RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-055274-26
Datum uitspraak: 7 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 13 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 oktober 2025 door de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1. Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 mei 2026 in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is - met instemming van de rechtbank - niet verschenen. Haar raadsman, mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat in Eindhoven, is met voorafgaande kennisgeving daarvan evenmin verschenen.
2. Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.
3. Ontvankelijkheid officier van justitie
De raadsman heeft bij e-mail van 5 mei 2026 laten weten dat de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brief van 5 mei 2026 het EAB heeft ingetrokken, welke brief als bijlage bij de e-mail is meegestuurd. De reden is dat de opgeëiste persoon zichzelf in België heeft gemeld bij de uitvaardigende justitiële autoriteit, uitgebreid is gehoord en naar aanleiding daarvan haar aanhouding niet langer vereist wordt. De officier van justitie heeft daarom ter zitting gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet meer kan worden ontvangen in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken.
4. Beslissing
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
Stelt vast dat het (geschorste) bevel overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mr. B.M. Vroom-Cramer en J.T.H. Zimmerman., rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en B.C.M. Burger, griffiers.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.