ECLI:NL:RBAMS:2026:4695

ECLI:NL:RBAMS:2026:4695

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 13-394306-24
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Executie-EAB uit Polen. Overlevering geweigerd op grond van artikel 6a OLW onder gelijktijdige strafovername

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-394306-24

Datum uitspraak: 21 april 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 31 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 9 september 2024 door the Circuit Court in Łodź, 4th Criminal Division (Sąd Okręgowy w Łodźi, IV Wydział Karny), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] (Polen),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting 26 februari 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 26 februari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

Tussenuitspraak 12 maart 2026

De behandeling van de zaak is heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om, in het kader van artikel 6a OLW, de verstrekking van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het veroordelende vonnis af te wachten.

Zitting 21 april 2026

De behandeling is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 21 april 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en direct uitspraak gedaan.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 12 maart 2026 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW, de dubbele strafbaarheid van de feiten en het gelijkstellingsverweer zoals bedoeld in artikel 6a OLW. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

De rechtbank verwijst allereerst naar de overwegingen zoals opgenomen onder 6.1 tot en met 6.5 in de tussenuitspraak van 12 maart 2026. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

In deze zaak is op 23 maart 2026 het certificaat, opgesteld door the Circuit Court in Łódź op 23 maart 2026, en het veroordelende vonnis van 16 oktober 2018 (eerste aanleg) en 4 april 2019 (hoger beroep) ontvangen. Hiermee heeft de uitvaardigende lidstaat als beslissingsstaat toestemming gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland zoals bedoeld in het door het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) gewezen arrest in de zaak C.J.

De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 56, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6a en 7 OLW.

7. Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Łodź, 4th Criminal Division (Sąd Okręgowy w Łodźi, IV Wydział Karny), Polen.

BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3 van de tussenuitspraak bedoelde vrijheidsstraf in Nederland, zijnde een gevangenisstraf van 2 jaren.

HEFT OP de overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon].

BEVEELT de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is apart opgemaakt.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier voorzitter,

mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en B.C.M. Burger, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 april 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.P.M. Fruytier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand