succesvolle invulling van de functie, zal er – indien er voldoende formatieruimte is – een contract voor onbepaalde tijd worden aangeboden.”

Eiser is sinds 23 december 2025 ziek gemeld wegens een hersenbloeding als gevolg van een ooroperatie.

Op 28 januari 2026 heeft de teamleider van eiser, [naam 2] (hierna: [naam 2] ), in een telefoongesprek aan eiser medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. In een Whatsapp bericht van 28 januari 2026 schrijft [naam 2] aan eiser:

“[eiser] , het ligt echt niet aan jou als persoon en zeker niet in je werk. Alleen weet Ymere niet wanneer je volledig hersteld bent in eigen werk. Om die reden kunnen we je contract niet verlengen. “

(…)

Mocht je in mei juni weer volledig de oude zijn ontvang ik je met open armen”

Op 29 januari 2026 heeft eiser per brief bij Ymere bezwaar gemaakt tegen de niet-verlenging van de arbeidsovereenkomst.

Ymere heeft eiser begin maart 2026 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de duur van zes maanden aangeboden per 15 maart 2026.

3. Het geschil

Eiser vordert – samengevat – Ymere te veroordelen om uiterlijk binnen drie dagen na de uitspraak in dit geding een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd per 15 maart 2026 aan eiser aan te bieden tegen (minimaal) dezelfde voorwaarden, in de [functie] , zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat Ymere nalatig blijft hieraan te voldoen. Alsmede Ymere te veroordelen tot betaling van het loon vanaf 15 maart 2026 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% en rente over het achterstallige loon. Tenslotte vordert eiser Ymere te veroordeling tot betaling van de werkelijk gemaakte juridische kosten door hem begroot op € 4.135,74 en de proceskosten.

Eiser legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Eiser vordert nakoming van de afspraak in de arbeidsovereenkomst die inhoudt dat Ymere wordt veroordeeld tot het aanbieden aan eiser van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, ingaande 15 maart 2026. De niet-verlenging is alleen gebaseerd op zijn arbeidsongeschiktheid. Dat volgt uit het Whatsapp bericht van de teamleider, aldus eiser. Er blijkt immers nergens uit dat er sprake zou zijn van onvoldoende functioneren of het bestaan van onvoldoende informatieruimte.

Ymere voert verweer. Ymere concludeert tot afwijzing van de vorderingen van verhuurder. Ymere stelt zich op het standpunt dat deze zaak zich niet leent voor beoordeling in kort geding. De vorderingen strekken er toe Ymere te veroordelen aan eiser een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden. Tussen partijen bestaat sinds 15 maart 2026 geen arbeidsovereenkomst meer. Toewijzing van de vorderingen zou derhalve feitelijk neerkomen op een wijziging van de rechtsverhouding tussen partijen, aldus Ymere.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Een vordering in het kader van een kort geding moet zijn grondslag hebben op een tussen partijen bestaande rechtsverhouding of direct uit die rechtsverhouding voortvloeien. Vervolgens moet beoordeeld worden of de vorderingen in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de verzochte voorlopige voorziening(-en) gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Ten tijde van (het aanvragen van) deze kort geding procedure bestond er geen rechtsverhouding tussen partijen. Er heeft een arbeidsovereenkomst bestaan tussen partijen, die voor het (aanvragen van) kort geding al is geëindigd.

Het verzoek van eiser, om Ymere te gelasten een arbeidsovereenkomst aan te bieden vloeit niet direct voort uit de overeenkomst, die tussen partijen heeft bestaan. De bepaling, die in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, spreekt een voornemen uit om – bij gebleken geschiktheid – een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden. Daarin zit een bepaalde marge en beoordelingsvrijheid van de werkgever.

Een overeenkomst tussen partijen komt – gelet op het principe van de contractsvrijheid – tot stand door aanbod en aanvaarding. Vast staat dat hiervan in de onderhavige kwestie geen sprake is geweest van een aanbod, in ieder geval niet van een aanbod om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan.

De wijze waarop eiser zijn vordering heeft geformuleerd, namelijk een veroordeling een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden, is gelet daarop gericht op een uitspraak met een declaratoir karakter. Als de eis wordt toegewezen, ontstaat er door het kort geding vonnis een overeenkomst tussen partijen.

Eiser wijst op jurisprudentie, een uitspraak waarin de kantonrechter in Midden-Nederland heeft beslist dat een veroordeling tot het verrichten van een rechtshandeling geen constitutief vonnis is (ECLI:NL:RBMNE:2024:5685). In die kwestie in Midden-Nederland bestond ten tijde van de procedure nog een onderliggende arbeidsovereenkomst. Op grond van een bestaande overeenkomst kan een aanwijzing worden gegeven, een zogenaamd condemnatoir vonnis. Als er echter geen overeenkomst tussen partijen bestaat, ligt dat anders.

In de onderhavige kwestie bestaat op dit moment namelijk geen rechtsverhouding tussen partijen. Die bestond ook niet op het moment dat de procedure werd geïnitieerd door het aanvragen van een datum voor kort geding: op dat moment was de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd al geëindigd. De eis van eiser komt er daarmee op neer, dat een nieuwe rechtsverhouding door de kantonrechter in kort geding wordt geschapen. Daar is een kort geding procedure, in ieder geval in deze zaak, niet geschikt voor, maar dient in een bodemprocedure te worden beoordeeld.

Eiser zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan de overige vorderingen van eiser wordt daardoor niet toegekomen. Gelet op de aard van de procedure, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart eiser niet-ontvankelijk;

compenseert de proceskosten;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026, in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J. Wesdorp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl VAAN-AR-Updates.nl 2026-0816 AR-Updates.nl 2026-0816
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand