RECHTBANK AMSTERDAM
[betrokkene]
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. J.F. Kuiken
zaaknummer: 11990702 WM VERZ 25-20552
beslissing van: 1 mei 2026
func.: 60687
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 1 mei 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
[adres 1]
[postcode] [plaats]
(verder: betrokkene)
voor wie beroep is ingesteld door de echtgenoot van betrokkene, de heer [gemachtigde] (verder: gemachtigde).
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 6 januari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 24 december 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1954.
Aan betrokkene is bij beschikking van 28 augustus 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 1 mei 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Zowel betrokkene als gemachtigde is bij de zitting verschenen. Aan hen is de cautie verleend.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, is geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig. Deze gedraging is geconstateerd op 15 juli 2024 om 14:423 uur op de [adres 2] te [plaats] .
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde, de bestuurder van het voertuig ten tijde van de gedraging, voert tegen de beslissing van verweerder aan dat hij erkent een grote fout te hebben gemaakt, maar dat dit niet bewust is gebeurd. Het betreft een nieuwe gehandicaptenparkeerplaats in de buurt waar betrokkene en gemachtigde woonachtig zijn. Vanwege dagelijkse hectiek in de straat was het gemachtigde niet direct opgevallen dat er een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats was gerealiseerd op de plek waar hij had geparkeerd. Toen betrokkene later buiten kwam vond hij de aankondiging van beschikking van de verbalisant en heeft op dat moment meteen het voertuig van zijn vrouw verplaatst. Gemachtigde vindt het boetebedrag te hoog.
4. Op de zitting heeft gemachtigde het beroepschrift nader toegelicht. Gemachtigde reed in het voertuig van zijn vrouw. Hij stelt dat het bord E6 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 ter plaatse nieuw voor hem is. Alle verkeersborden staan in deze straat aan de waterkant, bevestigd aan een ‘losse paal, terwijl het bord E6 aan de weg staat, gemonteerd aan een lantaarnpaal. Daarom heeft gemachtigde het bord niet gezien.
Verder stelt gemachtigde dat hij al jaren in deze buurt woont, het hem nog nooit is gebeurd dat hij per ongeluk op een gehandicaptenparkeerplaats heeft geparkeerd, maar dat het kwam door de hectiek van het verkeer dat hij het bord over het hoofd heeft gezien.
5. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het bord E6 van het RVV 1990 ter plaatse duidelijk aanwezig is. Als gemachtigde ergens zijn voertuig parkeert, dan mag worden verwacht dat hij om zich heen kijkt of parkeren ter plaatse is toegestaan. Daarbij woont gemachtigde in deze buurt. Hij had moeten en kunnen weten dat het een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats betreft.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. Nu namens betrokkene niet wordt betwist dat de gedraging is verricht kan, mede gelet op de verklaring van de verbalisant, die wordt ondersteund door beeldmateriaal, als vaststaand worden aangenomen dat de gestelde gedraging is verricht. De sanctie is aldus niet onterecht opgelegd.
8. Dat gemachtigde de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, is geen reden om de oplegging van een sanctie achterwege te laten. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van opzet. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen.
9. Van verkeersdeelnemers die hun motorvoertuigen willen parkeren mag worden verwacht dat zij zich - eventueel na te zijn uitgestapt - op de hoogte stellen van de voor hen geldende parkeervoorschriften en dat zij de nodige moeite doen om zich ervan te vergewissen dat het parkeren op de gekozen plaats is toegestaan. Dat gemachtigde dit niet dan wel onvoldoende heeft gedaan en daardoor het bord E6 van het RVV 1990 met onderbord over het hoofd heeft gezien dient voor eigen rekening en risico te komen.
Daarbij overweegt de kantonrechter tevens dat uit de beelden op Google Maps Streetview blijkt dat het hier niet om een recent geplaatst bord E6 van het RVV 1990 gaat, want het betreffende bord staat er in ieder geval al vanaf september 2022.
10. Op grond van artikel 2, derde lid, Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt met zich dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om in een individueel geval van het vastgestelde tarief af te wijken. Daarbij geldt wel dat betrokkene feiten en omstandigheden naar voren moet brengen en zo nodig aannemelijk moet maken, die reden kunnen zijn om de boete te matigen, dan wel dat dergelijke omstandigheden voldoende zijn gebleken. Dat is hier niet het geval. Er is dus geen reden voor matiging van de boete.
11. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.