ECLI:NL:RBAMS:2026:4824

ECLI:NL:RBAMS:2026:4824

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer 13/008897-26
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Veroordeling eendaadse samenloop van gekwalificeerde opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetaanranding. Seksueel binnendringen dmv vingers tussen schaamlippen. Gevangenisstraf 2 (twee) jaar. Vordering BP materieel € 147,42 en immaterieel € 3.000,-. Wet seksuele misdrijven.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/008897-26

Datum uitspraak: 29 april 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2004,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd te: [detentieadres] ,

hierna: verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.N. de Jager, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 20 juni 2025 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

1.

primair

gekwalificeerde opzetverkrachting van [benadeelde partij] ;

subsidiair

poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting van [benadeelde partij] ;

2.

gekwalificeerde opzetaanranding van [benadeelde partij] .

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten nu verdachte geen wetenschap had van het ontbreken van de wil bij aangeefster. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van seksueel binnendringen in de zin van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Tot slot heeft de raadsvrouw gesteld dat de in de tenlastelegging genoemde dwangmiddelen van onvoldoende gewicht zijn om tot een bewezenverklaring van de dwang te komen.

Oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij op 20 juni 2025 te Amsterdam [benadeelde partij] (hierna: aangeefster) heeft gezoend, haar borsten heeft aangeraakt en met zijn hand in haar onderbroek is geweest. Verder heeft verdachte verklaard dat zowel hij als aangeefster deze handelingen wilden op dat moment. In ieder geval stelt verdachte niet te hebben geweten dat de wil hiertoe bij aangeefster ontbrak.

De rechtbank beantwoordt de vragen bevestigend of sprake is geweest van seksueel binnendringen en of sprake is geweest van geweld en tenslotte dat verdachte daartoe het opzet heeft gehad. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verklaring aangeefster betrouwbaar

Aangeefster heeft direct verklaringen afgelegd over hetgeen zich in de nacht van 20 juni 2025 heeft afgespeeld. De rechtbank is op basis van het dossier van oordeel dat de aangifte van aangeefster betrouwbaar is. De aangifte sluit aan bij haar eerste verklaring bij de politie, is gedetailleerd en op veel punten verifieerbaar. Voor het aanmerken van een dergelijke verklaring als betrouwbaar is niet vereist dat de verklaring op elk punt verifieerbaar is.

Steunbewijs

De aangifte wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige]. Hij was met aangeefster aan de telefoon toen zij door verdachte benaderd werd. In zijn verklaring bevestigt hij te hebben gehoord en gemerkt dat verdachte op straat achter aangeefster aanliep en dat zij hem vertelde niet met hem mee te willen. Ook zijn er (onafhankelijke) getuigen die bevestigen wat aangeefster heeft verklaard, namelijk dat verdachte hard wegrende nadat aangeefster begon te schreeuwen en om hulp te roepen. Verder bevestigen de aangetroffen DNA-sporen de plekken waar verdachte, volgens aangeefster, haar zou hebben aangeraakt. Tot slot acht de rechtbank voor de betrouwbaarheid van haar aangifte van belang dat aangeefster ook duidelijk en eerlijk heeft verklaard over hetgeen niet heeft plaatsgevonden. Zij heeft in haar verklaring het feit niet groter of ernstiger willen doen voorkomen dan het was. Zo heeft zij op de vraag van de verbalisant of verdachte zijn vingers in haar vagina heeft gestopt, nadrukkelijk verklaard dat dit niet het geval was en dat hij ‘slechts’ haar clitoris heeft aangeraakt.

Dit alles maakt dat de rechtbank de verklaring van aangeefster betrouwbaar acht. De verklaringen die verdachte hier tegenover heeft gesteld acht de rechtbank ongeloofwaardig gelet op zijn steeds wisselende verklaringen en aantoonbare onjuistheden.

Binnendringen

Zowel aangeefster als verdachte hebben verklaard dat verdachte met zijn hand in de onderbroek van aangeefster is geweest en haar heeft aangeraakt. Aangeefster heeft in haar aangifte verklaard dat verdachte wel haar clitoris heeft aangeraakt maar dat hij niet met zijn vingers ‘naar binnen’ is gegaan.

Volgens vaste jurisprudentie is voor het seksueel binnendringen van het lichaam niet vereist dat er sprake is van het aanraken van het inwendige deel van de vagina, maar is hiervan ook al sprake bij het wrijven tussen de schaamlippen. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte – naar spraakgebruik – niet in haar vagina (de rechtbank leest: in de schede) is geweest maar wél haar clitoris heeft aangeraakt. Dat verdachte aangeefster in haar onderbroek heeft aangeraakt wordt bevestigd door het DNA dat in haar onderbroek is aangetroffen en dat naar alle waarschijnlijkheid van verdachte afkomstig is. Verdachte verklaart ook met zijn hand in haar onderbroek te hebben gezeten. De rechtbank gaat uit van de verklaring van aangeefster dat verdachte hierbij haar clitoris heeft aangeraakt en heen en weer is gegaan met zijn hand. De clitoris bevindt zich tussen de buitenste schaamlippen. Hiermee heeft verdachte aangeefster betast tussen haar schaamlippen en is hij dus in juridische zin seksueel bij haar binnengedrongen.

Geweld

Verdachte verklaart aangeefster, zoals zij eveneens heeft verklaard, bij haar keel te hebben gepakt. Dit gegeven wordt ook door het DNA-onderzoek ondersteund.

De rechtbank gaat uit van de verklaring van aangeefster dat verdachte haar keel heeft vastgepakt en heeft dichtgedrukt. Met het vastpakken en dichtdrukken van haar keel heeft verdachte aangeefster voorafgaand aan en gedurende van het feit fysiek belet zich aan de seksuele handelingen te onttrekken en heeft hij haar overrompeld. Aangeefster kon niet anders dan deze handelingen dulden. Sterker nog, om aan deze handelingen te ontkomen heeft zij niet alleen zijn handelingen moeten dulden, maar heeft zij moeten meegaan in deze handelingen zodat zij uiteindelijk om hulp kon gaan schreeuwen. Met deze handelingen heeft verdachte opzettelijk veroorzaakt dat aangeefster de handelingen tegen haar wil in heeft moeten ondergaan.

Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan, stelt de rechtbank vast dat verdachte het opzet heeft gehad op het toegepaste geweld en op het seksueel binnendringen bij aangeefster, waarbij het voor verdachte overduidelijk is geweest dat bij aangeefster de wil daartoe ontbrak.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 20 juni 2025 te Amsterdam, met een persoon, te weten [benadeelde partij] seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen, van die [benadeelde partij] en

- het met zijn vinger(s) aanraken en betasten van de clitoris van die [benadeelde partij] en

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [benadeelde partij] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door en vergezeld van geweld, door

- de keel van die [benadeelde partij] vast te pakken en vervolgens dicht te drukken.

2.

op 20 juni 2025 te Amsterdam, met een persoon, te weten [benadeelde partij] seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het betasten en aanraken van de borsten van die [benadeelde partij] en

- het betasten en aanraken van de vulva van die [benadeelde partij] en

- het zoenen van die [benadeelde partij] en

- zijn, verdachtes, hand in de (onder)broek van die [benadeelde partij] te brengen

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [benadeelde partij] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door en vergezeld van geweld, door

- de keel van die [benadeelde partij] vast te pakken en (vervolgens) dicht te drukken.

5. Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, in het geval van een strafoplegging, rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en dat gelet daarop ten hoogste een gevangenisstraf passend is die voor wat betreft het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetaanranding. Hij heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de fysieke en mentale integriteit van aangeefster. Het is een feit van algemene bekendheid dat veel slachtoffers van onderhavige feiten hier nog langdurig nadelige gevolgen van ondervinden. Dat dat in dit geval ook zo is, blijkt uit de slachtofferverklaring die aangeefster ter zitting heeft voorgedragen. Daarbij dragen dergelijke feiten ook bij aan het grote gevoel van onveiligheid dat veel mensen, maar net name vrouwen, ervaren wanneer zij zich ’s nachts (alleen) op straat bevinden. Verdachte heeft met zijn handelen die nacht slechts oog gehad voor zijn eigen seksuele behoeften. Dit acht de rechtbank dan ook zeer ernstig.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Nederlandse Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 16 maart 2026, het Belgische strafblad van verdachte van 9 april 2026 en het Duitse strafblad van verdachte van 9 april 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Uit het Nederlandse strafblad blijkt dat verdachte na het onder rubriek 4 bewezenverklaarde feit is veroordeeld tot 1 maand onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een ander feit. De rechtbank zal hier, overeenkomstig artikel 63 Sr, rekening mee houden in de strafoplegging.

Straf

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar passend en geboden en zal deze ook aan verdachte opleggen.

8. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 2.647,42 aan vergoeding van materiële schade en € 7.500,- aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.

Materiële schade

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 1 en 2 bewezen geachte feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Zij had immers een tas bij zich die zij na afloop van de gepleegde feiten niet meer had. De rechtbank acht het geheel aannemelijk dat benadeelde die tas in de hectiek van de situatie is verloren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde partij gevorderde schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. De kosten van de tas en de inhoud ervan zijn voldoende onderbouwd. De rechtbank zal deze materiële schade dan ook toewijzen voor een bedrag van € 147,42.

Daarnaast heeft de benadeelde partij € 2.500,- aan toekomstige materiële schadevergoeding gevorderd. Zij heeft aangevoerd dat, nu het gepleegde, tamelijk kort geleden heeft plaatsgevonden, er een grote kans bestaat dat zij in de toekomst nog medische kosten zal maken voor de verwerking van deze traumatische gebeurtenis. De benadeelde partij heeft gevorderd haar voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren zodat zij de mogelijkheid behoudt die kosten in een eventuele hoger beroep te vorderen. De rechtbank volgt de benadeelde partij in haar verzoek en zal deze haar niet-ontvankelijk verklaren voor dit deel van de gevorderde materiële schadevergoeding.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft een bedrag van € 7.500,- aan immateriële schadevergoeding gevorderd. Zij heeft aangevoerd dat er sprake is van de in art. 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek bedoelde aantasting in haar persoon ‘op andere wijze’. De rechtbank overweegt dat gelet op de aard en de ernst van de normschending, de nadelige gevolgen van het bewezenverklaarde voor aangeefster zo voor de hand liggen dat een ‘op andere wijze aantasting in de persoon’ zoals bedoeld in artikel 6:106 BW kan worden aangenomen. Benadeelde heeft ter zitting in haar slachtofferverklaring ook toegelicht dat zij psychisch gevolgen van het feit ook ondervindt. De rechtbank acht € 3.000,- een billijke vergoeding voor de immateriële schade. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, omdat onvoldoende is onderbouwd dat haar schade meer bedraagt.

De rechtbank concludeert dat de vordering tot vergoeding van materiële en immateriële schade zal worden toegewezen tot een bedrag van in totaal € 3.147,42, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan het resterende deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 55, 63, 241 en 243 Sr.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 en feit 2:

eendaadse samenloop van

gekwalificeerde opzetverkrachting

en

gekwalificeerde opzetaanranding.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) jaar .

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Vordering benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een bedrag van € 147,42 (honderdzevenenveertig euro en tweeënveertig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat € 3.147,42 (drieduizend honderdzevenenveertig euro en tweeënveertig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 31 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. Sloot, voorzitter,

mrs. G. Oldekamp en E. Biçer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.T. Lo Dico, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 april 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P. Sloot

Griffier

  • mr. R.T. Lo Dico

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand